Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0600

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-03-2008
Datum publicatie
25-04-2008
Zaaknummer
124691 - HA ZA 06-714
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geschil tussen IATA (Netherlands) en reisagenten over het betalingssysteem van IATA. Indien een reisagent gerechtvaardigd zijn betalingsverplichting jegens een luchtvaartmaatschappij opschort, handelt IATA Netherlands in strijd met de mededingingsrechtelijke regels en dus onrechtmatig indien zij de reisagent in default verklaart met als gevolg dat de reisagent geen tickets meer kan boeken bij de bij IATA aangesloten luchtvaartmaatschappijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 124691 / HA ZA 06-714

Vonnis van 19 maart 2008

in de zaak van

1. de vereniging met volledige rechtspersoonlijkheid

VERENIGING VAN ANVR LUCHTVAARTAGENTEN EN ZAKENREISBUREAUS,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ATP LEISURE TRAVEL B.V.,

gevestigd te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

D-REIZEN B.V.,

gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

4. de naamloze vennootschap naar Antilliaans recht

MADURO INTERMAVEN N.V.,

gevestigd te Haarlem,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EBOOKERS.NL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

6. de vennootschap naar het recht van de staat Delaware, Verenigde Staten

AMERICAN EXPRESS INTERNATIONAL INC.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen,

procureur mr. H.J. Bettink,

advocaat: mr. N.A. de Leeuw te Alphen aan den Rijn,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERNATIONAL AIR TRANSPORT ASSOCIATION (NETHERLANDS) B.V.,

gevestigd te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

procureur thans mr. L. Koning,

advocaat: mr. W.O. Russell te Amsterdam.

Eiseressen zullen hierna afzonderlijk ook VLZ, ATP, D-reizen, Maduro, Ebookers en American Express genoemd worden. Gedaagde zal hierna IATA Netherlands genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de akte overlegging producties

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. IATA Netherlands is een dochtervennootschap van de vereniging IATA (hierna ook: IATA). Deze vereniging is statutair gevestigd te Montréal, Canada en heeft het operationele hoofdkantoor in Genève, Zwitserland. Het lidmaatschap van IATA staat open voor luchtvaartmaatschappijen die internationale en/of binnenlandse vluchten verzorgen en aan bepaalde toelatingscriteria voldoen. Wereldwijd zijn ongeveer 260 luchtvaartmaatschappijen lid van IATA.

2.2. Onderdeel van IATA is de Passenger Agency Conference (PAC). Dit college bestaat uit senior managers van de aangesloten luchtvaartmaatschappijen en kan bij unanimiteit van stemmen besluiten tot wijziging van het hierna te noemen Travel Agent’s Handbook.

2.3. Wereldwijd hebben ongeveer 49.000 reisagenten de erkenning ‘IATA-reisagent’ van IATA verworven. Om in aanmerking te komen voor deze erkenning hanteert IATA een aantal criteria van solvabiliteit. Daarnaast dient een IATA-reisagent te voldoen aan verschillende vereisten en gedragsregels, zoals neergelegd in een aantal door de IATA-leden aangenomen resoluties. Resolutie 818 Passenger Sales Agency Rules – Europe van het Travel Agent’s Handbook bevat de voor de Nederlandse reisagenten toepasselijke regels.

2.4. Een reisagent die aan de voorgeschreven criteria voldoet, kan door ondertekening van een Passenger Sales Agency Agreement (PSAA) IATA-agent worden. Deze overeenkomst wordt door de reisagent aangegaan met de Director General van IATA handelend on behalf of such IATA-member (de bij IATA aangesloten luchtvaartmaatschappij), zoals bedoeld in resolutie 824 van het Travel Agent’s Handbook. Deze resolutie regelt ten aanzien van de PSAA - in artikel 2.1(b) - dat de ‘Rules, Resolutions and other provisions as amended from time to time are deemed to be incorporated in this Agreement and made part hereof’ en dat de luchtvaartmaatschappij en de reisagent ‘agree to comply with them’.

