Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD1560

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-05-2008
Datum publicatie
14-05-2008
Zaaknummer
379504 AO VERZ 08-263
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekster (grondstewardess) komt niet in aanmerking voor de door verweerster in het kader van een reorganisatie gecreëerde vrijwillige vertrekregeling, omdat zij niet als overtollig wordt aangemerkt. Zij verzoekt thans ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat haar functie ten gevolge van de reorganisatie is 'uitgehold', onder toekenning van een vergoeding. Het verzoek tot ontbinding wordt toegewezen. Geen toewijzing van een vergoeding, nu de door verzoekster te verrichten werkzaamheden vallen binnen haar functieprofiel en zij heeft geweigerd om in te gaan op het voorstel van verweerster samen te onderzoeken of de inhoud van de functie zodanig kan worden gewijzigd dat deze verzoekster weer tot tevredenheid stemt. Het is niet aan de kantonrechter om de vrijwillige vertrekregeling die verweerster aanbiedt aan overtollige werknemers via de ontbindingsprocedure ook te gaan bieden aan werknemers die niet overtollig zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0319
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 379504 / AO VERZ 08-263

datum uitspraak: 7 mei 2008

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

[verzoekster]

te [woonplaats]

verzoekster

hierna te noemen [verzoekster]

gemachtigde: voorheen mr. M.J. Draaisma, thans mr. K.J. Hillebrandt

tegen

de naamloze vennootschap Martinair Holland N.V.

te Luchthaven Schiphol

verweerster

hierna te noemen Martinair

gemachtigde: mr. P.M. Klinckhamers

De procedure

Op 2 april 2008 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van [verzoekster]. Martinair heeft een verweerschrift ingediend. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 23 april 2008. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen partijen verder naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

a. [verzoekster], thans 53 jaar oud, is sinds 28 januari 1987 bij Martinair in dienst, laatstelijk in de functie van Senior Medewerkster Passenger Handling tegen een salaris van €2.426,51 bruto per maand, inclusief onregelmatigheidstoeslag en exclusief vakantiegeld (en overige emolumenten).

b. Binnen Martinair vindt een reorganisatie plaats op (onder meer) de afdeling ‘Passenger Handling’.

c. Bij brief van 21 september 2007 heeft Martinair onder meer het volgende aan [verzoekster] geschreven:

‘Martinair verkeert in zwaar weer (…)

Naar alle waarschijnlijkheid zullen er binnenkort gedwongen ontslagen gaan vallen. Op het ogenblik wordt er door Martinair bekeken op welke wijze dit tot een minimum kan worden beperkt.

Een van de mogelijkheden waaraan gedacht wordt, is een vrijwillige vertrekregeling. Deze regeling houdt in, dat Martinair haar personeel aanbiedt vrijwillig bij het bedrijf te vertrekken, waarbij dit vertrek door Martinair financieel wordt ondersteund.

Mocht bij u de gedachte zijn ontstaan dat dit nu het moment is om eerder te stoppen met werken, of bent u bijvoorbeeld van plan om een eigen bedrijf op te starten, dan zou de invulling van uw wens een gedwongen ontslag van een collega eventueel kunnen voorkomen.

De hiervoor genoemde financiële ondersteuning ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:

- een eenmalige bruto vergoeding op basis van de kantonrechtersformule (…)

- met ingang van 1 november 2007 eindigt het dienstverband met wederzijds goedvinden. Uiteraard zal per einde dienstverband de normale eindafrekening van opgebouwde en niet genoten vakantiedagen worden uitbetaald.

De leidinggevende moet goedkeuring geven aan dit verzoek. De continuïteit van de onderneming dient immers zeker gesteld te zijn.

Mocht het voorgaande uw interesse hebben gewekt, dan verzoek ik u dit vóór 10 oktober a.s. kenbaar te maken aan uw leidinggevende Er wordt dan een afspraak gemaakt voor een gesprek tot nadere informatie.

(…)’

d. Bij brief van 4 oktober 2007 heeft Martinair onder meer het volgende aan [verzoekster] bericht:

‘Naar aanleiding van de brief d.d. 21 september 2007 (…) hebt u Martinair gevraagd om een uiteenzetting wat deze regeling voor u betekent. Aan dit verzoek geven wij hierbij gehoor.

(…)

Indien u gebruik maakt van de vrijwillige vertrekregeling, dan zult u een vergoeding ontvangen van € 76.798,52 bruto.

