Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7543

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-03-2008
Datum publicatie
25-03-2008
Zaaknummer
zaak/rolnr.: 365767 CV EXPL 07-7242
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurrecht. Huurder met psychische problemen teelt 20 hennepplanten in het gehuurde. Vervolgens breekt brand uit, die door huurder zelf wordt geblust. Huurder verzet zich tegen de gevorderde ontbinding en ontruiming. Ktr: de geconstateerde wanprestatie rechtvaardigt de ontbinding en ontruiming. De psychische problemen van de huurder kunnen daaraan niet in de weg staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 365767 CV EXPL 07-7242

datum uitspraak: 20 maart 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

in de zaak van:

Woningstichting Wherestad

te [Purmerend]

eisende partij

hierna te noemen Wherestad

gemachtigde mr. N.A. Luijten

tegen

[gedaagde]

te [adres]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. F.J.M. Lith.

De procedure

Wherestad heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen [gedaagde].

Hierop heeft [gedaagde] geantwoord.

Vervolgens zijn partijen ter terechtzitting verschenen voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. Daarvan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig in de vorm van een proces-verbaal worden uitgewerkt.

Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.

De feiten

In deze procedure zijn de volgende feiten voldoende komen vast te staan omdat deze niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist zijn gebleven.

1. Wherestad verhuurt aan [gedaagde] de woonruimte gelegen te [adres] aan de [adres] tegen een maandelijks vooruit te betalen huurprijs van op het laatst € 407,42 per maand, inclusief voorschot servicekosten. Het betreft een op de tiende verdieping van een elf woonlagen tellend flatcomplex gelegen galerijwoning.

2. [gedaagde] is in of omstreeks 2007 (mede) uit winstbejag hennepplanten gaan kweken in een tot het gehuurde behorende (slaap)kamer. Daartoe heeft hij een tent aangeschaft, waarin de planten werden gekweekt, alsmede speciale groeilampen, afzuigers, een filter, een pomp, een slang en twee transformatoren.

3. Op 10 juli 2007 is brand uitgebroken in de ruimte waar hennep werd gekweekt. [gedaagde] had daar toen 20 hennepplanten. [gedaagde] heeft deze brand, die waarschijnlijk is veroorzaakt door oververhitting van één van de transformatoren, zelf geblust. Vervolgens werd hij echter wel naar het ziekenhuis vervoerd wegens tekenen van koolmonoxidevergiftiging. Twee in het gehuurde verblijvende katten hadden, zwaar beroet, hun toevlucht gezocht op het balkon. [gedaagde] heeft de schade (roet) zelf hersteld.

4. Ingevolge een daartoe met de gemeente [adres], de regiopolitie, het openbaar ministerie en Continuon Netbeheer gemaakte afspraken beëindigt Wherestad de huurovereenkomst indien blijkt van het kweken van hennep, anders dan voor 'strikt persoonlijk eigen gebruik’, waarbij een maximum van vijf hennepplanten wordt aangehouden.

5. Wherestad heeft [gedaagde] doen weten dat zij ook in zijn geval streeft naar beëindiging van de huur vanwege de geconstateerde hennepkweek, waarbij zij hem in de gelegenheid heeft gesteld in der minne te vertrekken. [gedaagde] heeft geweigerd vrijwillig te vertrekken.

De vordering.

Wherestad vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst met onmiddellijke ingang, althans op een door de kantonrechter te bepalen termijn, zal ontbinden, met ontruiming en nevenvorderingen zoals in de dagvaarding vermeld, waaronder een veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

Het verweer.

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering.

De beoordeling van het geschil

Partijen zijn het er bij gelegenheid van de mondelinge behandeling uiteindelijk over eens gebleken, dat het kweken van hennepplanten in het gehuurde, waarbij brand is ontstaan, is aan te merken als wanprestatie, nu [gedaagde] daarmee jegens Wherestad tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen als goed huurder.