2.5. De reisagenten hebben via vertegenwoordigers in de Agency Programme Joint Council een raadgevende rol voor de PAC.

2.6. IATA Netherlands is een zogeheten Agency Service Office van IATA, zoals bedoeld op pagina vii en viii van het Travel Agent’s Handbook. Zij heeft als taak, kort gezegd, het op aanwijzing van IATA in Nederland uitvoeren en handhaven van alle door en voor de leden van de vereniging opgestelde regels.

2.7. Eén van de werkzaamheden van IATA Netherlands, als betaaladres of clearinghouse, is het verzorgen van het betalingsverkeer tussen de aangesloten luchtvaartmaatschappijen en de IATA-reisagenten. De passagegelden, namelijk de prijzen van tickets die door bemiddeling van de reisagenten worden verkocht (ticketafdrachten) en de refunds van de luchtvaartmaatschappijen voor niet gebruikte tickets, worden maandelijks giraal elektronisch verrekend via het betalingssysteem van IATA, het Billing and Settlement Plan (BSP) zoals omschreven in resolutie 818, Attachment ‘A’, Section 1 en Section 2 van het Travel Agent’s Handbook. De IATA-reisagenten ontvangen periodiek lijsten van de aan de luchtvaartmaatschappijen verschuldigde bedragen, waaronder de prijzen van vliegtickets waarvan de vluchten nog moeten worden uitgevoerd.

2.8. Onderdeel van het BSP is de defaultregeling (resolutie 818, Attachment ‘A’, Section 1 en Section 2 van het Travel Agent’s Handbook). Deze regeling komt, samengevat, op het volgende neer. Indien een reisagent niet aan zijn betalingsverplichtingen jegens één of meerdere luchtvaartmaatschappijen voldoet, heeft IATA Netherlands de mogelijkheid om de reisagent in default te verklaren en van het betalingssysteem af te sluiten. De reisagent kan dan geen tickets meer boeken via het IATA-systeem. Bij vier defaultwaarschuwingen binnen een bepaalde termijn wordt de licentie van de reisagent door IATA ingetrokken.

2.9. VLZ is de branchevereniging van zakenreisbureaus en luchtvaartagenten, onderdeel van het Algemeen Nederlands Verbond van Reisondernemingen (ANVR).

2.10. Eiseressen sub 2 tot en met 6 zijn reisagenten die zijn aangesloten bij ANVR en VLZ. Zij bemiddelen, kort gezegd, bij de verkoop van lijndiensttickets tussen reizigers en luchtvaartmaatschappijen. Zij zijn allen IATA-agent.

2.11. Begin 2004 is een van de bij IATA aangesloten luchtvaartmaatschappijen, Dutch Caribbean Airlines (DCA), in financiële problemen geraakt. Bij persbericht van 12 februari 2004 heeft DCA meegedeeld dat zij geen zekerheid kon geven omtrent nakoming van haar vluchtuitvoeringsverplichting. DCA heeft een aantal geplande vluchten geannuleerd. DCA is uiteindelijk in staat van faillissement verklaard. Zij heeft haar activiteiten omstreeks oktober 2004 gestaakt.

3. Het geschil

3.1. Eiseressen vorderen - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. te verklaren voor recht dat IATA (naar de rechtbank begrijpt: IATA Netherlands) in strijd met (de geest van) de overeengekomen regelingen, althans de redelijkheid en billijkheid, heeft gehandeld door aan te kondigen reisagenten in default te verklaren bij opschorting van (deel)betalingen ten behoeve van DCA, zonder dat zekerheid tot nakoming of terugbetaling bij niet nakoming door of namens IATA Netherlands werd gegeven, althans dat zij onrechtmatig jegens eiseressen heeft gehandeld,

