Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD8449

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
24-07-2008
Datum publicatie
24-07-2008
Zaaknummer
15/741027-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Webcam; hacken; art. 246 Sr; uitleg van het begrip 'dwingen tot ontuchtige handelingen' . De door verdachte gebruikte methode, inhoudende dat hij heimelijk, via de webcam van door hem gehackte computers, meisjes die zich ontkleedden kon bespieden, is een techniek die ten tijde van de totstandkoming van artikel 246 Sr. onbekend was. De rechtbank is van oordeel dat de rechter bij de uitleg van strafbepalingen die strekken tot bescherming van bepaalde rechten dient in te spelen op nieuwe technische mogelijkheden, één en ander voor zover dat past binnen de ratio en de taalkundige grenzen van de betreffende bepaling. De ratio van zedendelicten in het algemeen is de bescherming van de seksuele integriteit van personen. Artikel 246 Sr. ziet in het bijzonder op die aantastingen van het recht op seksuele zelfbeschikking die het gevolg zijn van door de dader uitgeoefende dwang. Bij het vaststellen of sprake is van de in dit artikel bedoelde dwang is essentieel of iemand seksuele handelingen heeft gepleegd of geduld die zij, in concreto, niet vrijwillig gepleegd of geduld zou hebben. In de rechtspraak is uitgemaakt dat dwang in de zin van artikel 246 Sr. ook omvat die situaties waarin de dader door onverhoeds handelen weet te voorkomen dat het slachtoffer zich verzet (zie bijvoorbeeld HR 16 november 2004, LJN AR 3040). De rechtbank is van oordeel dat ook sprake is van dwang indien de dader door heimelijk handelen weet te voorkomen dat het slachtoffer zich kan verzetten en hij zo zijn doel - in dit geval: meisjes zich voor hem zichtbaar te laten ontkleden - weet te bereiken. De omstandigheid dat de slachtoffers, onbewust van de webcamgluurder en kennelijk veronderstellend dat zij alleen in hun slaapkamer waren, zich vrij voelden om zich te ontkleden en (half)naakt rond te lopen, doet hieraan niet af. Aangenomen moet immers worden - en uit de verklaringen van de slachtoffers die met de heimelijk opgenomen beelden zijn geconfronteerd, volgt dat ook - dat zij dit niet zouden hebben gedaan als zij hadden geweten dat zij via de webcam door verdachte geobserveerd werden. Hiermee staat vast dat het uitkleden door de slachtoffers, in relatie tot verdachte, tegen hun wil geschiedde. Naar het oordeel van de rechtbank staat daarmee vast dat het uitkleden, in relatie tot verdachte, moet worden beschouwd als een afgedwongen ontuchtige handeling in de zin van artikel 246 Sr. De rechtbank concludeert dan ook dat het heimelijk aanzetten van de webcam van de slachtoffers en het vervolgens observeren van hen terwijl zij zich, geheel onwetend dat zij begluurd worden, uitkleden en geheel of gedeeltelijk naakt zijn, een aantasting is van het recht op seksuele zelfbeschikking waar artikel 246 Sr. op ziet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/741027-07

Uitspraakdatum: 24 juli 2008

Tegenspraak

Verkort strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 juli 2008 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] (Sri Lanka),

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Midden Holland, Huis van Bewaring Haarlem, te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van juni 2004 tot en met 21 november 2007 te Culemborg en/of Purmerend en/of IJselstein en/of Rotterdam en/of Nootdorp (gemeente Pijnacker-Nootdorp) en/of Nijmegen, in elk geval op een of meer plaats(en) in Nederland, al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en), telkens door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] (hierna: het/de slachtoffer(s))

(telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het door het/de slachtoffer(s)

- geposeerde houdingen met de nadruk op het geslachtsdeel en/of de borsten aannemen en/of

- zichzelf (volledig) uitkleden en/of strippen en/of

- over de borsten en/of de vagina wrijven en/of strelen en/of

- zichzelf bevredigen en/of

- een vinger(s) en/of een pen in de vagina brengen

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), deze handelingen via de webcam en/of zijn computer kon zien en/of kon opslaan op de computer

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit

het heimelijk aanzetten van de gehackte computer(s) van (een van) de slachtoffers terwijl zij via de webcam zichtbaar waren terwijl zij zich geheel of gedeeltelijk ontkleedden en/of

via de "gehackte" computer heimelijk opnames maken van sessies met MSN en/of een chatprogamma van twee andere partijen en deze opnames opslaan en/of

laten zien wie er de macht had door de MSN van het/de slachtoffer(s) over te nemen en/of

te dreigen om geheimen bekend te maken (bijvoorbeeld dat zij vreemd was gegaan) aan de MSN contactpersonen en/of (de) vriend(en) van het/de slachtoffer(s) en/of

dreigen om afbeeldingen en/of filmpjes waar het/de slachtoffers(s) (gedeeltelijk) naakt op staan aan de MSN contactpersonen en/of vrienden van het/de slachtoffer(s) te zenden en/of op het internet te plaatsen en/of

dreigen virussen op de computer van het/de slachtoffer(s) te zetten;

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van juni 2004 tot en met 21 november 2007 te Culemborg en/of Purmerend en/of IJselstein en/of Rotterdam en/of Nootdorp (gemeente Pijnacker-Nootdorp) en/of Nijmegen, in elk geval op een of meer plaats(en) in Nederland, al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en), met (een) perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 1] (geboren op 15 mei 1993), en/of [slachtoffer 2] (geboren op 11 november 1990), en/of [slachtoffer 3] (geboren op 8 maart 1991), en/of [slachtoffer 4] (geboren op 21 juli 1992), en/of [slachtoffer 5] (geboren op 25 september 1991), en/of [slachtoffer 6] (geboren op 13 september 1991) en/of [slachtoffer 7] (geboren op 8 mei 1992) en/of [slachtoffer 8] (geboren op 8 oktober 1991) en/of [slachtoffer 9] (geboren op 26 december 1991) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het door het/de slachtoffer(s):

- geposeerde houdingen met de nadruk op het geslachtsdeel en/of de borsten aannemen en/of

