Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC8008

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-02-2008
Datum publicatie
27-03-2008
Zaaknummer
140766 - HA ZA 07-1387
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis in incident. Verwijzing naar sector kanton. Aardvordering; huurovereenkomst; vergoeding die is betaald voor het gebruik van de onroerende zaken is aan te merken als huur. Ook verwijzing van overige vorderingen in conventie en van de vorderingen in reconventie naar de sector kanton, nu de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. (artikelen 71 lid 2; 93 onder c; 94 leden 2 en 3 Rv)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 140766 / HA ZA 07-1387

Vonnis in incident van 13 februari 2008

in de zaak van

[Eiser],

wonende te Wassenaar,

eiser in conventie in de hoofdzaak,

verweerder in reconventie in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

procureur mr. M. Middeldorp,

tegen

[Gedaagde],

wonende te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiser in reconventie in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

procureur mr. P. Ingwersen.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord in conventie tevens incidentele conclusie tot onbevoegdheid tevens conclusie van eis in reconventie

- de conclusie van antwoord in het incident.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De vordering in de hoofdzaak

In conventie:

2.1. [eiser] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1) [gedaagde] te veroordelen de onroerende zaken als in de dagvaarding beschreven binnen 5 dagen na het in deze te wijzen vonnis te verlaten en te ontruimen met het hare en de haren, met afgifte van de sleutels aan notaris A.C.Th. de Witte van Sandt & Laan Notarissen gevestigd aan de Sandtlaan 45 te (2231 CB) Rijnsburg;

2) [eiser] te machtigen om indien [gedaagde] in gebreke mocht blijven met de onder 1) genoemde ontruiming, deze zelf op kosten van [gedaagde] te doen bewerkstelligen door een deurwaarder zonodig met behulp van de sterke arm van justitie en politie;

3) [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiser] van:

a) een boete bestaande uit een rente vergoeding van in totaal 7.1% (zes-maands Euribor ad 5.1% vermeerderd met 2%) over de koopsom van € 707.000,- vanaf 22 juni 2006 tot 1 mei 2007, ergo € 43.183,17, vermeerderd met een bedrag van € 2.500,- derhalve totaal € 45.683,17.

b) een rente vanaf 1 mei 2007 t/m 30 oktober 2007 gelijk aan de zes-maands Euribor rente vermeerderd met twee procent over € 707.000,-, derhalve 23.181,01;

c) een rente vanaf 31 oktober 2007 tot het moment waarop [gedaagde] de onroerende

zaken heeft verlaten, gelijk aan de zes-maands Euribor rente

vermeerderd met twee procent over de koopsom van € 707.000,-;

4) [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over het bedrag onder III a, vanaf het moment van dagvaarding tot het moment van algehele voldoening;

5) [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding, het salaris en verschotten van procureur van [eiser] begrepen.

In reconventie:

2.2. [gedaagde] vordert dat de rechtbank:

Primair: [eiser] veroordeelt aan [gedaagde] te voldoen een bedrag van € 129.476,- te vermeerderen met rente over een bedrag van € 35.000,- vanaf 15 maart 2006 tot aan de dag der algehele voldoening, over een bedrag van € 6.143,03 vanaf 21 december 2006 tot aan de dag der algehele voldoening, over een bedrag van € 5.000,- vanaf 1 juni 2007 tot aan de dag der algehele voldoening en over een bedrag van € 83.333,- vanaf 30 augustus 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

Subsidiair: verklaart voor recht dat [eiser] toerekenbaar tekort is geschoten jegens [gedaagde], althans onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde], en [eiser] veroordeelt tot schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

in conventie en reconventie: [eiser] te veroordelen in de proceskosten van de procedure.

3. De beoordeling in het incident

3.1. Voor alle weren vordert [gedaagde] dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart met verwijzing van de zaak naar de sector kanton en dat de rechtbank [eiser] veroordeelt in de kosten van het incident.