(…)

Voor de goede orde herhalen wij nogmaals, dat gebruikmaking van de vrijwillige vertrekregeling alleen mogelijk is indien uw leidinggevende hiervoor toestemming verleent. Indien u naar aanleiding van deze brief besluit om gebruik te maken van de vrijwillige vertrekregeling, dan dient u dus een schriftelijk verzoek om toestemming in te leveren bij uw leidinggevende.’

e. [verzoekster] heeft haar leidinggevende, mevrouw A.L. Prokos-Kooij, bij brief van 8 oktober 2007 verzocht om toestemming om gebruik te mogen maken van de vrijwillige vertrekregeling. Ze heeft daarbij gevraagd om een spoedige reactie.

f. [verzoekster] heeft in haar brief van 20 oktober 2007 haar verzoek herhaald en nogmaals om een spoedige reactie verzocht.

g. Op 25 oktober 2007 heeft mevrouw Vaessen, waarnemend hoofd Passenger Handling en de opvolgster van mevrouw Prokos-Kooij, [verzoekster] laten weten dat zij per 1 november 2007 niet voor de vrijwillige vertrekregeling in aanmerking kwam. Dit is bij brief van 6 november 2007 van Martinair aan [verzoekster] bevestigd.

Het verzoek

[verzoekster] verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een gewichtige reden, bestaande in veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt [verzoekster] – samengevat – het volgende. De functie van [verzoekster] is in het kader van de reorganisatie van Passenger Handling sinds 1 november 2007 dermate uitgekleed dat [verzoekster] niet langer haar oorspronkelijke werkzaamheden verricht. [verzoekster] is momenteel in de praktijk werkzaam als junior grond, terwijl zij de functie van senior grondstewardess heeft. Onder meer de verantwoordelijkheden en leidinggevende taken van [verzoekster] zijn (grotendeels) komen te vervallen. Deze verandering in de omstandigheden rechtvaardigt ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

In het kader van de reorganisatie heeft [verzoekster] Martinair al sinds eind september 2007 tevergeefs om duidelijkheid over haar positie verzocht. Er zijn met betrekking tot de vrijwillige vertrekregeling verscheidene toezeggingen gedaan die vervolgens weer zijn ingetrokken. Martinair heeft niet gereageerd op verscheidene verzoeken van de gemachtigde van [verzoekster]. Het is voorts onduidelijk wanneer [verzoekster] de gevraagde duidelijkheid wel zal verkrijgen. Dit alles heeft ertoe geleid dat [verzoekster] geen vertrouwen meer heeft in een vruchtbare samenwerking met Martinair, hetgeen eveneens een verandering in de omstandigheden oplevert die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.

Het verweer

Martinair refereert zich wat betreft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan het oordeel van de kantonrechter. Voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt Martinair de kantonrechter geen vergoeding aan [verzoekster] toe te kennen.

Ter toelichting voert Martinair – samengevat – het volgende aan. Als [verzoekster] liever niet meer voor Martinair werkt, is het waarschijnlijk beter dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.Voor een vergoeding ziet Martinair echter geen enkele reden. Werknemers van Martinair kunnen alleen gebruikmaken van de vrijwillige vertrekregeling als ze toestemming hebben van de betreffende leidinggevende. Dat is ook duidelijk aan de medewerkers gecommuniceerd. [verzoekster] heeft geen toestemming gekregen. [verzoekster] wist daarom of had moeten weten dat zij (nog) niet voor de vrijwillige vertrekregeling in aanmerking komt. Er is geen grond om Martinair in een ontbindingsprocedure te verplichten om een medewerker die niet overtollig is een kostbare vrijwillige vertrekregeling te bieden.

De functie van [verzoekster] is niet uitgehold. De werkzaamheden die [verzoekster] thans vervult, passen binnen het functieprofiel van een Senior Medewerker Passenger Handeling. De werkzaamheden die volgens [verzoekster] zijn komen te vervallen, komen niet in het functieprofiel voor. [verzoekster] verzoekt om ontbinding omdat zij graag wil vertrekken. De enige verklaring daarvoor is dat zij uitzicht heeft op een andere betrekking of deze reeds heeft aanvaard. Dat [verzoekster] wenst te vertrekken valt volledig binnen haar risicosfeer, zodat de correctiefactor 0 dient te zijn.

