Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD3677

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-06-2008
Datum publicatie
11-06-2008
Zaaknummer
146657/HA RK 08-58
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzing wrakingsverzoek. De wrakingskamer is van oordeel dat het werken door de rechtbank met een voorbereidingsformulier (een uitsluitend voor intern gebruik van de rechtbank bestemd uittreksel van het strafdossier) in een complexe zaak als de onderhavige onvermijdelijk is en dat het maken door de griffier van een dergelijk stuk altijd een zekere selectie van de feiten zal inhouden. Het voorbereidingsformulier in de onderhavige zaak is door de griffie per abuis ook aan het Openbaar Ministerie en de verdediging verzonden en zo ook aan de verdachte bekend geworden. Aan de inhoud van dit formulier en de daarbij gebruikte bewoordingen heeft de verdachte kunnen ontlenen dat de rechters zich reeds een oordeel over zijn zaak hadden gevormd. De rechters hebben bij de behandeling van de strafzaak laten weten zich te realiseren dat de bij de verdachte ontstane vrees van vooringenomenheid van de betrokken rechters niet is weg te nemen. Hierdoor zal die gedachte bij de verdachte alleen maar zijn versterkt. Door deze combinatie van factoren is de uiterlijke schijn van partijdigheid van de rechters ontstaan, waarmee wraking van de rechters naar het oordeel van de wrakingskamer (objectief) gerechtvaardigd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2008, 162
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Wrakingskamer

zaaknummer: 146657/HA RK 08-58

datum beslissing: 5 juni 2008

Op verzoek van:

[Verzoeker]

[…]

verzoeker,

vertegenwoordigd door

mrs. G.P. Hamer en H.O. den Otter, beiden advocaat te Amsterdam

1. Procesverloop

Bij schriftelijk verzoek van 28 mei 2008 heeft verzoeker de wraking verzocht van:

[rechter 1], voorzitter en [rechter 2] en [rechter 3], rechters,

hierna te noemen: de meervoudige kamer in de bij de rechtbank te Haarlem, sector strafrecht, aanhangige zaak met parketnummer 15/035751-04, hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.1 Verzoeker, zijn raadslieden en de betrokken officieren van justitie zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 5 juni 2008. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn raadslieden. Voorts zijn verschenen de officieren van justitie mrs. M.A. Oudendijk en A.M.H.G. Peters.

2. Standpunten van betrokkenen

Namens verzoeker heeft mr. G.P. Hamer tijdens de behandeling ter terechtzitting ter onderbouwing van het verzoek aan de rechtbank een 34 pagina’s tellende pleitnota overhandigd, aan de hand waarvan hij concludeert tot wraking van de meervoudige kamer.

Het Openbaar Ministerie heeft geconcludeerd tot afwijzing van het wrakingsverzoek.

3. Beoordeling

3.1 Met het onderhavige wrakingsverzoek is de rechterlijke - objectieve - onpartijdigheid van de meervoudige kamer, te weten [rechter 1], [rechter 2] en [rechter 3], betreffende de inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak door verzoeker ter discussie gesteld.

3.2 Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.

3.3 De wrakingskamer is van oordeel dat het werken door de rechtbank met een voorbereidingsformulier (een uitsluitend voor intern gebruik van de rechtbank bestemd uittreksel van het strafdossier) in een complexe zaak als de onderhavige onvermijdelijk is en dat het maken door de griffier van een dergelijk stuk altijd een zekere selectie van de feiten zal inhouden. Het voorbereidingsformulier in de onderhavige zaak is door de griffie per abuis ook aan het Openbaar Ministerie en de verdediging verzonden en zo ook aan de verdachte bekend geworden. Aan de inhoud van dit formulier en de daarbij gebruikte bewoordingen heeft de verdachte kunnen ontlenen dat de rechters zich reeds een oordeel over zijn zaak hadden gevormd. De rechters hebben bij de behandeling van de strafzaak laten weten zich te realiseren dat de bij de verdachte ontstane vrees van vooringenomenheid van de betrokken rechters niet is weg te nemen. Hierdoor zal die gedachte bij de verdachte alleen maar zijn versterkt. Door deze combinatie van factoren is de uiterlijke schijn van partijdigheid van de rechters ontstaan. De vrees voor partijdigheid is daarmee objectief gerechtvaardigd en op basis van deze objectieve toets wordt het wrakingverzoek toegewezen.

4. Beslissing

De rechtbank:

4.1 wijst het verzoek om wraking toe;

4.2 beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechters en de officieren van justitie een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

4.3 bepaalt dat de hoofdzaak verder zal worden behandeld door een andere samenstelling en beveelt dat het onderzoek ter zitting wordt voortgezet op een nader te bepalen tijdstip.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. van der Meer, voorzitter, en mrs. G. Guinau en B. Vogel, leden van de wrakingkamer, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2008 in tegenwoordigheid van B.H.E. Zuidam als griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.