Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD1561

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-03-2008
Datum publicatie
14-05-2008
Zaaknummer
06/11910
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane. De hoofdfunctie moet, gelet op de grootte van de opslagcapaciteit en de grootte en de resolutie van het LCD-scherm, worden ontleend aan de functie van de multimediaspeler om videobeelden weer te geven. Het goed moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 8521 9000.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2008, 997
FutD 2008-1140

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige douanekamer

Procedurenummer: AWB 06/11910

Uitspraakdatum: 27 maart 2008

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X B.V. , gevestigd te Z, eiseres,

Gemachtigde: mr. A, advocaat

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane West, kantoor Hoofddorp Saturnusstraat, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Op 23 februari 2006 heeft verweerder aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb), kenmerk [nummer], ten bedrage van € 11.995,28 aan douanerechten opgelegd.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 3 oktober 2006 de utb met € 3.329,04 verminderd tot € 8.666,24.

1.3. Eiseres heeft daartegen bij brief van 13 november 2006, ontvangen bij de rechtbank op 14 november 2006, beroep ingesteld.

1.4. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.5. Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2008. Namens eiseres is daar verschenen mr. A, advocaat, tot bijstand vergezeld van B. Namens verweerder is verschenen mr. C. Partijen hebben ieder een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan elkaar. Tijdens de zitting is een monster van het in geding zijnde goed getoond.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiseres heeft in 2004 ten behoeve van D B.V. aangifte gedaan voor de douaneregeling in het vrije verkeer brengen van onder andere 200 stuks multimediaspelers van het merk NHJ, types MPM 201 en 202, inclusief 200 stuks bijbehorende “docking cradles” (hierna: het goed of de goederen). Eiseres heeft de goederen in de aangifte omschreven als toestellen voor het opnemen en weergeven van geluid en aangegeven onder GN-code 8520 9090 90.

2.2. Verweerder heeft bij D B.V. een controle na invoer ingesteld als bedoeld in artikel 78 van het Communautair douanewetboek (hierna: CDW) en van deze controle een rapport opgemaakt met datum 10 februari 2006. In dit rapport concludeert verweerder dat de goederen moeten worden ingedeeld onder GN-code 8521 9000. Op grond hiervan heeft verweerder het onder 1.1. genoemde bedrag achteraf geboekt, zijnde het verschil tussen het bedrag geboekt op grond van de aangifte en het volgens verweerder wettelijk verschuldigde bedrag.

2.3. De multimediaspeler en de docking cradle worden samen aangeboden in een kleinhandelsverpakking, waarin zich ook nog andere accessoires bevinden zoals een CD-ROM met software, een handleiding, een AC-adapter, een afstandsbediening, diverse aansluitkabels en oortelefoons. De multimediaspeler MPM wordt op de verpakking omschreven als een Personal Video Recorder en is voorzien van een lcd-scherm van 3,5 inch en beschikt over een geheugencapaciteit van 30 GB (type 201) of 60 GB (type 202). De multimediaspelers zijn geschikt om films op te nemen van TV of een videobron via de AV of S-video-ingang (alleen wanneer aangesloten op de docking cradle), en weer te geven, stilstaande beelden in JPEG-formaat weer te geven, muziekbestanden (in mp3-formaat) af te spelen en geluiden op te nemen en weer te geven (voicerecorder). De video-opnameduur in één bestand is maximaal 60 minuten. Opnames die langer duren worden opgeslagen in meerdere bestanden van maximaal 60 minuten. Via de USB-aansluiting kunnen databestanden (video, geluid of anderszins) worden uitgewisseld met een personal computer.

2.4. De docking cradles zijn aan de achterzijde voorzien van een ingang voor 6 volt gelijkspanning, een S-video-aansluiting, een AV-out- en een AV-in-aansluiting, evenals een tv-antenne-aansluiting. De docking cradle bevat een tv-tuner. De docking cradle is aan de voorzijde voorzien van een opnameknop, een sensor voor de afstandsbediening en lampjes (LED’s), welke de status van een functie aangeven dan wel of de docking cradle in- of uitgeschakeld is. De docking cradle zelf heeft geen dataopslagmogelijkheid .

