Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BE0015

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-08-2008
Datum publicatie
13-08-2008
Zaaknummer
15/700295-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

artikelen 310, 312 Sr; diefstal in vereniging met geweld; overval in woning in de nachtelijke uren.

De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem veroordeelt verdachte tot een (gedeeltelijk voorwaardelijke) gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden wegens beroving met geweld in de nachtelijke uren van een oudere man in zijn woning. Verdachte en medeverdachte zijn de woning binnengedrongen, hebben het slachtoffer vastgebonden op een stoel, een mes op zijn keel gezet en een prop in zijn mond geduwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700295-08

Uitspraakdatum: 8 augustus 2008

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 juli 2008 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

wonende te [adres] ,

thans gedetineerd in PI Midden Holland, HvB Haarlem, te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 14 april 2008 te Haarlem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een woning, gelegen aan Schipholpoort 29) heeft weggenomen een geldbedrag (van ongeveer 113 euro) en/of een DVD-speler (merk Philips, type PET 730) en/of een telefoon (merk KPN, type Calgory) en/of een telefoon (merk Nokia, type 2600) en/of een bankpas en/of een huissleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met bovenvermeld oogmerk:

- (met medeneming van een mes, althans een scherp voorwerp) ('s nachts en/of met bedekt(e) gezicht(en) en/of nadat die [slachtoffer] de voordeur had geopend), die [slachtoffer] de woning in heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer] een mes, althans een scherp voorwerp, op de keel heeft/hebben gezet en/of (daarbij) die [slachtoffer] (dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ik wil je bankpas", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of

- die [slachtoffer] op een stoel heeft/hebben geduwd en/of (daarbij) die [slachtoffer] (dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ik wil geld", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens)

- die (op een stoel zittende) [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden met een (tuin)slang en/of

- die [slachtoffer] een prop in de mond heeft/hebben geduwd en/of (daarbij) die [slachtoffer] (dreigend) heeft/hebben gevraagd (zakelijk weergegeven) wat de pincode van die [slachtoffer] was en/of

- (nadat die [slachtoffer] bewusteloos was geraakt) die [slachtoffer] water in het gezicht heeft/hebben gegooid.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij op 14 april 2008 te Haarlem, tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een woning, gelegen aan Schipholpoort 29) heeft weggenomen een geldbedrag (van ongeveer 113 euro) en een DVD-speler (merk Philips, type PET 730) en een telefoon (merk KPN, type Calgory) en een telefoon (merk Nokia, type 2600) en een bankpas en een huissleutel, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader met bovenvermeld oogmerk:

- met medeneming van een mes 's nachts en met bedekt gezicht en nadat die [slachtoffer] de voordeur had geopend, die [slachtoffer] de woning in heeft geduwd en

- die [slachtoffer] een mes, op de keel heeft gezet en daarbij die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil je bankpas", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

- die [slachtoffer] op een stoel heeft geduwd en daarbij die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil geld", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en vervolgens

- die op een stoel zittende [slachtoffer] hebben vastgebonden met een tuinslang en

- die [slachtoffer] een prop in de mond heeft geduwd en daarbij die [slachtoffer] dreigend heeft gevraagd -zakelijk weergegeven- wat de pincode van die [slachtoffer] was en

- nadat die [slachtoffer] bewusteloos was geraakt die [slachtoffer] water in het gezicht heeft gegooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• de bekennende verklaring van medeverdachte [medeverdachte] (dossierpagina 95);

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte (dossierpagina 69).

4. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd om die diefstal te voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sancties en van overige beslissingen

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van de tijd die verdachte reeds heeft doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd aan het voorwaardelijke deel van de straf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de Reclassering Nederland, ook als dit inhoudt het volgen van een SOVA-training. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte inbeslag genomen bandana zal worden onttrokken aan het verkeer.

6.2. Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het psychologisch onderzoek pro justitia uitgebrachte rapport van 14 juli 2008 en het reclasseringsrapport van 25 juli 2008.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich door medeverdachte [medeverdachte] over laten halen om in de nachtelijke uren bij het slachtoffer thuis aan te bellen, de woning van dit slachtoffer binnen te dringen en vervolgens hem te beroven. Van het slachtoffer wisten zij dat het een oudere man betrof die geld in zijn woning bewaarde. [medeverdachte] had het idee bedacht; hij had namelijk geld nodig voor verschillende festivals die plaats zouden vinden. [medeverdachte] beschikte over een bivakmuts, een bandana en een mes. Onderweg naar het huis van het slachtoffer vonden zij in een tuinslang die zij tevens meenamen. Bij het huis van het slachtoffer aangekomen zijn verdachte en medeverdachte [medeverdachte], nadat zij hadden aangebeld en het slachtoffer (reeds in pyjama gekleed) de deur opendeed, de woning binnengedrongen. [medeverdachte] heeft het slachtoffer op een stoel vastgebonden, hem een mes op de keel gezet, een prop in zijn mond geduwd en hem water in het gezicht gegooid toen het slachtoffer buiten bewustzijn raakte. In de woning van het slachtoffer is verdachte weliswaar niet verder geweest dan de gang, maar tijdens de terechtzitting is gebleken dat de stoel waarop het slachtoffer vastgebonden zat, direct naast de gang stond. Verdachte stond derhalve met zijn neus bovenop de gebeurtenissen en zag precies wat er gebeurde. Daarnaast wist hij al van te voren dat [medeverdachte] een mes bij zich droeg en heeft hij de tuinslang die zij onderweg vonden, zelf gedragen en later aan [medeverdachte] gegeven toen deze het slachtoffer aan een stoel wilde vastbinden. Dat er (bedreiging met) geweld gebruikt zou gaan worden, was hem duidelijk en verdachte geeft dat ook toe. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben verschillende waardevolle spullen en geld van het slachtoffer uit de woning meegenomen. Verdachte heeft een deel van de buit in zijn woning neergezet en is met [medeverdachte] op weg gegaan naar een pinautomaat om te kijken of geld opgenomen kon worden met de gestolen pinpas.

Hoewel de rol van verdachte geringer is dan die van [medeverdachte] - de rechtbank ziet verdachte meer als een meeloper - rekent de rechtbank hem zijn bijdrage aan deze laffe overval op een man op leeftijd toch zwaar aan.

Ten voordele van verdachte neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 april 2008, niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van 2 jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de Reclassering Nederland gedurende de proeftijd noodzakelijk, ook als dit inhoudt het volgen van een SOVA-training. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

6.3. Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een bandana, dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van dat aan verdachte toebehorende voorwerp is begaan of voorbereid.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

9, 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 310, 312 Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.1. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot acht (8) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee (2) jaren.

Bepaalt dat de ten uitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen door of namens de Reclassering Nederland te geven, zolang die instelling dat nodig acht, ook als zulks inhoudt dat verdachte een SOVA-training dient te volgen.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

- 1.00 STK Kleding Kl: zwart/wit Bandana

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Dijk, voorzitter,

mr. Rutten en mr. Burg, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. De Witte,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 augustus 2008.

Mr. Dijk en mr. Burg zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.