- zichzelf (volledig) uitkleden en/of strippen en/of

- over de borsten en/of de vagina wrijven en/of strelen en/of

- zichzelf bevredigen en/of

- een vinger(s) en/of een pen in de vagina brengen

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), deze handeIingen via de webcam en/of zijn computer kon zien en/of kon opslaan op de computer;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van juni 2004 tot en met 21 november 2007 te Culemborg en/of Purmerend en/of lJsselstein en/of Rotterdam en/of Nootdorp en/of Utrecht en/of Nijmegen, in elk geval op een of meer plaats(en) in Nederland, een gewoonte heeft gemaakt van het, al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en), verspreiden en/of vervaardigen en/of invoeren en/of uitvoeren en/of in bezit hebben van een of meer computer(s) en/of harddisk(s) van een computer en/of cd-rom('s) en/of dvd('s) en/of bestanden, bevattende een of meer (gedigitaliseerde) afbeelding(en)/foto(‘s) en/of film(s) bevattende een (zeer) groot aantal afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, (telkens) (onder meer)

- zich (volledig) heeft uitgekleed (gestript) en/of

- geposeerde houdingen de de nadruk op het geslachtsdeel en/of de borsten heeft aangenomen en/of

- de vinger(s) en/of een pen, althans een voorwerp, in de vagina heeft geduwd en/of

- de borsten en/of de vagina heeft gestreeld en/of gewreven,

(films en/of foto's van onder meer: [slachtoffer 1] (geboren op 15 mei 1993), en/of [slachtoffer 2] op(geboren op 11 november 1990), en/of [slachtoffer 3] (geboren op 8 maart 1991), en/of [slachtoffer 4] (geboren op 21 juli 1992), en/of [slachtoffer 5] (geboren op 25 september 1991), en/of [slachtoffer 10] (geboren op 27 maart 1990), en/of [slachtoffer 6] (geboren op 13 september 1991) en/of [slachtoffer 7] (geboren op 8 mei 1992) en/of [slachtoffer 8] (geboren op 8 oktober 1991)), een selectie van de aangetroffen afbeeldingen/films kan alsvolgt omschreven worden:

- In de map “[slachtoffer 5]” bevind zich een submap genaamd “Nieuwe map”. Deze map bevat 37 afbeeldingen van [slachtoffer 5]. Op ongeveer 30 afbeeldingen zijn de borsten, vagina en billen zichtbaar. Door de camera opstelling worden de vagina/borsten nadrukkelijk in beeld gebracht. Op sommige afbeeldingen is een stukje draad zichtbaar wat uit de vagina komt. Betreft vermoedelijk een draadje behorende bij een ingebrachte tampon.

- In de map [slachtoffer 4] bevind zich in de submap “[slachtoffer 4] 40f534f6”. Deze map bevat naast diverse submappen 22 afbeeldingen. Op deze afbeeldingen worden zowel borsten/billen als vagina afgebeeld van [slachtoffer 4]. De afbeeldingen bevatten hoofdzakelijk afbeeldingen van de vagina. De afbeeldingen zijn van dichtbij gemaakt waardoor de nadruk op de is gelegen. Omdat er nagenoeg geen beharing aanwezig de vagina duidelijk zichtbaar.

- In het bestand [slachtoffer 3] bevind zich een submap “Naakt”. Deze map bevat 18 afbeeldingen van [slachtoffer 3]. Op de afbeeldingen is zichtbaar dat [slachtoffer 3] poseert in ondergoed (bh en slip), alleen in slip en naakt. De afbeeldingen waarop zij in bh/slip en in slip zijn door hun aard erotisch gericht. Op de 3 afbeeldingen waar zij naakt op poseert ligt zij ruggelings op een bed met haar benen enigszins en wijd gespreid. Tevens heeft zij haar hand bij haar vagina en een vinger tussen haar schaamlippen.

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van juni 2004 tot en met 21 november 2007 te Culemborg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een of meer geautomatiseerd werken voor de opslag of verwerking van gegevens, te weten honderden, althans één of meer, computers, of in een deel daarvan, is binnen gedrongen,

waarbij hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) de beveiliging heeft doorbroken, in elk geval de toegang heeft verworven door een technische ingreep, met behulp van valse signalen en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, namelijk (telkens) door (gebruikmakend van één of meer kwetsbaarhe(i)d(en) in het besturingssysteem van Windows,) een of meer (versies van (een)) virus(sen) (een zogenaamd trojan-horse(s)), (onder meer) bekend onder de naam Bifrost en/of Poison Yvi, te (doen) verspreiden en/of te (doen) installeren

waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) gegevens, die waren opgeslagen, werden verwerkt of werden overgedragen door middel van dat/die geautomatiseerd(e) werk(en) waarin verdachte en/of zijn mededaders(s) zich (telkens) wederrechtelijk bevonden, voor zichzelf of een ander heeft overgenomen, afgetapt of opgenomen;

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van van juni 2004 tot en met 21 november 2007 te Culemborg, in elk geval in Nederland, (telkens) één of meer afbeeldingen) en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende één of meer afbeeldin(gen) van (een) seksuele gedraging(en), bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken en/of schijnbaar was betrokken, heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad, te weten (onder meer):

- Een film waarop een naakt, Aziatisch meisje in de leeftijd 10- 12 jaar oud te zien is die op haar rug op een bed ligt. Het meisje wordt rondom gefilmd. In een volgend beeld ligt het meisje op haar rug op een man op het bed. Tussen haar benen, bij haar vagina, is een stijve penis te zien. Een mannenhand wrijft over de penis. Er wordt vanuit diverse oogpunten gefilmd. De man wrijft ook over de vagina van het meisje. In een volgend beeld ligt het meisje weer alleen op het bed. Wederom loopt de gene met de camera om het meisje heen. Er wordt ingezoomd op haar billen. Vervolgens wordt er weer gefilmd terwijl het meisje op de buik van de man ligt met de penis bij haar vagina.

- Een afbeelding van een naakt meisje in de leeftijd 8-11 jaar oud. Het meisje ligt op een bed en steunt op haar onderarmen. Haar benen zijn gespreid. De camera is tussen haar benen opgesteld waardoor de nadruk van de foto op de vagina van het meisje gelegd wordt.

- Een afbeelding uit een serie van 58 kinderpornografische afbeeldingen van een 8-11 jaar oud Aziatische meisje. Op deze afbeelding zit het naakte meisje voor een naakte man. Het meisje heeft de stijve penis van de man in haar mond. De man houdt het meisje met zijn hand bij het achterhoofd van het meisje vast.