2. IATA Netherlands te gebieden, op straffe van een dwangsom, om in Nederland een regeling te introduceren waarbij reisagenten - in geval dat onzekerheid bestaat dat een luchtvaartmaatschappij haar verplichtingen nakomt en deze onzekerheid is vastgesteld in gezamenlijk overleg tussen IATA Netherlands en VLZ dan wel een door deze partijen aan te wijzen onafhankelijke derde - de betalingen ten behoeve van zo’n luchtvaartmaatschappij kunnen separeren en overmaken op een speciaal daartoe aan te houden derdenrekening, zodanig dat de desbetreffende luchtvaartmaatschappij eerst wordt betaald nadat de vervoersovereenkomsten zijn uitgevoerd, dan wel zekerheid tot nakoming is gesteld, dan wel een regeling te treffen die de rechtbank in goede justitie zal vermenen te bepalen,

3. IATA Netherlands te veroordelen tot betaling van EUR 42.565,64 in totaal aan eiseressen, waarvan EUR 23.358,- aan ATP, EUR 4.541,- aan D-reizen, EUR 10.027,- aan Maduro, EUR 3.987,- aan ebookers en EUR 362,32 aan American Express, vermeerderd de wettelijke rente vanaf 1 mei 2004,

4. één en ander met veroordeling van IATA Netherlands in de kosten van de procedure.

3.2. Eiseressen leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat IATA Netherlands de met de reisagenten gesloten overeenkomsten schendt, althans jegens hen onrechtmatig handelt door (te dreigen) een reisagent in default te verklaren, indien die reisagent in geval van (dreigende) financiële problemen van een luchtvaartmaatschappij, tot zekerheid van de nakoming van vluchten danwel tot terugbetaling, haar betaling opschort, en door evenmin een regeling te treffen om schade voor de reisagenten in een dergelijk geval te voorkomen. IATA en/of IATA Netherlands maken misbruik van hun economische machtspositie door aan de reisagenten aldus onbillijke contractuele voorwaarden op te leggen.

Meer in het bijzonder stond IATA Netherlands, toen DCA financiële problemen had en in staat van faillissement kwam te verkeren, niet open voor een alternatieve, van het BSP afwijkende, wijze van betaling, terwijl zij het wel in haar macht had om een voor de reisagenten acceptabele regeling op te stellen. IATA Netherlands is aldus jegens de reisagenten toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst, althans zij heeft aldus onrechtmatig jegens hen gehandeld, dan wel misbruik van omstandigheden of misbruik van haar economische marktpositie gemaakt. Eiseressen sub 2 tot en met 6 hebben daardoor schade geleden. IATA Netherlands dient deze schade aan hen te vergoeden. De schade bestaat uit een vergoeding voor tickets die zijn betaald maar waarvan de vluchten niet zijn uitgevoerd, te vermeerderen met rente en kosten.

3.3. IATA voert ten verwere aan (a) dat IATA Netherlands geen partij is bij enige overeenkomst met reisagenten, (b) dat IATA Netherlands gebonden is aan de instructies van IATA, (c) dat IATA Netherlands heeft gehandeld in overeenstemming met de resoluties van IATA en dus niet onrechtmatig, (d) dat voor Nederlandse reisagenten geen van het IATA systeem afwijkende regeling kan worden gecreëerd, (e) dat voor wijzigingen in het Travel Agency’s Handbook en de Passenger Sales agency Agreement strikte vormvoorschriften bestaan, (f) dat de VLZ geen belang heeft bij de vordering en (g) dat van misbruik van economische machtspositie geen sprake is. IATA Netherlands concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van eiseressen, althans tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van eiseressen in de proceskosten, die van het incident daaronder begrepen, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis.

4. De beoordeling

4.1. In deze zaak wensen eiseressen getoetst te zien of IATA Netherlands met recht een reisagent in default kan verklaren, indien de reisagent (een deel van) zijn betalingen opschort in verband met onzekerheid over de nakoming van een in financiële nood verkerende luchtvaartmaatschappij.

