Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7024

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-03-2008
Datum publicatie
18-03-2008
Zaaknummer
374413 VV EXPL 08-45
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eenzijdige functiewijziging. Beroep op schriftelijk wijzigingsbeding. Eiser is door zijn werkgever wegens disfunctioneren uit zijn functie van souschefkok ontheven en (met behoud van het salaris van souschefkok) aangesteld in de functie van zelfstandig werkend kok. Eiser vordert in kort geding wedertewerkstelling als souschefkok.

Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is genoegzaam komen vast te staan dat eiser tekortgeschoten is als souschefkok en voorts dat de werkgever een zodanig zwaarwichtig belang heeft bij de functiewijziging, dat het belang van eiser dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Burgerlijk Wetboek Boek 7 613
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2008/98
JIN 2008/316
AR-Updates.nl 2008-0197
RAR 2008, 81
Prg. 2008, 63
JAR 2008, 98

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 374413/ VV EXPL 08-45

datum uitspraak: 10 maart 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde mr. C.T. Williams

tegen

1. de vennootschap onder firma V.O.F. CINEWORLD

te Beverwijk

en haar vennoten

2. [vennoot 1]

3. [vennoot 2]

beiden te [woonplaats]

gedaagde partij

hierna te noemen Cineworld

gemachtigde mr. C.A. Deenik

De procedure

[eiser] heeft Cineworld op 25 februari 2008 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 maart 2008, waarbij de gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. Cineworld heeft, voorafgaande aan de mondelinge behandeling, stukken in het geding gebracht. De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen ter zitting is verhandeld.

De feiten

1. [eiser] is op 26 augustus 2002 bij Cineworld in dienst getreden in de functie van souschefkok tegen een salaris van (laatstelijk) € 2.198,41 bruto per vier weken, exclusief 8% vakantietoeslag.

2. Artikel 13.3 van de arbeidsovereenkomst luidt, voor zover van belang, als volgt:

“De werkgever is gerechtigd één of meer uit deze arbeidsovereenkomst voortvloeiende arbeidsvoorwaarde(n) te wijzigen in de gevallen als vermeld in artikel 7:613 van het Burgerlijk Wetboek.”

3. De souschefkok is, naast het bereiden van gerechten, belast met de ondersteuning van de chefkok bij diens taken en dient bij afwezigheid van de chefkok de werkzaamheden in de keuken te coördineren en leiding te geven aan de medewerkers in de keuken. Ook het doen van bestellingen hoort in dat geval bij de taken van de souschefkok.

4. Op 4 december 2006 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser] en [vennoot 1] naar aanleiding van onenigheid tussen [eiser] en het bedienend personeel. In het door [eiser] voor gezien ondertekende gespreksverslag is onder meer het volgende opgenomen:

“[vennoot 1] zegt dat met name de houding die [eiser] aanneemt naar de bediening toe frustraties opwekt. […]

Nogmaals geeft [vennoot 1] aan dat de onderlinge verhouding verbeterd dient te worden.”

5. Bij een (vervolg)gesprek op 18 december 2006 heeft [eiser] te kennen gegeven vooruit te willen in communicatie en opleiding en meer ambitie te hebben om vooruit te komen bij Cineworld. In dit gesprek is afgesproken dat er zal worden uitgekeken naar een cursus leermeesterschap.

6. Op 23 mei 2005 heeft [vennoot 2] met [eiser] een functioneringsgesprek gehouden. Het daarvan opgemaakte gespreksverslag luidt onder meer als volgt:

“Tot dusverre gevoerde gesprekken hebben te weinig resultaat opgeleverd. Daarom is bij dit gesprek een schriftelijke notitie opgesteld die ‘voorgezien’ ondertekend dient te worden. […]

[eiser] schiet met name tekort in

• disciplinering van ondergeschikten

• het aansporen tot geconcentrreerd en professioneel gedrag […]

Het schort aan (eind)controle op producten, zowel van hemzelf als van ondergeschikten.

Op al deze punten is verbetering een vereiste om bij eetcafé Cineac te kunnen blijven werken. […]

Op of omstreeks 1 juli 2005 vindt een volgend functioneringsgesprek plaats.”

