Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD2866

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-04-2008
Datum publicatie
29-05-2008
Zaaknummer
AWB 08-2932
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft krachtens artikel 13b Opiumwet gelast de coffeeshop van eiseres met onmiddellijke ingang te sluiten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de softdrugs die is aangetroffen in de boven de coffeeshop gelegen kamer tot de handelsvoorraad kan worden gerekend. Verweerder heeft de aldaar gevonden hoeveelheid softdrugs in zijn afweging mogen betrekken. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat spoedeisend optreden noodzakelijk was. Sluiting voor 6 maanden niet onredelijk. Verzoek afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 - 2932

uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 april 2008

in de zaak van:

Willie Wortel Sativa B.V.,

gevestigd te Haarlem,

verzoekster,

gemachtigde: mr. M. Veldman, advocaat te Amsterdam.

tegen:

de burgemeester van Haarlem,

verweerder,

gemachtigde: mr. M. Biezenaar, advocaat te Haarlem.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2008 heeft verweerder krachtens artikel 13b van de Opiumwet bevolen tot de onmiddellijke sluiting van coffeeshop "Willie Wortel Sativa", gevestigd aan de Kruisweg 46 te Haarlem.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 25 maart 2008 bezwaar gemaakt. Bij brief van 25 maart 2008 is tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 4 april 2008, alwaar namens verzoekster zijn verschenen haar gemachtigde en [x] en [y], eigenaren van de coffeeshop. Namens verweerder zijn verschenen gemachtigde en J. Lubbers, werkzaam bij de gemeente Haarlem. Voorts zijn verschenen [A], werkzaam bij de politie Kennemerland, afdeling Bijzondere Wetten, en [c], manager van de coffeeshop.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Daarbij gaat het om een afweging van belangen van de verzoekende partij bij een onverwijlde voorziening tegen het belang dat is gemoeid met onmiddellijke uitvoering van het besluit. Voor zover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard.

2.2 Ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot toepassing van bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

2.3 Op 11 mei 1999 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem het "Beleid Coffeeshops" vastgesteld. Hierin is onder meer bepaald dat een coffeeshop kan worden gesloten indien:

- de handelsvoorraad van het bedrijf groter is dan 500 gram;

- de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast door criminele activiteiten.

2.4 Bij een controle op 19 maart 2008 heeft de regiopolitie Kennemerland in de coffeeshop een handelsvoorraad van 1166 gram softdrugs aangetroffen. Voorts zijn in een boven de coffeeshop gelegen kamer (kamer B) een grote hoeveelheid voorgedraaide joints en zakjes softdrugs gevonden, met een totaalgewicht van 11,854 kilogram. Verweerder heeft hierin aanleiding gezien over te gaan tot onmiddellijke sluiting van de coffeeshop. Verweerder heeft de motivering van het besluit achteraf op schrift gesteld en bepaald dat de coffeeshop zal worden gesloten voor een termijn van 6 maanden.

2.5 Verzoekster kan zich met dit besluit niet verenigen en heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst.

2.6 Niet in geschil is dat in de coffeeshop een handelsvoorraad van 1166 gram softdrugs is aangetroffen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter was verweerder derhalve bevoegd om op grond van artikel 13b bestuursdwang toe te passen.

2.7 Verzoekster heeft allereerst aangevoerd dat het sluitingsbevel is ondertekend door een politieambtenaar en derhalve onbevoegd is genomen. Deze grief kan niet slagen, nu verweerder een machtiging heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de betreffende politieambtenaar op grond van artikel 177, eerste lid, van de Gemeentewet gemachtigd was om namens verweerder de sluiting van coffeeshop te gelasten.

2.8 Subsidiair voert verzoekster aan dat verweerder de in kamer B aangetroffen softdrugs ten onrechte tot de handelsvoorraad van de coffeeshop heeft gerekend. Volgens verzoekster wordt deze kamer sinds januari 2008 aan een kennis verhuurd en wist verzoekster niets af van de aldaar aangetroffen softdrugs. Voorts meent verzoekster dat geen sprake is van een kenbaar handhavingsbeleid en dat verweerder, alvorens tot handhavend optreden over te gaan, duidelijkheid had moeten verschaffen omtrent het afstandscriterium.

2.9 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is sprake van een directe relatie tussen de coffeeshop en de in kamer B aangetroffen softdrugs. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat in deze kamer een grote hoeveelheid softdrugs, verpakkingsmaterialen, weegschalen en een sealmachine zijn aangetroffen, alsmede het feit dat de kamer en de coffeeshop deel uitmaken van hetzelfde pand, dat in eigendom is van de heer [b], mede-eigenaar van de coffeeshop. [b] zou deze directe relatie tussen de coffeeshop en kamer B kunnen bestrijden door aan te geven wie de huurder van de kamer is, maar heeft ter zitting verklaard hieromtrent geen mededelingen te doen. De voorzieningenrechter acht het dan ook aannemelijk dat de in kamer B aangetroffen softdrugs behoort tot de voorraad van de coffeeshop.

2.10 De voorzieningenrechter volgt verzoekster niet in haar betoog dat geen sprake is van een kenbaar handhavingsbeleid en dat verweerder eerst duidelijkheid had moeten verschaffen omtrent het afstandscriterium. In het Beleid Coffeeshops is ondubbelzinnig bepaald dat het in voorraad hebben van meer dan 500 gram softdrugs kan leiden tot sluiting van de coffeeshop. Dat verweerder - zoals verzoekster betoogt - bij eerdere controles de softdrugs niet heeft gewogen, leidt niet tot een ander oordeel. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan verzoekster - wat hier ook van zij - hieraan niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat de handelsvoorraad bij een controle niet zal worden gewogen.

2.11 Verzoekster betoogt voorts dat het sluitingsbevel niet is gemotiveerd, dat verweerder heeft nagelaten een begunstigingstermijn te stellen als bedoeld in artikel 5:24, vierde lid, van de Awb en dat de sluiting voor een termijn van 6 maanden niet proportioneel is. Verweerder stelt zich op het standpunt dat, gelet op de ernstige overschrijding van de maximale handelsvoorraad van 500 gram, spoedeisend optreden noodzakelijk was en de coffeeshop met onmiddellijk ingang diende te worden gesloten.

2.12 Omdat aannemelijk is dat er een directe relatie bestaat tussen de coffeeshop en de in kamer B aangetroffen softdrugs, heeft verweerder de aldaar aangetroffen hoeveelheid softdrugs in zijn afweging mogen betrekken. Gelet hierop was er sprake van een ernstige overschrijding van de maximaal toegestane handelsvoorraad en heeft verweerder in redelijkheid de onmiddellijke sluiting van de coffeeshop kunnen gelasten en de motivering van dit besluit achteraf op schrift kunnen stellen. De voorzieningenrechter is niet gebleken dat een sluitingstermijn van 6 maanden buitenproportioneel is.

2.13 Vooralsnog ziet de voorzieningenrechter in de bezwaren van verzoekster geen grond voor de verwachting dat het besluit in bezwaar geen stand zal kunnen houden. Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat dan ook geen aanleiding. Het verzoek daartoe wordt derhalve afgewezen.

2.14 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, en op 9 april 2008 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. D. Krokké, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.