Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD3978

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-05-2008
Datum publicatie
16-06-2008
Zaaknummer
371287 CV EXPL 08-1016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot schadevergoeding op grond van toerekenbare tekortkoming. Beroep op overmacht ex artikel 6:75 BW.

Gedaagde heeft een auto van eiseres gehuurd. Gedaagde brengt de auto niet op de daarvoor bestemde dag terug, maar deelt twee dagen later aan eiseres mede dat de auto gestolen is. Eiseres stelt dat gedaagde de auto verduisterd heeft en vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van de door haar ten gevolge van de tekortkoming van gedaagde geleden schade. Gedaagde beroept zich op overmacht, bestaande uit de diefstal van de bedrijfsauto door een derde, waardoor hij wordt bevrijd van de op hem rustende verplichting tot schadevergoeding. Het bewijs van de diefstal van de auto rust op gedaagde. Omdat gedaagde stelt geen bewijs van de diefstal te kunnen leveren, wordt de vordering toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 371287/ CV EXPL 08-1016

datum uitspraak: 28 mei 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KAV AUTOVERHUUR B.V.

te Amsterdam

eisende partij

hierna te noemen KAV

gemachtigde mr. H.W. Vis

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. A.M. Truijens

De procedure

KAV heeft [gedaagde] gedagvaard op 17 januari 2008. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 9 april 2008 een comparitie van partijen gelast, welke heeft plaatsgevonden op 28 april 2008 en waarbij de griffier aantekeningen heeft gemaakt van hetgeen partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

1. Op 21 december 2007 heeft [gedaagde] bij KAV een bestelauto met koeling gehuurd van het merk Mercedes, voor de periode van 22 december 2007, 8.00 uur tot 25 december 2007, 8.00 uur, tegen een huursom van in totaal € 433,63, inclusief de premie voor een verzekering in verband met de verlaging van het eigen risico. [gedaagde] heeft een waarborgsom van € 850,00 voldaan.

2. Op de huurovereenkomst zijn de door KAV gehanteerde algemene voorwaarden van toepassing.

3. Ingevolge artikel 7.1 van de algemene voorwaarden dient de huurder “op zorgvuldige wijze met het voertuig om te gaan”. Ingevolge het tweede lid van artikel 7 is de huurder gehouden “het voertuig in oorspronkelijke staat bij verhuurder terug te bezorgen”.

4. Artikel 7.15 van de algemene voorwaarden luidt, voor zover van belang, als volgt:

“In geval van enige gebeurtenis waaruit schade kan voortvloeien, is huurder verplicht:

- verhuurder hiervan onmiddellijk telefonisch in kennis te stellen;

- de instructies van verhuurder op te volgen;

- gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen en alle bescheiden die op de gebeurtenis betrekking hebben aan verhuurder of aan diens verzekeraar te verstrekken;”

5. Artikel 8 van de algemene voorwaarden schrijft onder meer het volgende voor:

“2. Huurder is aansprakelijk voor alle schade van de verhuurder die is ontstaan ten gevolge van enige gebeurtenis tijdens de huurperiode of anderszins verband houdende met de huur van het voertuig, met inachtneming van het navolgende.

3. Indien er een eigen risico in de huurovereenkomst is overeengekomen, is de aansprakelijkheid van huurder voor schade per schadegeval beperkt tot het bedrag van het eigen risico, tenzij:

- de schade is ontstaan tijdens of ten gevolge van handelen of nalaten in strijd met artikel 7;

[…]

- De schade is ontstaan door vermissing van het voertuig en/of de bij het voertuig behorende autosleutels […] niet alle bij verhuurder zijn ingeleverd.”

6. Lid 7 van artikel 8 van de algemene voorwaarden luidt als volgt:

“De schade ten gevolge van de onmogelijkheid het voertuig tijdens de periode van herstel of vervanging te verhuren, wordt op voorhand bepaald op het aantal dagen gemoeid met herstel of vervanging van het voertuig, vermenigvuldigd met de huurprijs per dag, verminderd met 10% in verband met besparing van variabele kosten.”

