Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC9147

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-02-2008
Datum publicatie
09-04-2008
Zaaknummer
110157 - HA ZA 05-240
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot toelating als concurrente schuldeiser in het faillissement van KPNQwest afgewezen wegens het ontbreken van een deugdelijke grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 110157 / HA ZA 05-240

Vonnis van 13 februari 2008

in de zaak van

de rechtspersoon naar Duits recht

VATTENFALL EUROPE NETCOM GmbH,

gevestigd te Berlijn, Duitsland,

eiseres tot verificatie,

procureur mr. N.M.N. Klazinga,

advocaat mr. U. Acker te Amsterdam,

tegen

[…] curatoren in het faillissement van de naamloze vennootschap KPNQwest N.V.,

kantoorhoudende te Amsterdam,

gedaagden tot verificatie,

procureur mr. M. Middeldorp,

advocaat mr. M.A. Sterk te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Vattenfall en curatoren genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het incidenteel vonnis van 15 februari 2006

- de conclusie van eis tot verificatie met producties

- de conclusie van antwoord tot verificatie

- de conclusie van repliek tot verificatie met producties

- de conclusie van dupliek tot verificatie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Voor de feiten verwijst de rechtbank naar de feitenvaststelling onder 2.1 tot en met 2.8 van het vonnis in het bevoegdheidsincident van 15 februari 2006, nu die feiten ook in de hoofdzaak niet in geschil zijn.

3. Het geschil

3.1. Vattenfall vordert – samengevat – dat zij zal worden toegelaten als concurrente schuldeiseres in het faillissement van KPN Qwest en dat haar vordering in dat faillissement als concurrente schuldvordering zal worden erkend tot een bedrag van € 19.353.134,06, met veroordeling van curatoren in de kosten.

3.2. Curatoren voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Vattenfall heeft op 17 december 1997 een huurovereenkomst ter zake het gebruik van – met name – glasvezelkabels gesloten met Hermes Europe Retail B.V. te Amsterdam (hierna: Hermes). In 1999 veranderde Hermes haar naam in Global Telesystems Europe B.V. (hierna: GTS Europe). Op 24 november 2000 heeft GTS Networks Ireland Ltd. (hierna: GTS Networks) de contractspositie van GTS Europe onder de voornoemde overeenkomst van 17 november 1997 overgenomen. Vervolgens heeft GTS Europe op 30 november 2000 een zogenaamde ‘Haftungserklärung’ ondertekend, waarbij GTS Europe zich – kort gezegd – ten behoeve van GTS Networks jegens Vattenfall borg heeft gesteld voor de verplichtingen van GTS Networks uit hoofde van genoemde huurovereenkomst.

4.2. In dit geschil baseert Vattenfall haar vordering op een brief van 17 januari 2002 van KPN Qwest en de in de Verenigde Staten van Amerika gevestigde vennootschap Global Telesystems, Inc. (hierna: GTS Inc.) aan Vattenfall, zoals geciteerd in het tussenvonnis van 15 februari 2006 onder 2.8.

4.3. Deze grondslag is echter niet deugdelijk, omdat in die brief weliswaar wordt verwezen naar ‘a guarantee agreement with Europe BV [rechtbank: GTS Europe]’, maar die brief uiteindelijk uitmondt in een verzoek van KPN Qwest en GTS Inc. aan Vattenfall om akkoord te gaan met ‘KPNQwest’s assumption of GTS’ [rechtbank: GTS Inc.] obligations’. Dat Vattenfall er onder die omstandigheden op kon en mocht vertrouwen dat de briefschrijvers beoogden te bewerkstelligen dat KPN Qwest de borgstelling door GTS Europe (en niet van de vermelde GTS Inc.) zou overnemen ligt niet voor de hand, temeer nu de bij de brief betrokkenen (zeer) grote ondernemingen zijn, die deelnemen aan het internationale handelsverkeer en (kunnen) beschikken over aanzienlijke juridische expertise en met de borgstelling en de onderliggende huurovereenkomst aanzienlijke belangen waren gemoeid.

4.4. De door Vattenfall voorgestane ‘Haviltex’-uitleg van de brief kan niet tot een ander oordeel leiden, reeds omdat de uitleg van de brief geen wijziging kan brengen in de bij de in die brief vervatte overeenkomst betrokken partijen. GTS Europe was immers noch afzender noch ontvanger van de brief en als zodanig niet betrokken bij de in die brief vervatte afspraken. Bovendien is gesteld noch gebleken dat GTS Inc. de brief mede namens GTS Europe heeft verzonden.

4.5. Voorts is nog van belang dat, anders dan Vattenfall heeft aangevoerd, van schuldoverneming geen sprake kan zijn, nu in de brief sprake is van ‘KPNQwest’s assumption of GTS’ obligations’, hetgeen veel meer omvat dan het enkel overnemen van één of meer schulden, maar ziet op het geheel van “Ebone and Central Europe Businesses” van GTS Inc.

4.6. Voor zover Vattenfall in dat verband mocht hebben gedoeld op contractsoverneming door KPN Qwest, faalt haar betoog evenzeer, omdat is gesteld noch gebleken dat is voldaan aan het in artikel 6:159 lid 1 BW gegeven voorschrift van een akte, in het onderhavige geval opgemaakt tussen KPN Qwest en GTS Europe. De brief van 17 januari 2002 is immers niet geschreven door of namens GTS Europe. Het enkele feit dat daarin door KPN Qwest en GTS Inc. naar GTS Europe wordt verwezen, is niet voldoende om te kunnen voldoen aan dit aktevereiste. Daarbij gaat de rechtbank er evenals partijen – die beide verwijzen naar bepalingen van Nederlands recht – vanuit dat op de vraag of sprake is van contractsoverneming Nederlands recht van toepassing is.

4.7. Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen van Vattenfall worden afgewezen.

4.8. Vattenfall zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van curatoren worden begroot op:

- vast recht 244,00

- salaris procureur 6.422,00 (2 punten × tarief EUR 3.211)

Totaal EUR 6.666,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Vattenfall in de proceskosten, aan de zijde van curatoren tot op heden begroot op EUR 6.666,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell, mr. M. Flipse en mr. N.E. Kwak en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2008.?