De docking cradle is voorzien van een doorschijnende houder van kunststof, bestemd om de multimediaspeler in te plaatsen. Wanneer de multimediaspeler in de houder geschoven wordt, komt er via connectoren een verbinding tot stand tussen de docking cradle en de multimediaspeler. Indien deze apparaten in werking zijn gesteld vindt over deze verbinding informatieoverdracht plaats.

2.5. De multimediaspeler (MPM-201 en MPM 202) heeft de volgende technische specificaties:

De interne harddisk kan een capaciteit hebben van 30, 40, 60 of 80 GB. Extern geheugen kan worden aangebracht via een Compact Flash Memory Card Slot en SD Memory Card Slot.

Video + Audio Playback MPEG 4 + IMA ADPCM (AVI)

Frame rate: 640*480/30fps

Audio Playback MP3/ WAV (IMA ADPCM)

MP3 Playback Bit rate: 32 Kbps – 320 Kbps

Samplingrate: 16 Khz – 48 Khz

Image Playback JPEG (EXIF 2.2)

Video + Audio Recording MPEG 4 + IMA ADPCM (AVI)

Recording bit rate QVGA 1 Mbps; VGA 2 Mbps; VGA Fine 4 Mbps

Audio Recording WAV (IMA ADPCM)

LCD Monitor 3,5” TFT LCD (480 * 234 pixels)

Television Standard NTSC/PAL

Battery Life Video: about 3.0 hrs / Audio : 6.0 hrs

USB interface 2.0

Connections in Player AV Out (Earphone jack) / USB / DC IN

Connections in Cradle DC IN / S Video / AV Out / AV In / TV Tuner

3. Geschil

Tussen partijen is in geschil of de hiervoor onder 2.1 aangeduide goederen moeten worden ingedeeld zoals eiseres bepleit, dan wel onder GN-code 8521 9000, hetgeen verweerder voorstaat. Subsidiair staat verweerder indeling onder GN-code 8543 8995 voor.

4. Standpunten van partijen

4.1. Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de stukken van het geding en naar de pleitnota’s.

4.2. Voor hetgeen partijen ter zitting hebben toegevoegd wordt verwezen naar het aan deze uitspraak gehechte proces-verbaal.

5. Van toepassing zijnde posten en toelichtingen

GN-code 8520 9090

8520 toestellen voor het opnemen van geluid op magneetbanden en andere toestellen voor het opnemen van geluid, ook indien uitgerust voor het weergeven van geluid:

(…)

8520 90 - andere

(…)

8520 9090 - - andere

GN-code 8521 9000

8521 video-opname- en videoweergaveapparaten, ook indien met ingebouwde videotuner:

(…)

8521 9000 - andere

GN-code 8543 8995

8543 elektrische machines, apparaten en toestellen, met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk:

(…)

- andere machines, apparaten en toestellen:

(…)

8543 89 - - andere:

(…)

(…) - - - andere:

8543 89 95 - - - - andere

Aantekening 3 op afdeling XVI, die de hoofdstukken 84 en 85 omvat, luidt:

Voorzover niet anders is bepaald, worden combinaties van machines van verschillende soorten, die bestemd zijn om gezamenlijk te functioneren en die een geheel vormen, alsmede machines met twee of meer verschillende (afwisselende of aanvullende) functies,

ingedeeld naar de hoofdfunctie die kenmerkend is voor het complex.

De GS-toelichting op post 85.21, onderdeel A, luidt, voorzover hier relevant:

“A. Toestellen voor het opnemen en toestellen voor het opnemen en weergeven.

(…) Deze post omvat eveneens toestellen die, in het algemeen op een magnetische schijf, een digitale code opnemen die videobeelden en geluid vertegenwoordigt, door de digitale code over te brengen vanaf een automatische gegevensverwerkende machine (bijvoorbeeld digitale videorecorders). (…) Bij het vastleggen van opnamen langs optische weg, worden digitale gegegevens die de beelden en het geluid weergeven vastgelegd door middel van een laser op een schijf. (…).”

