Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD2350

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-05-2008
Datum publicatie
23-05-2008
Zaaknummer
07-3483, 06-11192
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Woonwijk Vogelpark te Haarlem. De grief van eisers met betrekking tot het aantal bouwlagen van de urban villa's slaagt, namelijk voor zover in de stellingen besloten ligt dat verweerder niet, althans ontoereikend, de vrijstelling ten behoeve van de villa's heeft voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rectificatie

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummers: AWB 07/3483 (bouwvergunning) en AWB 06/11192 (vrijstelling)

uitspraak van de meervoudige kamer van 6 mei 2008

in de zaken van:

[eisers],

allen wonende te Aerdenhout, gemeente Bloemendaal,

eisers,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Heemstede,

verweerder,

derde partij:

V.O.F. Vogelpark,

gevestigd te Gouda,

gemachtigde: mr. R.J.G. Bäcker, advocaat te Rotterdam.

1. Procesverloop

ten aanzien van het vrijstellingbesluit

Bij besluit van 10 oktober 2006, verzonden 17 oktober 2006, heeft verweerder aan V.O.F. Vogelpark (hierna: Vogelpark), vrijstelling ex artikel 19, tweede lid, Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) verleend van de bestemmingsplannen:

- Herziening XLIII en XLIX van het uitbreidingsplan;

- Herziening L, deel uitmakende van de algemene herziening van het Uitbreidings-plan;

- Herziening La van het Uitbreidingsplan;

- Aanvullende bebouwings- en gebruiksvoorschriften Heemstede,

voor het uitvoeren van het stedenbouwkundig plan om in de omgeving van het station Heemstede-Aerdenhout:

- een woonwijk te realiseren (Vogelpark);

- het Roemer Visscherplein te herinrichten en;

- een voorrangsplein te realiseren op de Zandvoortselaan ter hoogte van het Roemer Visscherplein.

Bij brief van 6 november 2006 hebben eisers tegen dit besluit beroep ingesteld. Bij brief van dezelfde datum hebben zij tevens een verzoek ingediend om ter zake een voorlopige voorziening te treffen.

ten aanzien van de bouwvergunningen

Bij besluiten, verzonden op 20 oktober 2006, heeft verweerder aan Vogelpark, met gebruikmaking van de bij het besluit van 10 oktober 2006 verleende vrijstelling, bouwvergunningen verleend voor het realiseren van vier urban villa's (appartements-gebouwen), 16 vrijstaande woningen, 46 twee-onder-één-kap-woningen en 42 meer-onder-één-kap-woningen in het planonderdeel "het Vogelpark".

Tegen deze besluiten hebben eisers bij brief van 6 november 2006 bezwaar gemaakt. Bij brief van dezelfde datum hebben zij tevens een verzoek ingediend voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Bij besluit van 21 maart 2007, verzonden 13 april 2007, heeft verweerder besloten om de bezwaren van de bewoners die niet woonachtig zijn aan de Houtvaartkade of Anjelierenlaan 8-12 niet ontvankelijk te verklaren en de bezwaren van de bewoners aan de Houtvaartkade en Anjelierenlaan 8-12 ongegrond te verklaren. Voor de motive-ring van deze besluiten heeft verweerder verwezen naar het advies van de commissie voor bezwaarschriften (hierna: de commissie).

Tegen deze besluiten hebben eisers bij brief van 23 mei 2005 beroep ingesteld.

ten aanzien van alle bestreden besluiten

Bij uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank d.d. 7 december 2006 (AWB 06/11167 en AWB 06/11430) zijn de verzoeken om een voorlopige voor-ziening afgewezen.

Het beroep van eisers is gezamenlijk behandeld met de beroepen van [naam] (AWB 07/3438) en Taconis Hippo Medical v.o.f. e.a. (AWB 06/11787 en AWB 07/3434) ter zitting van 27 maart 2008, alwaar [eiser] in persoon is verschenen, tevens als woordvoerder voor de overige eisers, van wie enkelen eveneens in persoon ter zitting zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.E. Hopman, vergezeld door G. Klaassen, beiden werkzaam bij de gemeente Heemstede. Vergunninghouder is verschenen bij gemachtigde mr. R.J.G. Bäcker, vergezeld door twee managers in dienst van de derde partij.

2. Overwegingen

formeel

2.1 Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder een belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrok-ken.

