Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BE8451

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-08-2008
Datum publicatie
19-08-2008
Zaaknummer
15/750020-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

poging tot doodslag, poging tot afpersing, mishandeling, openlijke geweldpleging; licht verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Meervoudige strafkamer te Haarlem veroordeelt minderjarige verdachte tot een deels voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden. Met betrekking tot de poging doodslag overweegt de rechtbank dat de gedragingen van verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op het toebrengen van een levensgevaarlijke verwonding aan het slachtoffer dat verdachte de aanmerkelijke kans op het gevolg daarvan, de dood van het slachtoffer, heeft aanvaard. Verdachte door de deskundigen licht verminderd toerekeningsvatbaar geacht, rechtbank neemt deze conclusie over.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/750020-08

Uitspraakdatum: 14 augustus 2008

Tegenspraak

Verkort strafvonnis (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek op de terechtzitting van 31 juli 2008 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op 7 [geboortedatum] te Gnjilane (Joegoslavië),

wonende te [adres],

thans gedetineerd in RIJ De Hartelborgt te Spijkenisse.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

ZAAK 1

hij op of omstreeks 23 april 2007 te Haarlem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar goederen], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- een (op een echt gelijkend) vuurwapen op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of

- een mes, althans een scherp voorwerp, in de richting van die [slachtoffer] heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Dit is een overval, geld, geld", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- (meermalen) dat (op een echt gelijkend) vuurwapen heeft/hebben doorgeladen en/of

- (meermalen) de trekker van dat (op een echt gelijkend) vuurwapen heeft/hebben overgehaald, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

ZAAK 2

Primair:

hij op of omstreeks 06 oktober 2007 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, op of aan de openbare weg, Hagelingerweg, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (merk Samsung, type D600) en/of een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte met bovenvermeld oogmerk:

- op die [slachtoffer 3] is afgelopen en/of die [slachtoffer 2] de woorden heeft toegevoegd: "Houd je bek", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- die [slachtoffer 3] (met kracht) een kopstoot tegen het (voor)hoofd heeft gegeven en/of

- die [slachtoffer 3] (met kracht) naar de grond heeft gewerkt en/of

- die [slachtoffer 2] (met kracht) met de (tot vuist gebalde) handen) in het gezicht heeft gestompt en/of geslagen en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2]n (dreigend) heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat zij hem, verdachte, moesten volgen (naar het Kerkpad) en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (dreigend) heeft gevraagd (zakelijk weergegeven) of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] een mobiele telefoon en/of geld bij zich had(den);

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 6 oktober 2007 tot en met 7 oktober 2007 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, een mobiele telefoon (merk Samsung, type D600, kleur zwart) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verekgen goed betrof;

3.

ZAAK 3

hij op of omstreeks 6 november 2007 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 4]), door een brandende sigaret op/tegen de (rechter) hand van die [slachtoffer 4] (uit) te drukken, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

4.

ZAAK 4

hij op of omstreeks 10 december 2007 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Hoofdstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], welk geweld bestond uit:

- het (met kracht) tegen die (fietsende) [slachtoffer 5] duwen (waardoor deze [slachtoffer 5] uit balans geraakte) en/of

- die [slachtoffer 5] (daarbij) (dreigend) de woorden toevoegen: "Wat loop je nou mans te doen", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of

- het (met kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(en) stompen en/of slaan tegen het hoofd van die [slachtoffer 5] (waardoor deze [slachtoffer 5] ten val kwam) en/of

- het meermalen (met kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(en) stompen en/of slaan in het gezicht en/of op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 5] en/of

- het (met kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(en) stompen en/of slaan tegen/op het hoofd en/of tegen het (boven)lichaam van die [slachtoffer 6] en/of

- het spugen in het gezicht van die [slachtoffer 6];

5.