7. Per 1 juli 2007 is, naast de chefkok [XXX] (hierna: [XXX]), de zelfstandig werkend kok [YYY] (hierna: [YYY]) als chefkok aangesteld.

8. Op 4 september 2007 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser], [vennoot 2] en de personeelsfunctionaris [ZZZ] (hierna: [ZZZ]) naar aanleiding van (onder meer) de situatie in de keuken. In de van dit gesprek opgemaakte en door [eiser] voor ontvangst getekende notulen is onder meer het volgende opgenomen:

“M. geeft aan dat er in de loop van de tijd meerdere gesprekken met J. Zijn geweest over zijn functioneren en J. heeft ook nooit eigen initiatief getoond om zijn functie uit te oefenen of aangegeven een cursus te willen volgen.

J. geeft aan het onzin te vinden dat hij zijn functie niet goed heeft uitgeoefend. […] J. vindt […] ook dat hij geen cursussen meer hoeft te volgen omdat hij de functie toch al heeft. […]

H. vindt de capaciteiten van J. niet voldoende om als sous-chef te functioneren.”

9. Op 13 september 2007 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser], [vennoot 2] en [ZZZ] naar aanleiding van de door [eiser] te volgen cursus leermeester. [eiser] heeft in dit gesprek te kennen gegeven de cursus niet te willen volgen, als hij een daarop betrekking hebbende studiekostenregeling zou moeten ondertekenen. Volgens deze regeling zou [eiser] de studiekosten moeten terugbetalen, indien hij binnen twee jaar na het behalen van het certificaat de arbeidsovereenkomst met Cineworld zou opzeggen.

10. Cineworld heeft op 18 september 2007 de inschrijving van [eiser] bij de leermeestertraining geannuleerd.

11. Bij brief van 13 december 2007 heeft Cineworld [eiser] medegedeeld dat hij vanaf 1 januari 2008 zal gaan functioneren als zelfstandig werkend kok en dat per dezelfde datum [YYY] zal worden benoemd als souschefkok.

12. [eiser] is vanaf 2 januari 2008 werkzaam in de functie van zelfstandig werkend kok met behoud van het salaris van souschefkok.

De vordering

[eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van Cineworld om hem binnen drie dagen na het te wijzen vonnis toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden van souschefkok, op straffe van een dwangsom van

€ 250,00 per dag of gedeelte daarvan dat Cineworld daarmee in gebreke blijft.

[eiser] stelt daartoe het volgende.

Cineworld is niet bevoegd is om de functie van [eiser] eenzijdig te wijzigen. Na het gesprek van 23 mei 2005 hebben [eiser] geen negatieve geluiden bereikt over zijn functioneren. Het geplande functioneringsgesprek van 1 juli 2005 heeft niet plaatsgevonden. [eiser] mocht er dan ook van uitgaan dat zijn functioneren voldoende was verbeterd. Eerst op 4 september 2007 heeft Cineworld kritiek geuit op het functioneren van [eiser], maar die kritiek is niet gevolgd door concrete inspanningen om [eiser] te begeleiden ter verbetering daarvan. Van disfunctioneren is dan ook geen sprake, laat staan van ernstig disfunctioneren.

Cineworld heeft de functie van [eiser] steeds verder uitgehold, waarna zij hem tenslotte op 13 december 2007 zonder meer heeft geconfronteerd met het besluit om hem per 1 januari 2008 te degraderen tot zelfstandig werkend kok.

Van Cineworld had mogen worden verwacht dat zij [eiser] in de gelegenheid had gesteld om zijn functioneren door middel van een verbetertraject aan te passen. Nu zij dit niet heeft gedaan, is de ontheffing van [eiser] uit zijn functie van souschefkok niet op zijn plaats.

[eiser] heeft een spoedeisend belang bij wedertewerkstelling in zijn functie van souschefkok.

Het verweer

Cineworld heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil zal worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

De gevorderde voorlopige voorziening komt slechts voor toewijzing in aanmerking als in dit geding aan de hand van de thans bekende feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een eventueel tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een vordering van [eiser] tot ongedaanmaking van de functiewijziging tot toewijzing daarvan zal leiden.