2.2 Eisers hebben beroep ingesteld tegen de verleende vrijstelling voor zover deze betrekking heeft op de herinrichting van het Roemer Visscherplein en het realiseren van een voorrangsplein op de Zandvoortselaan ter hoogte van het Roemer Visscherplein. De rechtbank stelt op grond van het verhandelde ter zitting en de gedingstukken vast dat eisers vanuit hun woningen geen uitzicht hebben op het voorrangsplein en het Roemer Visscherplein. Gelet op deze constatering en bij gebreke aan andere voldoende specifieke omstandigheden die tot de slotsom zouden moeten leiden dat eisers zouden moeten worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, Awb, zal het beroep van eisers tegen het vrijstellings-besluit d.d. 10 oktober 2006 niet ontvankelijk worden verklaard.

2.3 Het beroep tegen het besluit d.d. 21 maart 2007 is ingesteld door in totaal 82 eisers. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat alleen de bewoners van het Rijnegomkwartier voor zover zij vanuit hun woning zicht hebben op de bouwplannen als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt. Het in bezwaar aangevoerde argu-ment dat de druk op de voorzieningen in de omgeving wordt verhoogd, acht ver-weerder te weinig onderscheidend ten opzichte van andere bewoners van Heemstede-Aerdenhout. Op grond hiervan heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat alleen de bewoners van de Houtvaartkade en de bewoners van de Anjelierenlaan 8-12 als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt en derhalve (in zoverre) ontvankelijk zijn in hun bezwaren en dat alle overige bezwaarden niet ontvankelijk verklaard dienen te worden verklaard.

2.4 Het door verweerder ingenomen standpunt wordt voor juist gehouden. In dit verband merkt de rechtbank op dat namens eisers ter zitting is betoogd dat ook de bewoners van de woningen aan de Spiegelenburghlaan op het bouwplan uitzicht hebben. Voor zover echter al zou moeten worden aangenomen dat deze bewoners enig zicht hebben op het bouwplan - de woningen aan de Spiegelenburghlaan zijn immers gelegen achter de Houtvaartkade en kijken aan de achterzijde primair uit op de woningen van de Houtvaartkade - is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat dit zicht zodanig beperkt is, dat hierin geen aanleiding wordt gevonden voor het oordeel dat deze bewoners ten onrechte niet ontvankelijk zijn verklaard. Gelet op het vorengaande zal het beroep van eisers 23 tot en met 82 - zoals deze zijn genummerd in het, aan deze uitspraak gehechte, beroepschrift van 23 mei 2007 - ongegrond worden verklaard nu verweerder deze eisers terecht niet ontvankelijk heeft verklaard.

2.5 Vervolgens zal de rechtbank ambtshalve beoordelen of alle door verweerder als belanghebbende aangemerkte partijen (derhalve eisers 1 tot en met 22 van het beroepschrift van 23 mei 2007) ook in hun beroep kunnen worden ontvangen, gelet op het bepaalde in artikel 6:13 Awb.

2.6 Ingevolge artikel 6:13 Awb kan geen beroep bij de administratieve rechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 Awb naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld.

2.7 De rechtbank stelt vast dat eiser 2 alsmede eisers 15 tot en met 20 geen zienswijzen hebben ingediend. Gelet op het bepaalde in artikel 6:13 Awb zal het beroep van eiser 2 en eisers 15 tot en met 20 tegen het besluit van 21 maart 2007 niet ontvankelijk moeten worden verklaard. Alle overige eisers derhalve eiser 1, eisers 3 tot en met 14 en eisers 21 en 22 zijn ontvankelijk in hun beroep.

2.8 Beoordeling ten gronde

2.9 Ter toetsing ligt voor het beroep tegen het besluit van 21 maart 2007, verzonden 13 april 2007 waarbij - voor zover thans nog relevant - verweerder heeft besloten om de bezwaren van eiser 1, eisers 3 tot en met 14 en eisers 21 en 22 ongegrond te verklaren. Deze bezwaren waren gericht tegen de op 20 oktober 2006 verzonden besluiten, waarbij verweerder aan Vogelpark met gebruikmaking van de bij het besluit van 10 oktober 2006 verleende vrijstelling, bouwvergunningen heeft verleend voor het realiseren van de hiervoor omschreven woningbouw.

2.10 Niet is in geschil dat de bouwplannen zich niet verdragen met het ter plekke vigerende planologisch regime, zodat slechts vergunning voor de bouwplannen kon worden verleend na het verlenen van vrijstelling van dat regime.

2.11 Aan de vrijstellingverlening is - in grote lijnen - het volgende voorafgegaan.

In 2004 is bij raadsbesluit een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) opge-steld. Voorts zijn diverse rapportages uitgebracht met betrekking tot (verkennend) milieutechnisch bodemonderzoek, archeologisch bodemonderzoek, luchtkwaliteit, akoestisch onderzoek omtrent geluidshinder van rail- en wegverkeer, verkeersdoor-stroming, parkeerproblematiek, en flora- en faunaonderzoek.