7. [gedaagde] heeft de bestelauto niet op 25 december 2007 bij KAV ingeleverd.

8. Op 26 december 2007 te 23.35 uur heeft [gedaagde] bij de politie Amsterdam aangifte gedaan van diefstal van de bestelauto op 26 december 2007 te 20.45 uur op het Rapenburg te Amsterdam. In het proces-verbaal van aangifte is onder meer de volgende verklaring van [gedaagde] opgenomen:

“Op 26 december 2007 omstreeks 20.45 uur parkeerde ik mijn gehuurde auto in de straat Rapenburg. Ik had de koelauto gehuurd om er bloemen in te vervoeren. De bloemen heb ik verkocht met kerst. Ik stond naast de geparkeerde auto, de motor van de auto draaide nog. Ik was aan het kijken of het betaald parkeren was, of gratis. Ineens sprong er een negroide man te voorschijn. Deze man duwde mij weg van de auto […] De man sprong in de auto en reed weg.”

9. Op 27 december 2007 te 17.35 uur heeft [gedaagde] een personenauto met het kenteken HP-LJ-02 op zijn naam doen stellen.

10. Op 27 december 2007 te 17.45 uur heeft [gedaagde] telefonisch aan KAV gemeld dat de bestelauto was gestolen.

11. Op 14 januari 2008 heeft Expertisebureau Jonker/Wesdorp B.V. de dagwaarde van de bestelauto vastgesteld op € 36.711,50.

12. In januari 2008 heeft KAV, na daartoe toestemming te hebben verkregen van de voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem, conservatoir beslag laten leggen onder de ABN AMRO Bank N.V. en de werkgever van [gedaagde] , Clean Vision B.V., alsmede op de aan [gedaagde] in eigendom toebehorende personenauto met het kenteken HP-LJ-02.

De vordering

KAV vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 30.850,00 ter zake van de dagwaarde van de bestelauto, € 2.008,80 ter zake van bedrijfsschade en € 817,94 ter zake van kosten beslaglegging, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente, en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

KAV stelt daartoe het volgende.

Verduistering van gehuurde voertuigen is aan de orde van de dag. Dat geschiedt altijd volgens hetzelfde scenario. De auto wordt voor korte tijd gehuurd. Na afloop van de huurperiode wordt aangifte gedaan van diefstal van de auto. Voor het niet kunnen inleveren van de autosleutels wordt dan de verklaring gegeven dat de auto door een derde is weggenomen met de sleutels erin.

De verdwijning van de door [gedaagde] gehuurde bestelauto voldoet geheel aan het geschetste scenario. [gedaagde] heeft de auto voor korte tijd gehuurd, heeft hem niet teruggebracht op de afgesproken dag en heeft na afloop van de huurperiode aangifte gedaan van diefstal door een derde die de auto mét autosleutels heeft weggenomen. Volgens KAV is het aannemelijk dat de door [gedaagde] gehuurder bestelauto niet gestolen is door een derde, maar door [gedaagde] is verduisterd. Daarvoor bestaan voorts (onder meer) nog de volgende aanwijzingen, aldus KAV.

Reeds voordat [gedaagde] KAV had geïnformeerd van de diefstal, heeft de security manager van KAV, [XXX] (hierna: [XXX]), nadat het tijdstip waarop de bestelauto ingeleverd had moeten zijn was verstreken, een bezoek gebracht aan het adres van [gedaagde]. Daar trof hij de vriendin van [gedaagde] aan. Deze verklaarde dat [gedaagde] even weg was. Desgevraagd verklaarde de vriendin van [gedaagde] niets van de huur van een auto of de diefstal daarvan te weten.

Voorts is opmerkelijk dat [gedaagde] niet direct in de ochtend na de diefstal KAV daarvan op de hoogte heeft gesteld, maar pas op 27 december 2007, ’s middags om 17.45 uur, nadat hij eerst om 16.35 uur een andere auto op zijn naam had doen stellen. Door zolang te wachten heeft [gedaagde] het onderzoek door KAV naar het verdwijnen van de auto bemoeilijkt.

