Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7129

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-03-2008
Datum publicatie
19-03-2008
Zaaknummer
373607 VV EXPL 08-40
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening en arbeidsontbinding. Minister trekt verklaring van geen bezwaar in van werkneemster die op Schiphol werkt om redenen die betrekking hebben op de partner van de werkneemster. Schipholpas wordt ingetrokken en werkgever ontslaat werkneemster op staande voet. Kantonrechter oordeelt voorlopig dat ontslag op staande voet te rigoureus is. Schorsing en ontbinding van de arbeidsovereenkomst had meer voor de hand gelegen. Het ontslag op staande voet is derhalve naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter nietig. Tevens wordt bij afzonderlijke uitspraak van gelijke datum de arbeidsovereenkomst ontbonden zonder toekenning van een vergoeding aan de werkneemster.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0196

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 373607/VV EXPL 08-40

datum uitspraak: 14 maart 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiseres]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde mr. L.P. Huis in ‘t Veld

tegen

AVIAPARTNER B.V.

te Luchthaven Schiphol

gedaagde partij

hierna te noemen Aviapartner

gemachtigde mr. B.J. Bloemendal

De procedure

[eiseres] heeft Aviapartner op 19 februari 2008 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 februari 2008, tegelijk met de behandeling van het verzoek van Aviapartner tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst voorzover deze nog bestaat (zaaknummer 374699). De gemachtigde van Aviapartner heeft zich daarbij bediend van pleitnotities. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht.

De feiten

a. Aviapartner houdt zich op de luchthaven Schiphol bezig met het op de grond afhandelen van binnenkomende en vertrekkende vliegtuigen ten behoeve van een aantal luchtvaartmaatschappijen. Naast platformmedewerkers en medewerkers die vracht en bagage afwikkelen heeft Aviapartner grondstewardessen in dienst; zij begeleiden de passagiers vanaf het inchecken tot en met het aan boord gaan. Het grootste deel van dat werk wordt gedaan binnen beveiligd gebied.

b. Vanaf 1 september 2003 tot 1 september 2006 heeft [eiseres] als grondstewardess werkzaamheden voor Aviapartner verricht op basis van een oproepovereenkomst. Op 1 september 2006 is [eiseres] voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Aviapartner tegen een salaris van € 1.332,68 bruto per maand exclusief emolumenten voor een werkweek van 78,95 %. Op de arbeidsovereenkomst is de cao van Aviapartner van toepassing.

c. De functie van [eiseres] wordt grotendeels uitgeoefend binnen het beschermde gebied van de luchthaven Schiphol. Het betreft een vertrouwensfunctie in de zin van de Wet veiligheidsonderzoeken (WVo).

d. Op grond van artikel 10 lid 2 WVo moet Aviapartner bij weigering of intrekking van de verklaring van geen bezwaar door de AIVD, de betrokken werknemer zo spoedig mogelijk uit de vertrouwensfunctie ontheffen.

e. Op 4 maart 2003 is [eiseres] een verklaring van geen bezwaar gegeven door de AIVD. Deze verklaring is op 14 januari 2008 door de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties ingetrokken. De Minister heeft [eiseres] per brief van die datum (die in kopie is overgelegd) in dat verband onder meer meegedeeld:

“Bij een veiligheidsonderzoek wordt (…) mede gelet op de persoonlijke gedragingen en omstandigheden van de vertrouwensfunctionaris. Om die reden wordt ook aandacht besteed aan uw partner, omdat deze persoon geacht wordt invloed te kunnen uitoefenen op de persoon die de vertrouwensfunctie vervult.