Parketnummer 15/750059-07

Primair:

hij op of omstreeks 24 april 2007 te Santpoort-Zuid, gemeente Bloemendaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 7] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 7] vier, althans meermaals met een (vlinder)mes (met kracht) in de rug (ter hoogte van de longen) en/of de (linker)bovenarm te steken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 24 april 2007 te Santpoort-Zuid, gemeente Bloemendaal, aan een persoon genaamd [slachtoffer 7], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (twee steekwonden in zijn rug en/of één steekwond in zijn linkerbovenarm en/of één steekwond in zijn linkerhand), heeft toegebracht, door deze opzettelijk vier, althans meermaals met een (vlinder)mes (met kracht) in de rug en/of linkerbovenarm en/of linkerhand heeft gestoken;

Meer subsidiair:

hij op of omstreeks 24 april 2007 te Santpoort-Zuid, gemeente Bloemendaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 7], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 7]r vier, althans meermaals met een (vlinder)mes (met kracht) in de rug (ter hoogte van de longen) en/of de (linker)bovenarm en/of de (linker)hand heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Uiterst subsidiair:

hij op of omstreeks 24 april 2007 te Santpoort-Zuid, gemeente Bloemendaal, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 7]), vier althans meermaals met een (vlinder)mes (met kracht) in de rug en/of de linkerbovenarm en/of de linkerhand heeft gestoken, tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (twee steekwonden in zijn rug en/of een steekwond in zijn linkerbovenarm en/of een steekwond in zijn linkerhand), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

6.

Parketnummer 15/760030-08

hij op of omstreeks 04 september 2007 te Spaarndam, gemeente Haarlem, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Lagedijk, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een of meer ra(a)m(en) en/of deur(en) en/of mu(u)r(en) van) een of meer (bedrijfs)gebouw(en) en/of een (grote) heftruck (merk Catapillar) en/of een (kleine) heftruck (merk Toyota) en/of een of meer brandblussers,

welk geweld bestond uit

- het inslaan en/of ingooien van twee ramen van een (constructie)werkplaats (van het gebouw "Werkplaatsen Middengebied") en/of

- het (ongecontroleerd en/of met grote snelheid) rijden met de (grote) heftruck (merk Catapillar) en/of met de (kleine) heftruck (merk Toyota) (over het bedrijfsterrein) en/of

- het met een (grote) heftruck (merk Catapillar) kapot rijden van twee (overhead)deuren van het gebouw "Werkplaatsen Middengebied" en/of

- het met een heftruck (hard) rijden tegen een muur van het gebouw "Werkplaatsen Middengebied" en/of

- het ingooien en/of inslaan van een raam (in een overheaddeur) van een (timmer- en schilder-)werkplaats en/of

- het ingooien en/of inslaan van drie ramen van een loods en/of

- het leegspuiten van een of meer brandblussers;

7.

Parketnummer 15/760165-08

hij op of omstreeks 16 januari 2008 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, opzettelijk en wederrechtelijk een raam (van een leslokaal van de school Het Molenduin), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Het Molenduin, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, immers heeft hij, verdachte, dit raam (met kracht) (met gebalde vuist) ingeslagen.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Oordeel van de rechtbank

3.1. Vrijspraak

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 primair ten laste gelegde feit, wegens het ontbreken van voldoende overtuigend bewijs. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de bekennende verklaring van verdachte onbetrouwbaar is, nu zelfs de verbalisanten na de bekennende verklaring bij verdachte aandringen de waarheid te vertellen, omdat zij het gevoel hebben dat het niet klopt. Voorts heeft zij betoogd dat de fotoconfrontatie niet doorslaggevend kan zijn en dat er mogelijk verwarring kan zijn ontstaan tussen beiden verdachten, nu zij qua uiterlijk op elkaar lijken.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Hoewel verdachte in eerste instantie een bekennende verklaring heeft afgelegd bij de politie, kort na de afpersing in het bezit was van de telefoon van één van de slachtoffers, door beide slachtoffers is herkend in de fotoconfrontatie en een vreemde route heeft gefietst naar de Dekamarkt, heeft de rechtbank, mede gelet op de verklaring van verdachte ter terechtzitting waarin hij verklaart dat hij de telefoon van [medeverdachte] heeft gekregen die hem heeft verteld dat hij de afpersing heeft gepleegd, onvoldoende de overtuiging bekomen dat verdachte de afpersing heeft gepleegd.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank, van oordeel dat hetgeen verdachte is ten laste gelegd onder 2 primair onvoldoende overtuigend is bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

ZAAK 1

hij of zijn mededader op 23 april 2007 te Haarlem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan [eigenaar goederen]

- een op een echt gelijkend vuurwapen op die [slachtoffer] heeft gericht en

- een mes in de richting van die [slachtoffer] heeft gehouden en

- die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Dit is een overval, geld, geld", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

- dat op een echt gelijkend vuurwapen heeft doorgeladen en

- meermalen de trekker van dat op een echt gelijkend vuurwapen heeft overgehaald,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

ZAAK 2

Subsidiair:

hij in de periode van 6 oktober 2007 tot en met 7 oktober 2007 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, een mobiele telefoon, merk Samsung, type D600, kleur zwart, heeft verworven, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

ZAAK 3

hij op 6 november 2007 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer 4], door een brandende sigaret op de rechterhand van die [slachtoffer 4] te drukken, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

4.