- Andere afbeelding van bovengenoemde 8- 11 jaar oude Aziatische meisje. Op deze afbeelding staat het meisje naakt in een kamertje. Met haar rechterbeen steunt zij op een meubelstuk. Door de pose van het meisje wordt de nadruk op haar vagina gelegd.

- Een afbeelding uit een serie van drie kinderpornografische afbeeldingen van naakte meisjes in de leeftijd 8- 13 jaar oud. Op deze afbeelding ligt het oudste meisje in de leeftijd 10-13 jaar oud, op haar rug op een bed. Haar linkerbeen heeft zij iets opgetrokken. De foto is boven het meisje genomen. Naast dit meisje ligt het jongere meisje waarvan op deze foto slechts het gezicht te zien is.

- Een afbeeling uit een serie foto’s gemaakt van een meisje in de leeftijd 10-13 jaar oud. Op deze afbeelding van het meisje ligt zij op de grond in een decor. Zij draagt rode laarzen met hoge hakken en een dun geel hesje dat haar borsten bedekt. Haar rechterbeen houdt het meisje achter haar hoofd. Haar vagina is door de pose van het meisje en de stand van de camera nadrukkelijk in beeld.

- Een afbeelding uit een serie van 220 afbeeldingen van 3 meisjes. Op deze afbeelding zitten 3 naakte meisjes in de leeftijd 9-13 jaar oud op een bankje. Hun gezichten zijn beschilderd. Een van de meisjes draagt leren lappen van haar knieën tot haar voeten. Het middelste meisje zit met haar benen over de benen van de meisjes naast haar. Hierdoor zijn haar benen gespreid en ligt de nadruk van de foto op haar vagina.

- Een afbeelding uit een serie van 108 afbeeldingen van 3 naakte meisjes in de leeftijd 8-11 jaar oud. Op deze afbeelding ligt een naakt meisje op de grond. Haar benen worden omhoog gehouden door een meisje dat wijdbeens boven haar staat. Op een bank achter deze twee meisjes ligt nog een meisje. Dit meisje kijkt met haar hoofd tussen de benen door van het staande meisje.

2. Voorvragen

2.1 Verweer ten aanzien van feit 1, eerste subfeit

Ten aanzien van het onder 1 als eerste subfeit tenlastegelegde feit (het dwingen tot ontuchtige handelingen) heeft de raadsvrouw van verdachte het volgende aangevoerd. Dat deel van de tenlastelegging dat de dwang verfeitelijkt, bevat verschillende onderdelen die alleen maar als het dwangmiddel ‘bedreiging met een feitelijkheid’ aangemerkt kunnen worden. Dit betreft de onderdelen: (a) het dreigen geheimen van het slachtoffer bekend te maken, (b) het dreigen afbeeldingen en/of filmpjes waar het slachtoffer (gedeeltelijk) naakt op staat aan de MSN contactpersonen van het slachtoffer te zenden of op het internet te plaatsen en (c) het dreigen virussen op de computer van het slachtoffer te zetten. Nu echter in het kwalificatieve deel van de tenlastelegging geen ‘bedreiging met feitelijkheden’ ten laste is gelegd, kan niet tot een bewezenverklaring van deze onderdelen worden gekomen, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank kan het verweer van de raadsvrouw niet anders opvatten dan dat zij bedoelt een beroep te doen op partiële nietigheid van de dagvaarding. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. De door de raadsvrouw bedoelde onderdelen van de tenlastelegging dienen strikt genomen inderdaad te worden aangemerkt als ‘bedreigingen met feitelijkheden’. Het openbaar ministerie heeft nagelaten dit expliciet te vermelden in het kwalificatieve gedeelte van de tenlastelegging. De rechtbank is echter van oordeel dat hier sprake is van een evidente omissie en zal de dagvaarding in dit opzicht verbeterd lezen.

2.2 Verdere beoordeling van de voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding ook voor het overige geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur drie jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van tien jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht;

- onttrekking aan het verkeer van de onder nummers 6, 9, 14, 16 en 17 weergegeven voorwerpen op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen;

- retournering aan verdachte van de onder nummers 7, 8, 10, 12, 13 en 15 weergegeven voorwerpen op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] tot een bedrag van € 1.000,- en voor het overige niet-ontvankelijik verklaring van de vordering, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

4. Oordeel van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

4.1 Bewijstoelichting

4.1.1 Toelichting bij feit 1, eerste subfeit (dwingen tot ontuchtige handelingen)

Onder feit 1, eerste subfeit, is verdachte ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het misdrijf ‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid’, strafbaar gesteld in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr.). Dit artikel bepaalt, kort gezegd, dat het strafbaar is een ander te dwingen tot ontuchtige handelingen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte alle bij feit 1, subfeit 1, met name genoemde slachtoffers ([slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6], [slachtoffer 7], [slachtoffer 8], [slachtoffer 9]) heeft gedwongen tot ontuchtige handelingen. De rechtbank heeft hiertoe het volgende overwogen.

(i) Gevallen waarin de slachtoffers bewust als gevolg van op hen uitgeoefende dwang ontuchtige handelingen hebben gepleegd

Verdachte heeft bij het merendeel van de slachtoffers de volgende werkwijze gebruikt. Verdachte hackte de computer van zijn slachtoffer. Hierdoor kon hij niet alleen ‘live’ meekijken met datgene wat het slachtoffer via de MSN of email met anderen besprak en wat zij voor de webcam deed, maar kon hij tevens ongemerkt foto’s, filmpjes en chatgesprekken die in de gehackte computer waren opgeslagen, downloaden naar en opslaan op zijn eigen computer. Daarnaast kon verdachte vanaf zijn eigen computer de webcam van de gehackte computer aanzetten, waardoor hij kon meekijken hoe het slachtoffer, dat zich onbespied waande, zich in de ruimte waar de webcam zich bevond (veelal haar slaapkamer) uitkleedde en aldaar (half)naakt rondliep.

