Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7433

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-03-2008
Datum publicatie
21-03-2008
Zaaknummer
15/801322-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Witwassen. Verweer dat dossier onvloende aanknopingspunten vat om aan te nemen dat bewezenverklaard geldbedrag van enig misdrijf afkomstig is. Verweer verworpen. Voor een bewezenverklaring van witwassen is vereist dat komt vast te staan dat het geld van enig misdrijf afkomstig is. Daarvoor is niet vereist dat uit het onderzoek naar voren moet komen welk concreet misdrijf dit zou zijn. Aan het vereiste dat het geld afkomstig is van enig misdrijf is in deze voldaan, gelet op de volgende feiten en omstandigheden (...).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2008, 108

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/801322-07

Uitspraakdatum: 5 maart 2008

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 februari 2008 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in PI Zuid Oost - HvB Ter Peel Evertsoord.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

zij op of omstreeks 17 november 2007, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een geldbedrag van ongeveer 350.275 euro, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemd(e) geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

zij op 17 november 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een geldbedrag van 346.950 euro voorhanden heeft gehad, terwijl zij wist dat dit geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd, waarin zij onder meer - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:

Het klopt dat ik op 17 november 2007 op Schiphol was en dat ik ongeveer 350.000,- euro bij me had. Ik had dat in bolletjes in mijn lichaam en in mijn kleding – panty en colbert – en rugzak. In totaal had ik 99 bolletjes met geld bij me. Ik had 90 bolletjes geslikt. Van al het geld dat ik bij me had was (in totaal) 3.925,- euro mijn eigen geld. Ik begrijp dat een bedrag van 600,- euro zich in mijn ‘insluitingsfouillering’ bevindt en aldus weer aan mij ter beschikking is gesteld. Van al het in beslag genomen geld is dan nog een bedrag van 3.325,- euro mijn eigen geld.

Ik ben benaderd door Letitia om het geld mee te nemen. Ik had haar een paar dagen eerder leren kennen in een bar in Amsterdam. Ze vroeg toen of ik geld wilde verdienen. Ze zei me dat ik 4000,- euro kon verdienen. Ik moest dan geld naar de Dominicaanse Republiek brengen. Letitia vroeg mij dit op het toilet van de bar. Ik zag Letitia toen voor de eerste keer. Ik wist niets van haar. Ik heb met Letitia een vervolgafspraak gemaakt. Korte tijd later trof ik haar in de C&A en daar, in een pashokje, gaf ik haar een kopie van mijn paspoort. We zijn daarna naar een hotel gegaan en daar moest ik de 99 bollen slikken. Letitia zei me dat ik de bollen moest slikken, omdat ik anders de luchthaven niet af zou komen. Op de Dominicaanse Republiek zou ik worden opgehaald en iemand zou mij daar herkennen. Van de 99 bollen heb ik er, zoals gezegd, 90 geslikt en de andere 9 heb ik in een condoom gedaan. Van deze 9 bollen moet er 1 in mijn rugzak zijn terecht gekomen.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen en overdracht van verbalisanten [verbalisant1] en [verbalisant2] (dossierpagina AH 002) inhoudende - zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Op 17 november 2007 bevonden wij ons op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer. Wij waren op dat moment belast met de controle van passagiers vertrekkende uit de Europese Unie. Wij spraken een vrouw aan, die later bleek te zijn [verdachte]. Tijdens de kledingvisitatie zagen wij in de panty van deze vrouw een condoom zitten met daarin 8 bolletjes met vermoedelijk 500 euro biljetten. Tijdens de visitatie van haar rugzak zagen wij in een zwarte trui 1 bolletje zitten met vermoedelijk ook geld. In de colbert die de vrouw droeg zagen wij in haar borstzak 600,- euro zitten. In een bijbel die bij de vrouw in haar handtas zat zagen wij twee stapels eurobiljetten. In een make-uptas die ook in haar handtas zat zagen wij ook een stapel met eurobiljetten zitten. Ik, verbalisant [verbalisant1], heb één van de acht aanwezige bolletjes die in het condoom zaten opengemaakt en trof daarin zeven biljetten van 500,- euro. In totaal telde ik bij de vrouw een geldbedrag van 36.375,- euro.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte zogeheten overzichtproces-verbaal van verbalisanten [verbalisant3] en [verbalisant4] d.d. 4 februari 2008, inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende (pagina 3):