ZAAK 4

hij op 10 december 2007 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, met een ander op de openbare weg, Hoofdstraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6], welk geweld bestond uit:

- het met kracht tegen die fietsende [slachtoffer 5] duwen waardoor deze [slachtoffer 5] uit balans geraakte en

- die [slachtoffer 5] daarbij dreigend de woorden toevoegen: "Wat loop je nou mans te doen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

- het met kracht met de tot vuist gebalde hand stompen tegen het hoofd van die [slachtoffer 5] waardoor deze [slachtoffer 5] ten val kwam en

- het meermalen met kracht met de tot vuist gebalde hand stompen in het gezicht en tegen het hoofd van die [slachtoffer 5] en

- het met kracht met de tot vuist gebalde hand stompen tegen het hoofd en tegen het bovenlichaam van die [slachtoffer 6] en

- het spugen in het gezicht van die [slachtoffer 6];

5.

Parketnummer 15/750059-07

Primair:

hij op 24 april 2007 te Santpoort-Zuid, gemeente Bloemendaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 7] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 7] meermaals met een vlindermes met kracht in de rug en de linkerbovenarm te steken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

Parketnummer 15/760030-08

hij op 4 september 2007 te Spaarndam, gemeente Haarlem, met anderen, aan de openbare weg, de Lagedijk, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen ramen en deuren en muren van bedrijfsgebouwen en een grote heftruck (merk Catapillar) en een kleine heftruck (merk Toyota) en brandblussers, welk geweld bestond uit

- het inslaan en ingooien van twee ramen van een constructiewerkplaats van het gebouw "Werkplaatsen Middengebied" en

- het ongecontroleerd rijden met de grote heftruck (merk Catapillar) en met de kleine heftruck (merk Toyota) over het bedrijfsterrein en

- het met een grote heftruck (merk Catapillar) kapot rijden van twee overheaddeuren van het gebouw "Werkplaatsen Middengebied" en

- het met een heftruck rijden tegen een muur van het gebouw "Werkplaatsen Middengebied" en

- het ingooien en inslaan van een raam in een overheaddeur van een werkplaats en

- het ingooien en inslaan van drie ramen van een loods en

- het leegspuiten van brandblussers;

7.

Parketnummer 15/760165-08

hij op 16 januari 2008 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, opzettelijk en wederrechtelijk een raam van een leslokaal van de school Het Molenduin, toebehorende aan Het Molenduin, heeft vernield, immers heeft hij, verdachte, dit raam met kracht ingeslagen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 2 subsidiair, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.3 Bewijsoverweging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 5 primair ten laste gelegde feit. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat verdachte de situatie niet heeft kunnen overzien en dat hij zich niet kon realiseren dat hij, door met een mes te steken, de aanmerkelijke kans had het slachtoffer van het leven te beroven.

De rechtbank verwerpt het verweer ten aanzien van het onder 5 primair ten laste gelegde feit en overweegt als volgt.

De rechtbank stelt vast dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij, toen [slachtoffer 7] voor hem stond, het vlindermes uit zijn zak heeft gehaald, dit mes heeft opengeklapt, dat hij het mes voor zijn neus heeft gehouden en dat [slachtoffer 7] toen te dichtbij kwam, waardoor [slachtoffer 7] geraakt is door het mes. Tevens heeft hij verklaard dat hij denkt dat hij wel heeft gestoken. De getuige [getuige] heeft voorts gezien dat verdachte slaande bewegingen naar het slachtoffer maakte en dat hij vervolgens op meerdere plaatsen op zijn lichaam hevig bloedde.

