Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC9827

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-04-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
375194 AO VERZ 08-168
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding van een arbeidsovereenkomst. Nadat de functie van verweerder tengevolge van een reorganisatie was vervallen, is verweerder boventallig geworden. Alternatieve passende functies in dezelfde salarisschaal zijn voor verweerder niet bij de werkgever beschikbaar. Werkgever heeft verweerder een functie in een lagere schaal aangeboden met bevriezing van het laatste salaris van verweerder en (gedeeltelijke) betaling van de CPI-verhoging. Verweerder heeft het aanbod afgewezen. De kantonrechter acht het aanbod van de werkgever redelijk. Nu niet is gebleken dat de werkgever dit aanbod inmiddels heeft ingetrokken, ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst op voorwaarde dat verweerder niet uiterlijk op 14 april 2008 het aanbod van de werkgever alsnog ongeclausuleerd heeft aanvaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0279
RAR 2008, 92

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 375194/ AO VERZ 08-168

datum uitspraak: 9 april 2008

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de vereniging VERENIGING BUMA en de stichting STEMRA

gezamenlijk bedrijfvoerende onder de naam Buma-Stema

te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer

verzoekster

hierna: Buma-Stemra

gemachtigde: mr. R. Hulkenberg

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. A. Klapdoor

De procedure

Op 27 februari 2008 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Buma-Stemra. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend. Bij brief van 5 maart 2008 heeft de gemachtigde van Buma-Stemra het verzoekschrift gewijzigd.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 2 april 2008. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. Buma-Stemra heeft, voorafgaande aan de mondelinge behandeling, producties in het geding gerbacht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter zitting naar voren hebben gebracht.

De feiten

1. [verweerder], 53 jaar oud, is sinds 16 juni 1976 bij Buma-Stemra in dienst, laatstelijk in de functie van Teamleider Muziekgebruikersbestand, tegen een salaris van € 4.198,00 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag.

2. In het kader van een reorganisatie, waarbij een belangrijk deel van de zogenoemde backoffice werkzaamheden worden uitbesteed, is de functie van [verweerder] bij Buma-Stemra komen te vervallen. [verweerder] is daardoor boventallig geworden.

3. Ingevolge een tussen Buma-Stemra en de OR tot stand gekomen sociaal plan vindt de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met een boventallige werknemer plaats door middel van een vaststellingsovereenkomst.

4. Artikel 9.2 van het sociaal plan bepaalt dat een ontslagprocedure in gang zal worden gezet, indien de werknemer niet binnen vier weken na het gesprek waarin hem de boventalligheid is medegedeeld, de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend.

5. Op 13 juni 2007 heeft Buma-Stemra [verweerder] geïnformeerd over zijn boventalligheid en hem een vaststellingsovereenkomst aangeboden, onder toekenning van een beëindigingsvergoeding conform het sociaal plan.

6. [verweerder] heeft de vaststellingsovereenkomst niet voor akkoord ondertekend. Bij brief van 12 juni 2007 heeft [verweerder] aan Buma-Stemra medegedeeld grote waarde te hechten aan de handhaving van de arbeidsovereenkomst. Hij heeft daarbij onder meer het volgende opgemerkt:

“Op 24 september 2003 wees de kantonrechter Buma, in een identiek ontstane situatie, op de zware verplichting die zij toentertijd jegens mij had. Een dergelijke verplichting is naar mijn mening met het klimmen der dienstjaren alleen maar toegenomen. […] Ik vertrouw erop dat de Vereniging Buma mij binnen afzienbare tijd een passende functie zal aanbieden […].”

7. Op 21 augustus 2007 heeft [verweerder] gesolliciteerd naar de functie van Hoofd Individuele Licenties Buma. Buma-Stemra heeft [verweerder] aangeboden een assessment te doorlopen teneinde een indruk te krijgen van zijn capaciteiten om die functie te vervullen.

8. Bij e-mail van 26 augustus 2007 heeft [verweerder] aan Buma-Stemra doen weten het aanbod te aanvaarden, waarbij onder meer het volgende heeft opgemerkt:

“Hieraan verbind ik de voorwaarde dat Buma/Stemra dit assessment enkel en alleen mag gebruiken om zicht te krijgen op mijn sterke en zwakke kanten […] met geen ander doel dan mij zonodig bij te scholen en/of te coachen bij de vervulling van een functie binnen onze organisaties.”

9. Bij e-mail van 27 augustus 2007 heeft Buma-Stemra hierop onder meer het volgende geantwoord:

“In je sollicitatiegesprek […] hebben we duidelijk aangegeven dat er twijfel bestaat over je leidinggevende capaciteiten. […] De voorwaarden die jij stelt in jouw schrijven kunnen wij niet accepteren. Een assessment is per definitie een extra instrument om goed gefundeerd te kunnen beoordelen of je geschikt bent voor één of meerdere functies.”

10. Op 28 augustus 2007 heeft het assessment plaatsgevonden. De conclusie van het assessmentrapport luidt onder meer als volgt:

“[…] de heer [verweerder] beschikt over een werk- en denkniveau […] op MBO-niveau. Dit niveau […] is ons inziens niet binnen zes maanden op een substantieel hoger (lees: HBO) niveau te brengen.