Het totaal van het bij de verdachte op 17 november 2007 aangetroffen geldbedrag bedroeg na telling 36.375,- euro. Hiervan is door verbalisanten uiteindelijk 35.775,- euro in beslag genomen. Een bedrag van 600,- euro is aan de verdachte ter beschikking gesteld voor eventuele nog te maken reis- en verblijfkosten.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van ambtshandeling terzake uitpak 90 slikkersbollen (dossierpagina AH-014) inhoudende – zakelijk weergegeven – het volgende:

Op 1 en 2 december 2007 heeft verdachte in totaal 90 zogenaamde slikkersbollen geproduceerd. Na het uitpakken van de bollen kwam naar voren dat in 89 bollen zeven biljetten van 500,- euro zaten en in 1 bol zes biljetten van 500,- euro zaten. De totale geldsom bedroeg 314.500,- euro (629 eurobiljetten van 500). Dit geldbedrag is in beslaggenomen.

3.3 Bewijsoverwegingen

De rechtbank komt tot het bewezenverklaarde bedrag van 346.950 euro door op de bij verdachte aangetroffen en in beslag genomen gelden (35.775,- euro en 314.500,- euro) in mindering te brengen het door verdachte genoemde bedrag van 3.325,- euro. De rechtbank acht niet uitgesloten, dat laatstgenoemd bedrag daadwerkelijk eigen geld van de verdachte betreft.

Door de raadsman van verdachte is betoogd dat het te ver voert om aan te nemen dat het niet anders kan dan het bewezenverklaarde geldbedrag van enig misdrijf afkomstig is, omdat in het dossier daarvoor onvoldoende aanknopingspunten te vinden zijn.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

Voor een bewezenverklaring van witwassen is vereist dat komt vast te staan dat het geld van enig misdrijf afkomstig is. Daarvoor is niet vereist dat uit het onderzoek naar voren moet komen welk concreet misdrijf dit zou zijn.

Aan het vereiste dat het geld afkomstig is van enig misdrijf is in deze voldaan, gelet op de volgende feiten en omstandigheden:

- verdachte heeft geen aannemelijke verklaring kunnen geven dat het geld op een legale wijze is verkregen;

- verdachte heeft zich niet bekommerd om de herkomst van het geld;

- verdachte heeft voor haar diensten een in verhouding tot de geleverde prestatie hoge beloning ontvangen;

- het geld is verdachte aangeboden door een voor haar relatief onbekende. Zij kende Letitia immers niet of nauwelijks;

- bij verdachte is een groot aantal biljetten van 500,- euro aangetroffen, voor in totaal bijna 350.000,- euro, en het is een feit van algemene bekendheid dat deze coupures in het criminele milieu gebruikt worden;

- het geld is bij verdachte aangetroffen in slikkersbollen in kleding en in een tas. Bovendien is later gebleken dat verdachte ook een groot aantal bollen met geld in het lichaam vervoerde;

- het is een feit van algemene bekendheid dat Schiphol niet zelden gebruikt wordt voor in-, uit-, of doorvoer van voorwerpen die onmiddellijk of middellijk afkomstig zijn uit enig misdrijf;

- het is een feit van algemene bekendheid dat vanuit een aantal landen in Midden- en Zuid-Amerika cocaïne naar Nederland en elders in Europa wordt vervoerd, waar tegenover in omgekeerde richting geldstromen gaan om de, met de verkoop ervan behaalde, winsten daarheen te laten terugvloeien en dat voor beide activiteiten de luchthaven Schiphol wordt gebruikt.