Bij de beoordeling van de vraag of aan Cineworld een beroep op het in de arbeidsovereenkomst opgenomen wijzigingsbeding toekomt, dient de maatstaf te zijn of er sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang aan de zijde van Cineworld, dat het belang van [eiser] dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

Vooropgesteld dient te worden dat het in het algemeen tot de beleidsvrijheid van de ondernemer behoort om op grond van bedrijfseconomische en organisatorische redenen beslissingen te nemen, die hij in het belang van de onderneming acht.

Blijkens de stellingen van Cineworld ligt aan de beslissing om de functie van [eiser] te wijzigen met name ten grondslag het tekortschieten van [eiser] als souschefkok. [eiser] heeft daartegen ingebracht dat Cineworld zich niet op zijn disfunctioneren kan beroepen, omdat zij hem geen eerlijke kans heeft gegeven om zich te verbeteren.

Vast staat dat partijen reeds in december 2006 hebben gesproken over de mogelijkheid om [eiser] een cursus leermeesterschap te laten volgen. Vast staat tevens dat Cineworld [eiser] in mei 2007 te verstaan heeft gegeven dat zijn functioneren op diverse punten diende te verbeteren, wilde hij bij Cineworld blijven werken. Voorts is gebleken dat [eiser] op 4 september 2007 heeft gezegd het “onzin te vinden” dat hij zou disfunctioneren en zich op het standpunt heeft gesteld geen cursus nodig te hebben omdat hij de functie van souschefkok al bekleedde.

Van [eiser] had een actievere houding mogen worden verwacht met betrekking tot het behoud van zijn functie bij Cineworld, dan welke hij (in ieder geval na het gesprek van 18 december 2006, waarin hij zijn ambitie om vooruit te willen komen heeft uitgesproken) heeft ingenomen. Het enkele feit dat het geplande functioneringsgesprek van 1 juli 2007 niet heeft plaatsgevonden kan, gelet op de inhoud en tendens van de met hem gevoerde overige gesprekken, in het bijzonder de op 23 mei 2007 door Cineworld gestelde, expliciete voorwaarde om in dienst van Cineworld te kunnen blijven, niet als excuus dienen. Met name kan de weigering om aan de cursus leermeesterschap deel te nemen, [eiser] worden aangerekend. De daaraan verbonden betalingsvoorwaarde kan in redelijkheid niet als rechtvaardiging voor die weigering dienen. Door die weigering lijkt bovendien achter de door [eiser] in december 2006 geuite wens om vooruit te komen bij Cineworld, geen serieuze bedoeling schuil te gaan.

Gelet op de niet door [eiser] betwiste stelling van Cineworld dat deze maatregel in het belang is van de gehele organisatie, omdat nu sprake is van een goed functionerend team, inclusief [eiser], is genoegzaam gebleken dat Cineworld ook een zwaarwichtig belang bij de eenzijdige wijziging van de functie van [eiser] heeft.

Vervolgens dient te worden vastgesteld welk belang van [eiser] door de functiewijziging zou worden geschaad. Nu vaststaat dat [eiser] in zijn nieuwe functie niet geconfronteerd wordt met een wijziging in ongunstige zin van zijn salaris en andere arbeidsvoorwaarden, valt niet in te zien welk belang van [eiser] door de functiewijziging zou worden geschaad. Het door [eiser] ter zitting geuite mogelijke verlies aan carrièreperspectief kan, in het licht van het gebrek aan initiatief dat [eiser] ter zake heeft getoond, niet als zodanig belang worden beschouwd dat daarvoor het belang van Cineworld zou moeten wijken.

Het voorgaande brengt mee dat naar het oordeel van de kantonrechter Cineworld voorshands voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in redelijkheid heeft mogen besluiten [eiser] uit zijn functie van souschefkok te ontheffen. Dit leidt ertoe dat de vordering tot het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening zal worden geweigerd.

De proceskosten komen voor rekening van [eiser] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- weigert de gevorderde voorlopige voorziening;

- veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Cineworld tot en met vandaag worden begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Dubois en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.