Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9805

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-07-2008
Datum publicatie
11-08-2008
Zaaknummer
15/700251-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD).

De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem veroordeelt verdachte wegens bedreiging en oplichting tot een voorwaardelijke ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700251-08

Uitspraakdatum: 28 juli 2008

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 juli 2008 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI Midden Holland, HvB Haarlem, te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 31 maart 2008 te Haarlem [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden

toegevoegd :"Ik stomp je voor je bek, waar de politie bij is", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Feit 2

Primair

hij op of omstreeks 31 maart 2008 op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

te Haarlem in [café 1], een portie (oude) kaas en/of portie osseworst en/of een glas/vaasje bier en/of 5 euro althans een geldbedrag om sigaretten uit de aldaar aanwezige automaat te kunnen halen en/of

te Haarlem in cafe [café 2] een glas/vaasje bier;

Subsidiair

hij op of omstreeks 31 maart 2008 te Haarlem (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [café 1] en/of [slachtoffer 1] en/of café [café 2] en/of [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van eten en/of drank en/of een geldbedrag voor sigaretten uit de aldaar aanwezige automaat, voor een bedrag van ongeveer 15 euro en/of 12 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide klant die zou betalen voor de bestelling en/of een of meer stukken bierviltjes in een muntgleuf van een of meer sigarettenautoma(a)t(en) gestopt, waardoor [café 1] en/of [slachtoffer 1] en/of cafe [café 2] en/of [slachtoffer 2] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Oordeel van de rechtbank

3.1. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 primair ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1

hij op 31 maart 2008 te Haarlem [slachtoffer 1] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik stomp je voor je bek, waar de politie bij is".

Feit 2

Subsidiair

hij op 31 maart 2008 te Haarlem telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen, [café 1] en café [café 2] en/of [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van eten en drank en een geldbedrag voor sigaretten uit de aldaar aanwezige automaat, voor een bedrag van ongeveer 15 euro en 12 euro,hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide klant die zou betalen voor de bestelling en/of een of meer stukken bierviltjes in een muntgleuf van een sigarettenautomaat gestopt, waardoor [café 1] en/of cafe [café 2] en/of [slachtoffer 2] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.3 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de aangehaalde processen-verbaal alle in de wettelijke vorm en op ambtseed zijn opgemaakt.

• de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting, waarin hij onder meer - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:

Het kan wel dat ik tegen die [slachtoffer 1] heb gezegd: "Ik stomp je voor je bek, waar de politie bij is".

Ik ben op 31 maart 2008 in meerdere cafés geweest.

• het proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 2 april 2008, waar verdachte onder meer heeft verklaard:

Het klopt dat ik in café [café 1] niet heb betaald.

• het proces-verbaal van aangifte d.d. 31 maart 2008 door [slachtoffer 1] - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

Ik ben eigenaar van [café 1]. Vandaag, 31 maart 2008, was ik werkzaam in genoemd [café 1]. Omstreeks 01.10 uur had ik een klant binnen, die me opviel, omdat een medewerkster, genaamd [werkneemster], mij had geroepen, omdat hij agressief zou zijn. De klant kan ik als volgt omschrijven: [signalement]. Toen ik boven kwam, begon de man meteen te schreeuwen dat de sigarettenautomaat het niet deed. Toen ik de automaat open deed zag ik dat er helemaal geen geld door hem was ingegooid. Ik vertelde de man dat hij zich netjes dient te gedragen en verzocht hem af te rekenen, maar de man wilde de zaak uitlopen zonder te betalen. Ik heb toen de deur dichtgedaan en de man de kans gegeven om te betalen of anders zou ik de politie bellen. Toen begon de man te schelden en hij bedreigde mij met de woorden: “Ik stomp je voor je bek waar de politie bij is”. De man had een agressieve blik en ik voelde me daarbij ook bedreigd door hem. [werkneemster] heeft toen 112 gebeld en de politie was redelijk snel ter plaatse. De man heeft zijn rekening van 15,50 euro nog niet betaald aan ons. Ik heb een kopie van de rekening aan een politieagent gegeven.

• het proces-verbaal van verhoor d.d. 31 maart 2008 van getuige [werkneemster], - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

Ik was gisteravond aan het werk toen een klant meldde dat de sigarettenautomaat het niet deed. Hij vertelde dat hij er 5 euro ingegooid had en dat er geen sigaretten uit kwamen. Op dat moment kwam mijn baas [slachtoffer 1] de zaak inlopen en vroeg wat er aan de hand was. Ik legde hem uit dat de man zojuist 5 euro van mij had gehad. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] aan de man de 5 euro terug vroeg. De man werd boos en zei dat hij geen geld meer had omdat hij deze in de automaat had gedaan. Ik zag dat [slachtoffer 1] naar de automaat liep en hoorde hem zeggen dat er geen geld in was gedaan.