Afrondend zijn wij de mening toegedaan dat functies […] waarin direct een behoorlijk niveau wordt gevraagd aan zowel flexibiliteit in gedrag alsmede overtuigingskracht en analytisch vermogen (op HBO-niveau of hoger) […] een serieus afbreukrisico in zich dragen. […]

Echter leidinggevende functies waarin hij kan terugvallen op zijn niet onaanzienlijke kennis en ervaring en die ook minder complex zijn […] zou hij […] wel moeten aankunnen; ook als het een functie betreft die op HBO-niveau is geïndiceerd.”

11. [verweerder] is niet in de functie van Hoofd Individuele Licenties Buma. benoemd.

12. Op 19 september 2007 heeft Buma-Stemra [verweerder] per 1 januari 2008 de functie van medewerker Commentaar Rechthebbende 2e lijn aangeboden. Omdat het salarisniveau van deze functie twee groepen lager ligt dan de vroegere functie van [verweerder], heeft Buma-Stemra zich bereid verklaard het salaris van [verweerder] per 31 december 2007 te bevriezen totdat de salarisschaal van de nieuwe functie zal zijn gestegen tot het niveau van het bevroren salaris.

13. Bij brief van 16 januari 2008 heeft de gemachtigde van Buma-Stemra aan de gemachtigde van [verweerder] onder meer het volgende medegedeeld:

“Om uw cliënt verder tegemoet te komen is Buma-Stemra bereid geweest om 50% van de CPI, afhankelijk te stellen van functiebeoordelingen en aldus buiten “de bevriezing” te laten.”

14. [verweerder] heeft het aanbod van Buma-Stemra niet geaccepteerd.

Het verzoek

Buma-Stemra verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt Buma-Stemra – samengevat – het volgende.

Buma-Stemra heeft zich ingespannen om [verweerder] in een andere, passende functie te plaatsen. [verweerder] is voor diverse functies waarop hij had gesolliciteerd afgewezen omdat hij wat kennis en ervaring betreft niet voldeed aan de functievereisten. Ook voor de functie van Hoofd Individuele Licenties Buma kwalificeert [verweerder] niet. Het gaat om een complexe functie, waarin van [verweerder] een directe inzetbaarheid op HBO-niveau wordt gevraagd. Mede op grond van de uitslag van het assessment, durft Buma-Stemra plaatsing van [verweerder] in die functie niet aan.

Hoewel het Buma-Stemra vrij stond om op dat moment een ontslagprocedure in gang te zetten, heeft zij het ontslag van [verweerder] trachten te voorkomen door hem de functie van Medewerker Commentaar Rechthebbende 2e lijn aan te bieden. Ook is Buma-Stemra bereid geweest om gedeeltelijk aan de salariseisen van [verweerder] tegemoet te komen.

Nu [verweerder] heeft laten weten volledig aan zijn salariseisen vast te houden, ziet Buma-Stemra geen andere mogelijkheid meer om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] voort te laten bestaan. Een andere passende functie is bij Buma-Stemra voor [verweerder] niet beschikbaar. De arbeidsovereenkomst dient daarom op korte termijn te worden ontbonden, onder toekenning aan [verweerder] van een vergoeding op basis van het sociaal plan, dat wil zeggen € 208.156,60 bruto.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van € 362.707,20 bruto.

Ter toelichting voert [verweerder] – samengevat – het volgende aan.

Op Buma-Stemra rust, mede gelet op de uitspraak van de kantonrechter in een ontbindingsprocedure tussen partijen in 2003, een vergaande verplichting om het dienstverband met [verweerder] te continueren. [verweerder] betwist ongeschikt te zijn voor de functie van Hoofd Individuele Licenties Buma. Buma-Stemra heeft de uitkomst van het assessment op oneigenlijke wijze als selectie-instrument gebruikt. Zij had [verweerder] de mogelijkheid moeten bieden om zich de vereiste kennis en vaardigheden waarover hij thans niet beschikt, door middel training eigen te maken.

[verweerder] heeft zich bereid verklaard om de functie van Medewerker Commentaar Rechthebbende 2e lijn te aanvaarden, ook al komt deze functie niet overeen met zijn kwaliteiten. Hij stelt daaraan echter de voorwaarde dat aan hem de volledige CPI-verhoging dient te worden betaald, gelet op de grote financiële consequenties indien dit niet gebeurt. Volgens [verweerder] is Buma-Stemra gehouden tot onvoorwaardelijke betaling van de volledige CPI-verhoging omdat toekenning, afhankelijk van beoordeling, in strijd is met de salarissystematiek van Buma-Stemra. Bovendien hebben andere collega’s van [verweerder], die destijds lager ingeschaalde functies gingen bekleden, wel de volledige CPI-verhoging behouden.