In de raadsvergadering van 26 januari 2006 is het SpvE op enkele punten gewijzigd, waarna het SPvE op 16 februari 2006 ter inzage is gelegd.

De ingediende zienswijzen leidden tot een wijziging van het SPvE, die hierin bestond, dat de bovenste bouwlaag van de meest westelijke urban villa enigszins werd "teruggeplaatst", met als gevolg dat 1 appartement minder kan worden gerealiseerd.

Vogelpark heeft daarop het oorspronkelijke plan c.q. de aanvraag ingetrokken en op 13 juli 2006 een nieuwe aanvraag conform het aangepaste plan ingediend.

Op deze aanvraag en de daaraan bij rapport van 15 augustus 2006 van SAB Amsterdam gegeven ruimtelijke onderbouwing hebben eisers bij brief van 23 september 2006 opnieuw zienswijzen ingediend. Bij besluit van 10 oktober 2006 heeft verweerder de vrijstelling verleend.

2.12 Gelet op het verhandelde ter zitting hebben de bezwaren van eisers tegen het bouwproject in de kern betrekking op twee aspecten namelijk: de hoogte van de urban villa's en de vrees voor het ontstaan van een (verdere) toename van de verkeershinder op en rond de Zandvoortselaan ter hoogte van de nieuwbouwwijk.

2.13 Wat betreft de verkeerskundige aspecten van de bouwplannen, overweegt de recht-bank als volgt. In opdracht van verweerder heeft onderzoeksbureau Goudappel en Coffeng een tweetal rapporten opgesteld namelijk 'Verkeersonderzoek Zandvoort-selaan' d.d. 12 december 2005 en 'Verkeersdoorstroming kruispunt Zandvoortselaan - Leidsevaartweg' d.d. 11 juli 2006. In deze rapporten is een aantal opties voor de verkeersafwikkeling ter plaatse onderzocht op basis van simulaties en is uiteindelijk geconcludeerd dat het -geplande- voorrangsplein het beste alternatief is om na de realisatie van de bebouwing op het Vogelpark en de als gevolg daarvan te verwachten toename van het verkeer een acceptabele doorstroming van het verkeer ter plaatse te kunnen blijven garanderen. In paragraaf 5.7 van de 'ruimtelijke onderbouwing omgeving station Heemstede-Aerdenhout, gemeente Heemstede' d.d. 15 augustus 2006 (hierna: de ruimtelijke onderbouwing) heeft verweerder naar genoemde rappor-ten verwezen. Daarbij is verweerder vervolgens uitvoerig ingegaan op de verkeers-problematiek en heeft een aantal maatregelen aangekondigd (waaronder de aanleg van het voorrangsplein) om ook in de toekomst na de realisatie van de nieuwbouwwijk een acceptabele verkeersdoorstroming zoveel mogelijk te waarborgen.

2.14 Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder aangegeven dat verweerder zich er volledig van bewust is dat ook reeds thans de verkeersdruk in de directe omgeving van het bouwplan groot is. Gelet echter op de inhoud van genoemde deskundigenrappor-ten, op hetgeen mede op basis daarvan in de ruimtelijke onderbouwing ten aanzien van de te verwachten verkeersontwikkelingen is overwogen en de aangekondigde verkeersmaatregelen om negatieve effecten op de verkeersdoorstroming zoveel moge-lijk te voorkomen, is de rechtbank van oordeel dat verweerder in de vrees van eisers voor een onaanvaardbare verkeersdruk in redelijkheid geen aanleiding heeft hoeven zien vrijstelling te weigeren. Bij het vorenstaande heeft de rechtbank betrokken dat niet is gebleken dat de rapporten/adviezen naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertonen dat verweerder deze niet - of niet zonder meer - aan de verleende vrijstelling ten grondslag had mogen leggen. Daarbij is nog van belang dat eisers tegenover de rapporten geen tegenrapport van een terzake deskundige hebben ingebracht.

2.15 Voor wat betreft de bouwhoogte van de urban villa's hebben eisers aangevoerd dat verweerder zonder enige nadere onderbouwing de geplande hoogte van de urban villa's, waarvan in het SPvE werd uitgegaan, heeft verlaten en vergunning heeft verleend voor het bouwen van hogere appartementsgebouwen. De rechtbank vult deze grond aldus aan dat naar het oordeel van eisers het bouwplan op dit onderdeel niet is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing, zoals voorgeschreven in artikel 19, tweede lid, WRO.