Uit navraag bij de Centrale Justitiële Documentatie van het ministerie van Justitie is gebleken dat van uw partner,[...], nadelige gegevens bekend zijn. Deze gegevens leiden er toe dat niet gesteld kan worden dat er voldoende waarborgen zijn dat u de vertrouwensfunctie onder alle omstandigheden getrouwelijk zult vervullen.”

f. Als gevolg van die intrekking is de Schipholpas van [eiseres] geblokkeerd.

g. Bij brief van 15 januari 2008 heeft Aviapartner [eiseres] onder meer laten weten:

“Heden zijn wij door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de hoogte gebracht van het feit dat uw verklaring van geen bezwaar is ingetrokken. (…) Conform het gestelde in onze CAO punt 4.6 wordt intrekking en/of weigering (geïnitiëerd door derden) van de voor de functieuitoefening benodigde licenties (zoals de schipholpas), als dringende reden beschouwd voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Intrekking van de verklaring van geen bezwaar leidt er dan ook toe dat uw arbeidsovereenkomst met ingang van heden om dringende reden wordt beëindigd.”

h. [eiseres] heeft de nietigheid van dit ontslag ingeroepen.

i. Aviapartner heeft [eiseres] ondanks aanmaning daartoe geen salaris betaald vanaf 15 januari 2008.

De vordering

[eiseres] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat en na vermindering van eis) veroordeling van Aviapartner tot betaling van het loon vanaf 15 januari 2008, vermeerderd met € 357,00 aan buitengerechtelijke incassokosten alsook rente en wettelijke verhoging. [eiseres] stelt daartoe onder meer het volgende.

Zij heeft Aviapartner geen dringende redenen voor ontslag op staande voet gegeven.

De bepaling in de cao waarop Aviapartner zich beroept is nietig. Partijen kunnen immers niet in een arbeidsovereenkomst of reglement bepaalde gedragingen tot een dringende reden bestempelen; elke dringende reden moet van geval tot geval worden beoordeeld. Verder bepaalt de wet dat als dringende reden worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Er is hier helemaal geen sprake van een dergelijke daad, eigenschap of gedraging van [eiseres], maar van haar partner, die niet in een relatie staat tot Aviapartner.

Aviapartner was niet verplicht om [eiseres] te ontslaan, zij had andere maatregelen kunnen treffen om [eiseres] van haar functie te ontheffen, zoals schorsing of het laten verrichten van ander werk waarvoor geen Schipholpas nodig is. Het ontslag is een buitenproportioneel middel en het is dan ook nietig. De arbeidsover¬eenkomst loopt nog immer door. Aviapartner dient haar het loon door te betalen.

Het verweer

Aviapartner heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil zal worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

1. De kernvraag van deze procedure is of aan de hand van de thans bekende feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat de rechter, in een aan te spannen bodem¬procedure, tot de slotsom zal komen dat het [eiseres] op15 januari 2008 gegeven ontslag op staande voet nietig is.

De kantonrechter is van oordeel dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord op grond van de volgende vaststellingen en overwegingen.

2. Ingevolge artikel 10 WVo was Aviapartner verplicht om [eiseres] van haar functie te ontheffen binnen acht weken na het intrekken van de verklaring van geen bezwaar. Die verplichting ging echter niet zover dat Aviapartner haar met onmiddellijke ingang moest ontslaan Aviapartner heeft zelf voor die maatregel gekozen in plaats van bijvoorbeeld [eiseres] te schorsen in afwachting van een rechterlijke beslissing over een ontbindingsverzoek.

Haar beroep op artikel 4.6 van haar cao kan haar niet helpen. Ten nadele van de werknemer kan niet worden bedongen wat in afwijking van de wet tussen partijen bij een arbeidsovereenkomst als dringende reden voor ontslag van de werknemer zal gelden.

Het is uiteindelijk aan de rechter om te oordelen of een bepaalde gedraging, eigenschap of daad een dringende reden oplevert voor ontslag op staande voet.

