Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD6546

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-06-2008
Datum publicatie
08-07-2008
Zaaknummer
AWB 08/3725
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verweerster heeft niet aannemelijk gemaakt, dat zij, voorafgaand aan het ontslag van verzoeker, toepassing heeft gegeven aan artikel 8 van Bijlage III van de CAO Primair Onderwijs. Hierdoor kan er niet van worden uitgegaan dat verweerster zich heeft ingespannen om verzoeker binnen of buiten het gezagsbereik van verweerster een andere, passende, functie aan te bieden. Het ontslagbesluit wordt geschorst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Onderwijs Totaal 2008/247
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 - 3725 AW

Uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 juni 2008

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te Bloemendaal,

verzoeker,

gemachtigde: mr. T.J.W.M. Stals, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand te Amsterdam,

tegen:

de bestuurscommissie Openbaar Primair Onderwijs Haarlem,

verweerster,

gemachtigde: mr. V.G.A. Kellenaar en A.J.C. de Wit, respectievelijk werkzaam bij VOS/ABB Consulting te Woerden en in verweersters organisatie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2008, verzonden op 23 april 2008, heeft verweerster verzoeker op grond van artikel 4.7, onder b, van de CAO voor Primair Onderwijs (verder: CAO PO), per 1 augustus 2008 eervol ontslag verleend wegens opheffing van zijn betrekking.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 28 april 2008 bezwaar gemaakt.

Bij brief van eveneens 28 april 2008 heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 25 juni 2008, waar verzoeker in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. T.J.W.M. Stals, en waar verweerster zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. V.A.G. Kellenaar en clusterdirecteur A.J.C. de Wit.

2. Overwegingen

2.1 Verzoeker is met ingang van 1 augustus 2001 als ambtenaar bij verweerster aangesteld in de functie van kok in een fulltime dienstverband. Hij verricht [school]de [school]. Bij besluit van 7 december 2006 heeft verweerster het eerder aan verzoeker per 1 december 2006 verleende ontslag ingetrokken. Op 20 juni 2007 heeft verweerster het bestuursformatieplan 2007-2011 vastgesteld. Bij besluit van 23 juli 2007 heeft verweerster verzoeker vervolgens bericht, dat zijn functie met ingang van 1 augustus 2007 in het risico dragend deel van de formatie (rddf) is geplaatst. Dit besluit is in bezwaar gehandhaafd. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld.

2.2 Bij brief van 31 maart 2008 heeft verweerster verzoeker het voornemen kenbaar gemaakt om hem met ingang van 1 augustus 2008 op grond van artikel 4.7, aanhef en onder d van de CAO PO eervol ontslag te verlenen wegens opheffing van zijn betrekking. Hierop heeft verzoeker op 9 april 2008 schriftelijk zijn zienswijze gegeven. Verweerster heeft vervolgens bij besluit van 22 april 2008 het voornemen omgezet in een definitief besluit.

2.3 Verzoeker kan zich niet met het bestreden besluit verenigen. Hij wijst erop dat in het bestuursformatieplan van mei 2007 geen expliciete verwijzing voorkomt naar een voorgenomen opheffing van verzoekers functie. Voorts voert verzoeker aan dat verweerster weliswaar in het bestreden besluit aangeeft dat zij zich heeft ingespannen om te zoeken naar een passende andere functie voor verzoeker, maar hiervan is verzoeker niet gebleken. Verzoeker betwist dit dus. Hierdoor is volgens verzoeker het ontslagbesluit strijdig met bijlage III, artikel 8, van de CAO PO. Ter zitting heeft verzoeker aangegeven dat de provincie Noord-Holland verweerster heeft opgedragen te zoeken naar een structurele oplossing voor de maaltijdvoorziening. Dit heeft verweerster nagelaten. Een dergelijke structurele oplossing kan niet het ontslag van verzoeker zijn, aldus verzoeker.

2.4 Verweerster is van mening dat het ontslag van verzoeker gerechtvaardigd is, omdat verzoekers functie gedurende het schooljaar 2007-2008 in het rddf heeft gestaan, terwijl het verweerster naar haar zeggen niet is gelukt voor verzoeker een andere passende functie te vinden. Voorts wijst verweerster op haar brief van 29 mei 2008 aan verzoeker. Hierin heeft verweerster verzoeker gewezen op een passende functie bij de Stichting ZorgContact. Ook wijst verweerster erop dat verzoeker zelf in het rddf-jaar geen pogingen heeft ondernomen om een andere passende functie te verwerven.