4.2. Eiseressen hebben gesteld dat IATA Netherlands met deze gedragslijn tekortschiet in de nakoming van op haar rustende verbintenissen jegens de reisagenten, dan wel dat zij onrechtmatig handelt jegens hen.

4.3. Van een tekortkoming van IATA Netherlands kan, naar IATA Netherlands met juistheid heeft gesteld, geen sprake zijn, reeds niet omdat tussen IATA Netherlands en de reisagenten geen contractuele verhouding bestaat; die verhouding bestaat tussen bij IATA aangesloten luchtvaartmaatschappijen en de reisagent (de PSAA). De luchtvaartmaatschappijen schakelen IATA Netherlands als hulppersoon in bij de uitvoering van de overeenkomst.

4.4. IATA Netherlands heeft niettegenstaande het voorgaande wel rechtmatig te handelen jegens de reisagenten. Daarvan is geen sprake indien IATA Netherlands met haar in overweging 4.1 genoemde gedragslijn misbruik maakt van een (economische) machtspositie, omdat zij daarmee dan in strijd zou handelen met artikel 24 Mededingingswet en mogelijk ook met artikel 82 EG-Verdrag.

4.5. De rechtbank stelt in dat verband het volgende voorop. Onbetwist staat vast dat de meeste (door eiseressen ‘alle relevante’ genoemde) luchtvaartmaatschappijen zijn aangesloten bij IATA. IATA hanteert verschillende regels. Bij de totstandkoming van de regelgeving hebben de luchtvaartmaatschappijen - via de PAC - een beslissende rol. Voor derden, de reisagenten, is het slechts mogelijk om transacties met de bij IATA aangesloten luchtvaartmaatschappijen te sluiten door met IATA een overeenkomst aan te gaan, te weten de door IATA verzorgde standaard overeenkomst (PSAA) met IATA, handelend namens de aangesloten luchtvaart-maatschappijen, om vervolgens transacties met deze luchtvaartmaatschappijen te kunnen verrichten. IATA is aldus in feite een monopolist. Een monopolist neemt per definitie een machtspositie in.

4.6. Hetzelfde geldt voor IATA Netherlands. Zij voert de door IATA opgestelde regels immers uit en verzorgt onder meer - als enige - op basis van de afgesloten PSAA’s het betalingsverkeer tussen de bij IATA aangesloten luchtvaartmaatschappijen en de IATA-reisagenten. Gezien haar taak om de regels van IATA uit te voeren en te handhaven en om het betalingsverkeer tussen de aangesloten luchtvaartmaatschappijen en de IATA-agenten te verzorgen neemt IATA Netherlands een belangrijke plaats in op de markt van de transacties die worden gesloten tussen reisagenten, die in Nederland zijn gevestigd, enerzijds en luchtvaartmaatschappijen anderzijds. Ook voor IATA Netherlands geldt dus dat zij een economische machtspositie heeft.

4.7. Vervolgens komt de vraag aan de orde of IATA Netherlands met de hiervoor in 2.8 genoemde defaultregeling van het BSP die machtspositie misbruikt.

4.8. Uitgangspunt hierbij is de tussen partijen bestaande contractsvrijheid. IATA, namens de aangesloten luchtvaartmaatschappijen, en de reisagenten zijn in beginsel vrij om overeenkomsten met elkaar te sluiten en in dat kader over eventuele voorwaarden te onderhandelen en overleg te voeren. Onderdeel van de door IATA gehanteerde voorwaarden is deze defaultregeling. Op basis van deze regeling kan IATA Netherlands een reisagent in default verklaren als de desbetreffende agent niet aan zijn betalingsverplichtingen jegens een luchtvaartmaatschappij voldoet.

