Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD3993

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-05-2008
Datum publicatie
16-06-2008
Zaaknummer
368840 CV EXPL 08-89
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kennelijk onredelijk ontslag. Samenloop met schadevergoeding op grond van artikel 7:658 BW. Werknemer meent dat werkgever tijdens dienstverband zich onvoldoende heeft ingespannen om voor werknemer andere passende werkzaamheden te vinden. De kantonrechter overweegt dat de arbeidsmogelijkheden van werknemer ten gevolge van zijn arbeidsongeschiktheid geringer zijn geworden. Gelet hierop en op de tot aan het ontslag door de werkgever verrichte re-integratie-inspanningen heeft de werknemer onvoldoende aannemelijk gemaakt dat voor hem nog passende arbeid voorhanden was, respectievelijk met van de werkgever te verlangen inspanningen zou kunnen worden gecreëerd.

Rekening houdend met de omstandigheden, waarbij ook in aanmerking wordt genomen dat werknemer een groot aantal jaren in dienst van werkgever heeft doorgebracht en jarenlang in onzekerheid heeft verkeerd over de gevolgen van zijn tijdens de werkzaamheden ontstane arbeidsongeschiktheid en van het hem overkomen arbeidsongeval acht de kantonrechter een ontslag zonder enige vergoeding gelet op de wederzijdse belangen kennelijk onredelijk. De kantonrechter acht een schadevergoeding ter hoogte van €10.000,00 billijk.

Mocht in de artikel 7:658 BW-procedure onherroepelijk komen vast te staan dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade, dan zal dit niet leiden tot een lager bedrag in de onderhavige zaak, maar dan is het aan de rechter in de schadestaatprocedure om te beoordelen of en op welke wijze met de vergoeding ex artikel 7:681 BW rekening moet worden gehouden.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 658
Burgerlijk Wetboek Boek 7 681
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2008/127
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 368840/CV EXPL 08-89

datum uitspraak: 28 mei 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser]

te Amsterdam

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde mr. R.L. Weilers

tegen

de besloten vennootschap Aero Groundservices B.V.

te Schiphol Airport, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie

hierna te noemen Aero Groundservices

gemachtigde mr. W.M. Hes

In conventie en in reconventie

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk¬ken:

- de dagvaarding van 18 december 2007, met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe¬zen en op 20 februari 2008 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 11 april 2008 gehouden comparitie van partijen en de voorafgaande aan die zitting door de gemachtigde van [eiser] aan de kantonrechter en de wederpartij gezonden producties.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. [eiser] is op 1 mei 1991 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Aero Groundservices in de functie van loodsmedewerker 2.

b. Het door [eiser] laatstelijk verdiende salaris bedroeg €2.043,40 bruto per maand.

c. Op 14 april 2004 overkwam [eiser] een arbeidsongeval, waarbij hij een gecompliceerde breuk opliep aan zijn linkerenkel. Aero Groundservices heeft de aansprakelijkheid voor dit ongeval erkend en de schade is via de verzekering afgewikkeld.

d. De kantonrechter te Haarlem heeft bij vonnis in kort geding van 19 september 2006 op vordering van [eiser] Aero Groundservices veroordeeld tot betaling van het laatstgenoten salaris vanaf 1 augustus 2006 te vermeerderen met de wettelijke verhoging, wettelijke rente en proceskosten.

e. Op basis van dat vonnis van de kantonrechter heeft Aero Groundservices aan [eiser] een bedrag van €3.148,33 netto betaald wegens salaris en vakantiegeld over de maanden augustus en september 2006.

f. Bij arrest van 15 februari 2007 heeft het Gerechtshof te Amsterdam het genoemde vonnis van de kantonrechter vernietigd en [eiser] veroordeeld “om aan Aero Groundservices te betalen al hetgeen Aero Groundservices ter uitvoering van het vonnis waarvan beroep heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der betaling tot die der terugbetaling”. Deze veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

g. Bij brief van 15 juni 2007 heeft Aero Groundservices de arbeidsovereenkomst met [eiser] met ontslagvergunning van CWI opgezegd per 1 augustus 2007.