De gegevens die verdachte op de hiervoor beschreven wijze verkreeg, gebruikte hij vervolgens om zijn slachtoffers te chanteren. Hij dreigde afbeeldingen of filmpjes waarop het slachtoffer geheel of gedeeltelijk naakt te zien was, op internet te plaatsen of aan de MSN-contacten van het slachtoffer toe te sturen danwel geheimen van het slachtoffer (bijvoorbeeld dat zij vreemd zou zijn gegaan) aan derden te openbaren. De slachtoffers konden dit alleen voorkomen door in opdracht van verdachte seksuele handelingen te verrichten, met name voor de webcam. Verdachte zette deze dreigingen kracht bij door de MSN-account van het slachtoffer over te nemen. Doordat hij de controle over de MSN-account had, kon hij contact opnemen met de MSN-contacten van het slachtoffer en een naaktafbeelding van haar op de ‘display’ bij haar MSN-account zetten. Verdachte gebruikte dit overnemen van de MSN-account om, in zijn eigen woorden, ‘te laten zien dat hij de macht had’.

Een aantal van de met name genoemde slachtoffers heeft, uit angst dat verdachte zijn dreigementen zou uitvoeren, ook daadwerkelijk aan verdachtes eisen toegegeven. Zij hebben zich in opdracht van verdachte voor de webcam ontkleed en seksuele handelingen verricht. Het onder dwang ontkleden en verrichten van seksuele handelingen voor de webcam op de wijze als hiervoor omschreven, valt onder het ‘dwingen tot ontuchtige handelingen’ als bedoeld in artikel 246 Sr. Het begrip ‘ontuchtige handeling’ als bedoeld in dit artikel vereist immers niet dat sprake is van contact in de zin van lichamelijke aanraking.

Met betrekking tot één van deze slachtoffers, [slachtoffer 2], overweegt de rechtbank nog het volgende. De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat het enkele ontbloten van de borsten geen ontuchtige handeling zou opleveren. De rechtbank oordeelt anders. Om een handeling te kunnen aanmerken als ‘ontuchtig’ in de zin van artikel 246 Sr. is ingevolge de wetsgeschiedenis vereist dat het een handeling van seksuele aard betreft die in strijd is met de sociaal-ethische norm. Het ontuchtige karakter van een seksuele handeling - bijvoorbeeld het ontkleden - is niet in de handeling zelf gelegen, maar vloeit voort uit de begeleidende omstandigheid dat deze onder dwang heeft plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt dat het ontbloten van de borsten door het slachtoffer [slachtoffer 2], in de context waarin dit geschiedde, een seksuele handeling was die onder dwang plaatsvond. Daarmee staat vast dat het een ontuchtige handeling is als bedoeld in artikel 246 Sr. De raadsvrouw heeft tevens aangevoerd dat als de rechtbank zou oordelen dat het wel een ontuchtige handeling betreft, dit niet kan worden gezien als een ‘geposeerde houding met de nadruk op de borsten’ zoals in de tenlastelegging omschreven. Voor wat betreft dit punt overweegt de rechtbank dat het ontbloten van de borsten in ieder geval valt onder de ontuchtige handeling die in de tenlastelegging is omschreven als ‘zichzelf uitkleden en/of strippen’.

(ii) Gevallen waarin de slachtoffers heimelijk via de webcam zijn geobserveerd terwijl zij zich uitkleedden

Bij een aantal van de bij feit 1, eerste subfeit, genoemde slachtoffers kan niet bewezen worden verklaard dat zij, uit angst voor verdachtes dreigementen, ook daadwerkelijk ontuchtige handelingen voor hem hebben verricht. De rechtbank acht bij deze slachtoffers echter wel bewezen dat verdachte hen via hun webcam, die hij vanaf zijn eigen computer kon inschakelen, heeft geobserveerd terwijl zij zich uitkleedden en geheel of gedeeltelijk naakt waren, zonder dat zij dit wisten.

De vraag is of het heimelijk aanzetten van de webcam van een gehackte computer en het vervolgens via die webcam bespieden van meisjes die zich, totaal onbewust van het feit dat zij in de besloten sfeer van hun slaapkamer of andere privé-ruimte van de woning worden geobserveerd, uitkleden en voor de ‘webcam-indringer’ naakt of halfnaakt te zien zijn, op zichzelf genomen is aan te merken als feitelijke aanranding van de eerbaarheid als bedoeld in artikel 246 Sr.

De rechtbank is van oordeel dat deze vraag bevestigend dient te worden beantwoord en overweegt daartoe het volgende.

De door verdachte gebruikte methode, inhoudende dat hij heimelijk, via de webcam, meisjes die zich ontkleedden kon bespieden, is een techniek die ten tijde van de totstandkoming van artikel 246 Sr. onbekend was. De rechtbank is van oordeel dat de rechter bij de uitleg van strafbepalingen die strekken tot bescherming van bepaalde rechten dient in te spelen op nieuwe technische mogelijkheden, één en ander voor zover dat past binnen de ratio en de taalkundige grenzen van de betreffende bepaling.

De ratio van strafbaarheid van zedendelicten in het algemeen is de bescherming van de seksuele integriteit van personen. Artikel 246 Sr. ziet in het bijzonder op die aantastingen van het recht op seksuele zelfbeschikking die het gevolg zijn van door de dader uitgeoefende dwang. Bij het vaststellen of sprake is van de in dit artikel bedoelde dwang is essentieel of iemand seksuele handelingen heeft gepleegd of geduld die zij, in concreto, niet vrijwillig gepleegd of geduld zou hebben.

In de rechtspraak is uitgemaakt dat dwang in de zin van artikel 246 Sr. ook omvat die situaties waarin de dader door onverhoeds handelen weet te voorkomen dat het slachtoffer zich verzet (zie bijvoorbeeld HR 16 november 2004, LJN AR 3040). De rechtbank is van oordeel dat ook sprake is van dwang indien de dader door heimelijk handelen weet te voorkomen dat het slachtoffer zich kan verzetten en hij zo zijn doel - in dit geval: meisjes zich voor hem zichtbaar te laten ontkleden - weet te bereiken. De omstandigheid dat de slachtoffers, onbewust van de webcamgluurder en kennelijk veronderstellend dat zij alleen in hun slaapkamer waren, zich vrij voelden om zich te ontkleden en (half)naakt rond te lopen, doet hieraan niet af. Aangenomen moet immers worden - en uit de verklaringen van de slachtoffers die met de heimelijk opgenomen beelden zijn geconfronteerd, volgt dat ook - dat zij dit niet zouden hebben gedaan als zij hadden geweten dat zij via de webcam door verdachte geobserveerd werden. Hiermee staat vast dat het uitkleden door de slachtoffers, in relatie tot verdachte, tegen hun wil geschiedde. Naar het oordeel van de rechtbank staat daarmee vast dat het uitkleden, in relatie tot verdachte, moet worden beschouwd als een afgedwongen ontuchtige handeling in de zin van artikel 246 Sr. De rechtbank concludeert dan ook dat het heimelijk aanzetten van de webcam van de slachtoffers en het vervolgens observeren van hen terwijl zij zich, geheel onwetend dat zij begluurd worden, uitkleden en geheel of gedeeltelijk naakt zijn, een aantasting is van het recht op seksuele zelfbeschikking waar artikel 246 Sr. op ziet.