Met de toekenning van de volledige CPI-verhoging is een bedrag van € 31,00 bruto per maand gemoeid. Het belang dat Buma-Stemra bij de besparing van dit bedrag heeft kan, afgezet tegen de lange staat van dienst van [verweerder] bij Buma-Stemra, zijn goede functioneren, zijn leeftijd die een slechte marktpositie meebrengt en zijn bereidheid om tot op de dag van vandaag zich voor 100% voor Buma-Stemra in te zetten, geen grond vormen voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch zal worden ontbonden, is er, gelet op de grote nadelige consequenties die de ontbinding voor [verweerder] heeft, aanleiding voor de door [verweerder] verzochte vergoeding met hantering van de correctiefactor C = 2.

De beoordeling van het verzoek

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

Vooropgesteld dient te worden dat Buma-Stemra genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat de functie van Hoofd Individuele Licenties Buma kennis en vaardigheden vereist waar [verweerder], in ieder geval thans, niet aan voldoet. De conclusie van het assessmentrapport spreekt ter zake van het werk- en denkniveau van [verweerder] en de mogelijkheid om dit binnen zes maanden op een substantieel hoger niveau te brengen, duidelijke taal. Niet valt in te zien dat Buma-Stemra de conclusie van het rapport naast zich neer zou moeten leggen, te minder nu van afspraken tussen partijen om het assessment slechts te gebruiken om de sterke en zwakke kanten van [verweerder] op het gebied van management helder te krijgen met geen ander doel hem daarin bij te scholen of te coachen, niet is gebleken.

Voorts kan Buma-Stemra niet worden tegengeworpen onvoldoende in het werk te hebben gesteld om [verweerder] binnen de organisatie te houden. Vaststaat dat de functie van [verweerder] tengevolge van de reorganisatie is vervallen. Vast staat tevens dat [verweerder] voor de functies waarnaar hij heeft gesolliciteerd, is afgewezen. Het aanbod van Buma-Stemra om [verweerder] de functie van Medewerker Commentaar Rechthebbende 2e lijn te laten bekleden, met bevriezing van zijn huidige salaris plus toekenning van 50% CPI-verhoging, valt naar het oordeel van de kantonrechter als een redelijk aanbod aan te merken. Het mag dan zo zijn dat vanuit het standpunt van [verweerder] bezien een bedrag van € 31,00 bruto per maand te onbeduidend is voor Buma-Stemra om voet bij stuk te houden, daar tegenover staat dat van [verweerder] als goed werknemer mag worden verwacht dat ook hij, gelet op de omstandigheden van het geval, water bij de wijn doet. Dit geldt temeer nu gesteld noch gebleken is dat voor [verweerder] bij Buma-Stemra andere, passende functies in een hogere salarisschaal beschikbaar zijn. Een lang dienstverband geeft immers niet de garantie dat zich nimmer een verandering ten nadele van de werknemer zal voordoen.

Er zijn dus voldoende gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is.

Buma-Stemra heeft in haar verzoekschrift gesteld dat zij op 12 februari 2008 haar aanbod aan [verweerder] heeft herhaald, onder voorwaarde van onvoorwaardelijk acceptatie. Uit het door Buma-Stemra ter zitting ingenomen standpunt kan niet worden afgeleid dat dit aanbod thans niet meer geldt. De kantonrechter zal daarom aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst de voorwaarde verbinden dat [verweerder] niet op uiterlijk 14 april 2008 aan Buma-Stemra heeft doen weten het aanbod van Buma-Stemra om de functie van Medewerker Commentaar Rechthebbende 2e lijn te bekleden onder de laatstelijk door Buma-Stemra gestelde voorwaarden, ongeclausuleerd te aanvaarden.

Voor het geval [verweerder] het aanbod van Buma-Stemra niet aanvaardt, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden tegen 15 april 2008 onder toewijzing van de door Buma-Stemra aangeboden vergoeding conform het sociaal plan. Er zijn, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, geen gronden voor de toekenning van een hogere vergoeding. Van verwijtbaarheid aan de zijde van Buma-Stemra is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt partijen ervan in kennis voornemens te zijn de arbeidsovereenkomst tegen 15 april 2008 te ontbinden onder toekenning van een vergoeding als hierna is vermeld, voor het geval [verweerder] niet uiterlijk op 14 april 2008 aan Buma-Stemra heeft doen weten de functie van Medewerker Commentaar Rechthebbende 2e lijn ongeclausuleerd te aanvaarden onder de door Buma-Stemra gestelde voorwaarden;

voor het geval [verweerder] niet uiterlijk op 14 april 2008 aangeeft de functie van Medewerker Commentaar Rechthebbende 2e lijn ongeclausuleerd te aanvaarden:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 15 april 2008;

kent aan [verweerder] ten laste van Buma-Stemra een vergoeding toe van € 208.156,60 bruto, ineens te voldoen, als aanvulling op ingevolge sociale verzekeringswetten te ontvangen uitkeringen dan wel elders te verwerven lager inkomen uit arbeid;

veroordeelt voor zover nodig Buma-Stemra tot betaling van die vergoeding;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

voor het geval [verweerder] aangeeft de functie van Medewerker Commentaar Rechthebbende 2e lijn ongeclausuleerd te aanvaarden:

wijst het verzoek af;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. B. Vogel en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.