De rechtbank merkt op dat uit het dossier en met name de foto’s van het letsel van het slachtoffer blijkt dat het slachtoffer minstens vier keer is gestoken met een mes. De rechtbank stelt bovendien, gelet op de foto van het letsel van het slachtoffer die zich in het dossier bevindt en tevens gelet op de beschrijving van de verbaliserende ambtenaren ten aanzien van het bloedverlies, vast, dat het slachtoffer daarbij - onder meer - een diepe steekwond in zijn rug heeft opgelopen ter hoogte van de longen.

De beschreven gedragingen van verdachte kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op het toebrengen van een levensgevaarlijke verwonding aan het slachtoffer dat verdachte de aanmerkelijke kans op het gevolg daarvan, de dood van het slachtoffer, heeft aanvaard. De rechtbank acht daarom het primair ten laste gelegde feit, de poging tot doodslag, wettig en overtuigend bewezen.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

- ten aanzien van feit 1: poging tot afpersing gepleegd door twee of meer verenigde personen;

- ten aanzien van feit 2 subsidiair: opzetheling;

- ten aanzien van feit 3: mishandeling;

- ten aanzien van feit 4: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

- ten aanzien van feit 5 primair: poging tot doodslag;

- ten aanzien van feit 6: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;

- ten aanzien van feit 7: vernieling.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie en van de overige beslissingen

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van hetgeen onder feiten 1, 2 primair, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 is ten laste gelegd;

- oplegging van een jeugddetentie voor de duur van twaalf (12) maanden, waarvan vier (4) maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarbij een proeftijd zal gelden van twee jaar met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich dient te houden aan de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door Bureau Jeugdzorg, Noord-Holland, afdeling jeugdreclassering, zolang deze instelling dat nodig oordeelt, ook indien zulks inhoudt dat hij dient mee te werken aan Multisystemtherapie (MST) of Functional Family Therapie (FFT) bij De Waag en tevens de opdracht tot het verlenen van de maatregel van hulp en steun;

- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] met betrekking tot feit 2 tot een bedrag van 250,- euro en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] met betrekking tot feit 6 tot een bedrag van 4.000,- euro en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel alsmede niet-ontvankelijk verklaring van het overige;

- verbeurdverklaring van de in beslag genomen kleding van [slachtoffer 7] onder de nummers 1 tot en met 6;

- teruggave aan verdachte van de onder verdachte in beslag genomen kleding onder de nummers 7 tot en met 10;

- opheffing van de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon en de draagkracht van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van de volgende rapportages:

- een voorlichtingsrapport d.d. 29 juli 2008, van D.B. Jacobs, reclasseringdmedewerker bij Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling jeugdreclassering;

- een Pro Justitia rapport d.d. 1 juli 2008, van M.D. van Ekeren, psychiater en vast gerechtelijk deskundige;

- een Pro Justitia rapport d.d. 8 juli 2008, van drs. J.H.A.M. Kobussen, klinisch psycholoog-psychotherapeut en vast gerechtelijk deskundige.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich - in samenwerking met een ander - schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing in een winkel. Verdachte en zijn mededader hebben daarbij het personeelslid bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een mes. Zulke misdrijven veroorzaken bij de slachtoffers daarvan gevoelens van angst en onveiligheid, die bovendien veelal lang kunnen doorwerken in de persoon en een negatieve invloed hebben op de geestelijke gezondheid. Deze misdrijven brengen in de samenleving eveneens grote onrust teweeg.

Voorts heeft verdachte zich voorts schuldig gemaakt aan opzetheling van een mobiele telefoon. Door aldus te handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen.

Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan mishandeling en daarnaast heeft hij samen met zijn mededader op de openbare weg fysiek geweld gebruikt tegen personen alsmede tegen goederen. Door zijn handelen heeft verdachte de slachtoffers pijn en letsel toegebracht. Ook is de openbare veiligheid geschaad en de veiligheid van personen die zich in openbare gelegenheden begeven in gevaar gebracht, hetgeen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving. Bovendien is er bij het bedrijventerrein grote materiële schade toegebracht aan de benadeelde.

Verdachte heeft het raam op zijn school kapot geslagen. Door het plegen van dit feit heeft hij de school schade berokkend.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op [slachtoffer 7] met wie verdachte ruzie had. Verdachte heeft na een ruzie over het pesten van een vriendje een vlindermes gepakt en daarmee het slachtoffer meermalen gestoken, waarbij het slachtoffer onder meer een diepe steekwond in zijn rug, nabij de longen, heeft opgelopen. Tijdens het plegen van deze handelingen stonden er jonge kinderen bij die ongewild getuige waren van het geweld. Het moet voor het slachtoffer en de andere kinderen een schokkende en angstige gebeurtenis zijn geweest, die ongetwijfeld gevoelens van onveiligheid tot stand heeft gebracht.