Zij verschillen evenwel van mening over het antwoord op de vraag of deze tekortkoming, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder meer in het bijzonder de psychische problematiek waaronder [gedaagde] gebukt gaat, de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst wel rechtvaardigt.

Daarover wordt als volgt geoordeeld.

De gebleken tekortkoming, bestaande uit het (mede) uit winstbejag telen van een 20 tal hennepplanten in het gehuurde, waarbij brand is ontstaan, is als zeer ernstig aan te merken en rechtvaardigt op zichzelf reeds de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.

Daaraan kan niet afdoen dat [gedaagde] zich in het verleden altijd een goed huurder heeft getoond, noch dat hij in het recente verleden het nodige heeft doorgemaakt in zijn persoonlijke leven. Een en ander doet immers niet af aan de aard en ernst van de tekortkoming.

Daaraan staat evenmin in de weg, dat het zwaartepunt van het sociale leven van [gedaagde] zich te [adres] bevindt en dat hij vreest na een gedwongen ontruiming geen andere woning in die gemeente te kunnen vinden, met alle gevolgen van dien voor zijn psychische gesteldheid. Niet aannemelijk is immers geworden dat de gevorderde beëindiging van de huur onder de gegeven omstandigheden zal leiden tot een dusdanige noodsituatie, dat daarvan om die reden zou moeten worden afgezien.

Met het tegengaan van de commerciële teelt van hennepplanten is, behalve het strikt eigen belang van Wherestad, ook een groot maatschappelijk belang gemoeid, welk belang Wherestad zich als sociale verhuurder mede heeft aan te trekken. De persoonlijke belangen van [gedaagde] bij het behoud van deze woonruimte, hoe gewichtig ook, zijn niet van dien aard en omvang, dat dit zou moeten leiden tot afwijzing van de vordering.

Het gaat in deze zaak om een duidelijk geval van commerciële teelt van hennep in een huurwoning. Het daaraan naar ervaringsregels verbonden gevaar voor brand heeft zich daadwerkelijk verwezenlijkt. Het mag een geluk heten dat [gedaagde] net op tijd thuis kwam en de brand zelf heeft kunnen blussen. Als dat niet was gebeurd, dan was naar alle waarschijnlijkheid een uitslaande brand uitgebroken, met alle gevaren van dien voor het pand en voor de omwonenden.

Samengevat moet de vordering worden toegewezen. [gedaagde] heeft ter terechtzitting niet willen meedenken over een vrijwillige ontruiming op een wat langere termijn. De kantonrechter ziet geen reden om ambtshalve een langere termijn te bepalen. De kantonrechter gaat er wel vanuit dat Wherestad zal bewilligen in een mogelijk verzoek van [gedaagde] om alsnog binnen een aantal maanden vrijwillig te vertrekken, maar als daarover geen voor Wherestad aanvaardbare overeenstemming wordt bereikt, mag Wherestad dit vonnis onmiddellijk executeren.

Omtrent de proceskosten moet worden beslist zoals hierna bij de beslissing bepaald.

Beslissing

De huurovereenkomst betreffende de woonruimte met aanhorigheden gelegen te [adres] aan de [adres] wordt ontbonden.

[gedaagde] wordt veroordeeld om deze woonruimte met aanhorigheden met al wie of wat zich daarin of daarop vanwege [gedaagde] mocht bevinden binnen tweemaal vierentwintig uur na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking te stellen van Wherestad, met machtiging aan Wherestad om, als [gedaagde] daarmee in gebreke mocht blijven, deze ontruiming zelf op kosten van [gedaagde] te doen bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm.

[gedaagde] wordt veroordeeld om te betalen aan Wherestad de somma van € 407,42 voor elke maand welke [gedaagde] vanaf heden in het bezit van deze woonruimte blijft.

[gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van Wherestad tot op heden begroot op € 669,31 waarvan € 300,-- wegens salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 maart 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.