Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0260

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
23-04-2008
Datum publicatie
23-04-2008
Zaaknummer
145158
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Dwangakkoord 287a Fw. Verzoekers hebben een schuldenlast van € 68.000,00. Met een vordering van € 432,65 stemt VGZ als enige niet in met een buitengerechtelijke schuldregeling tegen 61,72%. Door niet ter zitting te verschijnen heeft VGZ de mogelijkheid aan zich voorbij laten gaan zijn belang bij de weigering te onderbouwen en toe te lichten. VGZ wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer: 145158

Vonnis van de meervoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 23 april 2008

in de zaak van

1. [verzoeker]

2. [verzoekster]

wonende te [woonplaats]

verzoekers

tegen

ZORGVERZEKERAAR VGZ

gevestigd te Nijmegen

verweerder.

1. De procedure

1.1. Verzoekers hebben op 27 maart 2008 de rechtbank verzocht Zorgverzekeraar VGZ (hierna: VGZ) te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a lid 1 van de Faillissementswet (Fw).

1.2. Ter terechtzitting van 15 april 2008 zijn verzoekers hierover gehoord. Ondanks behoorlijke oproeping om ter zitting te worden gehoord, is VGZ niet verschenen.

2. De feiten

2.1. Verzoekers hebben een totale schuld van € 68.549,20 aan acht schuldeisers.

2.2. Verzoekers hebben op of omstreeks 8 november 2007 een schuldregeling aangeboden aan hun schuldeisers. Dit akkoord houdt - samengevat – in dat verzoekers gedurende 36 maanden hun inkomsten boven het door de volgens de rekenmethode van Recofa vastgestelde vrij te laten bedrag reserveren, waarna de reserveringen jaarlijks aan de betreffende schuldeisers worden uitbetaald. Dit zou voor de schuldeisers een uitkering opleveren van 61,72% van hun vordering tegen finale kwijting.

2.3. De aangeboden schuldregeling is door alle schuldeisers behalve VGZ aanvaard. De schuld aan VGZ bedraagt € 432,65.

2.4. Bij brief van 5 februari 2008 heeft VGZ het volgende aan de Gemeentelijke Kredietbank Zaanstreek bericht:

In uw brief van 28 januari 2008 verzoekt u om heroverweging van de saneringsvoorstel (…).

Vanaf 1 januari 2008 hebben wij ons beleid voor saneringsvoorstellen versoepeld. Wij stellen de volgende voorwaarden:

- De bemiddelaar dient NVVK-lid of een Gemeentelijke Kredietbank te zijn.

- Alle schuldeisers zijn akkoord.

- De verzekerde betaalt zijn lopende verplichtingen vanaf het moment van intake.

- Er is geen sprake van eerdere bemiddelingen.

- Er is geen sprake van een gerechtelijk traject of de deurwaarder cq rechtbank. Zij moeten ook genoegen nemen met een percentage.

- Het percentage van de uitkering is minimaal 20% boven het opgegeven saldo.

- Het geboden percentage wordt vanaf datum opgave binnen een termijn van 3 maanden volledig of middels een betalingsregeling van maximaal 6 maanden aan ons afgerekend.

Helaas kunnen wij niet ingaan op uw verzoek. Uw voorstel voldoet niet aan een of meerdere voorwaarden. (…)

3. Het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord en het verweer

3.1. Verzoekers hebben in hun verzoeken tot toelating tot de schuldsaneringsregeling de rechtbank verzocht VGZ te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.

3.2. VGZ benoemt in zijn brief van 5 februari 2008 niet specifiek aan welke voorwaarden van de in die brief genoemde voorwaarden het voorstel voor de schuldregeling niet voldoet. De rechtbank gaat ervan uit dat de reden voor afwijzing van de schuldregeling is, dat VGZ bij instemming niet het vooruitzicht heeft op volledige betaling van het aangeboden percentage binnen maximaal zes maanden, nu aan de andere voorwaarden wordt voldaan.

4. De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord

4.1. Op grond van artikel 287a lid 5 Fw zal het verzoek worden toegewezen in het geval dat VGZ in redelijkheid niet kan weigeren in te stemmen met de schuldregeling. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering, en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. Als toetsingscriteria noemt de wetsgeschiedenis bij de totstandkoming van artikel 287a Fw onder meer de grootte van het aandeel van de schuldeiser in de totale schuldenlast en de vraag of de betreffende schuldeiser de enige is, die weigert in te stemmen.

4.2. De rechtbank stelt vast dat VGZ met een vordering van € 432,65 als enige schuldeiser het voor verzoekers onmogelijk maakt om voor hun schulden ad € 68.549,20 een schuldregeling te treffen. VGZ heeft door niet ter terechtzitting te verschijnen de mogelijkheid aan zich voorbij laten gaan om haar belang bij afwijzing van de schuldregeling te onderbouwen en toe te lichten. Mitsdien is niet gebleken dat VGZ een in deze procedure te respecteren belang heeft bij haar weigering.

4.3. Het verzoek om VGZ te bevelen in te stemmen met de schuldregeling zal daarom worden toegewezen, met veroordeling van VGZ in de kosten.

5. De beslissing

De rechtbank:

5.1. beveelt VGZ in te stemmen met de onder 2.2 bedoelde schuldregeling;

5.2. veroordeelt VGZ in de kosten van dit geding, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mrs. A.H. Veldmaat Wansink, M.A.C. Hofman,en W. Aardenburg en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.