Bij buurtonderzoek door [XXX] bij het adres van de vorige eigenaar van de auto die [gedaagde] op 27 december 2007 op zijn naam heeft doen stellen, is gebleken dat diverse buurtbewoners op 22 of 23 december 2007 bij dat adres een bestelauto van het merk en type als die welke door [gedaagde] was gehuurd en voorzien van de KAV-kleuren, hebben zien staan. Een van de bij de bestelauto aanwezige personen voldeed aan het signalement van [gedaagde]. [XXX] heeft bij voormeld adres tevens auto’s met een Pools kenteken gezien. Het is bekend dat gestolen auto’s vaak naar Polen worden gebracht.

[gedaagde] is als degene die de auto heeft verduisterd, aansprakelijk voor de schade die KAV daardoor lijdt. Deze schade bestaat uit de dagwaarde van de bestelauto, welke is begroot op

€ 36.711,50, verminderd met de door KAV te verrekenen btw, derhalve € 30.850,00.

Voorts lijdt KAV verlies van verhuurinkomsten gedurende de periode die nodig is voor het leveren van een vervangende auto. KAV stelt die periode op 31 dagen. De huurprijs van de bestelauto is € 72,00 per dag, zodat [gedaagde] aan KAV dient te vergoeden een bedrag van (31 x € 72,00 =) € 2.232,00 minus 10%, derhalve € 2.008,80.

Ten slotte is [gedaagde] € 817,94 verschuldigd ter zake van de kosten van het conservatoir beslag onder de ABN AMRO Bank en op de auto van [gedaagde] .

Voor het geval dat niet komt vast te staan dat [gedaagde] de bestelauto heeft verduisterd, is [gedaagde] (subsidiair) op grond van de algemene voorwaarden aansprakelijk voor de schade die KAV ten gevolge van de diefstal lijdt. De schade is immers ontstaan door de vermissing van de auto, terwijl [gedaagde] ook de sleutel van de auto niet bij KAV heeft ingeleverd. Daarnaast is [gedaagde] niet zorgvuldig met de auto omgegaan door deze met draaiende motor te verlaten, heeft [gedaagde] KAV niet onmiddellijk na de gestelde diefstal daarvan op de hoogte gesteld en is hij ook nadien in gebreke gebleven met het verschaffen van informatie aan KAV.

Het verweer

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert daartoe, kort samengevat en voor zover van belang, het volgende aan.

[gedaagde] heeft de bestelauto niet verduisterd. De auto is gestolen, toen [gedaagde] net was uitgestapt. [gedaagde] stond nog naast de auto, toen hij opzij werd geduwd door een man die er vervolgens met de auto vandoor ging.

De door KAV aangedragen argumenten snijden geen hout. [gedaagde] was voornemens de huur van de auto te verlengen op 27 december 2007, omdat hij tijdens de kerstdagen geen bloemen had kunnen verkopen. Hetgeen daaromtrent in het proces-verbaal van aangifte staat vermeld, is niet juist. [gedaagde] had namelijk, nadat hij de bestelauto had gehuurd, ruzie gekregen. Daardoor had hij geen zin meer in het verkopen van bloemen en is hij een paar dagen in de auto blijven rondrijden. Het voornemen om de huur te verlengen werd echter doorkruist door de diefstal van de auto op 26 december 2007.

[gedaagde] kon niet eerder aan KAV doorgeven dat de auto was gestolen, omdat hij pas om 5.00 uur in de ochtend van 27 december 2007 weer thuis kwam na een slapeloze nacht en eerst moest uitrusten. Hij heeft zijn vrouw daardoor niet van de diefstal kunnen vertellen.

De auto die [gedaagde] op 27 december 2007 op zijn naam heeft doen stellen, had hij van een man in een snackbar te Hoofddorp gekocht. In Noordwijk is [gedaagde] nooit geweest.

Ook kan niet gesteld worden dat [gedaagde] in ernstige mate nalatig is geweest. Van opzet of bewuste roekeloosheid is geen sprake. De diefstal is slechts het gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Hoewel [gedaagde] de door KAV gestelde schade ter zake van de bestelauto als zodanig niet betwist, kan hij daarvoor niet aansprakelijk worden geacht.