4.1.2 Toelichting bij feit 2 (kinderporno)

Onder feit 2 is verdachte - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij afbeeldingen van de slachtoffers [slachtoffer 5], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] op zijn computer had, welke afbeeldingen aangemerkt moeten worden als kinderporno. De raadsvrouw van verdachte heeft met betrekking tot dit feit aangevoerd dat niet zou zijn voldaan aan het vereiste dat het hier afbeeldingen betreft van meisjes die ‘kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hadden bereikt’. Derhalve zou vrijspraak moeten volgen, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank verwerpt dit verweer op grond van het volgende. De desbetreffende foto’s zijn beschreven in het aanvullend proces-verbaal van 9 juli 2008, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant]. De verbalisant is gecertificeerd rechercheur van de Groep Zedenzaken van de politie Zaanstreek-Waterland. Deze verbalisant, die als deskundig wordt beschouwd op het gebied van kinderporno, heeft de afbeeldingen beoordeeld en komt tot de conclusie dat de slachtoffers [slachtoffer 5], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] op deze afbeeldingen, zo begrijpt de rechtbank het proces-verbaal, overkomen als meisjes van een leeftijd gelegen tussen de 12 en 16 jaar. Nu deze conclusie wordt ondersteund door het gegeven dat de werkelijke leeftijd van deze meisjes ten tijde van het maken van de afbeeldingen in ieder geval niet hoger was dan 15-16 jaar, ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de beoordeling van de deskundige van de zedenpolitie. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de meisjes op de afbeeldingen kennelijk jonger dan 18 jaar waren.

4.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat

1.

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 juni 2004 tot en met 21 november 2007 te Culemborg en Purmerend of IJsselstein of Rotterdam of Nootdorp (gemeente Pijnacker-Nootdorp) of Nijmegen, in elk geval op plaatsen in Nederland,

telkens door een feitelijkheid of feitelijkheden, of door bedreiging met een feitelijkheid of feitelijkheden,

[slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] of [slachtoffer 3] of [slachtoffer 4] of [slachtoffer 5] of [slachtoffer 6] of [slachtoffer 7] of [slachtoffer 8] of [slachtoffer 9] (hierna: de slachtoffers)

heeft gedwongen tot het plegen van een of meer ontuchtige handelingen,

bestaande die ontuchtige handeling(en) uit het door de slachtoffers

- geposeerde houdingen met de nadruk op het geslachtsdeel en/of de borsten aannemen en/of

- zichzelf (volledig) uitkleden of strippen en/of

- zich over de borsten of de vagina wrijven en/of strelen en/of

- zichzelf bevredigen en/of

- een vinger of een pen in de vagina brengen,

terwijl hij, verdachte, deze handelingen via de webcam en/of zijn computer kon zien en/of kon opslaan op de computer,

en bestaande die feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging(en) met feitelijkhe(i)d(en) uit

- het heimelijk aanzetten van (de webcam van) de gehackte computer van het slachtoffer terwijl zij via de webcam zichtbaar was en terwijl zij zich geheel of gedeeltelijk ontkleedde en/of

- het via de "gehackte" computer heimelijk opnames maken van sessies met MSN en/of een chatprogamma van twee andere partijen en deze opnames opslaan en/of

- het laten zien wie er de macht had door de MSN van het slachtoffer over te nemen en/of

- het dreigen geheimen bekend te maken (bijvoorbeeld dat het slachtoffer vreemd was gegaan) aan de vriend van het slachtoffer en/of

- het dreigen afbeeldingen en/of filmpjes het slachtoffer (gedeeltelijk) naakt op staat aan de MSN contactpersonen en/of vrienden van het slachtoffer te zenden en/of op het internet te plaatsen en/of

- het dreigen virussen op de computer van het slachtoffer te zetten;

en

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 juni 2004 tot en met 21 november 2007 te Culemborg en Purmerend of IJsselstein of Rotterdam of Nootdorp (gemeente Pijnacker-Nootdorp) of Nijmegen, in elk geval op plaatsen in Nederland, met personen genaamd [slachtoffer 1] (geboren op 15 mei 1993), en [slachtoffer 2] (geboren op 11 november 1990), en [slachtoffer 3] (geboren op 8 maart 1991), en [slachtoffer 4] (geboren op 21 juli 1992), en [slachtoffer 5] (geboren op 25 september 1991), en [slachtoffer 7] (geboren op 8 mei 1992) en [slachtoffer 8] (geboren op 8 oktober 1991) en [slachtoffer 9] (geboren op 26 december 1991), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het door de slachtoffers:

- geposeerde houdingen met de nadruk op het geslachtsdeel en/of de borsten aannemen en/of

- zichzelf (volledig) uitkleden en/of strippen en/of

- over de borsten en/of de vagina wrijven en/of strelen en/of

- zichzelf bevredigen en/of

- een vinger(s) en/of een pen in de vagina brengen

terwijl hij, verdachte, deze handeIingen via de webcam en/of zijn computer kon zien en/of kon opslaan op de computer;

2.

hij in de periode van 1 juni 2004 tot en met 21 november 2007 te Culemborg in bezit heeft gehad bestanden bevattende gedigitaliseerde afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, te weten

[slachtoffer 3] (geboren op 8 maart 1991), [slachtoffer 4] (geboren op 21 juli 1992) en [slachtoffer 5] (geboren op 25 september 1991),

waarbij een selectie van de aangetroffen afbeeldingen als volgt kan worden omschreven:

- In de map “[slachtoffer 5]” bevindt zich een submap genaamd “Nieuwe map”. Deze map bevat 37 afbeeldingen van [slachtoffer 5]. Op ongeveer 30 afbeeldingen zijn de borsten, vagina en billen zichtbaar. Door de camera opstelling worden de vagina/borsten nadrukkelijk in beeld gebracht. Op sommige afbeeldingen is een stukje draad zichtbaar dat uit de vagina komt. Betreft vermoedelijk een draadje behorende bij een ingebrachte tampon.