2.16 Te dien aanzien wordt het volgende overwogen. In hoofdstuk 8 van het SPvE 2004 is een ruimtelijk programma van eisen neergelegd. Blijkens de inleiding van hoofdstuk 8 legt dit programma van eisen 'een reeks ruimtelijke randvoorwaarden vast, waaraan een op het SPvE gebaseerd stedenbouwkundig plan kan worden getoetst.'

Paragraaf 8.1 vervolgt met: "De bouwhoogte van nieuwbouw in het plangebied is drie lagen, met uitzondering van het langgerekte gebouw in de spoorzone, waar drie lagen op een halfondergrondse parkeergarage staan.[...]

De dichtheid in het Vogelpark varieert als volgt: [...] Van zuid naar noord: van lagere dichtheid in het zuiden (aansluitend bij de bebouwing van de Zandvoortselaan en de Schollevaarlaan) naar een hogere dichtheid in het noorden (urban villa's op de overgang naar Haarlem). [...]

Realisering van een aantal bijzondere gebouwtypen is uitgangspunt. Het gaat hierbij om: [...] Appartementsgebouwen op de noordgrens van het Vogelpark (urban villa's), met daartussen ruimte om een goede ruimtelijke aansluiting op eventuele ontwikke-lingen in het Haarlemse deel van de polder (volkstuinen) mogelijk te maken."

Ook de tabel zoals deze in paragraaf 8.9 staat weergegeven, gaat uit van drie woonlagen.

2.17 In paragraaf 2.3.1. punt 4 van de ruimtelijke onderbouwing van 15 augustus 2006 wordt over de woningbouw het volgende opgemerkt: 'In het noordelijk deel van het projectgebied worden vier urban villa's gerealiseerd. Deze urban villa's staan op een halfverdiepte parkeergarage die de vier gebouwen onderling verbindt. Door de halfverdiepte ligging van de parkeergarage zijn de panden 4,5 bouwlagen hoog. De bovenste bouwlaag bestaat uit een terugliggende woonlaag, waarbij de bovenste laag van de meest westelijke urban villa, verder terug ligt dan bij de overige drie urban villa's. Door hier gebouwen te realiseren van 4,5 bouwlagen hoog, ontstaat een eindigend gebaar in de richting van Haarlem. Dit sluit aan bij de randvoorwaarden van het SPvE.'

Paragraaf 5.1 van de ruimtelijke onderbouwing vervolgt: 'Ter beoordeling van toe-komstige plannen voor het gebied stationsomgeving Heemstede-Aerdenhout zijn in het SPvE randvoorwaarden (harde eisen) en uitgangspunten (minder hard) en aandachtspunten opgenomen.'

In paragraaf 5.1.1. worden de ruimtelijke randvoorwaarden - voor zover hier van belang - als volgt omschreven. 'De bouwhoogte langs het spoor bedraagt maximaal 3,5 verdiepingen. De bouwhoogte van de overige bebouwing bedraagt maximaal 3 verdiepingen. - De planvisie ten aanzien van dit onderdeel is nadien gewijzigd. Door in het noordelijk projectgebiedsdeel urban villa's te realiseren van 4,5 bouwlagen hoog ontstaat hier een eindigend gebaar in de richting van Haarlem in de vorm van een harde, gesloten grens maar met zichtlijnen richting Haarlem. Het eindigend gebaar is ook een van de randvoorwaarden uit het SPvE [...]. De bovenste bouwlaag is teruggelegd, waardoor de hoogte iets minder omvangrijk aandoet. De bovenste bouwlaag van het meest westelijk urban villa, ligt verder terug dan bij de overige drie urban villa's. Op deze wijze wordt rekening gehouden met de bebouwing ten westen van het projectgebied.'

