Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC9838

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-04-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
361236 CV EXPL 07-9362
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsovereenkomst door werkneemster opgezegd. Werkgever heeft met opzegging ingestemd. Werkneemster vordert in conventie restant vakantiegeld. In reconventie vordert de werkgever schadevergoeding.

De vordering van de werkgever moet geacht worden te zijn gebaseerd op het bepaalde bij artikel 7:661 BW. Dit artikel bepaalt dat de werknemer die bij de uitvoering van de overeenkomst schade toebrengt aan de werkgever te dier zake jegens de werkgever niet aansprakelijk is, tenzij de schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van de werknemer.

Het enkele feit dat de werkneemster haar werkzaamheden niet naar behoren zou hebben afgerond, brengt niet zonder meer met zich dat sprake is van opzet en/of bewuste roekeloosheid aan haar zijde. Dit geldt temeer nu uit tussen partijen gevoerde correspondentie blijkt dat de werkneemster wel bereid was tot een andere oplossing. Nu door de werkgever geen overige, althans onvoldoende feiten en/of omstandigheden zijn gesteld waaruit de opzet of bewuste roekeloosheid van de werkneemster zou kunnen blijken, moet de vordering van de werkgever reeds om die reden als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0280

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 361236/CV EXPL 07-9362

datum uitspraak: 9 april 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiseres]

te [woonplaats]

eisende partij in conventie

verwerende partij in voorwaardelijke reconventie

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde mr. R.E. Zalm (FNV Bondgenoten)

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Euro Inventarisatiebureau B.V.

te Badhoevedorp

gedaagde partij in conventie

eisende partij in voorwaardelijke reconventie

hierna te noemen Euro Inventarisatiebureau

gemachtigde [XXX] (directeur)

In conventie en in reconventie

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk¬ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 28 september 2007, met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie, met producties,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe¬zen en op 28 november 2007 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 16 januari 2008 gehouden comparitie van partijen, bij welke gelegenheid Euro Inventarisatiebureau niet was verschenen,

- de voorafgaande aan en ten behoeve van die comparitie van partijen ontvangen conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie van [eiseres], met producties,

- de conclusie van dupliek in conventie/repliek in voorwaardelijke reconventie,

- de conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. [eiseres] is op 9 januari 2006 op basis van 24 uur per week voor de duur van zes maanden in dienst getreden van Euro Inventarisatiebureau in de functie van boekhoudkundig medewerkster tegen een salaris van €1.200,00 bruto per maand, exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.

b. Bij brief van 26 september 2006 heeft [eiseres] haar ontslag ingediend per 1 november 2006.

c. Bij e-mail van 2 oktober 2006 heeft [eiseres] het volgende aan Euro Inventarisatiebureau geschreven:

“Zou je zo vriendelijk willen zijn mij uitsluitsel te geven over mijn ingediende ontslag, indien 1 november te snel is heb ik eventueel nog wel enkele oplossingen hiervoor.”

d. Bij brief van 2 oktober 2006 heeft Euro Inventarisatiebureau aan [eiseres] medegedeeld dat zij akkoord gaat met het ontslag dat [eiseres] had aangevraagd en dat de werkzaamheden van [eiseres] worden voortgezet tot 1 november 2006.

e. Op 30 oktober 2006 heeft Euro Inventarisatiebureau per e-mail aan [eiseres] bericht dat zij zich zorgen maakte over de afronding van de werkzaamheden van [eiseres]. Euro Inventarisatiebureau heeft in dat bericht meegedeeld dat zij ervan uitgaat dat [eiseres], indien het haar niet lukte de zaken voor 1 november 2006 op orde te hebben, zij dan ook na 1 november 2006 zorgdraagt voor de juiste afronding.

f. Bij brief van 7 november 2006 heeft Euro Inventarisatiebureau het volgende aan [eiseres] geschreven:

“Uit je stilzwijgen destilleer ik dat je geenszins van plan bent om je werkzaamheden definitief af te wikkelen en dat ik de rapportage die ik op mijn bureau vond deze week de oplevering van je werk moet voorstellen.

Geen tijd om het rapport te bespreken en geen tijd voor toelichtingen, nu je kennelijk in het laatste uur van de door ons geplande werkdag het stuk op mijn bureau is gelegd.

Bij controle stuit ik op circa 40 vragen en opmerkingen, maar die mag nu een ander oplossen lijkt het.