• een schriftelijk stuk, te weten een rekening van [café 1] te Haarlem d.d. 30 maart 2008 - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

1 vaas, 1 oude k, 1 ossew en 1 x 5,-- euro (sigaretten). Het totaalbedrag komt op 15,50 euro.

• het proces-verbaal van aangifte d.d. 31 maart 2008 door [slachtoffer 2] - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

Ik ben werkzaam als barmedewerker in café [café 2] te Haarlem. In de nacht van zondag op maandag 30/ 31 maart 2008 was ik aan het werk. Omstreeks 00.30 uur kwam er een man het café binnen. De man bestelde een biertje bij mij. Op een gegeven moment zag ik dat de man naar het sigaretten apparaat liep. Even later kwam de man weer naar mij toe lopen. Hij zei tegen mij dat hij inmiddels acht euro in de automaat had gedaan maar dat er geen sigaretten uit kwamen. De man wilde de acht euro terug. Ik ben toen naar de automaat toegelopen en zag dat deze het inderdaad niet deed. Ik vond dit vreemd omdat het apparaat het tien minuten eerder wel deed. Ik heb de man toen acht euro gegeven. Niet veel later zei de man tegen mij dat hij bij de buren sigaretten ging halen. De man had nog een half biertje staan. De man is weggegaan zonder zijn biertje te betalen. Ik heb nogmaals naar het sigarettenapparaat gekeken en kwam erachter dat de automaat gemanipuleerd was. In de geldgleuf trof ik een stukje van een bierviltje en een muntje aan. Ondertussen was er al een tijdje voorbij gegaan en was de man nog steeds niet terug. Er is verder niemand anders geweest die bij de sigarettenautomaat is geweest. Ik kan de man als volgt omschrijven:

[signalement]

De man heeft zijn bier niet betaald en heeft 8 euro van mij gekregen, zodat de schuld die hij heeft in totaal 12 euro bedraagt.

• proces-verbaal van aanhouding van verdachte d.d. 31 maart 2008 van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende het navolgende:

Op maandag 31 maart 2008 omstreeks 01,23 kregen wij opdracht te gaan naar café [café 1] te Haarlem. Aldaar zou een lastige klant zitten, die niet wenste te betalen en weg wilde lopen. Omstreeks 01.28 uur kwamen wij ter plaatse. Daar werden wij aangesproken door de eigenaar van het café, de heer [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] wees op een man die aan de bar zat. Wij hebben vervolgens de man aangehouden.

• proces-verbaal bevindingen d.d. 31 maart 2008 van verbalisant [verbalisant 2] - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende het navolgende:

Ik heb nadat verdachte [verdachte] tijdens de overbrenging naar het politiebureau had meegedeeld dat hij de eigenaar van het café had bedreigd, op 31 maart 2008 telefonisch contact opgenomen met eigenaar [slachtoffer 1]. Tijdens dit gesprek deelde [slachtoffer 1] mee dat er in de muntgleuf van de sigarettenautomaat delen van een Heineken bierviltje zijn gestopt.

Tijdens de insluitingfouillering werd door mij muntgeld op verdachte aangetroffen, te weten 5 munten van één euro. Tevens zag ik dat verdachte diverse in stukjes gescheurde Heineken bierviltjes op zak had.

• het is de rechtbank ambtshalve bekend dat café [café 2] zich bevindt op zeer korte loopafstand van [café 1] in het centrum van Haarlem.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1: bedreiging met zware mishandeling.

feit 2 subsidiair: oplichting, meermalen gepleegd.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sanctie en van overige beslissingen

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en onder 2 subsidiair tenlastegelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden opgelegd een voorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van 2 jaren met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde verplicht contact met reclassering Nederland, ook als dit inhoudt dat verdachte wordt geplaatst bij Exodus of een soortgelijke instantie en dat hij een behandeling ondergaat bij de Brijder Verslavingszorg of een soortgelijke instantie.

6.2 Maatregel

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Brijder verslavingsreclassering arrondissement Haarlem uitgebrachte rapport van 11 juli 2007 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling van een café-eigenaar. Dit is een ernstig feit dat de gevoelens van veiligheid van het slachtoffer en eventuele omstanders aantast.

