Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7074

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-03-2008
Datum publicatie
19-03-2008
Zaaknummer
363724 CV EXPL 07-10205
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Algemene voorwaarden. Boetebeding. Eiser (groothandel in bloemen) vordert betaling door gedaagde (bloemenhandel) van een boete in verband met overschrijding van de betalingstermijn.

Nu partijen al sedert 2003 zaken met elkaar doen en gedaagde nimmer tegen de (op de facturen van eiser vermelde) algemene voorwaarden heeft geprotesteerd, wordt gedaagde geacht deze voorwaarden stilzwijgend te hebben aanvaard. Aan gedaagde komt geen beroep op de vernietigingsgronden van de artikelen 233 BW en 234 BW toe, aangezien zij meermalen dezelfde of nagenoeg dezelfde algemene voorwaarden als eiser in haar overeenkomsten gebruikt.

De kantonrechter ziet in het feit dat eiser gedaagde zonder waarschuwing vooraf met het boetebeding heeft geconfronteerd, terwijl zij gedaagde nooit eerder aan de betalingstermijn heeft gehouden , aanleiding voor matiging van de boete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2008, 58

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 363724/ CV EXPL 07-10205

datum uitspraak: 12 maart 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[XXX] & ZOON B.V.

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [XXX]

gemachtigde C.H. Boeder

tegen

de besloten vennootschap FLOWER CIRCLE B.V.

te Beverwijk

gedaagde partij

hierna te noemen Flower Circle

gemachtigde mr. A. Tijs

De procedure

[XXX] heeft Flower Circle gedagvaard op 23 oktober 2007. Flower Circle heeft schriftelijk geantwoord.

Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft [XXX] schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna Flower Circle nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.

De feiten

1. Flower Circle is een groothandel in bloemen en aanverwante producten. Bestuurder en enig aandeelhouder van Flower Circle is [YYY] Holding B.V., waarvan M. [YYY] (hierna: [YYY]) bestuurder en enig aandeelhouder is.

2. [YYY] is tot 1 april 2003 bij [XXX] in dienst geweest.

3. [XXX] heeft vanaf 2003 tot 1 januari 2007 bloemen geleverd aan Flower Circle.

4. [XXX] heeft in verband met door haar in de periode vanaf oktober tot en met december 2006 aan Flower Circle geleverde bloemen in totaal een bedrag van € 40.244,31 bij Flower Circle in rekening gebracht. Flower Circle heeft dit bedrag op zeker moment aan [XXX] voldaan.

5. Op 31 maart 2007 heeft [XXX] een bedrag van € 1.847,88 ter zake van boeterente over het te laat betaalde factuurbedrag aan Flower Circle in rekening gebracht. Flower Circle heeft de boeterente, ondanks aanmaning, onbetaald gelaten.

De vordering

[XXX] vordert (samengevat) veroordeling van Flower Circle tot betaling van € 2.532,88. [XXX] stelt daartoe het volgende.

Ingevolge de op de overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden dient betaling te geschieden binnen een termijn van 14 dagen na factuurdatum. Flower Circle heeft de facturen voor de door [XXX] in de periode oktober tot en met december 2006 aan haar geleverde bloemen niet binnen de betalingstermijn voldaan. Flower Circle dient ingevolge de algemene voorwaarden 1,5% boeterente per maand over het factuurbedrag te voldoen. Ter zake is Flower Circle een bedrag van € 1.847,88, berekend vanaf de vervaldatum van de facturen tot de dag van aanmaning, verschuldigd, vermeerderd met een bedrag van € 295,66 ter zake rente na aanmaning.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven heeft Flower Circle [XXX] genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. [XXX] heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten te bedrage van € 327,18, vermeerderd met € 62,16 btw. Deze kosten dienen voor rekening van Flower Circle te komen.

Het verweer

Flower Circle betwist de vordering. Zij voert daartoe het volgende aan.