h. Op 3 februari 2004 heeft dr. J.A. Vollebregt, stafarts afdeling revalidatiegeneeskunde van het Jan van Breemen Instituut te Amsterdam, met betrekking tot [eiser] onder meer als conclusie het volgende aan de huisarts van [eiser] geschreven:

“Een 40-jarige man met chronisch regionaal pijnsyndroom, waarschijnlijk veroorzaakt door functiestoornissen cervicaal en thoracaal. Deze functiestoornisssen provoceren spierhypertonie, welke zeer waarschijnlijk nog versterkt wordt door zijn werk als heftruckchauffeur. Er zijn beperkingen ten aanzien van maatschappelijk functioneren.”

i. Bij brief van 26 oktober 2007 heeft dr. G.M.A. Clauwaert als medisch adviseur verbonden aan Westerweel Intermediair, Medisch Adviseurs, met betrekking tot de medische gegevens van [eiser] onder meer het volgende aan de gemachtigde van [eiser] geschreven:

“(…) sinds 1999 continue pijn op het borstbeen, al jaren lage rugpijn, sinds 2003 nek- en soms hoofdpijn. De revalidatiearts concludeerde in februari 2004 tot een chronisch regionaal pijnsyndroom met beperkingen in het functioneren.

(…)

Begin 2001 viel hij uit vanwege pijn t.h.v. de borst en de rug. Daarna volgden een aantal periodes van hersteldmeldingen, volledige en gedeeltelijke ongeschiktheid, tot het bedrijfsongeval van april 2004. Ten tijde van het ongeval werkte hij in aangepaste werkzaamheden (met beperkingen voor tillen en vorkheftruck rijden). Na het bedrijfsongeval wordt het plan van aanpak bijgesteld vanwege de nieuwe medische situatie.

(…)”

j. Het overzicht van de medische gegevens van [eiser], dat als bijlage bij de onder i. genoemde brief was gevoegd, vermeldt onder meer het volgende:

“Sinds november 2003 in behandeling op de polikliniek.

Sinds 5 jaar pijn op het borstbeen, die geleidelijk aan uitbreidt. De pijn is nu continue aanwezig en verergert door lang staan, zwaar tillen en armen heffen. Daarnaast al jaren lage rugpijn, die niet actueel is en waarmee hij goed om kan gaan. Sinds een jaar ook nekpijn, soms gepaard meet hoofdpijn. Mensendieck therapie gaf geen verbetering.

(…)

Conclusie: chronisch regionaal pijn syndroom, waarschijnlijk door functiestoornissen van hals- en borstwervelkolom die overmatig gespannen spieren provoceren, met beperkingen ten aanzien van het maatschappelijk functioneren.

(…)”

k. Bij brief van 1 augustus 2006 heeft de psychiater C.G.J.M. Koevoets, verbonden aan GGZ Buitenamstel, met betrekking tot [eiser] onder meer het volgende aan de gemachtigde van [eiser] geschreven:

“Patiënt werd gedwongen ontslagen omdat er geen passend werk zou zijn.

(…)

Het starten van een geleidelijke reïntegratie zal in ieder geval zijn psychische toestand verder kunnen verbeteren.”

In conventie

De vordering

[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Aero Groundservices op grond van artikel 7:681 BW zal veroordelen tot het betalen aan [eiser] van een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de ontslagdatum en met de buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van Aero Groundservices in de kosten van het geding.

[eiser] heeft het volgende aan zijn vordering ten grond¬slag gelegd:

Het op 15 juni 2007 per 1 augustus 2007 gegeven ontslag is kennelijk onredelijk, in aanmerking genomen de voor [eiser] bestaande mogelijkheden om ander passend werk te vinden en het feit dat de gevolgen van deze opzegging voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van Aero Groundservices bij de opzegging.