Voor de door KAV gevorderde schade ter zake van inkomstenderving is [gedaagde] niet aansprakelijk, omdat deze schade tot het normale bedrijfsrisico hoort, waarvoor een verzekering kan worden afgesloten.

KAV heeft ten onrechte beslag doen leggen. De kosten daarvan dienen daarom voor rekening van KAV te blijven.

Ten slotte voert [gedaagde] nog aan dat hij een waarborgsom van € 850,00 heeft betaald.

De beoordeling van het geschil

Vast staat dat [gedaagde] ingevolge artikel 8 van de op de verhuurovereenkomst toepasselijke algemene huurvoorwaarden aansprakelijk is voor alle schade die het gevolg is van enige gebeurtenis tijdens de huurperiode of anderszins verband houdende met de huur. KAV stelt dat de door haar ten gevolge van het verdwijnen van de bestelauto geleden schade niet beperkt is tot het overeengekomen eigen risico, zoals vermeld in lid 3 van artikel 8, omdat de schade is ontstaan doordat [gedaagde] heeft gehandeld in strijd met de krachtens artikel 7 op hem rustende verplichtingen en door de vermissing van de bestelauto en de daarbij horende sleutels.

[gedaagde] voert aan niet voor de door KAV geleden schade aansprakelijk te zijn, omdat hij geen schuld heeft aan de verdwijning van de bestelauto. Volgens [gedaagde] is hij evenmin aansprakelijk op grond van de algemene voorwaarden, omdat geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.

Ingevolge artikel 6:74 BW verplicht iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend.

Het verweer van [gedaagde] komt neer op een beroep op overmacht, bestaande uit de diefstal van de bedrijfsauto door een derde, waardoor hij wordt bevrijd van de op hem rustende verplichting tot schadevergoeding. KAV heeft de stellingen van [gedaagde] gemotiveerd betwist.

Nu [gedaagde] zich beroept op de rechtsgevolgen van de door hem gestelde feiten en voorts uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid of billijkheid geen andere verdeling van de bewijslast voortvloeit, draagt [gedaagde] op grond van het bepaalde bij artikel 150 Rv de bewijslast van die feiten.

[gedaagde] heeft in algemene termen bewijs van zijn stellingen aangeboden, maar heeft daarbij bewijs van de diefstal van de bedrijfsauto uitgezonderd. Dit brengt mee dat het beroep op overmacht wordt verworpen.

KAV heeft als reactie op het verweer van [gedaagde] het gedeelte van de vordering dat ziet op betaling van de bedrijfsschade, ter gelegenheid van de comparitie van partijen nader onderbouwd. [gedaagde] heeft daartegen geen gemotiveerd verweer gevoerd.

Met betrekking tot de door [gedaagde] betaalde waarborgsom heeft KAV betoogd, dat dit geen aanleiding geeft tot vermindering van de vordering met de waarborgsom, aangezien de huur voor de bedrijfsauto ten bedrage van € 433,63 niet door [gedaagde] is voldaan en de vordering nog dient te worden vermeerderd met een bedrag van € 458,08 ter zake van de door KAV gelegde beslagen onder de werkgever van [gedaagde] en op zijn auto. [gedaagde] heeft de stellingen van KAV niet gemotiveerd betwist.

Nu [gedaagde] de door KAV gestelde schade als zodanig ter zake van de dagwaarde van de bestelauto niet heeft betwist, leidt het voorgaande ertoe dat de vordering zal worden toegewezen, inclusief de rente, nu [gedaagde] daartegen geen zelfstandig verweer heeft gevoerd.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan KAV van € 30.850,00 ter zake van de dagwaarde van de bestelauto, € 2.008,80 ter zake van de bedrijfsschade en € 817,94 ter zake van de kosten beslaglegging, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2008 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van KAV tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 71,80

vastrecht € 199,00

salaris gemachtigde € 800,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. van Wassenaer en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.