De algemene voorwaarden zijn niet van toepassing

De algemene voorwaarden waarop [XXX] haar vordering baseert maken geen deel uit van de overeenkomst tussen partijen, omdat ze niet ingevolge artikel 6:217 BW door [XXX] aan Flower Circle zijn aangeboden en door Flower Circle zijn aanvaard.

De algemene voorwaarden zijn vernietigbaar ingevolge artikel 6:233 sub b BW

Voor zover komt vast te staan dat de algemene voorwaarden wel deel uitmaken van de overeenkomst tussen partijen, beroept Flower Circle zich op de vernietiging daarvan op de voet van artikel 6:233 sub b BW, omdat [XXX] Flower Circle niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. [XXX] heeft de algemene voorwaarden niet aan Flower Circle ter hand gesteld. De verwijzing naar de algemene voorwaarden is niet correct, omdat onder het op de facturen vermelde registratienummer van de Kamer van Koophandel Haaglanden geen algemene voorwaarden blijken te zijn geregistreerd.

Uit het feit dat [YYY] bij [XXX] in dienst is geweest volgt niet dat Flower Circle geacht moet worden bekend te zijn met de algemene voorwaarden. [XXX] is derhalve niet gevrijwaard van de krachtens artikel 6:234 BW op haar rustende informatieplicht jegens Flower Circle.

De algemene voorwaarden zijn vernietigbaar ingevolge artikel 6:233 sub a BW

Het boetebeding is onredelijk bezwarend omdat het alleen de positie van [XXX] beschermt. De algemene voorwaarden, waarvan het boetebeding deel uitmaakt, zijn niet in onderhandelingen tussen partijen tot stand gekomen, maar opgesteld door een branchevereniging en aan Flower Circle opgelegd.

De boete komt voor matiging in aanmerking

De bedongen boete is buitensporig hoog, mede in aanmerking genomen het feit dat [XXX] Flower Circle nooit eerder aan de vervaltermijn van 14 dagen heeft gehouden. Het is in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar om Flower Circle thans met het boetebeding te confronteren. Er is dan ook aanleiding om de boete op de voet van artikel 6:94 lid 1 BW tot nihil te matigen.

De beoordeling van het geschil

De toepasselijkheid van de algemene voorwaarden

Titel 5, afdeling 3 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek geeft een regeling met betrekking tot algemene voorwaarden. Op grond van artikel 6:231 sub c BW is sprake van aanvaarding indien de wederpartij, in casu Flower Circle, door ondertekening van een geschrift of op andere wijze de gelding van de algemene voorwaarden heeft aanvaard. Van aanvaarding door ondertekening is in het onderhavige geval geen sprake.

Als niet door Flower Circle betwist staat tussen partijen vast dat [XXX] vanaf de eerste levering aan Flower Circle de algemene voorwaarden onder aan de facturen heeft vermeld. Nu gesteld noch gebleken is dat Flower Circle, nadat [XXX] vanaf 2003 op haar facturen naar de algemene voorwaarden heeft verwezen, daartegen heeft geprotesteerd, kan daaruit worden afgeleid dat Flower Circle de gelding van deze algemene voorwaarden stilzwijgend heeft geaccepteerd. Dit geldt in ieder geval voor de facturen waarover [XXX] de boete vordert en die Flower Circle in de periode tussen oktober en december 2006 zijn toegezonden, derhalve na herhaaldelijke verwijzing naar de algemene voorwaarden op de daaraan voorafgaande facturen.

Dit brengt mee dat de algemene voorwaarden waarop [XXX] zich beroept, op de overeenkomst van partijen van toepassing zijn. Het eerste verweer wordt derhalve verworpen.

De vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden

[XXX] heeft bij conclusie van repliek onder meer betoogd, dat Flower Circle in de persoon van [YYY] geen onbekende is in de bloemenhandel en dat zij de door [XXX] gebruikte voorwaarden ook zelf hanteert. De kantonrechter leest hierin een beroep op artikel

6:235 lid 3 BW, ingevolge waarvan op de vernietigingsgronden van de artikelen 233 BW en

234 BW geen beroep kan worden gedaan door de partij die meermalen dezelfde of nagenoeg dezelfde algemene voorwaarden in haar overeenkomsten gebruikt.