3. Hier was dat naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet het geval. Er is immers vooralsnog niets gebleken van daden, eigenschappen of gedragingen van [eiseres] zelf, die ten gevolge hadden dat van Aviapartner redelijkerwijze niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

[eiseres] draagt als werkneemster weliswaar het risico van intrekking van de verklaring van geen bezwaar en van haar Schipholpas, dit ontslaat Aviapartner niet van haar verantwoordelijkheid als werkgever op dit punt. De onderneming van Aviapartner vereist nu eenmaal dat de werknemers beschikken over zo’n pas en zo’n verklaring, die door een derde worden verleend c.q. ingetrokken. Ook Aviapartner heeft daarom rekening te houden met dit aan de aard van haar onderneming gerelateerde risico. In dit licht had van Aviapartner dan ook verwacht mogen worden dat zij hierover met [eiseres] in overleg was getreden. Uit de Aviapartner gezonden brief van de Minister viel niet op te maken wat de grond was geweest voor de intrekking van de verklaring van geen bezwaar, maar die brief had wel aanleiding kunnen en moeten zijn om daarover te spreken met [eiseres], die zelf wel beschikte over meer informatie van de Minister. Aviapartner heeft die kans om meer duidelijkheid te verkrijgen echter voorbij laten gaan. Zij is meteen overgegaan tot het schriftelijk geven van het ontslag op staande voet, dat dus vooralsnog geen stand houdt.

4. De conclusie moet daarom zijn dat voorshands ervan uit moet worden gegaan dat de arbeidsovereenkomst ook na 15 januari 2008 is blijven bestaan.

5. Aviapartner heeft nog betoogd dat zij [eiseres] geen loon verschuldigd is omdat [eiseres] vanaf 15 januari 2008 de bedongen arbeid niet heeft verricht. Dat verweer wordt verworpen. Door het geven van het ontslag heeft Aviapartner immers zelf bewerkstelligd dat [eiseres] niet meer voor Aviapartner heeft gewerkt. Weliswaar beschikte zij niet meer over een Schipholpas en kon zij geen vertrouwensfunctie meer vervullen vanwege het intrekken van de verklaring van geen bezwaar, maar overleg over bijvoorbeeld het (tijdelijk) verrichten van ander werk op een andere plaats heeft niet plaatsgevonden. [eiseres] heeft verder onweersproken gesteld dat Aviapartner daarnaar zelfs geen onderzoek gedaan heeft. Onder die omstandigheden moet het voor rekening van Aviapartner blijven dat [eiseres] geen arbeid meer heeft verricht.

6. De kosten verbonden aan de door [eiseres] gestelde buitengerechtelijke werkzaamheden zijn aan te merken als redelijke kosten die voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komen, en wel voor een bedrag overeenkomstig het in rapport Voorwerk II vastgelegde geldende tarief van € 357,00 inclusief btw. Aviapartner heeft die kosten nog wel betwist en aangevoerd dat die kosten zijn gemaakt ter inleiding en voorkoming van de procedure, maar Aviapartner heeft ook ter zitting betoogd dat het de keus van [eiseres] zelf was geweest om niet meteen een door Aviapartner gedaan voorstel te accepteren en zo lange tijd in onderhandeling te treden. Daaruit en uit de door [eiseres] in het geding gebrachte correspondentie blijkt voldoende dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

7. Ook de wettelijke verhoging zal worden toegewezen; de kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval geen aanleiding die te matigen. De wettelijke rente wordt eveneens toegewezen, omdat Aviapartner met de tijdige betaling in gebreke is gebleven.

8. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

9. De proceskosten komen voor rekening van Aviapartner omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Aviapartner bij wijze van voorlopige voorziening om aan [eiseres] te betalen:

a. € 1.332,68 bruto per maand aan loon exclusief overige emolumenten vanaf 15 januari 2008 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd;

b. de wettelijke verhoging over het hiervoor bedoelde bedrag;

c. de wettelijke rente over de hiervoor onder a en b bedoelde bedragen;

d. € 357,00 netto;

- veroordeelt Aviapartner tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

exploot € 82,80

vastrecht € 201,00

salaris gemachtigde € 400,00.

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af hetgeen meer of anders mocht zijn gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.