Deze feiten en omstandigheden, in samenhang bezien, maken dat het niet anders kan dan dat het bewezenverklaarde geldbedrag van enig misdrijf afkomstig moet zijn. Voorts moet verdachte minst genomen het voorwaardelijk opzet hierop hebben gehad.

4. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Witwassen.

5. Strafbaarheid van verdachte

Door de raadsman is ter terechtzitting een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld bij verdachte, nu zij het geld heeft meegenomen om haar ernstig zieke (en inmiddels overleden) broer te helpen. Dat zij deze noodsprong heeft gemaakt, is begrijpelijk, aldus de raadsman.

De rechtbank begrijpt dit als een beroep op psychische overmacht. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende.

Noch uit het dossier noch uit het verhandelde ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat verdachte zich in een zodanige situatie van psychische dwang heeft bevonden, dat zij redelijkerwijs niet anders kon handelen dan toegeven aan de vraag van Letitia en het bewezenverklaarde geldbedrag mee te nemen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sanctie en van overige beslissingen

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie wat betreft de in beslag genomen voorwerpen gevorderd, dat het geldbedrag van 3.325,- euro- en de mobiele telefoons zullen worden teruggegeven aan verdachte en dat de in beslag genomen paspoorten zullen worden teruggegeven aan de uitgevende instantie.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een grote hoeveelheid van misdrijf afkomstig geld voorhanden gehad en heeft gepoogd dit geld naar het buitenland te brengen. Door opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie te onttrekken en daaraan een schijnbaar legale herkomst te verschaffen, wordt de integriteit van het financieel en economisch verkeer aangetast. Bovendien bevordert het handelen van verdachte het plegen van delicten, omdat zonder het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden, het genereren van illegale winsten minder lucratief zou zijn.

Gelet op de ernst van het feit, met name veroorzaakt door de grote hoeveelheid geld, is de rechtbank van oordeel dat geen andere straf in aanmerking komt dan een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding om ten voordele van verdachte af te wijken van de eis van de officier van justitie, hoewel die eis de rechtbank, anders dan de raadsman, op zichzelf niet buitensporig voorkomt.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar, opdat verdachte er voor het einde van die proeftijd van wordt weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan.

6.3 Beslag

Teruggave aan verdachte

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten een geldbedrag van 3.325,- euro, drie mobiele telefoons alsmede het duplicado Argentijnse paspoort, dienen te worden geretourneerd aan verdachte. Wat betreft dit paspoort is de rechtbank het met de raadsman van verdachte eens, dat verdachte over dit reisdocument zal moeten kunnen beschikken, teneinde op een goede en zekere manier naar haar verblijfplaatsen in Argentinië en op de Dominicaanse Republiek te kunnen reizen.

Teruggave uitgevende instantie

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten het triplicado Argentijns paspoort, dient te worden geretourneerd aan de uitgevende instantie. De officier van justitie heeft ter zitting gemotiveerd aangegeven dat bij een juiste voorstelling van zaken, die instantie dit paspoort nooit zou hebben uitgegeven.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikelen 14a, 14b, 14c en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.1 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 3 (drie) maanden vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien verdachte zich voor het einde van deze proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- 1.00 STK Telefoontoestel kl:zilver Panasonic Vodafone

- 1.00 STK Telefoontoestel kl:groen Motorola V360 Orange

- 1.00 STK Telefoontoestel kl:zilver Motorola personal

- Geld: 4 x € 500,-, 1x € 5,-, 56 x € 20,- en 4 x € 50,-

- 1.00 STK Paspoort Argentinië 94010565 Duplicado

Gelast de teruggave aan de uitgevende instantie van:

- 1.00 STK Paspoort Argentinië 94010565 Triplicado

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Jongeling, voorzitter,

mr. Van den Boogaard en mr. Stefels, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. De Klerk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 maart 2008.