Het is voorts slechts aan toeval te danken dat het slachtoffer niet in de longen is gestoken en is komen te overlijden. Het slachtoffer - en daarmee ook verdachte - mag van geluk spreken dat het is gebleven bij snijwonden in de rug, hand en arm.

De rechtbank neemt hierbij echter wel in aanmerking dat het slachtoffer zelf ook een aandeel heeft gehad in het uit de hand lopen van de ruzie, hetgeen echter niet af doet aan de ernst van het handelen door verdachte.

De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat uit eerdergenoemde rapporten met betrekking tot de persoon van verdachte het volgende naar voren komt.

Verdachte wordt door beide deskundigen als licht verminderd toerekeningsvatbaar geacht. De beide deskundigen adviseren voorts in hun rapportages, een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen met een proeftijd van twee jaar en daarbij de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich dient te houden aan de voorschriften en aanwijzingen, hem te geven door Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling jeugdreclassering, zolang deze instelling dat nodig oordeelt, ook indien zulks inhoudt dat verdachte dient mee te werken aan Multisystemtherapie (MST) of Functional Family Therapie (FFT) bij De Waag.

De rechtbank kan zich met de conclusies en het advies in voornoemde rapportage verenigen. Zij neemt deze over en maakt ze tot de hare.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie alsmede de hierboven genoemde bijzondere voorwaarde, met een proeftijd van twee jaar moet worden opgelegd.

6.3 Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 250,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 4 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4 bewezenverklaarde feit. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade billijk voor. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft

betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 37.458,79 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 6 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade voor zover die op onderdelen is toegelicht, deze ontoereikend wordt bevonden en op andere onderdelen omdat een toelichting ontbreekt, niet eenvoudig is vast te stellen, zodat de benadeelde partij in de vordering niet zal kunnen worden ontvangen.

6.4 Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [slachtoffer 6] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoe¬dingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 250,-.

6.5 Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de voorwerpen, te weten een paar schoeisel, een paar sokken, een spijkerbroek, een shirt, een sweater en een sportbroek, dienen te worden verbeurd verklaard.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

36f, 45, 63, 77a, 77i, 77l, 77x, 77y, 77z, 77aa,77gg, 141, 287, 300, 312, 317, 350, 416 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het onder 2 primair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2 subsidiair, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 subsidiair, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van twaalf (12) maanden.

Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot vijf (5) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

– verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

– verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling Jeugdreclassering, zolang die instelling dat nodig acht, ook indien zulks inhoudt dat verdachte dient mee te werken aan Multisystemtherapie (MST) of Functional Family Therapie (FFT) bij De Waag.

Geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarden tevens aan bovengenoemde instelling de opdracht tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa Wetboek van Strafrecht.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 6] geleden schade tot een bedrag van € 250,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 6], voornoemd, rekeningnummer 617486638, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 250,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 2 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte inzoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering.

Verklaart verbeurd:

- 1) 1.00 PR Schoeisel, Kl: blauw. CELTICS donkerblauw/grijs;

- 2) 1.00 PR Sok Kl: wit, UMBRO sport ;

- 3) 1.00 STK Broek Kl: zwart spijker, stuk geknipte zwarte spijkerbroek;

- 4) 1.00 STK Shirt, zwart/wit gevlekt t-shirt;

- 5) 1.00 STK Sweater Kl: wit, LONDSDALE, stuk geknipt met capuchon;

- 6) 1.00 STK Broek Kl: rood, sport, stuk geknipte kort sportbroek.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- 7) 1.00 STK Broek Kl: blauw, spijker;

- 8) 1.00 PR Schoeisel Kl: zwart, sport met witte strepen;

- 9) 1.00 STK Trui Kl: roze, DONNAY sweater;

- 10) 1.00 STK T-Shirt Kl: roze, CARLITTO.

Heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Rutten, voorzitter, tevens kinderrechter,

mrs. Burg en Dijk, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Blijleven,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 augustus 2008.

Mrs. Dijk en Burg zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.