- In de map [slachtoffer 4] bevindt zich de submap “[slachtoffer 4] 40f534f6”. Deze map bevat naast diverse submappen 22 afbeeldingen. Op deze afbeeldingen worden zowel borsten/billen als vagina afgebeeld van [slachtoffer 4]. De afbeeldingen bevatten hoofdzakelijk afbeeldingen van de vagina. De afbeeldingen zijn van dichtbij gemaakt. Omdat er nagenoeg geen beharing aanwezig is, is de vagina duidelijk zichtbaar.

- In het bestand [slachtoffer 3] bevindt zich een submap “Naakt”. Deze map bevat 18 afbeeldingen van [slachtoffer 3]. Op de afbeeldingen is zichtbaar dat [slachtoffer 3] poseert in ondergoed (bh en slip), alleen in slip en naakt. De afbeeldingen waarop zij in bh/slip en alleen in slip poseert zijn door hun aard erotisch gericht. Op de 3 afbeeldingen waar zij naakt op poseert, ligt zij ruggelings op een bed met haar benen wijd gespreid. Tevens heeft zij haar hand bij haar vagina en een vinger tussen haar schaamlippen.

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2004 tot en met 21 november 2007 te Culemborg, telkens opzettelijk en wederrechtelijk in geautomatiseerde werken voor de opslag of verwerking van gegevens, te weten in honderden computers, is binnengedrongen, waarbij hij, verdachte, de toegang heeft verworven door een technische ingreep, namelijk telkens door gebruikmaking van één of meer kwetsbaarheden in het besturingssysteem van Windows, versies van virussen (zogenaamde ‘Trojan horses’) bekend onder de namen Bifrost en Poison Ivy heeft doen installeren, waarna hij, verdachte, telkens gegevens die waren opgeslagen, werden verwerkt of werden overgedragen door middel van die geautomatiseerde werken waarin verdachte zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf heeft overgenomen, afgetapt of opgenomen;

4.

hij in de periode van 1 juni 2004 tot en met 21 november 2007 te Culemborg, een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, in bezit heeft gehad, te weten (onder meer):

- Een film waarop een naakt, Aziatisch meisje in de leeftijd 10-12 jaar oud te zien is dat op haar rug op een bed ligt. Het meisje wordt rondom gefilmd. In een volgend beeld ligt het meisje op haar rug op een man op het bed. Tussen haar benen, bij haar vagina, is een stijve penis te zien. Een mannenhand wrijft over de penis. Er wordt vanuit diverse oogpunten gefilmd. De man wrijft ook over de vagina van het meisje. In een volgend beeld ligt het meisje weer alleen op het bed. Wederom loopt degene met de camera om het meisje heen. Er wordt ingezoomd op haar billen. Vervolgens wordt er weer gefilmd terwijl het meisje op de buik van de man ligt met de penis bij haar vagina.

- Een afbeelding van een naakt meisje in de leeftijd 8-11 jaar oud. Het meisje ligt op een bed en steunt op haar onderarmen. Haar benen zijn gespreid. De camera is tussen haar benen opgesteld waardoor de nadruk van de foto op de vagina van het meisje gelegd wordt.

- Een afbeelding uit een serie van 58 kinderpornografische afbeeldingen van een 8-11 jaar oud Aziatisch meisje. Op deze afbeelding zit het naakte meisje voor een naakte man. Het meisje heeft de stijve penis van de man in haar mond. De man houdt het meisje met zijn hand bij het achterhoofd van het meisje vast.

- Andere afbeelding van bovengenoemd 8-11 jaar oud Aziatisch meisje. Op deze afbeelding staat het meisje naakt in een kamertje. Met haar rechterbeen steunt zij op een meubelstuk. Door de pose van het meisje wordt de nadruk op haar vagina gelegd.

- Een afbeelding uit een serie van drie kinderpornografische afbeeldingen van naakte meisjes in de leeftijd 8-13 jaar oud. Op deze afbeelding ligt het oudste meisje in de leeftijd 10-13 jaar oud, op haar rug op een bed. Haar linkerbeen heeft zij iets opgetrokken. De foto is boven het meisje genomen. Naast dit meisje ligt het jongere meisje waarvan op deze foto slechts het gezicht te zien is.

- Een afbeelding uit een serie foto’s gemaakt van een meisje in de leeftijd 10-13 jaar oud. Op deze afbeelding van het meisje ligt zij op de grond in een decor. Zij draagt rode laarzen met hoge hakken en een dun geel hesje dat haar borsten bedekt. Haar rechterbeen houdt het meisje achter haar hoofd. Haar vagina is door de pose van het meisje en de stand van de camera nadrukkelijk in beeld.

- Een afbeelding uit een serie van 220 afbeeldingen van 3 meisjes. Op deze afbeelding zitten 3 naakte meisjes in de leeftijd 9-13 jaar oud op een bankje. Hun gezichten zijn beschilderd. Een van de meisjes draagt leren lappen van haar knieën tot haar voeten. Het middelste meisje zit met haar benen over de benen van de meisjes naast haar. Hierdoor zijn haar benen gespreid en ligt de nadruk van de foto op haar vagina.

- Een afbeelding uit een serie van 108 afbeeldingen van 3 naakte meisjes in de leeftijd 8-11 jaar oud. Op deze afbeelding ligt een naakt meisje op de grond. Haar benen worden omhoog gehouden door een meisje dat wijdbeens boven haar staat. Op een bank achter deze twee meisjes ligt nog een meisje. Dit meisje kijkt met haar hoofd tussen de benen door van het staande meisje.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd,

alsmede

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

feit 2:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand is betrokken die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

feit 3:

computervredebreuk, meermalen gepleegd;

feit 4:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand is betrokken die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie en van de overige beslissingen

7.1 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het volgende.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer tweeëneenhalf jaar schuldig gemaakt aan het hacken van computers. Hij heeft verklaard dat hij in zo’n 200 computers heeft ingebroken. Verdachte hackte voornamelijk computers van jonge meisjes met wie hij via chat-sites in contact kwam. Bij deze contacten gebruikte hij veelal niet zijn eigen naam. Bovendien gebruikte hij een foto van een andere jongen (naar eigen zeggen ‘het soort jongen dat meisjes leuk vinden) en deed alsof hij die jongen was. Verdachte hackte de computers van de meisjes door hen een link te sturen, en hen te vragen deze link te openen. Door op de link te klikken, haalden de meisjes zonder het te weten een virus binnen waarmee verdachte toegang kreeg tot hun computer. Door deze methode kon verdachte de beveiliging van de computers omzeilen.