Het moge duidelijk zijn dat ik niet van plan ben die kosten te dragen dus ik verzoek je alsnog je werk af te ronden en met me te overleggen over het gerapporteerde werk en de afrondingen die nog plaats moeten vinden.”

g. Op 8 januari 2007 heeft [eiseres] bij brief aan Euro Inventarisatiebureau aanspraak gemaakt op uitbetaling van het nog verschuldigde vakantiegeld en het tegoed aan vakantiedagen. Daarna is hierover tussen de gemachtigde van [eiseres] en Euro Inventarisatiebureau nog correspondentie gevoerd.

h. In antwoord hierop heeft Euro Inventarisatiebureau laten weten zich op verrekening te beroepen met haar tegenvordering op [eiseres] wegens de schade die [eiseres] voor Euro Inventarisatiebureau heeft veroorzaakt door haar werkzaamheden niet naar behoren af te ronden.

In conventie

De vordering

[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad Euro Inventarisatiebureau zal veroordelen tot betaling aan [eiseres] van:

A. €500,00 bruto, althans 5/12 deel van één dienstjaar, ter zake van vakantietoeslag,

B. €361,94 bruto ter zake van de opgebouwde, maar niet-opgenomen vakantiedagen,

C. € 300,00 (exclusief omzetbelasting) terzake van buitengerechtelijke incassokosten,

D. de wettelijke rente over alle voornoemde gevorderde bedragen vanaf de dag dat die bedragen zijn beschuldigd,

E. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW ad 50% over de onder A. en B. genoemde posten, thans reeds ter hoogte van € 430,97 bruto,

F. de kosten van het geding.

[eiseres] heeft het volgende aan haar vordering ten grond¬slag gelegd:

Na de beëindiging van het dienstverband heeft nog geen eindafrekening plaatsgevonden.

[eiseres] heeft nog van Euro Inventarisatiebureau te vorderen:

- de vakantietoeslag ad 8% over de periode van 1 juni 2006 tot 1 november 2006, zijnde een bedrag van € 500,00 bruto, althans 5/12e deel van één dienstjaar;

- opgebouwde, maar niet-opgenomen vakantiedagen ex artikel 7: 641 BW, bedragende

€ 361,94.

Door en namens [eiseres] is Euro Inventarisatiebureau herhaaldelijk verzocht en gesommeerd om over te gaan tot de betaling van de genoemde bedragen. Dit heeft niet tot een positief resultaat of betaling geleid. Om deze reden maakt [eiseres] aanspraak op de wettelijke verhoging, alsmede de wettelijke rente over alle vorderingen en wel vanaf de datum dat deze zijn verschuldigd.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft Euro Inventarisatiebureau [eiseres] genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. [eiseres] heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van € 300,00 (exclusief omzetbelasting). Euro Inventarisatiebureau dient deze kosten ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub c BW aan [eiseres] te voldoen.

Voorts is Euro Inventarisatiebureau de wettelijke rente verschuldigd geworden.

Het verweer

Euro Inventarisatiebureau heeft het volgende tegen de vordering aangevoerd:

Als gevolg van het handelen van [eiseres] is Euro Inventarisatiebureau ernstig in de problemen gekomen. De nieuwe medewerkers, die overhaast waren aangetrokken, moesten in hoog tempo door anderen worden ingewerkt waar dit normaal gesproken door [eiseres] zou zijn gebeurd. Dit zag onder meer op het vertrouwd maken met het boekhoudpakket en betaalsysteem en het ver-werken van facturen en betalingen. Andere medewerkers dienden eveneens het werk op te pak-ken en te voltooien dat [eiseres] had laten liggen, dit vanzelfsprekend ten koste van hun eigen werkzaamheden, met als resultaat een aanmerkelijk urenverlies. Een aantal werkzaamheden heeft Euro Inventarisatiebureau zelfs extern moeten uitbesteden.

[eiseres] heeft derhalve, door haar werk niet achter te laten zoals dat redelijkerwijze behoort, wan-prestatie gepleegd. Euro Inventarisatiebureau begroot de daardoor door haar geleden schade op:

• urenverlies inwerken nieuwe medewerkers: 20 uur tegen € 20,00 maakt € 400,00;

• urenverlies afmaken werkzaamheden [eiseres] : 40 uur tegen €20,00 maakt € 800,00;

• kosten uitbesteden werk aan derden: €750,00.

Ten aanzien van de door [eiseres] gestelde vordering heeft Euro Inventarisatiebureau zich steeds beroepen op opschorting en verrekening met haar eigen tegenvordering.