4.9. De inhoud van de PSAA en het Travel Agent’s Handbook worden vastgesteld door IATA. Slechts de PAC is bevoegd daarin wijzigingen aan te brengen. Weliswaar hebben de reisagenten via de APJC of de UFTAA een raadgevende rol bij dat besluitvormingsproces, maar van werkelijke invloed van de reisagenten op de inhoud van de overeenkomst en de daarbij behorende voorwaarden is niet gebleken. Meer in het bijzonder kunnen de reiagenten daarover niet met hun contractspartner (de betrokken bij IATA aangesloten luchtvaartmaatschappij) in onderhandeling treden. IATA Netherlands voert die voorwaarden feitelijk uit en handhaaft ze.

4.10. Niet kan worden aangenomen dat de defaultregeling op zichzelf misbruik oplevert van de (economische) machtspositie van IATA Netherlands. Ook de wijze van totstandkoming van de inhoud van de overeenkomst, zoals hiervoor in 4.9 beschreven, geeft daarvoor onvoldoende grond.

4.11. Uit de stellingen van eiseressen valt evenwel af te leiden dat zij menen dat juist de wijze van uitvoering van de defaultregeling dergelijk misbruik oplevert. Eiseressen wijzen er in dat verband op dat aan de reisagenten, gelet op het bepaalde in artikel 6:263 BW, een opschortingsrecht toekomt indien de gerechtvaardigde vrees bestaat dat een luchtvaartmaatschappij haar verplichting tot vluchtuitvoering niet zal nakomen, bij voorbeeld in geval van financiële problemen. De wijze van uitvoering van de defaultregeling door IATA Netherlands, waarin aan deze gerechtvaardigde vrees voorbij wordt gegaan, maakt dat opschortingsrecht illusoir, aldus eiseressen.

4.12. Dit betoog van eiseressen slaagt. Een reisagent heeft een zwaarwegend belang bij opschorting van zijn betalingsverplichting jegens een luchtvaartmaatschappij, indien goede grond bestaat aan te nemen dat de luchtvaartmaatschappij haar verplichting tot vluchtuitvoering niet zal nakomen. Met dat belang wordt bij de door IATA Netherlands gehanteerde wijze van uitvoering van de defaultregeling geen rekening gehouden. Deze wijze van uitvoering van de defaultregeling leidt de facto dan ook tot een uitsluiting van de opschortingsbevoegdheid van de reisagenten. Ingeval een reisagent op goede gronden gebruik maakt van zijn opschortingsrecht jegens een luchtvaartmaatschappij en IATA Netherlands hem desalniettemin in default verklaart, dan moet dat als onbillijk en als misbruik van haar (economische) machtspositie worden aangemerkt.

4.13. IATA Netherlands heeft erop gewezen dat de defaultregeling en de huidige wijze van uitvoering ervan het resultaat zijn van een uitgebalanceerd systeem, waarin met de belangen van alle betrokkenen zo goed mogelijk rekening is gehouden. Het verweer faalt, omdat, blijkens de voorgaande overwegingen, met de belangen van de reisagenten juist in onvoldoende mate rekening wordt gehouden, indien goede grond bestaat aan te nemen dat de luchtvaartmaatschappij haar verplichting tot vluchtuitvoering niet zal nakomen.

4.14. IATA Netherlands heeft zich bovendien verweerd met de stellingen dat zij slechts uitvoerder is van de regels van IATA en dat zij niet bevoegd is om anders te handelen dan haar door IATA wordt geïnstrueerd en dat zij overeenkomstig die instructies en conform de IATA-resoluties heeft gehandeld. Deze stellingen baten IATA Netherlands evenmin. Waar vast staat dat zij het BSP op een jegens de reisagenten onaanvaardbare wijze uitvoert, heeft zij als zelfstandige rechtspersoon jegens die reisagenten een eigen verantwoordelijkheid voor haar handelen en kunnen instructies noch resoluties van IATA aan dat handelen het onrechtmatige karakter ontnemen. Evenmin kan IATA Netherlands zich met vrucht beroepen op de vormvoorschriften die binnen IATA gelden voor wijziging van de Passenger Agency Conference, aangezien die voorschriften IATA noch IATA Netherlands kunnen ontslaan van de verplichting om af te zien van handelingen die strijdig zijn met in casu de regels van het mededingingsrecht. Deze verplichting leidt er bovendien toe dat de door IATA Netherlands gestelde onmogelijkheid om voor de Nederlandse reisagenten een speciale regeling te creëren haar evenmin baat in het kader van de beoordeling van de (on)rechtmatigheid van haar handelen.