6. Beoordeling van het geschil

6.1. Ingevolge algemene regel 1 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, opgenomen in de inleidende bepalingen op de gecombineerde nomenclatuur, vervat in bijlage I bij de Verordening (EEG) nr. 2658/87, zijn voor de indeling wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en - voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van de bedoelde posten en aantekeningen - de vervolgens opgenomen regels.

Algemene regel 3 aanhef en onder b, bepaalt dat, indien goederen met toepassing van het bepaalde onder 2 b) of om enige andere reden vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, de indeling als volgt geschiedt:

(…)

b) mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder 3 a), worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter

ontlenen, indien dit kan worden bepaald;

(…)

6.2. Volgens vaste jurisprudentie moet bij de tariefindeling van goederen het beslissende criterium in beginsel worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de posten van het gemeenschappelijk douanetarief en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven. Hierbij vormen de GS- en de GN-toelichtingen, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende posten.

Indeling onder GN-code 8520 9090

6.3. Indeling onder GN-code 8520 9090 is met toepassing van algemene regel 1 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur mogelijk, omdat blijkens de onder 2.3. tot en met 2.5. genoemde objectieve kenmerken en eigenschappen het goed geschikt is voor het opnemen en weergeven van geluid.

Indeling onder GN-code 8521 9000

6.4. Indeling onder GN-code 8521 9000 is met toepassing van algemene regel 1 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur ook mogelijk, omdat blijkens de onder 2.3. tot en met 2.5. genoemde objectieve kenmerken en eigenschappen het goed geschikt is om video op te nemen en video weer te geven.

Indeling onder GN-code 8543 8995

6.5. Indeling onder GN-code 8543 8995 is met toepassing van algemene regel 1 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur ook mogelijk, omdat het goed een elektrisch apparaat is met een functie om stilstaande beelden weer te geven, hetgeen een eigen functie betreft die niet genoemd of begrepen is onder andere posten van hoofdstuk 85.

6.6. Uit de onder 2.3. tot en met 2.5. genoemde feiten blijkt dat in één kleinhandelsverpakking, naast accessoires, twee apparaten, een multimediaplayer en een docking cradle, worden ingevoerd die samen worden aangeboden. Beide apparaten hebben verschillende functies. Om voor alle functies te kunnen werken zijn ze bestemd om gezamenlijk te functioneren. Gezien de wijze waarop zij dan verbonden zijn, vormen zij één geheel. Gelet op de bewoordingen van aantekening 3 op afdeling XVI moet deze combinatie met toepassing van algemene regel 1 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur worden ingedeeld naar de hoofdfunctie die kenmerkend is voor het complex.

6.7. Gelet op de onder 2.3. tot en met 2.5. genoemde objectieve kenmerken en eigenschappen van de goederen moet de hoofdfunctie die kenmerkend is voor dit complex, gelet op de grootte van de opslagcapaciteit en de grootte en de resolutie van het LCD-scherm, worden ontleend aan de functie van de multimediaspeler om videobeelden weer te geven. Het goed moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 8521 9000.

6.8. Ingeval aantekening 3 op afdeling XVI hier niet van toepassing is, moeten ingevolge algemene regel 3, aanhef en onder b, voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur de goederen worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald. Het goed betreft hier immers ook een samenvoeging van artikelen die vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten die samen worden aangeboden om in een behoefte te voorzien of om een bepaalde activiteit uit te voeren. Toepassing van algemene regel 3, aanhef en onder b, voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur leidt in dit geval niet tot een andere indeling. De goederen moeten immers worden ingedeeld naar het goed waaraan het assortiment het wezenlijke karakter ontleent en dat is, gelet op de onder 2.3. tot en met 2.5. genoemde objectieve kenmerken en eigenschappen van de goederen, de multimediaspeler, waarvan - zoals hierboven overwogen - de hoofdfunctie is het weergeven van videobeelden.

6.9. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

7. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

8. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 27 maart 2008 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A.J. Roke, voorzitter, mr. A. van Dongen en mr. G.W.S. de Groot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Jalink, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.