In voorwaardelijke reconventie:

De vordering

Voor het geval de vordering in conventie geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, vordert Euro Inventarisatiebureau dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] zal veroordelen om aan Euro Inventarisatiebureau te betalen:

I. €1.950,00;

II. De wettelijke rente over het onder I. genoemde bedrag vanaf 7 november 2006 tot aan de dag der algehele voldoening;

III. €300,00 wegens buitengerechtelijke incassokosten;

een en ander met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

Euro Inventarisatiebureau heeft haar verweer in conventie aan haar vordering in voorwaardelijke reconventie ten grondslag gelegd. De kantonrechter verwijst daar kortheidshalve naar.

Voorts heeft Euro Inventarisatiebureau nog het volgende gesteld:

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft [eiseres] Euro Inventarisatiebureau genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. Euro Inventarisatiebureau heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van €300,00. [eiseres] dient deze kosten ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub c BW aan Euro Inventarisatiebureau te voldoen.

Voorts is [eiseres] de wettelijke rente verschuldigd geworden over de gevorderde hoofdsom.

Het verweer

[eiseres] heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

In conventie

1. De hoogte van de door [eiseres] gevorderde bedragen wordt door Euro Inventarisatiebureau niet weersproken. Zij beroept zich slechts op verrekening met haar tegenvordering.

2. De vordering van [eiseres] is daarom in hoofdsom toewijsbaar, tenzij Euro Inventarisatiebureau zich terecht op verrekening beroept.

3. [eiseres] heeft €300,00 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Euro Inventarisatiebureau heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. In deze procedure is, gelet op de betwisting door Euro Inventarisatiebureau, onvoldoende gesteld of gebleken dat de door [eiseres] verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

4. Nu de kantonrechter van oordeel is dat de vordering in conventie gedeeltelijk moet worden toegewezen, is de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering is ingesteld vervuld. De kantonrechter zal daarom thans eerst ingaan op de vordering van Euro Inventarisatiebureau.

In voorwaardelijke reconventie

5. Euro Inventarisatiebureau heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [eiseres], door haar werk niet achter te laten zoals dat redelijkerwijs behoort, wanprestatie heeft gepleegd.

6. Aldus geformuleerd moet deze vordering geacht worden te zijn gebaseerd op het bepaalde bij artikel 7:661 BW. Dit artikel bepaalt dat de werknemer die bij de uitvoering van de overeenkomst schade toebrengt aan de werkgever te dier zake jegens de werkgever niet aansprakelijk is, tenzij de schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van de werknemer.

7. Het enkele feit dat [eiseres] haar werkzaamheden niet naar behoren zou hebben afgerond, brengt niet zonder meer met zich dat sprake is van opzet en/of bewuste roekeloosheid aan de zijde van [eiseres]. Dit geldt temeer nu uit tussen partijen gevoerde correspondentie blijkt dat [eiseres] wel bereid was tot een andere oplossing.

8. Nu door Euro Inventarisatiebureau geen overige, althans onvoldoende feiten en/of omstandigheden zijn gesteld waaruit de opzet of bewuste roekeloosheid van [eiseres] zou kunnen blijken, moet de vordering van Euro Inventarisatiebureau reeds om die reden als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

9. De laatste zin van artikel 7:661 lid 1 doet zich hier niet voor, nu uit de omstandigheden van het geval, mede gelet op de aard van de overeenkomst, niet anders kan worden geconcludeerd.

10. Euro Inventarisatiebureau is de in het ongelijk gestelde partij. Zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

In conventie voorts

11. Nu de vordering in reconventie zal worden afgewezen, liggen de vorderingen in conventie tot betaling van €500,00 en €361,94 voor toewijzing gereed.

12. Zoals boven is overwogen worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.

13. De wettelijke rente is als gevorderd toewijsbaar, nu Euro Inventarisatiebureau in verzuim is gebleven met de betaling van de gevorderde bedragen.

14. Ook de gevorderde wettelijke verhoging is toewijsbaar, omdat het aan Euro Inventarisatiebureau is toe te rekenen dat de verschuldigde bedragen niet zijn voldaan. Euro Inventarisatiebureau heeft zich immers ten onrechte op verrekening/opschorting beroepen. Om diezelfde reden ziet de kantonrechter geen aanleiding deze verhoging te matigen.

15. Euro Inventarisatiebureau is de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, zodat zij in de proceskosten zal worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

Veroordeelt Euro Inventarisatiebureau om tegen behoorlijk bewijs van kwij¬ting aan [eiseres] te betalen €1.292,91, te ver¬meerderen met de wette¬lijke rente over €861,94 vanaf de dag van verschuldigdheid van de onderscheiden bedragen tot aan de dag der alge¬hele voldoening.

Veroordeelt Euro Inventarisatiebureau in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op €283,31 aan verschotten en €450,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor¬raad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt Euro Inventarisatiebureau in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op €225,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.