Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7431

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-03-2008
Datum publicatie
21-03-2008
Zaaknummer
15/801271-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Invoer cocaïne; bolletjesslikker. 1. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van 1.811,50 gram van een materiaal bevattende cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. 2. Uit een oogpunt van rechtsgelijkheid, heeft de rechtbank Haarlem zogeheten oriëntatiepunten opgesteld voor drugskoeriers. Voor de bijzondere categorie van ‘first offender drugskoeriers’ (de bolletjesslikkers) bestaan aparte oriëntatiepunten, zoals die laatstelijk zijn vastgesteld op 1 oktober 2007. Verdachte dient te worden aangemerkt als een ‘first offender drugskoerier”. Echter, genoemde oriëntatiepunten zien enkel op hoeveelheden drugs van maximaal 1.500 gram. Nu verdachte een hoeveelheid cocaïne van 1.811,50 gram inwendig vervoerde, zijn deze oriëntatiepunten derhalve niet van toepassing. De rechtbank zal daarom aansluiting zoeken bij haar oriëntatiepunten voor de standaard koeriers, zoals die zijn vastgesteld op 22 april 2003.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/801271-07

Uitspraakdatum: 5 maart 2008

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 februari 2008 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in PI Midden Holland, HvB Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 06 november 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, in dier voege dat

hij op 06 november 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 november 2007 (dossierpagina 3);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 9 november 2007 (dossierpagina 7);

- een deskundigenverslag, te weten een rapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam van 15 november 2007 (kenmerk 14040 X 07).

4. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sanctie en van overige beslissingen

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank na te noemen beslissingen met betrekking tot de nog in beslag genomen voorwerpen zal nemen.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van 1.811,50 gram van een materiaal bevattende cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Uit een oogpunt van rechtsgelijkheid, heeft de rechtbank Haarlem zogeheten oriëntatiepunten opgesteld voor drugskoeriers. Voor de bijzondere categorie van ‘first offender drugskoeriers’ (de bolletjesslikkers) bestaan aparte oriëntatiepunten, zoals die laatstelijk zijn vastgesteld op 1 oktober 2007. Verdachte dient te worden aangemerkt als een ‘first offender drugskoerier”. Echter, genoemde oriëntatiepunten zien enkel op hoeveelheden drugs van maximaal 1.500 gram. Nu verdachte een hoeveelheid cocaïne van 1.811,50 gram inwendig vervoerde, zijn deze oriëntatiepunten derhalve niet van toepassing. De rechtbank zal daarom aansluiting zoeken bij haar oriëntatiepunten voor de standaard koeriers, zoals die zijn vastgesteld op 22 april 2003.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Noch in de persoon van verdachte, noch in de omstandigheden waaronder het feit is begaan, ziet de rechtbank aanleiding om van haar oriëntatiepunten af te wijken.

6.3 Beslag

Teruggave aan verdachte

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten een mobiele telefoon, vier simkaarten en een documenten, dienen te worden teruggegeven aan verdachte.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten (in totaal) € 1.960,-, een vliegticket, een document en twee instapkaarten, dienen te worden verbeurd verklaard. Wat betreft het vliegticket en de instapkaarten, overweegt de rechtbank dat uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van deze voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, is begaan. Wat betreft het geldbedrag van (in totaal) € 1.960,-, overweegt de rechtbank dat uit het onderzoek op de zitting is gebleken dat dit bedrag, dat eveneens aan verdachte toebehoort, door middel van het bewezenverklaarde feit is verkregen.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikelen 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht.

Artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.1 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

– Geld, 24 x € 50,-, 31 x € 20,-, 14 x € 10,-

– 1.00 STK Document (nr. 9 van de beslaglijst)

– 1.00 STK Vliegticket Afriqiyah Airways

– 2.00 STK Instapkaart Afriqiyah Airways

Gelast de teruggave aan verdachte van:

– 1.00 STK Document (nr. 7 van de beslaglijst)

– 1.00 STK Telefoontoestel kl:grijs Nokia

– 4.00 STK Kaart, diversen

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Van den Boogaard, voorzitter,

mr. Stefels en mr. Jongeling, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. De Klerk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 maart 2008.