4.15. Dat de VLZ geen belang heeft bij haar vordering, omdat haar leden zich vrijwillig contractueel hebben verbonden, is een verweer dat de machtspositie van IATA (Netherlands) miskent en daarom moet worden verworpen.

4.16. IATA Netherlands heeft ten slotte nog als verweer aangevoerd dat eiseressen niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen, omdat IATA Netherlands geen contractspartij is van eiseressen. Waar de vorderingen van eiseressen (onder meer) gestoeld zijn op onrechtmatig handelen van IATA Netherlands, treft deze stelling, hoezeer ook juist, geen doel.

4.17. Partijen hebben gedebatteerd over de diverse escrowregelingen die zijn getroffen in gevallen van déconfitures, waarbij vragen zijn gerezen over het initiatief en reikwijdte van die regelingen. De rechtbank laat die vragen onbesproken. Weliswaar kan een escrowregeling die aan de reisagenten de zekerheid biedt, die zij door hun opschortingsrecht wensen te verkrijgen, een adequate oplossing vormen voor de problemen voor reisagenten die de déconfiture van een luchtvaartmaatschappij meebrengt, maar dat laat onverlet dat de defaultverklaring als bedoeld in overweging 4.12 die aan een escrowregeling vooraf pleegt te gaan, misbruik oplevert.

4.18. Slotsom van de voorgaande overwegingen is, dat IATA Netherlands in een geval dat zij een reisagent in default verklaart, ofschoon die reisagent gerechtvaardigd zijn betalingsverplichting jegens een luchtvaartmaatschappij opschort, door misbruik van haar economische machtspositie handelt in strijd met de mededingingsrechtelijke regels. Dat is onrechtmatig jegens de reisagent.

4.19. De vraag die vervolgens rijst is of IATA Netherlands ook onrechtmatig heeft gehandeld, toen zij (nog) niet tot daadwerkelijke defaultverklaring overging, maar zulks aankondigde, in het geval dat eiseressen 2 tot en met 6 hun betalingsverplichtingen jegens DCA opschortten of wensten op te schorten..

4.20. Eiseressen hebben in dit verband aangevoerd dat VLZ aan IATA Netherlands heeft laten weten dat haar leden jegens DCA gebruik wilden maken van de onzekerheidsexceptie, maar dat IATA Netherlands had aangekondigd onverkort vast te zullen houden aan de defaultregeling, aldus eiseressen.

Eiseressen vorderen in deze procedure een verklaring voor recht dat IATA Netherlands aldus onrechtmatig heeft gehandeld, alsmede vergoeding van de schade die zij daardoor hebben geleden.

4.21. Door IATA Netherlands is niet weersproken dat zij heeft aangekondigd reisagenten in default te zullen verklaren die hun betalingsverplichtingen, ook jegens DCA, niet zouden nakomen en evenmin dat als gevolg daarvan reisagenten er vanaf hebben gezien hun opschortingsrecht te effectueren.

4.22. Vast staat dat vluchtuitvoering door DCA met het persbericht van 12 februari 2004 onzeker was geworden. Dat gaf de reisagenten goede grond te vrezen dat DCA haar verplichtingen uit de vervoersovereenkomst niet zou nakomen. Ten aanzien van vervoersovereenkomsten die voor 12 februari 2004 waren gesloten kwam de reisagenten dan ook een opschortingsrecht jegens DCA toe.