Verdachte heeft in de gehackte computers meegekeken met datgene wat de meisjes via de MSN of email met anderen bespraken en wat zij voor de webcam deden. Tevens heeft hij uit de gehackte computers bestanden, bevattende onder andere foto’s, filmpjes en door de meisjes gevoerde chatgesprekken, gedownload en opgeslagen in zijn eigen computer. Daarnaast heeft verdachte vanaf zijn eigen computer de webcam van verschillende gehackte computers aangezet zonder dat de slachtoffers dit merkten. Zo kon verdachte meekijken hoe de meisjes, die zich onbespied waanden, zich uitkleedden in de ruimte waar de webcam zich bevond (veelal de slaapkamer) en daar geheel of gedeeltelijk naakt waren. Deze heimelijk opgenomen webcambeelden heeft verdachte eveneens opgeslagen in zijn eigen computer. In de computer van verdachte zijn meer dan honderd mappen aangetroffen met meisjesnamen. Deze mappen bleken aanzienlijke hoeveelheden zorgvuldig georganiseerde persoonlijke informatie en afbeeldingen van meisjes te bevatten, die verdachte voor een groot deel door het hacken van hun computers moet hebben verkregen.

Uit de groep meisjes van wie hij de computers had gehackt, selecteerde verdachte meisjes bij wie hij verder ging. Hij chanteerde deze meisjes door te dreigen afbeeldingen of filmpjes waarop zij geheel of gedeeltelijk naakt te zien waren - en die in sommige gevallen waren verkregen door heimelijk opnamen te maken via de webcam van de slachtoffers - op internet te plaatsen of aan de MSN-contacten van de slachtoffers te sturen. Ook dreigde hij bij één van de slachtoffers geheimen, waar hij door het hacken van haar computer achter was gekomen (te weten dat zij haar vriend ontrouw zou zijn geweest) aan derden te openbaren. De slachtoffers zouden dit alleen kunnen voorkomen door in opdracht van verdachte seksuele handelingen te verrichten, veelal voor de webcam. Verdachte zette zijn dreigementen kracht bij door de MSN-account van de slachtoffers over te nemen. Doordat verdachte toegang had tot de computers van de slachtoffers, kon hij het wachtwoord van deze accounts achterhalen en dit wijzigen, zodat de slachtoffers hun MSN-account niet meer konden gebruiken. Doordat verdachte controle had over de MSN-accounts van zijn slachtoffers, kon hij contact opnemen met hun MSN-contacten en een naaktafbeelding van de slachtoffers op de ‘display’ bij hun account zetten. Verdachte gebruikte dit overnemen van de MSN-account om - in zijn eigen woorden - aan het slachtoffer ‘te laten zien dat hij de macht had’.

Verschillende van de aldus bedreigde meisjes voelden zich zodanig onder druk gezet dat zij aan de eisen van verdachte tegemoet kwamen. De rechtbank acht bewezen dat verdachte een aantal jonge meisjes op deze wijze heeft gedwongen om voor hem, veelal voor de webcam, geheel of gedeeltelijk te strippen en andere seksuele handelingen te verrichten.

Daarnaast zijn op verdachtes computer afbeeldingen aangetroffen die als kinderporno zijn aangemerkt. Deze kinderporno bestaat deels uit afbeeldingen van een aantal meisjes met wie verdachte zelf contact heeft gehad. Daarnaast is echter ook andere kinderporno aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij deze van derden heeft gekregen in ruil voor afbeeldingen die hij zelf had.

De rechtbank rekent verdachte bovengenoemde feiten zwaar aan. Hij heeft over een aanzienlijke periode ingebroken in een groot aantal computers. Hij heeft zich zo toegang verschaft tot grote hoeveelheden persoonlijke informatie van meisjes en hij heeft deze ook opgeslagen op zijn eigen computer. Hiermee heeft verdachte grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van deze personen. Daarnaast heeft verdachte heimelijk de webcam van jonge meisjes aangezet en heeft hen via hun eigen webcam geobserveerd terwijl zij zich, kennelijk veronderstellend dat zij alleen waren, ontkleedden en naakt te zien waren. Verdachte heeft hierdoor op een zeer gewiekste manier een ernstige inbreuk gemaakt op de seksuele integriteit van deze meisjes. De slachtoffers hadden door het heimelijke karakter van de methode die verdachte gebruikte niet eens de kans om zich tegen deze inbreuk te verweren. Bovendien heeft verdachte verschillende jonge meisjes gechanteerd en hen zo gedwongen om in zijn opdracht seksuele handelingen te verrichten, merendeels voor de webcam. De impact die zijn handelen heeft gehad op de meisjes die hij heeft gechanteerd weegt zwaar in het nadeel van verdachte. Verdachte heeft de slachtoffers, die zich in een kwetsbare fase in hun ontwikkeling bevonden, aanzienlijke psychische schade toegebracht.

Verdachte heeft zich bij de hiervoor omschreven feiten uitsluitend laten leiden door zijn eigen wensen en lustgevoelens en heeft in het geheel geen rekening gehouden met de gevoelens van zijn slachtoffers. De rechtbank heeft de indruk dat verdachte zich ook nu nog niet volledig bewust is van de impact die zijn handelen op de slachtoffers heeft gehad en nog heeft.

Naast de ernst van de feiten, heeft de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte nog relatief jong is en niet eerder met justitie in aanraking is gekomen. Voorts heeft de rechtbank in aanmerking genomen de omtrent verdachte uitgebrachte rapportage van de reclassering. De reclassering heeft aangegeven dat verdachte moeite heeft met het uiten van zijn gevoelens, waardoor hij geneigd is zich terug te trekken. De reclassering acht intensieve begeleiding noodzakelijk, waarbij met name aandacht dient te worden besteed aan emoties en gedrag, ook in relatie tot de onderhavige zaak. Deze begeleiding zal naar het oordeel van de reclassering uitbesteed dienen te worden aan een forensische psychiatrische polikliniek zoals De Waag te Utrecht of Kairos te Tiel.