De beoordeling van het verzoek

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

[verzoekster] heeft aangegeven dat zij geen vertrouwen meer heeft in een vruchtbare samenwerking met Martinair. Ook Martinair stelt zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst beter kan worden ontbonden, aangezien [verzoekster] niet meer bij Martinair in dienst wenst te zijn. De kantonrechter is van oordeel dat het onder die omstandigheden geen zin meer heeft de arbeidsovereenkomst nog te laten voortbestaan. Er zijn daarmee voldoende gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is.

Beoordeeld moet vervolgens worden of aan [verzoekster] in redelijkheid een vergoeding toekomt. De kantonrechter beantwoordt die vraag ontkennend en overweegt daartoe het volgende.

[verzoekster] heeft aan haar verzoek in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat de inhoud van haar functie is gewijzigd c.q. uitgehold door de reorganisatie. Martinair heeft in de visie van de kantonrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat het huidige takenpakket van [verzoekster] binnen het functieprofiel van Senior Medewerker Passenger Handling valt. De kantonrechter acht het wel goed mogelijk dat [verzoekster] voorheen in de praktijk taken uitvoerde die boven haar functieprofiel uitstegen en dat zij minder plezier in haar werk heeft doordat die taken bij haar zijn weggehaald. Martinair heeft ter zitting aangegeven dat zij heeft aangeboden met [verzoekster] te bekijken of haar een betere daginvulling kon worden geboden. [verzoekster] heeft erkend dat zij daarop heeft geantwoord dat zij niet bereid was dat nog te bespreken. [verzoekster] baseert daarmee haar verzoek de arbeidsovereenkomst te beëindigen mede op de grond dat de inhoud van haar functie na de reorganisatie haar niet langer bevalt, terwijl zij niet bereid is met Martinair te onderzoeken of de inhoud zodanig kan worden gewijzigd dat deze haar weer tot tevredenheid stemt. Nu [verzoekster] er bewust voor kiest niet te onderzoeken of deze grond van haar wens te ontbinden kan worden weggenomen, kan die geen aanleiding bieden voor het toekennen van een vergoeding.

[verzoekster] heeft haar verzoek voorts gebaseerd op de stelling dat zij geen vertrouwen meer heeft in een vruchtbare samenwerking met Martinair door - kort gezegd – de onduidelijkheid van haar positie, mede met betrekking tot haar aanspraak op een vrijwillige vertrekregeling. Het is zelfs nog steeds niet duidelijk of en wanneer [verzoekster] alsnog van de vrijwillige vertrekrekening gebruik zal kunnen maken, aldus [verzoekster]. De kantonrechter begrijpt dat reorganisatie waartoe Martinair zich ziet genoodzaakt als onprettig wordt ervaren door [verzoekster] en vele andere medewerkers van Martinair. Een periode van onzekerheid en onduidelijkheid is echter helaas vaak aan reorganisaties eigen en levert naar het oordeel van de kantonrechter geen gewichtige reden op om de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder toekenning van een vergoeding. Zoals Martinair terecht heeft aangevoerd is het niet aan de kantonrechter om de vrijwillige vertrekregeling die Martinair aanbiedt aan overtollige werknemers via de ontbindingsprocedure ook te gaan bieden aan werknemers die niet overtollig zijn.

De vertrouwensbreuk die in de visie van [verzoekster] bestaat komt in de visie van de kantonrechter voorts niet voor rekening van Martinair. Het was wellicht netter geweest als Martinair sneller op de verzoeken van [verzoekster] had gereageerd. Naar het oordeel van de kantonrechter is bij [verzoekster] echter niet het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat zij aan de vrijwillige vertrekregeling deel zou kunnen nemen. Martinair heeft immers steeds duidelijk vermeld dat toestemming van de leidinggevende was vereist en deze is nimmer gegeven. Nu de arbeidsovereenkomst slechts behoort te worden ontbonden omdat [verzoekster] dat wenst en Martinair geen blaam treft voor een eventuele vertrouwensbreuk, bestaat er geen reden om [verzoekster] een vergoeding toe te kennen.

Aangezien aan [verzoekster] geen vergoeding zal worden toegekend, zal zij in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in te trekken.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt partijen ervan in kennis voornemens te zijn de arbeidsovereenkomst tegen 1 juni 2008 te ontbinden;

bepaalt dat [verzoekster] de gelegenheid heeft het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 28 mei 2008 te 15.00 uur ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij;

voor het geval [verzoekster] het verzoek niet intrekt wordt alvast als volgt beslist:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 1 juni 2008;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

voor het geval [verzoekster] het verzoek wel intrekt:

bepaalt dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.