Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7359

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-03-2008
Datum publicatie
25-03-2008
Zaaknummer
07/5552
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9543, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Herinvesteringsreserve. Huur en vervolgens verkoop van pand, waarna nieuw pand wordt gekocht. Zelfde economische functie in de onderneming?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2008, 704
FutD 2008-0680

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 07/5552

Uitspraakdatum: 21 maart 2008

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X BV ,gevestigd te Y, eiseres,

gemachtigde: drs. A, belastingadviseur te Z,

en

de inspecteur van de Belastingdienst te P, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1 Met dagtekening 20 augustus 2005 heeft verweerder aan eiseres voor het jaar 2001 een aanslag vennootschapsbelasting (hierna: vpb) opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 1.258.034. Bij beschikking is het verrekend verlies uit andere boekjaren vastgesteld op € 348.871.

1.2 Bij bezwaarschrift van 16 september 2005 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen voornoemde aanslag vpb 2001 en verliesverrekeningsbeschikking.

1.3 Bij uitspraak van 31 juli 2007 heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een berekend naar een belastbaar bedrag van € 1.168.514. De verliesverrekeningsbeschikking is niet gewijzigd. Tegen deze uitspraak heeft eiseres een op 10 augustus 2007 gedagtekend beroepschrift ingediend dat de rechtbank op 13 augustus 2007 heeft ontvangen.

1.4 Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

1.5 Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.6 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 februari 2008 te Haarlem. Namens eiseres zijn verschenen zijn gemachtigde, vergezeld van mr. B. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door C en D.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1 Eiseres vormde voor onder meer de jaren 2000 en 2001 tezamen met onder meer Q BV en R BV een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb).

2.2 Op 9 juli 1992 had R BV (hierna: R) de eigendom verkregen van de panden A-straat 118 en 120 te Amsterdam (hierna: de panden).

2.3 Vanaf 1998 verhuurde R de panden aan haar zustervennootschap Q BV met uitzondering van het woonappartement A-straat 118/3 dat R verhuurde aan een particulier (mevrouw E).

2.4 Q BV heeft vanaf 1998 tot 10 december 2000 een hotelonderneming in de panden gedreven.

2.5 Op 10 december 2000 heeft Q BV de hotelonderneming verkocht aan S BV (hierna: S) voor ƒ 500.000.

2.6 Met dagtekening 12 december 2000 hebben R en S voor de duur van 10 jaar een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de panden. De huurprijs bedraagt ƒ 420.000 per jaar. In de huurovereenkomst is de volgende bepaling opgenomen:

“Huurder krijgt een recht van koop op de panden volgens aangehechte concept-koopakte tot 28-02-2001.”

2.7 Eiseres heeft een ongedateerde brief overgelegd, afkomstig van en ondertekend door de directeur van R en gericht aan S, met de volgende inhoud:

Koopoptie

Op 12 december 2000 komen de volgende partijen overeen dat

Verhuurder: R.

(…)

Huurder: S.

(…)

huurder een optie krijgt om de panden, gelegen aan de A-straat 118-120 te Amsterdam, welke momenteel worden gehuurd door huurder, te kopen voor een bedrag ter grootte van Hfl. 4.100.000,- (zegge vier miljoen en honderdduizend gulden).

Deze koopoptie is geldig tot en met 28 februari 2001.

(…)

2.8 Met dagtekening 12 december 2000 hebben R, aangeduid als verkoper, en S, aangeduid als koper, ten overstaan van notaris F een contract ondertekend. In dit contract, met als titel “Koopcontract” staan onder meer de volgende bepalingen:

Verkoper verkoopt aan koper, die van verkoper koopt, de volgende registergoederen:

(…)

aan de A-straat 118-120

(…)

De koopprijs bedraagt voor het verkochte:

Vier miljoen éénhonderdduizend gulden (ƒ 4.100.000,00).

(…)

Tijdstip van levering

Artikel 7

De leveringsakte zal worden verleden uiterlijk op 28 februari 2001, of zoveel eerder als koper wenst ten overstaan van notaris F te Amsterdam .

