Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD2481

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-05-2008
Datum publicatie
28-05-2008
Zaaknummer
381700 VV EXPL 08-91
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Overlast. Eiseres vordert in kort geding ontruiming van de door haar aan gedaagde verhuurde woning, nadat gedaagde vanaf 1990 ernstige overlast (geluidsoverlast, vervuiling en bedreigingen) heeft bezorgd aan de omwonenden en eiseres zich gedurende een lange periode heeft ingespannen om die overlast op een voor gedaagde minder ingrijpende wijze te stoppen.

De vordering wordt toegewezen, gelet op de aard en de duur van de overlast alsook het feit dat de overlast ondanks eerdere inspanningen van de hulpverlening, gedaagde en haar familie niet tot een aanvaardbaar niveau is teruggedrongen. Het komt de kantonrechter niet geloofwaardig voor dat de pogingen daartoe vanaf nu plots wel succesvol zullen zijn. De omstandigheid dat de overlast mogelijk (deels) zijn oorzaak vindt in de geestelijke stoornis van gedaagde staat aan de toerekenbaarheid van de overlast niet in de weg.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 213
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JHV 2008/171 met annotatie van CG/Anne Maren Langeloo
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 381700 / VV EXPL 08-91

datum uitspraak: 27 mei 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

de stichting Stichting Ymere

te Amsterdam

eisende partij

hierna te noemen Ymere

gemachtigde: mr. M. Stokvis

tegen

1. [gedaagde 1]

te [woonplaats]

hierna te noemen [gedaagde 1]

2. [gedaagde 2]

in zijn hoedanigheid van curator van [gedaagde 1]

te [woonplaats]

hierna te noemen [gedaagde 2]

gedaagde partijen

gemachtigde: mr. D.Th.G. Thuijs

De procedure

Ymere heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op 28 april 2008 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 mei 2008, waarbij de gemachtigde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zich heeft bediend van een pleitnotitie. Partijen hebben stukken in het geding gebracht.

De feiten

a. (De rechtsvoorganger van) Ymere verhuurt sinds 13 juni 1984 aan [gedaagde 1] de woning staande en gelegen aan het [adres] te [woonplaats].

b. [gedaagde 1] lijdt aan ernstige psychische klachten. Er is sprake van schizofrene klachten dan wel een schizoaffectieve stoornis met waanbeelden en paranoïde gevoelens.

c. [gedaagde 1] veroorzaakt sinds 1990 regelmatig overlast aan omwonenden, die tevens huurder van Ymere zijn. Verscheidene mensen zijn verhuisd vanwege de overlast die [gedaagde 1] heeft veroorzaakt. In de periode 8 mei 1990 tot 5 februari 2008 heeft (de rechtsvoorganger van) Ymere in totaal 15 brieven omtrent de overlast aan [gedaagde 1] gestuurd.

d. [gedaagde 1] is bij beschikking van de rechtbank Haarlem van 26 juni 1996 onder curatele gesteld met benoeming van [gedaagde 2] tot curator.

e. Op 21 maart 1998 heeft [gedaagde 2] per email onder meer het volgende aan de rechtsvoorganger van Ymere geschreven:

‘Het is correct dat ik sinds 25 juni 1996 ben aangesteld als curator van Mevrouw H.M.C. [gedaagde 1]. In deze hoedanigheid ben ik de wettelijke vertegenwoordiger van de curandus en voer het beheer van haar Financiën.

Ik moet u er echter dringend op wijzen dat ik mij niet geroepen voel om als “baby sit” de dagelijkse zaken van mevrouw [gedaagde 1] te regelen.

Vanuit mijn beroep en functie kan ik dan ook niet als buffer dienen tussen Mevrouw [gedaagde 1] en de woonstichting met haar mede huurders.

Deze functie zal eerder door een sociaal werker moeten worden vervuld.

Uiteraard blijf ik wel ten alle tijden tot uw beschikking mochten er problemen zijn met uw client. Ik zou het ook erg op prijs stellen als u mij van eventuele (…) incidenten op de hoogte zoudt stellen.

Direct met de buurt en omwonenden stel ik uiteraard niet op prijs.

