Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC9334

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-03-2008
Datum publicatie
11-04-2008
Zaaknummer
15/801375-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensensmokkel; vals paspoort. Zie voor medeverdachte LJN BC9335.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/801375-07

Uitspraakdatum: 28 maart 2008

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 maart 2008 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Noord Holland Noord, Huis van Bewaring Zwaag te Zwaag.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 29 november 2007 te Manchester en/of Liverpool, in elk geval in Engeland) en/of te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) ander(en), te weten [betrokkene1], althans een persoon zich noemende [alias], (telkens) behulpzaam is/zijn geweest bij het verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die ander (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte

- tezamen met voornoemd persoon een (vals) paspoort opgehaald en/of geregeld en/of (deels) betaald en/of

- voor voornoemd persoon een vliegticket en/of een hotel (in Nederland) geboekt/geregeld en/of

- (vervolgens) voornoemd persoon begeleid tijdens de reis (van Manchester naar Amsterdam) en/of

- (vervolgens) voornoemd persoon begeleid op de luchthaven Schiphol en/of

- (vervolgens) bij de grenscontrole op voornoemd persoon gewacht en/of

- (vervolgens) tijdens de grenscontrole bij aankomst op Schiphol voor voornoemd persoon het woord gevoerd;

2.

hij op of omstreeks 29 november 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in het bezit was van een reisdocument, te weten een nationaal paspoort van Groot Brittanië, voorzien van nummer 040316211, op naam gesteld van [naam], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats], waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, zakelijk weergegeven, gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder 10, 11 en 12 vermelde goederen zullen worden verbeurd verklaard en dat de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder 14 tot en met 19 vermelde goederen aan verdachte zullen worden teruggegeven.

4. Bewijs

4.1 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

hij in de periode van 01 januari 2006 tot en met 29 november 2007 te Manchester (Engeland) en te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een ander, te weten [betrokkene1], behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot Nederland terwijl hij, verdachte wist dat die toegang wederrechtelijk was, immers heeft hij, verdachte, tezamen met voornoemd persoon een paspoort opgehaald en geregeld en betaald en voor voornoemd persoon een vliegticket en een hotel in Nederland geboekt en voornoemd persoon begeleid tijdens de reis van Manchester naar Amsterdam en voornoemd persoon begeleid op de luchthaven Schiphol en bij de grenscontrole op voornoemd persoon gewacht en tijdens de grenscontrole bij aankomst op Schiphol voor voornoemd persoon het woord gevoerd;

2.

hij op 29 november 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, in het bezit was van een reisdocument, te weten een nationaal paspoort van Groot Brittannië, voorzien van nummer 040316211, op naam gesteld van [naam], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats], waarvan hij en zijn mededaders wisten dat het vervalst was.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen.

De door de rechtbank als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde personen en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

Elk bewijsmiddel wordt slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop het blijkens de inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

1. De door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring, - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

Het klopt dat ik op 29 november 2007 van Manchester naar Schiphol ben gereisd. Ik reisde samen met [medeverdachte] en met [betrokkene1]. Ik heb op 25 of 26 oktober 2007 via internet drie tickets voor onze reis geregeld en een hotel geboekt in Amsterdam. [betrokkene1] reisde op de naam [naam]. Ik wist dat hij een vals paspoort had op deze naam.

Ik ben vorig jaar samen met [betrokkene1] naar een man, genaamd [betrokkene2], gegaan voor dat paspoort. De tweede keer dat we naar deze man toegingen wist ik dat het ging om een vals paspoort. Dat was omstreeks oktober 2006.

Toen we samen naar Nederland reisden wist ik dat [betrokkene1] het valse paspoort gebruikte. Ook op het moment dat ik de tickets boekte wist ik dat het ging om een vals paspoort.

Bij aankomst op Schiphol heb ik [betrokkene1] geholpen door zijn woorden voor de douanier te vertalen.

2. De verklaring door de getuige voorheen zich noemende [alias], thans zich noemende [betrokkene1] afgelegd bij de Rechter-Commissaris d.d. 5 december 2007, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Ik ben op 29 november 2007 vanuit Manchester naar Amsterdam gereisd. Ik reisde samen met [verdachte] en [medeverdachte]. [verdachte] heeft de reis geregeld. Hij heeft de tickets via internet geregeld en ook een hotel geboekt.

Ik reisde op een vals paspoort op naam van [naam]. Ik heb dat paspoort samen met [verdachte] gekocht bij ene meneer [betrokkene] in Manchester.

Wij zijn samen naar [betrokkene] toegegaan. Ik heb eerst de helft betaald en de andere helft bij aflevering. Dat geld heb ik aan [verdachte] gegeven en [verdachte] heeft dat betaald aan [betrokkene].