3.2. [gedaagde] voert daartoe -samengevat en voor zover van belang- het volgende aan. De vorderingen van [eiser] bestaan uit een vordering tot ontruiming en een vordering om een bepaalde vergoeding te voldoen. Indien [eiser] de procedure tegen Trevi Fontana wint, dient in de onderhavige procedure eerst de rechtsverhouding tussen partijen te worden vastgesteld. [gedaagde] beroept zich op het bestaan van een huurovereenkomst met betrekking tot het door hem bewoonde woonhuis. Aan alle essentialia van een huurovereenkomst is immers voldaan, namelijk het genot van een bepaalde zaak, het woonhuis met de tuin, tegen een bepaalde prijs, de kostenvergoeding van € 5.000,- en € 2.500,-. Deze prijs is aan te merken als huur, omdat sprake is van een bedongen voordeel. Van een gebruikelijke kostenvergoeding kan geen sprake zijn, omdat [gedaagde] tot 2008 de kosten van gas en licht heeft voldaan. Nu aan de essentialia van een huurovereenkomst is voldaan, is de sector kanton van de rechtbank bevoegd en dient de rechtbank zich onbevoegd te verklaren en de zaak te verwijzen naar de sector kanton. Aldus [gedaagde].

3.3. [eiser] voert aan dat de rechtbank Haarlem bevoegd is van de vorderingen van [eiser] kennis te nemen, doch dat de vraag aan de orde is of de zaak op grond van artikel 71 lid 3 Rv moet worden verwezen naar de sector kanton. [eiser] stelt zich op het standpunt dat de rechtbank, en niet de sector kanton, bevoegd is van zijn vorderingen kennis te nemen en voert daartoe het volgende aan. Grondslag van de vorderingen van [eiser] is het eigendomsrecht van [eiser]. [gedaagde] verblijft niet op basis van een huurovereenkomst in de woning. Als in het verleden sprake zou zijn geweest van een huurovereenkomst, heeft [gedaagde] zich verplicht de onroerende zaken, waaronder de woning, te verlaten. De vergoeding van respectievelijk € 5.000.- en € 2.500.- die [gedaagde] aan [eiser] voor het gebruik van de onroerende zaken heeft betaald is niet aan te merken als een betaling van huurpenningen, doch als kostenvergoeding, die partijen zijn overeengekomen in het kader van beëindiging van hun contractuele relatie en die mede ziet op een vergoeding van de juridische kosten van [eiser].

3.4. De rechtbank overweegt als volgt. Dé kenmerken van huur zijn het verschaffen van het gebruik van een zaak door de verhuurder en het verrichten van een tegenprestatie hiervoor door de huurder. Op grond van hetgeen in dat verband door zowel [gedaagde] als [eiser] is aangevoerd, zoals hiervoor onder 3.2 en 3.3. weergeven, staat tussen partijen vast dat [gedaagde] een vergoeding heeft betaald aan [eiser] voor het gebruik van de onroerende zaken. In dit verband acht de rechtbank mede van belang dat [gedaagde] -onbetwist- heeft gesteld dat hij tot augustus 2008 de kosten van gas en licht heeft voldaan, zodat bedoelde kostenvergoeding geen gebruikelijke kostenvergoeding is doch een bedongen voordeel. Het had, mede in het licht van deze stelling, op de weg van [eiser] gelegen om nader te onderbouwen waarom bedoelde vergoeding niet is aan te merken als huur. Daar [eiser] enkel heeft aangevoerd dat de vergoeding mede betrekking had op juridische kosten heeft hij in dit verband niet aan zijn stelplicht voldaan. Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank betreffen de vorderingen van [eiser], zoals hiervoor onder 2.1 onder 1 en 2 vermeld geheel en zoals onder 3 vermeld gedeeltelijk, daarom een onderwerp dat op grond van art. 93 onder c Rv door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. Vorenstaande leidt niet, zoals terecht door [eiser] is gesteld, tot onbevoegdheid van de rechtbank, doch wel tot verwijzing van de hierboven bedoelde vorderingen op de voet van artikel 71 lid 2 Rv naar een kamer die tot de sector kanton van deze rechtbank behoort. Nu de samenhang tussen de hiervoor vermelde vorderingen en de overige door [eiser] ingestelde vorderingen, alsmede de door [gedaagde] in reconventie ingestelde vorderingen, zich tegen afzonderlijke behandeling verzet, zal de zaak overeenkomstig het bepaalde in artikel 94 lid 2 en 3 Rv in zijn geheel worden verwezen naar de sector kanton van deze rechtbank.

3.5. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

4. De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1. veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 452,00,

in de hoofdzaak

4.2. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de sector kanton van deze rechtbank, locatie Haarlem, op 12 maart 2008 om 9.00 uur,

4.3. wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren,

4.4. wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een procureur, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,

4.5. wijst partijen erop dat de kantonrechter zal beslissen over de proceskosten in deze procedure, waaronder het vast recht van EUR 1515,- voor [eiser] en EUR 1136.- voor [gedaagde].

Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2008.?