(…)

f. In december 2005 hebben verscheidene omwonenden bij Ymere geklaagd dat [gedaagde 1] de gemeenschappelijke ruimten had vervuild door vuilnis op de gang te plaatsen en spullen op de gemeenschappelijke trap en in de benedenhal neer te zetten.

g. In december 2005 hebben omwonenden tevens geklaagd over geluidsoverlast door [gedaagde 1] in de nachtelijke uren. De overlast bestond uit schreeuwen op de gang, extreem hard piano spelen, muziekinstallatie op vol vermogen zetten en luidkeels schelden op de trap.

h. Een omwonende genaamd de heer [XXX] heeft in december 2005 voorts nog aangegeven dat [gedaagde 1] hem had bedreigd.

i. In de periode januari 2007 tot juni 2007 was [gedaagde 1] gedetineerd.

j. In juni 2007 klaagt [XXX] over geluidsoverlast en vervuiling van gemeenschappelijke ruimten veroorzaakt door [gedaagde 1] (overal vuilnis en rommel) en door haar hond (plassen in de gemeenschappelijke gang).

k. In november 2007 beklaagt [XXX] zich nogmaals over [gedaagde 1]. De geluidsoverlast en vervuiling van gemeenschappelijke ruimten duurt voort. Verder heeft [gedaagde 1] de voordeur van de woning van [XXX] beklad en de auto van zijn werkgever beschadigd. [XXX] heeft aangifte gedaan bij de politie.

l. In december 2007 klaagt [XXX] dat [gedaagde 1] een zak met kattengrit en kattenuitwerpselen voor zijn voordeur heeft leeggegooid. Ook heeft zij briefjes met racistische teksten aan de deur van de woning van [XXX] gehangen. De politie heeft foto’s gemaakt en de briefjes meegenomen.

m. Januari 2008 meldt [XXX] dat [gedaagde 1] met enige regelmaat vuil voor zijn voordeur gooit en hem regelmatig beledigt, op racistische wijze uitscheldt en hem met de dood bedreigt.

n. [XXX] heeft gemeld dat hij in de nacht van 20 op 21 januari 2008 de politie heeft gebeld omdat [gedaagde 1] zijn voordeur probeerde in te trappen. Ook heeft [gedaagde 1] [XXX] op racistische wijze beledigd en hem met de dood bedreigd.

o. Op 21 januari 2008 heeft [gedaagde 1] [XXX] nogmaals met de dood bedreigd. Zij had daarbij een schaar in haar handen.

p. Op 5 februari 2008 heeft [YYY], manager wonen van Ymere, het volgende aan [gedaagde 1] geschreven:

‘Nadat u lange tijd in een behandelcentrum heeft gewoond, bent u enkele maanden geleden weer teruggekeerd in de woning aan het [adres]. Dit was direct goed te merken, want er kwam direct een stroom van meldingen van omwonenden en politie binnen over uw misdragingen. De overlast bestond onder ander uit hard blaffen van de hond, hard muziek aanzetten, bedreigingen van een omwonende, vervuilen van het trappenhuis en schreeuwen. Inmiddels bent u opnieuw tijdelijk opgenomen in een behandelcentrum.

Ymere, politie en omwonenden zijn na jarenlange overlast van mening dat u niet meer te handhaven bent in de woning aan het [adres]. Wij concluderen dat een zelfstandige woonvoorziening te hoog gegrepen is en dat u alleen geschikt bent om onder intensieve begeleiding te wonen in een beschermde instelling.

Als u opnieuw terugkeert naar uw woning en overlast veroorzaakt, starten wij direct een ontruimingsprocedure op. Uw hulpverlener, de heer G. Vale, van de Geestgronden hebben wij inmiddels eveneens op de hoogte gesteld van dit standpunt.

(..)’

q. Op 18 maart 2008 heeft de heer Vale, Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige van [gedaagde 1], onder meer het volgende geschreven aan de gemachtigde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]:

‘Gezien de vele klachten van de buren heeft de woningbouwvereniging zich genoodzaakt gezien een gerechtelijke procedure te starten om Mw. uit haar woning te zetten (…) Wij denken dat het zelfstandig wonen in de huidige woning niet langer haalbaar is. Wel is er een kans van slagen dat cliente in een andere woning en in een andere buurt redelijk goed zou kunnen functioneren omdat haar paranoïde voornamelijk gericht is tegen een bepaalde buurman.’.

De vordering

Ymere vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot ontruiming van de woning binnen 48 uur na betekening van dit vonnis op laste van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat zij daarmee in gebreke blijven.