[eiser] beroept zich daarbij de op de volgende omstandigheden:

a. [eiser] heeft ten gevolge van de zware lichamelijke arbeid in de loodsen van Aero Groundservices, welke arbeid hij vanaf 1 mei 1991 tot 19 oktober 2003 heeft verricht, zijn rug, nek en borst overbelast, waardoor hij blijvende beperkingen kreeg met betrekking tot dit loodswerk.

b. [eiser] heeft op14 april 2004 ten gevolge van een arbeidsongeval in de loods van Aero Groundservices blijvend letsel opgelopen aan zijn linkerenkel en hoogstwaarschijnlijk hiermee in verband staand letsel aan zijn linkerknie. Voorts is er grote kans op het ontstaan van artrose in het enkelgewricht.

c. Bij [eiser] heeft zich ten gevolge van de houding van Aero Groundservices een posttraumatische stressstoornis ontwikkeld, waardoor zijn kansen op de arbeidsmarkt minimaal zijn geworden en hij onlangs vanuit de WW ziek is gemeld en volledig arbeidsongeschikt is.

d. Met betrekking tot de verschillende letsels verwijst [eiser] naar de rapportage van 26 oktober 2007 van Westerweel Intermediair met een overzicht van de medische gegevens.

e. [eiser] wijst op de duur van zijn dienstverband (16 jaar), zijn leeftijd (43 jaar), zijn beperkingen, het zware werk in de loods en het hem door nalatigheid van Aero Groundservices overkomen arbeidsongeval.

Het verweer

Aero Groundservices heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

In reconventie:

De vordering

Aero Groundservices vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [eiser] zal veroordelen om het ten onrechte over de maanden augustus en september 2006 betaalde salaris en vakantiegeld ad €3.148, 33 terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de datum dat de respectievelijke bedragen zijn betaald, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

Aero Groundservices heeft het volgende aan haar vordering ten grond¬slag gelegd:

Op basis van het vonnis van de kantonrechter te Haarlem van 19 september 2006 heeft Aero Groundservices aan [eiser] een bedrag van €3.148,33 netto betaald wegens salaris en vakantiegeld over de maanden augustus en september 2006.

Doordat het Gerechtshof te Amsterdam bij arrest van 17 februari 2007 het vonnis van de kantonrechter te Haarlem heeft vernietigd, dient [eiser] dat bedrag terug te betalen. Tot op heden heeft [eiser] dat, ondanks daartoe dringend te zijn verzocht, niet gedaan.

Het verweer

[eiser] heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

In conventie

1. Deze procedure strekt er niet toe een vergoeding te bepalen voor het door [eiser] overkomen bedrijfsongeval. Daarover zijn partijen en de verzekeraar van Aero Groundservices nog in onderhandeling. Blijkens hun uitlatingen ter comparitie stellen ook partijen zich op dat standpunt.

2. Bij de beantwoording van de vraag welke vergoeding in geval van kennelijk onredelijk ontslag billijk is te achten, dienen alle omstandigheden ten tijde van het ontslag in onderlinge samenhang in aanmerking te worden genomen. In dat kader kan het arbeidsongeval wel een rol spelen.

3. In de onderhavige procedure moet beoordeeld worden of in aanmerking genomen de voor [eiser] getroffen voorzieningen en de voor hem bestaande mogelijkheden om ander passend werk te vinden, de gevolgen van de opzegging voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van Aero Groundservices bij de opzegging. Daarbij moeten alle aangevoerde en juist bevonden omstandigheden in aanmerking worden genomen.

4. Zoals uit de vaststaande feiten blijkt was bij [eiser] al voor het hem overkomen bedrijfsongeval sprake van arbeidsongeschiktheid. Deze arbeidsongeschiktheid deed zich voor in de periode dat [eiser] in zijn functie van vorkheftruckchauffeur voor Aero Groundservices werkzaam was. Voorts is gebleken dat [eiser] vóór het arbeidsongeval ook al aangepaste werkzaamheden verrichtte en dat die werkzaamheden na het arbeidsongeval wederom werden aangepast.

5. Als door Aero Groundservices gesteld en door [eiser] onvoldoende gemotiveerd weersproken staat ook vast dat Aero Groundservices re-integratie-inspanningen heeft verricht, waaronder het inschakelen van een extern re-integratiebureau en dat Aero Groundservices langer dan wettelijk verplicht het salaris van [eiser] heeft doorbetaald. Daar komt bij dat Aero Groundservices gedurende 15 maanden [eiser] in staat heeft gesteld aangepaste werkzaamheden te verrichten. Of die werkzaamheden gezien moeten worden als een nieuwe functie of als werkzaamheden op arbeidstherapeutische basis, is voor de onderhavige beoordeling niet van belang.

