Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD4193

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-03-2008
Datum publicatie
17-06-2008
Zaaknummer
144379/2008-995
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uit de inhoud van de overgelegde stukken (waaronder het opgemaakte behandelingsplan), de gehouden verhoren en de verkregen inlichtingen, blijkt dat de stoornis van de geestvermogens van betrokkene ook na verloop van de lopende machtiging aanwezig zal zijn en dat deze stoornis betrokkene ook dan gevaar zal doen veroorzaken.

Voldoende duidelijk is geworden dat betrokkene aan een stoornis (ziekte van Huntington) met progressief verloop lijdt welke naar het oordeel van de rechtbank voor hemzelf gevaar teweeg brengt. Terugkeer naar de moeder, die hem alcohol en drugs heeft verschaft, is uitgesloten. Gelet op het ziektebeeld volgt de rechtbank het standpunt van de psychiater dat betrokkene niet in staat wordt geacht zichzelf adequaat te verzorgen. De rechtbank neemt voorts het deskundigenoordeel over dat betrokkene lijdt aan geheugen- en gedragsproblemen. Ook het handelen van betrokkene bij het ontstaan van de ernstige brandwonden acht de rechtbank voldoende redengevend voor de aanname van gevaar. Ter voorkoming van ernstige verwaarlozing en gevaarzettend gedrag van betrokkene, alsmede wegens het ontbreken van toereikende alternatieve verblijfsvormen, zal het verzoek worden toegewezen voor na te noemen duur. Nu behandelaars, verzorgers en de zus van betrokkene van mening zijn dat voor betrokkene een passender woonvorm gezocht moet worden, zal de rechtbank daarom de machtiging verlenen voor de duur van zes maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Familie- en Jeugdrecht

machtiging voortgezet verblijf

zaak-/rekestnr.: 144379/08-995

beschikking van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2008,

betreffende:

De heer [naam],

geboren op 9 oktober 1971,

wonende te Zaandam,

hierna ook: betrokkene,

verblijvende in het Ziekenhuis, afdeling PAAZ te [plaats].

1 Verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het op 12 maart 2008 ter griffie van de rechtbank ontvangen verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis van betrokkene, met bijlagen;

en het verhandelde ter terechtzitting op 20 maart 2008.

Betrokkene is ter zitting bijgestaan door mr. M.M.A. van der Loo.

2 Standpunten van partijen

Namens betrokkene stelt de raadsvrouwe dat onvoldoende sprake van gevaar als gevolg waarvan betrokkene opgenomen moet worden. De stoornis wordt niet betwist, maar betrokkene is niet dement, zoals gesteld in de geneeskundige verklaring. Dijk en Duin is niet de juiste plaats voor betrokkene. De raadsvrouwe concludeert tot afwijzing van het verzoek van de officier van justitie, dan wel verzoekt wegens gebrek aan alternatieve woonvormen voor betrokkene een machtiging voor kortere duur af te willen geven.

Ter zitting heeft de psychiater naar voren gebracht dat betrokkene voor behandeling van zijn brandwonden momenteel in het Ziekenhuis op de afdeling PAAZ verblijft. Deze afdeling is echter niet geschikt voor langdurige zorg, die betrokkene nodig heeft. Het is dan ook de bedoeling dat betrokkene zo snel mogelijk weer terug kan naar GGZ Dijk en Duin te [plaats].

Op de vraag of betrokkene op een vrijwillige basis zijn behandelrelatie kan voortzetten, heeft de psychiater verklaard dat betrokkene nogal wispelturig kan zijn, het ene moment gaat het goed maar dit kan morgen zo weer anders zijn. Het gevaar is op de afdeling niet aanwezig, maar daarbuiten wel. Betrokkene raakt op den duur volledig afhankelijk van zorg en verpleging, gelet op de progressie van de ziekte. Als gevolg van deze chronische ziekte is betrokkene inmiddels wilsonbekwaam. Betrokkene kan op de PAAZ afdeling geen langdurige zorg ontvangen en keert daarom morgen terug naar Dijk en Duin.

De sociaal verpleegkundige heeft ter zitting verklaard dat betrokkene op dit moment helder en adequaat reageert. Betrokkene was in GGZ Dijk en Duin te [plaats] onrustig en gespannen, na opname hier is de onrust afgenomen. Dit kan mede de oorzaak zijn van de nieuwe medicatie die hem wordt gegeven. Betrokkene wil liever niet terug naar de afdeling van Dijk en Duin waar hij vandaan kwam. Er zijn vermoedens dat betrokkene, uit onvrede met zijn verblijf in Dijk en Duin zichzelf ernstig heeft verbrand. Wel kan betrokkene daar blijven om de periode te overbruggen totdat voor hem een andere woonvorm is gevonden.

De zus van betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat er een verzoek bij de rechtbank Alkmaar ligt om betrokkene onder curatele te stellen. Zij is de beoogde curator en kan zo weloverwogen beslissingen nemen voor betrokkene. Tevens heeft de zus medegedeeld dat betrokkene eventueel naar een verzorgingstehuis in [plaats] kan, maar deze instelling neemt geen mensen op met een rechterlijke machtiging. In Dijk en Duin is het voor haar broer slecht toeven; op de PAAZ afdeling en bij haar thuis knapt hij op. Zij betreurt het dat haar broer morgen weer terugkeert naar Dijk en Duin.

3 Beoordeling

Uit de inhoud van de overgelegde stukken (waaronder het opgemaakte behandelingsplan), de gehouden verhoren en de verkregen inlichtingen, blijkt dat de stoornis van de geestvermogens van betrokkene ook na verloop van de lopende machtiging aanwezig zal zijn en dat deze stoornis betrokkene ook dan gevaar zal doen veroorzaken.

Voldoende duidelijk is geworden dat betrokkene aan een stoornis (ziekte van Huntington) met progressief verloop lijdt welke naar het oordeel van de rechtbank voor hemzelf gevaar teweeg brengt. Terugkeer naar de moeder, die hem alcohol en drugs heeft verschaft, is uitgesloten. Gelet op het ziektebeeld volgt de rechtbank het standpunt van de psychiater dat betrokkene niet in staat wordt geacht zichzelf adequaat te verzorgen. De rechtbank neemt voorts het deskundigenoordeel over dat betrokkene lijdt aan geheugen- en gedragsproblemen. Ook het handelen van betrokkene bij het ontstaan van de ernstige brandwonden acht de rechtbank voldoende redengevend voor de aanname van gevaar. Ter voorkoming van ernstige verwaarlozing en gevaarzettend gedrag van betrokkene, alsmede wegens het ontbreken van toereikende alternatieve verblijfsvormen, zal het verzoek worden toegewezen voor na te noemen duur.

Nu behandelaars, verzorgers en de zus van betrokkene van mening zijn dat voor betrokkene een passender woonvorm gezocht moet worden, zal de rechtbank daarom de machtiging verlenen voor de duur van zes maanden.

Niet gebleken is dat bovenomschreven gevaar kan worden afgewend door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis.

Betrokkene geeft geen, althans onvoldoende blijk van de nodige bereidheid tot verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis.

Gelet op het bovenoverwogene zal het verzoek worden toegewezen.

3 Beslissing

De rechtbank:

Verleent machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een half jaar, ingaande d.d. [datum] 2008.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 20 maart 2008, in tegenwoordigheid van S.J.M. Schuijt als griffier.