Ymere stelt daartoe onder meer het volgende. De omwonenden voelen zich ernstig in hun bestaan bedreigd door de jarenlange geluidsoverlast, de bedreigingen en recent het bedreigen van [XXX] en het proberen in te trappen van diens voordeur. De omwonenden voelen zich onveilig en gespannen en vrezen elke dag dat [gedaagde 1] volledig de controle verliest. [gedaagde 1] schendt haar verplichting tot goed huurderschap met de overlast die zij de omwonenden bezorgt. Ook na februari 2008 is de overlast doorgegaan in de vorm van geluidsoverlast en het verzamelen van spullen op de overloop. Ook voor het geval [gedaagde 1] overlast veroorzaakt onder invloed van een geestelijke stoornis, is er sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van haar contractuele verplichtingen jegens Ymere, op grond waarvan de overeenkomst kan worden ontbonden. Ymere heeft zich er jarenlang voor ingespannen [gedaagde 1] als huurder te handhaven. Zij heeft daartoe onder meer regelmatig contacten onderhouden met de begeleider van [gedaagde 1] van De Geestgronden. Alle pogingen zijn echter zonder resultaat gebleven. Ymere heeft [gedaagde 1] zelfs tot twee keer toe een naar mening van Ymere geschiktere woonruimte aangeboden, maar beide keren is dat aanbod afgewezen. Ymere heeft geen geschikte andere woonruimte voor [gedaagde 1] beschikbaar. Zij biedt sociale huurwoningen aan en geen psychiatrische opvang. Ook andere omwonenden zullen het gedrag van [gedaagde 1] niet kunnen accepteren.

Ymere is in haar relatie tot de omwonenden, die ook huurders van Ymere zijn, wettelijk gehouden om op te treden tegen de overlast die [gedaagde 1] veroorzaakt. De overlast is zodanig ernstig van aard dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Het gedrag van [gedaagde 1] en de haren grijpt diep in het leven van de omwonenden in. De situatie waarin zij moeten leven is onaanvaardbaar en onhoudbaar.

Het verweer

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] betwisten de vordering en voeren daartoe onder meer het volgende aan. Ymere heeft geen spoedeisend belang bij de vordering. [gedaagde 1] heeft inderdaad een lange en problematische geschiedenis als huurster. Zij heeft zich echter sinds de waarschuwingsbrief van 5 februari 2008 zeer koest gehouden. Het kort geding is vrij plotseling en zonder direct aanwijsbare reden gestart. Op 26 februari 2008 heeft een bespreking plaatsgevonden waarbij de wijkagente, de hulpverlener, een zus van [gedaagde 1] en [ZZZ] van Ymere aanwezig waren. [ZZZ] gaf aan over een en ander nader overleg te willen voeren en er is een vervolgafspraak gemaakt voor 11 maart 2008. Die afspraak is op 3 maart afgezegd omdat Ymere kennelijk reeds toen al tot ontruiming wenste over te gaan.

Alles wijst er op dat het nu beter gaat en in de toekomst nog beter zal gaan. De psychische klachten van [gedaagde 1] lijken sinds februari/maart 2008 steeds meer onder controle te komen. Zij krijgt haar medicatie inmiddels in depotvorm. Dat houdt in dat de medicatie per injectie wordt gegeven en niet meer vrijblijvend is, hetgeen met een rechterlijke machtiging wordt gewaarborgd. “Harde” resultaten van de medicatie zijn over enkele maanden te verwachten. Voorts heeft het sociale vangnet om [gedaagde 1] heen de nodige inspanningen verricht om tot een oplossing te komen. [gedaagde 1] heeft afstand gedaan van op een na alle honden, de familie en curator zullen zorgen dat de piano wordt weggehaald en voor de muziekinstallatie is een koptelefoon gekocht. Op 3 april 2008 is een indicatiebesluit afgegeven. Dat heeft geresulteerd in vijf dagen hulp per week, zodat het vangnet van [gedaagde 1] is versterkt. Voorts zullen de zusters van [gedaagde 1] een meer intensieve rol op zich gaan nemen, is de reclassering bij [gedaagde 1] betrokken en houdt de wijkagente een oogje in het zeil.

Er moet worden meegewogen dat [gedaagde 1] de overlast veroorzaakt ten gevolge van haar ziekte en niet uit kwade wil.

Ymere heeft de familie en de curator niet in staat gesteld om tijdig in te grijpen en de overlast te stoppen, voordat de grens van Ymere was bereikt. De post is namelijk rechtstreeks naar [gedaagde 1] gestuurd, die haar post veelal niet opent, en niet naar de curator of de familie.