Indien voor of op 28 februari 2001 de levering van het verkochte niet heeft plaatsgevonden, zal deze overeenkomst van koop van rechtswege ontbonden zijn. Artikel VI van de Algemene Bepalingen is op dit artikel niet van toepassing.

Artikel VI (Tekortkoming) bevat bepalingen over rechten en schadevergoedingsplichten bij het niet nakomen van verplichtingen uit de overeenkomst.

2.9 Op 28 februari 2001 zijn de panden geleverd.

2.10 De fiscale boekwaarde van de panden bedraagt op 28 februari 2001 € 253.275. De opbrengst bedroeg € 1.863.358. Voor de gerealiseerde boekwinst van € 1.160.083 heeft eiseres een herinvesteringsreserve ex artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB) gevormd.

2.11 R heeft op 20 april 2001 een bedrijfsverzamelgebouw aan B-straat te Nieuwegein (hierna ook te noemen: B-straat) gekocht en geleverd gekregen voor een bedrag van € 2.116.431. De herinvesteringsreserve van € 1.610.083 heeft eiseres geheel afgeboekt op het aankoopbedrag van B-straat.

2.12 Eiseres heeft aangifte vpb 2001 gedaan naar een belastbare winst van € 18.290. Deze winst heeft zij in de aangifte geheel verrekend met nog te verrekenen verliezen, zodat het door haar aangegeven belastbaar bedrag nihil is.

3. Geschil

3.1 In geschil is of, en zo ja tot welk bedrag, eiseres met toepassing van artikel 8 Wet Vpb juncto artikel 3.54 Wet IB 2001 (de herinvesteringsreserve) de bij de verkoop van de panden behaalde boekwinst van € 1.160.083 mag afboeken op de aanschaffingskosten van B-straat, zodat die winst geen belastbare winst in 2001 vormt.

3.2 Verweerder heeft de vorming van een herinvesteringsreserve niet geaccepteerd en de belastbare winst verhoogd met de behaalde boekwinst behoudens een deel dat aan de verhuurde bovenwoning kan worden toegerekend. Verweerder stelt zich primair op het standpunt dat de economische functie van de panden binnen de onderneming voor het overgrote deel “eigen gebruik” was en B-straat een andere functie heeft. Voor de standpunten van partijen verwijst de rechtbank overigens naar de stukken van het geding. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de aanslag vpb 2001 tot een berekend naar een belastbaar bedrag van € 0. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4. Beoordeling van het geschil

4.1 Ingevolge artikel 3.54 Wet IB 2001 kan – kort samengevat en voor zover hier van belang - een herinvesteringsreserve worden gevormd indien bij vervreemding van een bedrijfsmiddel de opbrengst de boekwaarde overtreft, en er een voornemen tot herinvestering bestaat. Ten aanzien van bedrijfsmiddelen waarop in meer dan tien jaar pleegt te worden afgeschreven dient ingevolge het vierde lid voor afboeking op de reserve het vervangende bedrijfsmiddel eenzelfde economische functie in de onderneming te vervullen als het vervreemde bedrijfsmiddel.

4.2 Niet in geschil is dat de panden een bedrijfsmiddel vormden waarop in meer dan tien jaar pleegt te worden afgeschreven. Evenmin is in geschil dat de panden in de periode 1998 tot

12 december 2000, behoudens de huurwoning, de economische functie “eigen gebruik” in de onderneming van eiseres hadden en dat eiseres op 20 april 2001 een nieuw pand (B-straat) heeft gekocht met een beleggingsfunctie (verhuur aan derden). Gelet op de onder 4.1 weergegeven rechtsregels kan de bij de verkoop van de panden gerealiseerde boekwinst alleen worden afgeboekt op het vervangende pand B-straat indien dat pand eenzelfde economische functie binnen de onderneming van eiseres vervult als de verkochte panden.