In het licht van het voorgaande, en met name gelet op de ernst van de feiten, komt de rechtbank tot het oordeel dat een gevangenisstraf de enig passende straf is. Een gedeelte daarvan zal in voorwaardelijke vorm opgelegd worden. Aan de voorwaardelijke straf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht verbinden, in de vorm zoals door de reclassering geadviseerd.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de omstandigheid dat per 1 juli2008 de nieuwe wet Voorwaardelijke Invrijheidsstelling in werking is getreden, welke wet aanzienlijke wijzigingen tot gevolg heeft voor de netto uit te zitten straf. De rechtbank heeft daar, conform de bedoeling van de wetgever, rekening mee gehouden.

De officier van justitie heeft geeïst dat verdachte een proeftijd van 10 jaar wordt opgelegd. Ter onderbouwing hiervan heeft hij met name aangevoerd dat verdachte pedofiele neigingen zou hebben. De rechtbank heeft uit de stukken van het dossier noch uit datgene wat ter zitting naar voren is gekomen de indruk gekregen dat bij verdachte sprake zou zijn van pedofilie. Nu de rechtbank ook overigens geen aanleiding ziet om een een dergelijke lange proeftijd op te leggen, zal zij de officier hierin niet volgen. De rechtbank acht een proeftijd voor de duur van 3 jaar voldoende.

7.2 Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- één computer,

- veertig dvd’s,

- drie harddisks

- drie compactdiscs,

- één usb geheugenkaart,

dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, zijn begaan of voorbereid, en het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen is in strijd met de wet en het algemeen belang.

7.3 Vorderingen benadeelde partijen

[slachtoffer 7]

De benadeelde partij [slachtoffer 7] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.200,- ingediend wegens immateriële schade die zij als gevolg het ten laste gelegde heeft geleden.

Dat aan benadeelde partij [slachtoffer 7] door het bewezenverklaarde rechtstreeks immaterieel nadeel is toegebracht acht de rechtbank voldoende bewezen. De omvang van dit nadeel, dat bestaat uit psychische schade, kan echter in deze strafrechtelijke procedure niet nauwkeurig worden vastgesteld. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zal de rechtbank aan benadeelde partij [slachtoffer 7] een voorschot toekennen voor de psychische schade die zij ten gevolge van het bewezen verklaarde heeft geleden. Dit voorschot wordt gesteld op € 500,-. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren met bepaling dat zij dit deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal verdachte tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van deze benadeelde partij wordt toegewezen.

[slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.000,- ingediend wegens immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde heeft geleden.

Dat aan benadeelde partij [slachtoffer 5] door het bewezenverklaarde rechtstreeks immaterieel nadeel is toegebracht acht de rechtbank voldoende bewezen. De omvang van dit nadeel, dat bestaat uit psychische schade, kan echter in deze strafrechtelijke procedure niet nauwkeurig worden vastgesteld. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zal de rechtbank aan benadeelde partij [slachtoffer 5] een voorschot toekennen voor de psychische schade die zij ten gevolge van het bewezen verklaarde heeft geleden. Dit voorschot wordt gesteld op € 500,-. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren met bepaling dat zij dit deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal verdachte tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van deze benadeelde partij wordt toegewezen.

[slachtoffer 10]

De benadeelde partij [slachtoffer 10] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.046,- ingediend wegens immateriële en materiële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde heeft geleden.

Gevorderd wordt een bedrag van € 46,- voor materiële schade (vervanging sim-kaarten en reiskosten). De rechtbank zal dit deel van de vordering toewijzen.

Dat aan benadeelde partij [slachtoffer 10] door het bewezenverklaarde rechtstreeks immaterieel nadeel is toegebracht acht de rechtbank voldoende bewezen. De omvang van dit nadeel, dat bestaat uit psychische schade, kan echter in deze strafrechtelijke procedure niet nauwkeurig worden vastgesteld. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zal de rechtbank aan benadeelde partij [slachtoffer 10] een voorschot toekennen voor de psychische schade die zij ten gevolge van het bewezen verklaarde heeft geleden. Dit voorschot wordt, gelet op het gegeven dat de omstandigheden van dit geval enigszins afwijken van de gevallen van de hiervoor genoemde benadeelde partijen, gesteld op € 300,-.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren met bepaling dat zij dit deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van deze benadeelde partij wordt toegewezen.

[slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een formulier ten behoeve van een vordering tot schadevergoeding ingediend wegens immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde heeft geleden. Op dit formulier is geen bedrag ingevuld.

De rechtbank is van oordeel dat, nu er geen bedrag is ingevuld, er geen sprake is van een vordering waar in dit strafrechtelijk geding een beslissing op dient te worden genomen. Dit laat onverlet dat [slachtoffer 3] een vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 36c, 36f, 57, 138a, 240b, 246, 247 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Veroordeelt verdachte wegens deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 12 maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde voor het einde van een hierbij op drie jaren gestelde proeftijd:

- zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel

- niet naleeft de bijzondere voorwaarde, dat hij zich gedurende deze proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, regio Alkmaar-Haarlem, unit Haarlem, thans in de persoon van C. Klein, zolang deze instelling dat nodig acht, ook indien zulks inhoudt begeleiding door een forensische psychiatrische polikliniek, zoals De Waag te Utrecht of Kairos te Tiel.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 7] geleden schade tot een bedrag van

€ 500,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 7], rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 500,- bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 5] geleden schade tot een bedrag van

€ 500,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 5] rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 500,- bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 10] geleden schade tot een bedrag van

€ 346,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan op rekening van [slachtoffer 10], rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 10] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 346,- bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Onttrekt aan het verkeer:

- één computer,

- veertig dvd’s,

- drie harddisks,

- drie compactdiscs,

- één usb geheugenkaart.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- één Sony Ericsson GSM telefoontoestel,

- één Nokia telefoontoestel,

- één X-Box 360 spelcomputer,

- twee videobanden,

- één digitaal fototoestel.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.J.M. Burg, voorzitter,

mrs. A.C.M. Rutten en J.J. Dijk, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. Zeeman,

en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 juli 2008.