Flower Circle heeft bij conclusie van dupliek bevestigd in relaties met haar klanten algemene voorwaarden te hanteren, die vergelijkbaar zijn met die van [XXX], zodat zich de situatie als voorzien in artikel 6:235 lid 3 BW voordoet. Aan Flower Circle komt derhalve geen beroep toe op de vernietigingsgronden van artikel 6: 233 BW, zodat ook dit verweer wordt verworpen.

Matiging van de boete

De in de bepaling van artikel 6:94 BW opgenomen maatstaf dat voor matiging van de bedongen boete slechts reden kan zijn indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, brengt mee dat de rechter pas als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken. Daarbij dient niet alleen de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete te worden meegewogen, maar ook de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.

Flower Circle heeft te gelden als een professionele procespartij, van wie verwacht kan en mag worden dat zij op de hoogte is van de strekking van een boetebeding als dat waarop [XXX] zich beroept, namelijk dat het dient als stok achter de deur om de debiteur aan te sporen zijn betalingen prompt te verrichten. Door er willens en wetens voor te kiezen de facturen niet binnen de daarvoor geldende betalingstermijn te voldoen, heeft Flower Circle dan ook het risico van de verschuldigdheid van die boeterente aanvaard. Het enkele feit dat de boeterente reeds opeisbaar wordt na een termijn van 14 dagen is niet voldoende om de toepassing van het boetebeding onredelijk bezwarend te achten, zoals Flower Circle bij conclusie van dupliek heeft betoogd.

Wat wel meeweegt bij de beantwoording van de vraag of de billijkheid klaarblijkelijk vereist dat de bedongen boete wordt gematigd, zijn de concrete omstandigheden waaronder de tekortkoming tot stand is gekomen. [XXX] heeft de stelling van Flower Circle, nooit eerder door [XXX] te zijn beboet, hoewel deze zich bij de betaling van de facturen nimmer aan de betalingstermijn van 14 dagen hield, niet betwist. Gelet op het feit dat partijen al vanaf 2003 zaken met elkaar hebben gedaan, had het naar het oordeel van de kantonrechter op de weg van [XXX] gelegen om Flower Circle vooraf op de wijziging van dit beleid te wijzen, alvorens haar de boeterente in rekening te brengen.

In deze omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding om de boete zodanig te matigen dat aan [XXX] toekomt een bedrag dat in ieder geval vergelijkbaar is met het bedrag dat Flower Circle ingevolge artikel 6:119a BW over het factuurbedrag zou zijn verschuldigd. Toegewezen wordt derhalve een bedrag van € 1.100,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 mei 2007.

Nu [XXX] niet stelt waarop de door haar gevorderde rente na aanmaning is gebaseerd, zal het hierop betrekking hebbende gedeelte van de vordering worden afgewezen.

Tegen de vordering ter zake van buitengerechtelijke kosten heeft Flower Circle geen zelfstandig verweer gevoerd. Het hierop betrekking hebben gedeelte van de vordering zal daarom worden toegewezen, met dien verstande dat de buitengerechtelijke kosten worden vastgesteld op een bedrag dat ingevolge de kantonrechterstaffel van het rapport Voorwerk II over de hoofdsom met rente mag worden berekend, en dat de btw zal worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat [XXX] niet btw-plichtig is. Toegewezen wordt derhalve een bedrag van € 150,00.

De proceskosten komen voor rekening van Flower Circle omdat deze voor het grootste deel in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Flower Circle tot betaling aan [XXX] van € 1.250,0 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.100,00 vanaf 3 mei 2007 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt Flower Circle tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [XXX] tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 81,85

vastrecht € 199,00

salaris gemachtigde € 300,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.