4.23. IATA Netherlands heeft met de aankondiging om reisagenten in default te zullen verklaren die hun betalingen, ook jegens DCA, zouden opschorten, onmiskenbaar druk uitgeoefend op de reisagenten om gebruik van de onzekerheidsexceptie te voorkomen. Onder de omstandigheden dat IATA Netherlands een machtspositie heeft en het gebruik van de onzekerheidsexceptie gerechtvaardigd was voor de gevallen waarin de vervoersovereenkomst vóór 12 februari 2004 was gesloten en de betaling nadien was opgeschort, handelde IATA Netherlands aldus onrechtmatig jegens de reisagenten.

4.24. De onder 1. gevorderde verklaring voor recht kan ondanks het voorgaande niet in deze vorm worden toegewezen. Reden daarvoor is dat het petitum als geformuleerd zich niet beperkt tot gevallen als bedoeld in artikel 6:263 BW, te weten dat na het sluiten van de vervoersovereenkomst te hunner kennis gekomen omstandigheden eiseressen goede grond geven te vrezen dat de betreffende luchtvaartmaatschappij haar verplichting tot vluchtuitvoering niet zal nakomen. Het petitum is in deze vorm dus te algemeen.

4.25. Met betrekking tot de onder 2. gevorderde, door IATA Netherlands bestreden veroordeling tot het treffen van een regeling als in die vordering omschreven overweegt de rechtbank het volgende. Niet verwacht kan worden dat IATA Netherlands tot de invoering van een dergelijke regeling op de gevorderde termijn in staat zal zijn. Reeds in dat opzicht gaat de vordering te ver om te kunnen worden toegewezen. Bovendien kan geenszins worden uitgesloten dat andere, minder verstrekkende, oplossingen, die onrechtmatig handelen voorkomen, mogelijk zijn. In dat kader was een verbod wellicht denkbaar geweest, maar eiseressen hebben ervoor gekozen dat niet te vorderen. Het behoort niet tot de taak van de rechter om door middel van een gebod te bepalen op welke wijze IATA Netherlands de onrechtmatige toestand dient op te heffen. Het treffen van een in goede justitie te bepalen regeling als subsidiair gevorderd acht de rechtbank om die reden niet aangewezen.

4.26. Met betrekking tot de vorderingen tot schadevergoeding heeft de rechtbank behoefte aan nadere inlichtingen. Dat geldt in elk geval ten aanzien van de vraag of deze schade ziet op gevallen als hiervoor bedoeld, alsmede de vragen naar het causaal verband tussen onrechtmatig handelen en gestelde schade en de omvang van de schade.

4.27. De rechtbank zal derhalve een comparitie van partijen bevelen. De rechtbank zal de te houden comparitie tevens aanwenden tot het beproeven van een minnelijke regeling.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

4.28. Ter deugdelijke voorbereiding op de comparitie worden eiseressen verzocht op voorhand een schriftelijke onderbouwing van hun schadevergoedingsvordering in het geding te brengen, die, waar mogelijk, een antwoord geeft op de in 4.26 genoemde vragen. De reeds door eiseressen geproduceerde overzichten acht de rechtbank daarvoor niet genoegzaam. Deze stukken dienen uiterlijk twee weken voorafgaand aan de vast te stellen zittingsdatum in het bezit te zijn van de rechtbank met afschrift aan de wederpartij.

4.29. Om redenen van proceseconomische aard zal de rechtbank tussentijds hoger beroep van dit vonnis toestaan.

4.30. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. S. Sicking in het gerechtsgebouw te Haarlem aan de Florapark 1 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

5.2. bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

5.3. bepaalt dat partijen binnen twee maanden na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank - ter attentie van de zittingsadministratie van de sector civiel - de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden mei 2008 tot en met juli 2008 dienen op te geven, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

5.4. bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

5.5. bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit niet zal worden gewijzigd,

5.6. wijst partijen er op, dat voor de zitting anderhalf uur zal worden uitgetrokken,

5.7. bepaalt dat van dit vonnis hoger beroep kan worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen,

5.8. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer, mr S. Sicking en mr. I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2008.?