6. De omstandigheid dat Aero Groundservices heeft voldaan aan haar wettelijke verplichtingen bij arbeidsongeschiktheid is onvoldoende om te kunnen aannemen dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is. Bij voorzetting van het dienstverband zou [eiser] immers aanspraak kunnen maken op voortgezette inspanningen van Aero Groundservices om [eiser] binnen haar bedrijf te re-integreren. Hierbij had [eiser] in zoverre een belang, omdat zijn kansen om elders ander passend werk te vinden, gelet op zijn leeftijd (ten tijde van het ontslag: 43 jaar) en arbeidsongeschiktheid bepaald niet groot moeten worden geacht.

7. [eiser] meent voorts dat Aero Groundservices tijdens zijn dienstverband zich onvoldoende heeft ingespannen om voor hem andere passende werkzaamheden te vinden.

De kantonrechter overweegt dat de arbeidsmogelijkheden van [eiser] ten gevolge van zijn arbeidsongeschiktheid geringer zijn geworden. Gelet hierop en op de tot aan het ontslag door Aero Groundservices verrichte re-integratie-inspanningen heeft [eiser] evenwel onvoldoende aannemelijk gemaakt dat binnen Aero Groundservices voor hem nog passende arbeid voorhanden was, respectievelijk met van Aero Groundservices te verlangen inspanningen zou kunnen worden gecreëerd.

8. Als naast de hierboven genoemde omstandigheden ook nog in aanmerking wordt genomen dat [eiser] een groot aantal jaren in dienst van Aero Groundservices heeft doorgebracht en jarenlang in onzekerheid heeft verkeerd over de gevolgen van zijn tijdens de werkzaamheden bij Aero Groundservices ontstane arbeidsongeschiktheid en van het hem overkomen arbeidsongeval acht de kantonrechter een ontslag zonder enige vergoeding gelet op de wederzijdse belangen kennelijk onredelijk. De kantonrechter acht een schadevergoeding ter hoogte van €10.000,00 billijk.

9. Mocht in de artikel 7:658 BW-procedure onherroepelijk komen vast te staan dat Aero Groundservices aansprakelijk is voor de schade, dan zal dit niet leiden tot een lager bedrag in de onderhavige zaak, maar dan is het aan de rechter in de schadestaatprocedure om te beoordelen of en op welke wijze met de vergoeding ex artikel 7:681 BW rekening moet worden gehouden.

10. [eiser] heeft vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Aero Groundservices heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. In deze procedure is niet gesteld of gebleken dat de door [eiser] verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

11. Aero Groundservices zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

In reconventie

12. Door [eiser] is geen bodemprocedure aanhangig gemaakt met betrekking tot zijn loonvorderingen die in de kort geding procedure in twee instanties aan de orde waren. Dit brengt met zich dat, totdat in een bodemprocedure anders wordt beslist, het arrest van het Gerechtshof Amsterdam zijn gelding blijft behouden.

13. [eiser] heeft niet weersproken dat hij weigert het door Aero Groundservices gevorderde bedrag terug te betalen, waartoe hij bij het arrest van 17 februari 2007 was veroordeeld. Ook overigens is door [eiser] geen relevant verweer gevoerd tegen deze vordering.

14. De vordering van Aero Groundservices zal op grond van het vorenstaande worden toegewezen.

15. [eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

Veroordeelt Aero Groundservices om tegen behoorlijk bewijs van kwij¬ting aan [eiser] te betalen €10.000,00, te ver¬meerderen met de wette¬lijke rente berekend vanaf 1 augustus 2007 tot aan de dag der alge¬hele voldoening.

Veroordeelt Aero Groundservices in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op €190,31 aan verschotten en €600,00 aan salaris voor de gemachtigde, in totaal derhalve €790,31 te voldoen aan de griffier door overmaking op reke-ningnummer 19.23.25.833 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor¬raad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie:

Veroordeelt [eiser] om tegen behoorlijk bewijs van kwij¬ting aan Aero Groundservices te betalen €3.148,33, te ver¬meerderen met de wette¬lijke rente berekend vanaf de datum waarop de onderscheiden bedragen zijn betaald tot aan de dag der alge¬hele voldoening.

Veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Aero Groundservices begroot op €350,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor¬raad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.