Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC6999

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-03-2008
Datum publicatie
18-03-2008
Zaaknummer
132328-2007-489
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vast staat dat de man niet heeft meegewerkt aan het door de rechtbank bevolen DNA-onderzoek. De man - hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen - is evenmin ter zitting van 4 februari 2008 verschenen. Uit het uittreksel basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente [] van 26 februari 2008 blijkt dat de man sinds 18 maart 1999 ingeschreven staat op het adres [] te [] op welk adres de man door de rechtbank is opgeroepen en aan welk adres de raadsvrouw van de vrouw op 3 juli 2008 de beschikking van deze rechtbank van 26 juni 2008 aangetekend heeft verzonden.

De bijzondere curator persisteert bij haar eerder ingenomen standpunt dat het vaderschap van de man behoort te worden vastgesteld.

De rechtbank is van oordeel dat de man voldoende in de gelegenheid is gesteld verweer te voeren tegen het verzoek van de vrouw. Hij heeft geen verweerschrift ingediend en is niet verschenen op de twee door de rechtbank bepaalde behandelingen ter zitting om zijn standpunt over het verzoek van de vrouw aan de rechtbank naar voren te brengen. Hij heeft het verzoek van de vrouw onweersproken gelaten.

De man heeft evenmin meegewerkt aan het door de rechtbank bij beschikking van 26 juni 2007 bevolen DNA-onderzoek, uit welk onderzoek had kunnen blijken dat de man niet de verwekker van de minderjarige [] is.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en mede gelet op de niet door de man weersproken datum waarop door de vrouw is gesteld dat de relatie met de man is beëindigd, is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat de man de verwekker is van de minderjarige zal het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over de minderjarige worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Familie- en Jeugdrecht

gerechtelijke vaststelling vaderschap

vaststelling bijdrage

zaak-/rekestnr.: 132328/2007-489

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 18 maart 2008

in de zaak van:

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

hierna mede te noemen: de vrouw,

procureur: mr. S.I. van der Staal,

advocaat: mr. V. Stokvis te Amsterdam

--tegen--

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

hierna mede te noemen: de man.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1 Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- de beschikking van deze rechtbank van 26 juni 2007 en de daarin vermelde stukken;

- de brief van 28 september 2007 met bijlage van de procureur van de vrouw;

- de brief van 13 december 2007 met bijlage van mr. V. Stokvis;

en het verhandelde ter terechtzitting op 4 februari 2008 in aanwezigheid van de vrouw, bijgestaan door mr. V. Stokvis en de bijzondere curator mr. T.M. Krol-Wisse.

2 De verdere beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het volgende gebleken:

2.1 Bij beschikking van deze rechtbank van 26 juni 2007 is de man bevolen om mee te werken aan een DNA-onderzoek, waarbij tevens is bepaald dat, in afwachting van de resultaten van voormeld onderzoek, de kosten van dit onderzoek bij helfte tussen partijen zullen worden gedeeld. De behandeling van het verzoek is pro forma aangehouden tot 18 oktober 2007, waarbij de procureur van de vrouw de rechtbank en de bijzondere curator uiterlijk op 4 oktober 2008 diende te berichten omtrent de uitkomst van het DNA-onderzoek.

Bij deze beschikking is tevens overwogen dat, indien de man weigert mee te werken aan voormeld DNA-onderzoek, de rechtbank daaruit de gevolgtrekking zal maken die zij geraden acht. Met inachtneming van het voorgaande zal thans een beslissing worden gegeven.

2.2 Door de omstandigheid dat de vrouw de Nederlandse nationaliteit bezit en de man Brits burger is, draagt de onderhavige zaak een internationaal karakter, zodat eerst de vraag beantwoord dient te worden of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt. Deze vraag wordt op grond van artikel 3 Rv. in bevestigende zin beantwoord nu de vrouw haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft.

2.3 Vervolgens komt de vraag aan de orde welk recht van toepassing is op het verzoek.

Op grond van artikel 6 lid 1 Wet Conflictenrecht Afstamming, in werking getreden op 1 mei 2003 en van toepassing op rechtsbetrekkingen die na haar inwerkingtreding worden vastgesteld of gewijzigd, is bij gebreke van een gemeenschappelijke nationaliteit van de man en de vrouw, Nederlands recht van toepassing als het recht van de staat van hun gemeenschappelijke verblijfplaats.

2.4 Vast staat dat de man niet heeft meegewerkt aan het door de rechtbank bevolen DNA-onderzoek. De man - hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen - is evenmin ter zitting van 4 februari 2008 verschenen. Uit het uittreksel basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente [] van 26 februari 2008 blijkt dat de man sinds 18 maart 1999 ingeschreven staat op het adres [] te [] op welk adres de man door de rechtbank is opgeroepen en aan welk adres de raadsvrouw van de vrouw op 3 juli 2008 de beschikking van deze rechtbank van 26 juni 2008 aangetekend heeft verzonden.

2.5 De bijzondere curator persisteert bij haar eerder ingenomen standpunt dat het vaderschap van de man behoort te worden vastgesteld.

2.6 De rechtbank is van oordeel dat de man voldoende in de gelegenheid is gesteld verweer te voeren tegen het verzoek van de vrouw. Hij heeft geen verweerschrift ingediend en is niet verschenen op de twee door de rechtbank bepaalde behandelingen ter zitting om zijn standpunt over het verzoek van de vrouw aan de rechtbank naar voren te brengen. Hij heeft het verzoek van de vrouw onweersproken gelaten.

De man heeft evenmin meegewerkt aan het door de rechtbank bij beschikking van 26 juni 2007 bevolen DNA-onderzoek, uit welk onderzoek had kunnen blijken dat de man niet de verwekker van de minderjarige [] is.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en mede gelet op de niet door de man weersproken datum waarop door de vrouw is gesteld dat de relatie met de man is beëindigd, is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat de man de verwekker is van de minderjarige zal het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over de minderjarige worden toegewezen.

2.7 Nu wordt vastgesteld dat de man de verwekker is van de minderjarige, zal de rechtbank de man in de gelegenheid stellen door een procureur een verweerschrift in te dienen tegen het verzoek van de vrouw tot het vaststellen van een door hem met ingang van 1 januari 2006 te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige van € 300,-- per maand.

Het verzoek met betrekking tot de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige zal worden aangehouden tot 31 juli 2008 pro forma.

De man zal in de gelegenheid worden gesteld uiterlijk op 19 juli 2008 door een procureur een verweerschrift kinderalimentatie bij de rechtbank in te dienen.

2.8 Indien binnen de gestelde termijn geen verweerschrift wordt ingediend en de procureur van de man geen klemmende redenen aanvoert waarom het verweerschrift niet kan worden ingediend, zal het verzoek van de vrouw met betrekking tot de bijdrage voor de minderjarige als onweersproken worden toegewezen.

6 Beslissing:

De rechtbank:

6.1 Stelt vast het vaderschap van [de man], geboren op [geboortedatum] te [], [], over de minderjarige [geslachtsnaam minderjarige]:

- [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [].

6.2 Houdt de beslissing omtrent de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige aan tot de terechtzitting van 31 juli 2008 PRO FORMA.

6.3 Bepaalt dat het door de procureur van de man in te dienen verweerschrift kinderalimentatie uiterlijk 19 juli 2008 door een procureur bij de rechtbank ingediend moet zijn.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 18 maart 2008, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes als griffier.