2.18 De rechtbank stelt vast dat verweerder de ruimtelijke randvoorwaarde in het SPvE 2004 - in het SPvE omschreven als eis; in de ruimtelijke onderbouwing zelfs omschreven als 'harde' eis - dat de urban villa's uit maximaal drie bouwlagen zouden mogen bestaan bij het verlenen van de vrijstelling heeft verlaten, aangezien bouwvergunningen zijn afgegeven voor urban villa's bestaande uit 4,5 bouwlagen. Verweerder heeft in de ruimtelijke onderbouwing op dit punt slechts aangegeven dat door in het noordelijk projectgebiedsdeel urban villa's te realiseren van 4,5 bouwlagen hoog, een 'eindigend gebaar' ontstaat in de richting van Haarlem in de vorm van een harde, gesloten grens, maar met zichtlijnen richting Haarlem. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank niet, althans niet toereikend, gemotiveerd op grond van welke gewijzigde stedenbouwkundige en/of ruimtelijke inzichten de urban villa's hoger zouden moeten worden gebouwd dan de in het SPvE neergelegde maximum van drie bouwlagen. Dat de extra bouwlaag/hoogte nodig zou zijn om te voldoen aan de in het SPvE neergelegde eis om met behulp van appartementsgebouwen de noordgrens (gemeentegrens) van het Vogelpark te markeren, acht de rechtbank zonder nadere motivering onbegrijpelijk nu voorshands niet valt in te zien dat dit 'eindigend gebaar' niet zou kunnen worden gerealiseerd door het bouwen van appartementsgebouwen met het maximum aantal bouwlagen, zoals neergelegd in het SPvE. Daarnaar gevraagd heeft verweerder ter zitting verwezen naar de gedingstukken en daarbij nog toegelicht dat na de vaststelling van het SPvE 2004 sprake is geweest van voortschrijdend inzicht. Daarbij is gewezen op de grote behoefte aan nieuwe appartementen in de regio gelet op de woningnood, het feit dat de aan het Roemer Visscherplein geplande woningbouw uiteindelijk niet is doorgegaan en het in de sfeer van de projectontwik-kelaar gelegen gegeven dat indien er minder appartementen worden gebouwd het hele project niet meer exploitabel is. De rechtbank is van oordeel dat vorenbedoelde door verweerder naar voren gebrachte argumenten noch op zichzelf beschouwd noch in hun onderlinge samenhang dragend kunnen zijn voor een goede ruimtelijke onderbouwing als bedoeld in artikel 19, tweede lid, WRO. Blijkens de stukken is er voorts nog sprake van geweest dat de grotere hoogte van het eindigend gebaar zou zijn ingegeven door de wens door middel van de urban villa's de woonwijk te beschermen tegen plannen van de gemeente Haarlem om ten noorden van Vogelpark nog hoger te gaan bouwen. De rechtbank is van oordeel dat voor zover deze vrees al ten grondslag heeft gelegen aan de wijziging van het SPvE, hiervoor geen steun wordt gevonden in de feiten. De rechtbank volstaat met te verwijzen naar het verslag van de zienswijzen naar aanleiding van de terinzagelegging ontwerpbesluit vrijstelling Stationsomgeving. Onder punt 37 van dit verslag hebben Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haarlem (B&W) als bezwaar geformuleerd, zakelijk weergegeven, dat de urban villa's als een muur richting Haarlem functioneren, waardoor de bouwwerken binnenkort in het midden van de bebouwing staan. De situering beperkt Haarlem in haar ontwikkelingsmogelijkheden, aldus B&W. Deze reactie wijst in het geheel niet op bij de gemeente Haarlem bestaande plannen voor hoogbouw. Bij het vorengaande heeft de rechtbank betrokken dat de appartementsgebouwen 14 meter (m) hoog worden, zijnde een verschil van maar liefst 5 m met de overige (laag)bouw van het bouw-project.

2.19 Resumerend is de rechtbank van oordeel dat de grief van eisers met betrekking tot het aantal bouwlagen van de urban villa's slaagt, namelijk voor zover in de stellingen besloten ligt dat verweerder niet, althans ontoereikend, de vrijstelling ten behoeve van de urban villa's heeft voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing.

2.20 Het beroep zal gegrond worden verklaard. Het bestreden besluit zal moeten worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb. Gesteld noch gebleken is dat eisers voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten hebben gemaakt.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep van eisers tegen het vrijstellingsbesluit d.d. 10 oktober 2006 niet ontvankelijk;

3.2 verklaart het beroep van eisers 23 tot en met 82 tegen het besluit van 21 maart 2007 ongegrond;

3.3 verklaart het beroep van eiser 2 alsmede eisers 15 tot en met 20 gericht tegen het besluit van 21 maart 2007 niet ontvankelijk;

3.4 verklaart het beroep van eiser 1, eisers 3 tot en met 14 en eisers 21 en 22 gericht tegen het besluit van 21 maart 2007 gegrond;

3.5 vernietigt het bestreden besluit van 21 maart 2007;

3.6 wijst het meer of anders gevorderde af;

3.7 gelast dat de gemeente Heemstede het door eisers betaalde griffierecht van € 143,-- aan hen vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzitter van de meervoudige kamer, en mrs. W.J. van Brussel en G.D. de Jong, rechters, en op 6 mei 2008 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. J. Poggemeier, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.