Voorts heeft verdachte bij twee cafés gegeten, gedronken en geld geleend zonder na afloop de rekening te betalen en heeft hij in één van de cafés de barmedewerker door manipulatie van de sigarettenautomaat bewogen tot afgifte van geld. Dit zijn ergerlijke feiten die financiële schade en overlast voor de gedupeerden veroorzaken.

Verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

Blijkens het uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 1 april 2008 is verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de thans bewezen verklaarde feiten, tenminste drie maal wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf. De thans bewezen verklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. De reeks door verdachte gepleegde feiten veroorzaken grote overlast voor de samenleving en brengen schade toe aan de direct getroffenen. Gelet hierop, alsmede op de vele eerdere veroordelingen en de persoon van de verdachte, zoals beschreven in de hiervoor genoemde rapportage van de Brijder Verslavingszorg, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan.

De voorlichtingsrapportage van de Brijder verslavingszorg houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:

Verdachte is een bijna 41-jarige man die al jaren dakloos is en regelmatig gedetineerd zit vanwege verschillende delicten, zoals diefstal, inbraak, oplichting en flessentrekkerij. Er is een beeld ontstaan van een man met een beperkte vorm van zelfinzicht die wellicht meer dan hij zelf beseft afhankelijk is van alcohol en verdovende middelen. Verdachte heeft gezegd de huidige delicten te hebben gepleegd onder invloed van alcohol. De kans op recidive is aanzienlijk omdat verdachtes levensstijl verweven lijkt te zijn met middelengebruik en criminaliteit, waardoor er tevens problemen ontstaan op andere leefgebieden zoals huisvesting en financiën. Verdachte heeft nimmer een verplicht reclasseringscontact opgelegd gekregen. Door de jaren heen is aan hem enkele keren, op vrijwillige basis, trajectbegeleiding aangeboden met als doel hem geplaatst te krijgen in een opvangvoorziening, waaronder plaatsing bij Triple Ex, een klinisch afkickcentrum bij Parnassia in Den Haag. Dit is toen niet gelukt, omdat verdachte afhaakte.

De reclassering is van mening dat verdachte het meeste baat heeft bij trajectbegeleiding vanuit Exodus of een soortgelijke instantie waar hij geholpen wordt weer vorm aan zijn leven te geven op het gebied van huisvesting, werk en financiën. Daarnaast is behandeling vanuit de Brijder Verslavingszorg of een soortgelijke instantie noodzakelijk om het middelengebruik onder controle te krijgen. Een toezicht vanuit de Brijder reclassering zal dienen om dit plan van aanpak in goede banen te leiden. Urinecontroles maken verplicht deel uit van dit traject. Tijdens het gesprek met verdachte komt naar voren dat hij gemotiveerd is voor trajectbegeleiding.

Geadviseerd wordt oplegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact, ook als dit mocht inhouden dat verdachte wordt geplaatst bij Exodus of een soortgelijke instantie en dat hij een behandeling ondergaat bij de Brijder Verslavingszorg of een soortgelijke instantie.

Verdachte heeft aangegeven dat hij gemotiveerd is om mee te werken aan trajectbegeleiding via Exodus of een soortgelijk traject en dat hij bereid is zich te houden aan de aanwijzingen en richtlijnen die hem door de reclassering worden opgelegd.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om, conform de eis, verdachte de ISD-maatregel in voorwaardelijke vorm op te leggen. De voorwaardelijke ISD-maatregel strekt ertoe verdachte in te scherpen dat hij zélf aan zijn toekomst dient te werken en daarbij hulp van anderen - waaronder de reclassering - dient te aanvaarden teneinde recidive van het plegen van strafbare feiten - en dus een eventuele tenuitvoerlegging van de op te leggen voorwaardelijke ISD-maatregel - te voorkomen. Zij zal daarbij na te melden bijzondere voorwaarde opleggen.

Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank een voorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van twee jaar opleggen.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

38m, 38n, 38p, 57, 285 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat verdachte onder feit 2 primair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van TWEE (2) JAREN met bevel dat deze maatregel niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of zich niet heeft gehouden aan de volgende bijzondere voorwaarde.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Brijder verslavingsreclassering, zolang deze instelling dat nodig acht, ook indien dat inhoudt dat verdachte geplaatst wordt bij en meewerkt aan Exodus of een soortgelijke instantie en/of zich laat behandelen bij de Brijder verslavingszorg of een soortgelijke instantie.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis en beveelt de onmiddellijke invrijheidsstelling van verdachte.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.E. Fortuin, voorzitter,

mr. E.L. Grosheide en mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 juli 2008.

Mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.