4.3 Anders dan verweerder bepleit, concludeert de rechtbank dat eiseres vanaf 12 december 2000 de panden bij wijze van belegging langdurig is gaan verhuren nu eiseres op 12 december 2000 een verhuurovereenkomst is aangegaan voor een periode van 10 jaar, zodat de panden vanaf dat moment niet langer de economische functie “eigen gebruik” gebruik maar de functie belegging in de onderneming hadden

4.4 Voor de beoordeling van de economische functie van de panden vanaf 12 december 2000 komt aan de overeenkomst die R en S op die dag naast de huurovereenkomst hebben gesloten geen doorslaggevende betekenis toe voor een andere kwalificatie. Weliswaar zijn R en S, zo moet uit de overgelegde akte worden afgeleid, toen, anders dan eiseres heeft doen bepleiten, een volledige, tussen partijen bindende koopovereenkomst overeengekomen, maar die overeenkomst heeft naast de op die dag gesloten huurovereenkomst niet een andere economische functie van de panden binnen de onderneming meegebracht. Tot 28 februari 2001 was voor eiseres immers nog geheel onzeker of zij de panden ook daadwerkelijk zou moeten overdragen. De koopovereenkomst bevat weliswaar een leveringsverplichting voor eiseres, maar geen afnameverplichting, zodat eiseres de afname van de panden ook niet kon afdwingen. De regels voor niet nakoming van de overeenkomst golden immers niet als S de panden niet zou afnemen. In 2000 was voor eiseres daardoor nog niet duidelijk of S de panden daadwerkelijk zou afnemen. De panden behoorden, zo is niet geschil, vanaf 12 december 2000 economisch nog steeds tot het vermogen van eiseres. Dat eiseres de positie van S in de periode december 2000 tot eind februari 2001heeft geschetst als die van “koopoptiehouder” kan, wat er van de juridische juistheid van die kwalificatie ook zij nu er voor S tot 28 februari 2001 een ongeclausuleerd afnamerecht bestond, vanuit eiseres gezien economisch wel als zodanig worden geduid. Eerst op 28 februari 2001 heeft S de koop van de panden aanvaard en daarmee kwam toen een einde aan de verhuur. In december 2000 was voor eiseres de vervreemding van de panden derhalve onvoldoende zeker zodat eiseres op dat moment nog niet rekening hoefde te houden met het te gelde maken in plaats van voor verhuur aanhouden van de panden.

4.5 Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de panden vanaf

12 december 2000 een beleggingsfunctie (verhuur aan derden) hadden. Nu aan de eis is voldaan dat het vervreemde en vervangende bedrijfsmiddel economisch dezelfde plaats in de onderneming innemen en het voornemen in februari 2001 tot herinvestering niet in geschil is, mocht eiseres een herinvesteringsreserve vormen voor de bij de vervreemding in 2001 behaalde boekwinst ad € 1.610.083 en die afboeken op de aankoop van B-straat

4.6 Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard en dient de belastbare winst alsnog te worden vastgesteld op de aangegeven, overigens niet in geschil zijnde, € 18.290, de verliesverrekeningsbeschikking op datzelfde bedrag en is het belastbaar bedrag na verliesverrekening nihil. De subsidiaire stelling van partijen behoeven geen behandeling.

5. Proceskosten

Nu het beroep gegrond wordt verklaard, ziet de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met het het bezwaar en het beroep heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank conform het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de beroepsfase vast op 2 punten (beroepschrift en verschijnen ter zitting) x € 322 x 1 (voor het gewicht van de zaak) = € 644. De kosten voor de bezwaarfase worden op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 322 (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting in bezwaar, met een waarde per punt van € 161 en wegingsfactor van 1).

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de aanslag vpb 2001 tot een berekend naar een belastbaar bedrag van nihil

- stelt het verrekende verlies uit andere jaren vast op € 18.290;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 966, en wijst de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) aan om dit bedrag aan eiseres te voldoen;

- gelast dat de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) het door eiseres betaalde griffierecht van € 285 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 21 maart 2008 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mrs. J. Snitker en J.H. Hoekstra , rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.T. van Arnhem, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.