Ymere heeft minder ingrijpende maatregelen voorhanden dan het ontruimen van de woning. De situatie kan worden opgelost door [gedaagde 1] een andere woning aan te bieden. De waandenkbeelden van [gedaagde 1] richten zich vooral op [XXX] en een andere woning zou die prikkel om overlast te veroorzaken wegnemen. De andere woningen zijn meer dan vijf jaar geleden aan [gedaagde 1] aangeboden en waren bovendien niet passend.

Ontruiming van de woning brengt voor [gedaagde 1] zeer ernstige gevolgen met zich. Door haar sterke vrijheidsdrang kan [gedaagde 1] zich moeilijk naar regels schikken en niet omgaan met groepsdruk. Inwoning elders of een opvanghuis zal zij ontvluchten, zodat [gedaagde 1] bij ontruiming tot een zwervend bestaan zal worden veroordeeld. [gedaagde 1] zal zich op straat niet goed kunnen handhaven. De verbetering die is ingezet zal voorgoed teniet worden gedaan.

De beoordeling van het geschil

1. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben aangevoerd dat de vordering moet worden afgewezen omdat Ymere daarbij geen spoedeisend belang heeft. De kantonrechter verwerpt dat verweer. Voldoende vast staat dat de omwonenden ernstig overlast ondervinden van het gedrag van [gedaagde 1] en dat zij er belang bij hebben dat die overlast spoedig wordt beëindigd. Het woongenot van de omwonenden wordt ernstig belemmerd. Het spoedeisende belang bestaat nog temeer omdat het veiligheidsgevoel van de omwonenden inmiddels wordt aangetast door de herhaalde bedreigingen van [gedaagde 1] aan het adres van [XXX].

Er kan verder niet worden gezegd dat Ymere haar recht op een spoedige voorziening heeft verspeeld omdat zij zonder reden lang heeft getalmd met het instellen van de vordering, zoals [gedaagde 1] en [gedaagde 2] suggereren. Het siert (de rechtsvoorganger van) Ymere dat zij zich een lange periode heeft ingespannen om de overlast voor de omwonenden op een voor [gedaagde 1] minder ingrijpende wijze te stoppen. Ymere heeft [gedaagde 1] uiteindelijk met recht een ultimatum gesteld in haar brief van 5 februari 2008, omdat alle inspanningen geen resultaat hadden opgeleverd en de overlast weer opnieuw begon bij de terugkeer van [gedaagde 1] in de woning. Het kort geding is vervolgens ingesteld omdat de overlast niet stopte, hetgeen voor Ymere de spreekwoordelijke druppel opleverde. Dat Ymere op 26 februari 2008 nogmaals in gesprek is gegaan omtrent [gedaagde 1], brengt geen verandering in het oordeel van de kantonrechter.

2. De vraag die nu voorligt is of in dit geding aan de hand van de thans bekende feiten en omstandigheden de kantonrechter voldoende aannemelijk acht dat in een eventueel tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een vordering van Ymere ter zake van ontbinding en ontruiming tot een toewijzing daarvan zal leiden. De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.

3. Ymere heeft uitgebreid geschetst dat [gedaagde 1] voor ernstige overlast zorgt. Het gaat om geluidsoverlast - ook ’s nachts – het vervuilen van de gemeenschappelijke ruimten met spullen maar ook met uitwerpselen van honden en katten en sinds recentelijk ook om bedreigingen. Niet weersproken is dat de schets van Ymere ter zake op juistheid berust. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de gedragingen van [gedaagde 1] een zodanige wanprestatie op dat ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde zijn gerechtvaardigd. Dat de overlast mogelijk (deels) zijn oorzaak vindt in de geestelijke stoornis van [gedaagde 1] maakt dat niet anders. Dat staat namelijk aan de toerekenbaarheid van de overlast niet in de weg, zoals Ymere ook terecht heeft betoogd.

4. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben aangevoerd dat er recentelijk verscheidene maatregelen zijn genomen om de overlast te verminderen dan wel te verhelpen. De maatregelen bestaan uit het wegdoen van een aantal honden, het voortaan toedienen van de medicijnen in depotvorm, het verstrekken van een koptelefoon aan [gedaagde 1], het voornemen de piano te verwijderen en het opvoeren van de (sociale) controle. Onder die omstandigheden dient Ymere de situatie als goed verhuurder nog een periode aan te zien, aldus begrijpt de kantonrechter het verweer van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. Ook hierin volgt de kantonrechter [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet. De kantonrechter overweegt dat de overlast al gedurende 18 jaar aan de gang is, terwijl deze in de laatste periode nog is verergerd. De hulpverlening, [gedaagde 2] en de familie zijn daar ook al lange tijd van op de hoogte en zijn kennelijk al die tijd niet in staat geweest de overlast tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Het komt de kantonrechter niet geloofwaardig voor dat hun pogingen daartoe vanaf nu plots wel succesvol zullen zijn, alleen omdat Ymere nu daadwerkelijk tot een gerechtelijke procedure is overgegaan. De kantonrechter wordt nog verder in zijn oordeel gesterkt door het feit dat de hulpverlener van [gedaagde 1] zelf aangeeft dat [gedaagde 1] niet geschikt is om zelfstandig te wonen in de huidige woning en door het feit dat Ymere onweersproken heeft gesteld dat ook een jaar eerder al nieuwe medicatie is geprobeerd zonder dat de overlast verminderde.

5. De kantonrechter is niet van oordeel dat Ymere op grond van het goed verhuurderschap is gehouden om [gedaagde 1] een andere woonruimte aan te bieden, omdat de overlast ook voor andere omwonenden niet acceptabel zou zijn. Ymere wenst het probleem terecht niet slechts te verschuiven naar een andere wijk.

6. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben ten slotte nog gewezen op de ernstige gevolgen die ontruiming van de woning van [gedaagde 1] met zich zullen brengen. De kantonrechter beseft dat deze gevolgen mogelijk inderdaad ernstig zullen zijn. Voor hem is echter voldoende aannemelijk geworden dat de omwonenden, die immers ook rechten hebben, een zodanig zwaarwegend belang bij ontruiming van de woning hebben dat dit belang opweegt tegen de belangen van [gedaagde 1]. Het woongenot van de omwonden wordt namelijk te zeer aangetast door de geluidsoverlast en vervuiling van de woonomgeving, die ondanks alle inspanningen niet tot een aanvaardbaar niveau zijn teruggedrongen, terwijl zij zich nu voorts met reden voelen aangetast in hun veiligheidsgevoel.

7. Gezien het vorengaande zal de kantonrechter de gevorderde ontruiming toewijzen. [gedaagde 2] zal er slechts toe worden veroordeeld om de ontruiming te gehengen en gedogen. In de ernstige gevolgen die de ontruiming met zich brengt, ziet de kantonrechter wel aanleiding deze pas te gelasten per 1 september 2008. Daarmee biedt de kantonrechter respijt om voor [gedaagde 1] een andere voorziening te treffen –bijvoorbeeld beschermd wonen - zodat hopelijk kan worden voorkomen dat [gedaagde 1] in het daklozencircuit belandt.

8. De kantonrechter zal ook overgaan tot verlening van de door Ymere verzochte machtiging om de ontruiming zelf te doen geschieden in geval van weigering of nalatigheid van die ontruiming. Aangezien deze machtiging wordt verleend, zal de kantonrechter geen dwangsom stellen op het niet nakomen van het ontruimingsbevel.

9. [gedaagde 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Aangezien [gedaagde 2] slechts als curator van [gedaagde 1] is gedagvaard, vindt jegens hem geen proceskostenveroordeling plaats.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde 1] bij wijze van voorlopige voorziening om de woning gelegen aan het [adres] te [woonplaats] uiterlijk per 1 september 2008 te ontruimen en met alle zich daarin bevindende personen en goederen, voor zover deze laatste niet eigendom van Ymere zijn, te verlaten, en met overdracht van de sleutels en hetgeen daartoe verder behoort ter algehele en vrije beschikking te stellen van Ymere;

- machtigt Ymere om – ingeval van weigering of nalatigheid van [gedaagde 1] om tot ontruiming over te gaan – de ontruiming zelf en op kosten van [gedaagde 1] te bewerkstelligen, desnoods met behulp van politie en justitie;

- verooordeelt [gedaagde 2] in zijn hoedanigheid van curator van [gedaagde 1] om de ontruiming te gehengen en gedogen;

- veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Ymere tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 85,44

vastrecht € 288,00

salaris gemachtigde € 400,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.