2.5 De voorzieningenrechter komt tot de volgende beoordeling.

2.6 Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Daarbij gaat het om een afweging van belangen van de verzoekende partij bij een onverwijlde voorziening tegen het belang dat is gemoeid met onmiddellijke uitvoering van het besluit. Voor zover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard.

2.7 Artikel 8 van Bijlage III van de CAO PO luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

“ 8. Indien de werkgever besluit over te gaan tot opheffing van een betrekking dient hij eerst zorgvuldig te onderzoeken of het in redelijkheid mogelijk is de werknemer een mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passende functie bij de werkgever aan te bieden. (……..).”

Artikel 4.7, aanhef en onder d. van de CAO PO luidt – voor zover hier van belang - als volgt:

“De werknemer kan (………..) ontslag worden verleend:

d. wegens opheffing van de instelling, of de betrekking (……….) ”

2.8 De voorzieningenrechter wijst allereerst op de volgende passage die verweerster onder meer heeft opgenomen in het besluit van 23 juli 2007, waarbij zij de functie van verzoeker per 1 augustus 2007 in het rddf heeft geplaatst: “Het komend schooljaar zal het bestuur zich inzetten om het dreigend ontslag te voorkomen.” Verzoeker heeft zich in dit verband uitdrukkelijk op het standpunt gesteld dat verweerster, in tegenstelling tot hetgeen zij beweert, zich geen enkele moeite heeft getroost om verzoeker een andere passende functie aan te bieden. Ook voert verzoeker aan dat verweerster niet heeft onderbouwd dat zij zich inspanningen heeft getroost om verzoeker te begeleiden naar ander (passend) werk.

2.9 De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker in het voorgaande kan worden gevolgd. Verweerster heeft ter zitting betoogd dat zij met de directeur van de [school] heeft overlegd om te bezien of er daar voor verzoeker een andere passende functie is, terwijl verweerster ook heeft aangevoerd dat zij contact heeft gehad met een aantal vso-scholen om na te gaan of er daar kookwerkzaamheden voor verzoeker bestaan. Ook heeft verweerster, naar haar zeggen, onderzocht of verzoeker de functie van onderwijsassistent zou kunnen vervullen. Dit alles heeft volgens verweerster niet tot resultaat geleid. Gelet op de uitdrukkelijke betwisting hiervan door verzoeker, ligt het op de weg van verweerster om met verifieerbare gegevens te onderbouwen dat zij daadwerkelijk inspanningen heeft verricht om voor verzoeker een andere passende functie te vinden. De voorzieningenrechter constateert dat een dergelijke onderbouwing ontbreekt, zodat het ervoor moet worden gehouden dat een zorgvuldig onderzoek zoals bedoeld in artikel 8 van Bijlage III van de CAO PO niet heeft plaatsgevonden. Hierdoor is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat het ontslagbesluit wegens strijd met het bepaalde in voormeld artikel 8 de rechterlijke toetsing niet zal kunnen doorstaan. Het bezwaar tegen dit besluit heeft dan ook een redelijke kans van slagen.

2.10 De omstandigheid dat verweerster verzoeker bij brief van 29 mei 2008 heeft gewezen op een vacature bij Stichting ZorgContact, kan aan het voorgaande niet afdoen. Deze brief dateert immers van na het ontslagbesluit, terwijl het bovendien gaat om een vacature waarop v??r 16 mei 2008 diende te worden gereageerd. Deze datum was op het moment van verzending van voormelde brief al ruimschoots verstreken.

2.11 Uit het voorgaande volgt dat, gelet op de betrokken belangen, onverwijlde spoed het treffen van een voorlopige voorziening vereist. De voorzieningenrechter zal het verzoek daartoe dan ook op de hierna te vermelden wijze toewijzen.

2.12 Voorts bestaat aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten aanzien van verweerster.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1 wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

3.2 schorst het besluit van 22 april 2008 tot zes weken na de datum van verzending van de te nemen beslissing op bezwaar;

3.3 veroordeelt de bestuurscommissie Openbaar Primair Onderwijs Haarlem in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 644,--, welk bedrag de gemeente Haarlem aan hem dient te betalen;

3.4 gelast dat de gemeente Haarlem het door verzoeker betaalde griffierecht van € 145,-- aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. Medze, voorzieningenrechter, en op 30 juni 2008 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van

P.M. van der Pol, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.