Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD1203

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-03-2008
Datum publicatie
08-05-2008
Zaaknummer
144136/2008-871
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betrokkene veroorzaakt gevaar, waarbij het ernstige vermoeden bestaat dat een stoornis van de geestvermogens betrokkene dit gevaar doet veroorzaken.

De rechtbank overweegt dat onmiddellijk dreigend gevaar als gevolg waarvan een maatregel gelegitimeerd is, altijd ernstig moet zijn. Onder aanzienlijk onheil verstaat de rechtbank de aanmerkelijke kans dat betrokkene bij afwijzing van het verzoek van de officier van justitie onmiddellijk in een situatie terechtkomt van hernieuwd ernstig druggebruik en ernstige zelfverwaarlozing en neemt daarbij mede in overweging de floride psychose waarin betrokkene op dit moment, ondanks medicatie, nog verkeerd. Het gevaar voor betrokkene zelf heeft zich reeds gemanifesteerd en is in de voorliggende jaren slechts begrenst door intensieve begeleiding, zorg en steun van de familie van betrokkene. Betrokkene heeft zich ondanks die zorg, ternauwernood staande weten te houden. Die steun kan thans niet meer geboden worden. Daarnaast acht de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat het “onmiddellijke” element nader ingevuld kan worden doordat de behandelend psychiater zich op het standpunt stelt dat thans sprake is van een onhoudbare situatie, welke bij gebreke aan een opname in het kader van een inbewaringstelling onmiddellijk ernstig gevaar oplevert voor betrokkene.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Familie- en Jeugdrecht

voortzetting inbewaringstelling

zaak-/rekestnr.: 144136/08-871

beschikking van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2008,

betreffende:

[naam betrokkene],

geboren op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

hierna ook: betrokkene,

verblijvende in het [naam] Ziekenhuis, afdeling PAAZ te [].

1 Verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het op 5 maart 2008 ter griffie van de rechtbank ontvangen verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, met bijlagen;

en het verhandelde ter terechtzitting op 6 maart 2008.

Betrokkene is ter zitting bijgestaan door mr. M. de Klerk.

2 Beoordeling

De raadsman van betrokkene betwist de psychiatrische stoornis en het ontbreken van de bereidheid tot opname niet. De raadsman is het niet eens met het gevaarscriterium dat geschetst wordt door de psychiater. Hij geeft aan dat een opname voor betrokkene wellicht beter zou zijn, maar hij vraagt zich af of er voldoende gronden zijn. Het bestwil criterium mag niet worden toegepast. Er zijn geen politiemutaties of andere meldingen van overlast en agressie bekend. De situatie zoals deze nu is, is al twee jaar aanwezig en heeft niet tot verergering geleid. Daarnaast is er niet objectief waargenomen hoe de thuissituatie van betrokkene was. Alle informatie is afkomstig van de familie. De raadsman van betrokkene verzoekt de rechtbank tot afwijzing van het verzoek, omdat er geen onmiddellijk dreigend gevaar is.

De arts-assistent heeft ter zitting aangegeven dat er sprake is van een psychiatrische stoornis, te weten een bipolaire stoornis of een schizo-affectieve stoornis. Er is al jaren sprake van verwaarlozing. Betrokkene at bij haar pleegouders en haar huis is verwaarloosd. Als ze wegloopt van de afdeling vreest de arts-assistent voor het gebruik van drugs en dat betrokkene de medicatie niet zal nemen. Daarnaast kan betrokkene zichzelf niet verzorgen.

Vrijdag en maandag stond betrokkene op de parkeerplaats om de afdeling te verlaten, waarbij er direct mensen in haar buurt waren die verkeerde invloeden kunnen hebben. Het gevaar is in de vorm van de kwetsbaarheid, uitbuiting of mishandeling van betrokkene. Betrokkene is makkelijk over te halen. Er zijn geen meldingen van agressie of overlast bekend. Voor de opname weigerde betrokkene elke hulpverlening aan huis. Als betrokkene niet behandeld wordt voor haar psychose zal deze toenemen, wat ernstige schade kan aanrichten. Met medicatie van deze week is de psychose niet verminderd. Het kan nog weken duren voordat betrokkene is ingesteld op de juiste medicatie. Het steunsysteem geeft al twee jaar aan dat het moeilijk gaat. De familie kan veel aan en heeft al heel veel opgevangen, maar de laatste twee maanden ging het niet meer. Betrokkene was niet meer corrigeerbaar en ze weigerde hulp. De arts-assistent merkt dat de wens van betrokkene om weg te gaan van de afdeling steeds groter wordt.

De psychiater geeft ter zitting aan dat het niet wenselijk is om betrokkene in deze floride psychotische toestand de maatschappij in te laten gaan. De familie maakt zich ernstig zorgen en heeft aangegeven dat de situatie onhoudbaar is geworden. Betrokkene kan het huis niet verzorgen en kan niet voor zichzelf koken. Het gaat al jaren zo en het heeft zo lang kunnen voortduren omdat het steunsysteem het lang heeft volgehouden. Bij eerder ingrijpen van een psychose richt deze minder schade aan. De thuissituatie is niet door het team waargenomen en is afkomstig van familie, wel is de psychotische toestand van betrokkene waargenomen. Maatschappelijke teloorgang heeft zich inmiddels ingezet.

De Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige brengt ter zitting naar voren dat betrokkene niet open staat voor behandeling en opname. Het steunsysteem kan niet de verzorging bieden die op de afdeling geboden wordt. Het ziektebesef en –inzicht is afwezig.

Uit de inhoud van de overgelegde stukken, de gehouden verhoren en de verkregen inlichtingen, is het volgende gebleken:

Betrokkene veroorzaakt gevaar, waarbij het ernstige vermoeden bestaat dat een stoornis van de geestvermogens betrokkene dit gevaar doet veroorzaken.

De rechtbank overweegt dat onmiddellijk dreigend gevaar als gevolg waarvan een maatregel gelegitimeerd is, altijd ernstig moet zijn. Onder aanzienlijk onheil verstaat de rechtbank de aanmerkelijke kans dat betrokkene bij afwijzing van het verzoek van de officier van justitie onmiddellijk in een situatie terechtkomt van hernieuwd ernstig druggebruik en ernstige zelfverwaarlozing en neemt daarbij mede in overweging de floride psychose waarin betrokkene op dit moment, ondanks medicatie, nog verkeerd. Het gevaar voor betrokkene zelf heeft zich reeds gemanifesteerd en is in de voorliggende jaren slechts begrenst door intensieve begeleiding, zorg en steun van de familie van betrokkene. Betrokkene heeft zich ondanks die zorg, ternauwernood staande weten te houden. Die steun kan thans niet meer geboden worden. Daarnaast acht de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat het “onmiddellijke” element nader ingevuld kan worden doordat de behandelend psychiater zich op het standpunt stelt dat thans sprake is van een onhoudbare situatie, welke bij gebreke aan een opname in het kader van een inbewaringstelling onmiddellijk ernstig gevaar oplevert voor betrokkene.

Het gevaar kan niet worden afgewend door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis, terwijl het gevaar zo onmiddellijk dreigend is dat de procedure ter verkrijging van een voorlopige machtiging als bedoeld in artikel 2 en volgende van de Wet BOPZ niet kan worden afgewacht.

Betrokkene geeft geen, althans onvoldoende blijk van de nodige bereidheid tot verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis.

Gelet op het bovenoverwogene zal het verzoek worden toegewezen.

3 Beslissing

De rechtbank:

Verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis met ingang van heden voor de duur van drie weken.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 6 maart 2008, in tegenwoordigheid van M.J. Olie als griffier.