Toen we samen reisden wist [verdachte] dat ik met het valse paspoort reisde.

Mijn bedoeling was om met deze reis naar Amsterdam mijn paspoort te testen.

3. Het proces-verbaal van verhoor van de persoon zich noemende [alias] (dossierparagraaf 1.3.5, 4e blz.):

Nadat wij waren aangekomen in Amsterdam liepen [verdachte] en [medeverdachte] voorop, ik liep achterop. [verdachte] en [medeverdachte] waren al door de paspoortcontrole maar wachtten op mij.

4. Het proces-verbaal van bevindingen (dossierparagraaf 0.4), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Na onderzoek van het nationaal paspoort van Groot Brittannië, voorzien van nummer 040316211, op naam gesteld van [alias], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats], op grond van de in het proces-verbaal genoemde kenmerken is geconcludeerd dat:

- de in dit paspoort aangebrachte bladzijden 1 / 2 en 31 / 32, waarbij bladzijde 31 als personaliabladzijde fungeert, zijn aangebracht na verwijdering van de originele bladzijden;

- het paspoort vervalst is.

4.3 Bewijsoverwegingen

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde feit betoogd dat er geen sprake was van het door zijn cliënt tezamen en in vereniging bezitten van het paspoort, nu het feitelijke bezit daarvan bij de heer [betrokkene1] rustte. De wetenschap van verdachte dat [betrokkene1] met een vals paspoort reisde, is onvoldoende om tot bewezenverklaring van het feit te komen. Derhalve dient zijn cliënt daarvan te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

De rechtbank volgt het verweer van de raadsman niet. Verdachte wist dat het paspoort van [betrokkene1] vervalst was en dat hij dat paspoort wilde uitproberen, toen zij samen van Manchester naar Schiphol reisden. Nu verdachte aanwezig was bij de uitvoering van het delict door zijn reisgenoot, zich daarvan niet heeft gedistantieerd, maar aan die uitvoering juist bewust mede heeft deelgenomen, heeft hij zich door een bewuste en nauwe samenwerking met Javed schuldig gemaakt aan het medeplegen van het in het bezit hebben van een vervalst reisdocument. De omstandigheid dat het reisdocument feitelijk niet onder verdachte was, maakt dat niet anders.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Mensensmokkel;

2. Medeplegen van in het bezit zijn van een reisdocument, waarvan hij weet dat het vervalst is.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sancties en van overige beslissingen

7.1 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich bezig gehouden met - kort gezegd - mensensmokkel. Daarbij is verdachte een persoon behulpzaam geweest bij de wederrechtelijke toegang tot Nederland. Mensensmokkel valt onder de categorie strafbare feiten die ernstig inbreuk maken op de rechtsorde en die in de samenleving gevoelens van grote onrust veroorzaken. Die smokkel doorkruist niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere Schengenlanden, maar draagt ook bij tot het in stand houden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het draagvlak om de 'echte' asielzoekers (politieke vluchtelingen in de zin van de Conventie van Genève) ruimhartig op te vangen, daardoor in ernstige mate wordt ondermijnd.

Voorts is verdachte samen met zijn mededaders in het bezit geweest van een vervalst paspoort. Hierdoor hebben zij het vertrouwen dat men in het maatschappelijk verkeer moet kunnen hebben, dat ambtelijke stukken, zoals legitimatiebewijzen en reisdocumenten, een juiste weergave bevatten van de daarin vermelde gegevens, geschaad. In dergelijke documenten voorkomende onjuiste (persoons)gegevens kunnen bovendien ook in het handels- en geldverkeer tot aanzienlijke schade leiden.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Deze straf is lager dan de straf die de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank realiseert zich dat de hierna op te leggen straf lager is dan doorgaans bij mensensmokkelzaken wordt opgelegd, maar acht deze in dit geval passender, gelet op de omstandigheden waaronder dit in casu heeft plaatsgevonden.

7.2 Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst onder de nummers 10, 11 en 12 vermelde en onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, is begaan of voorbereid.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 47, 57, 197a, 231 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals onder 4.1 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER (4) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Heft op met onmiddellijke ingang het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte en beveelt de onmiddellijke invrijheidsstelling van verdachte.

Verklaart verbeurd:

10 twee KLM instapkaarten,

11 twee KLM claimtags,

12 één E-bookers vliegticket,

Gelast de teruggave aan verdachte van:

14 veertien stuks à 100 euro,

15 tien stuks à 50 euro,

16 vier stuks à 20 euro,

17 drie stuks à 10 euro,

18 vier stuks à 20 British Pounds,

19 één stuk à 5 British Pounds.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Brouwer, voorzitter,

mrs. Lips en De Hek, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Zeeman,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 maart 2008.