Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC6271

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-03-2008
Datum publicatie
25-03-2008
Zaaknummer
zaak/rolnr.: 367145 / CV EXPL 07-7531
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bouwrecht/consumentenrecht. Kostenverhogende omstandigheden bij vaste aanneemsom. Waarschuwingsplicht ex artikel 7.753 lid 3 BW. Geval waarin de ktr. oordeelt dat geen kostenverhoging mag worden doorberekend, omdat niet tijdig is voldaan aan de waarschuwingsplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 367145 / CV EXPL 07-7531

datum uitspraak: 20 maart 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

Industrial Partitioning B.V.

te Haarlem

eisende partij

hierna te noemen IP BV

gemachtigde deurwaarder M.J. van Twuijver

tegen

Technoparts Zaanstad B.V.

te Wormerveer

gedaagde partij

hierna te noemen Technoparts BV

gemachtigde J.H.J. van Middelkoop

De procedure

IP BV heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen Technoparts BV.

Hierop heeft Technoparts BV geantwoord.

Vervolgens zijn partijen ter terechtzitting verschenen voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. Daarvan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig in de vorm van een proces-verbaal worden uitgewerkt.

Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.

De vordering

IP BV vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Technoparts BV zal veroordelen aan IP BV te betalen de somma van € 2.506,59 met (verdere) rente en kosten.

Het verweer

Het verweer strekt tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.

De feiten

In deze procedure zijn de volgende feiten voldoende komen vast te staan omdat deze niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist zijn gebleven.

1. In of omstreeks december 2006 hebben partijen een overeenkomst gesloten. IP BV zou voor rekening van Technoparts BV een bouwwerk (systeemwanden) realiseren binnen in een fabriekshal van Nestlé Purina (verder te noemen: Nestlé). Technoparts BV had dit werk op haar beurt weer aangenomen van Nestlé.

2. Overeengekomen was een aanneemsom van € 5.750,-- exclusief BTW welke aanneemsom, zoals afgesproken, in termijnen is betaald. Afgesproken daarbij was dat de locatie, waar gewerkt moest worden, goed bereikbaar was en dat de werkzaamheden ongestoord doorgang konden vinden.

3. IP BV, die voor de bouw (montagewerkzaamheden) een dag had uitgetrokken (2 monteurs = 2 mandagen) wilde op 8 maart 2007 met het werk beginnen, maar werd daartoe door Nestlé vanwege niet aan IP BV bekend gemaakte voorschriften niet toegelaten. Daarop zijn de monteurs vertrokken. Op 15 maart kon pas na elven weer met werken worden begonnen, maar ook dát gaf problemen, omdat van Nestlé eerst niet op de werkplek geboord mocht worden. Verder mocht alleen ergens anders worden gezaagd en geslepen. Tenslotte blokkeerde een vorkheftruck lange tijd de plek waar gebouwd moest worden. Daardoor ontstond zoveel vertraging, dat het werk ook die dag niet klaar kwam. Op 19 maart zijn de monteurs voor de derde keer gekomen en werden zij weer geconfronteerd met allerlei bezwaren van de kant van Nestlé. Uiteindelijk hebben zij het werk die dag toch kunnen voltooien. Opgeleverd is aan de heer Mosata van Nestlé.

4. Bij factuur van 22 maart 2007 is vanwege de hiervoor onder 3. bedoelde vertraging aan ‘meerwerk’ een bedrag groot

€ 2.069,65 inclusief BTW aan Technoparts BV in rekening gebracht. Technoparts BV heeft geweigerd dat te betalen. Daarvóór had IP BV reeds Nestlé op dat ‘meerwerk’ aangesproken, maar laatstgenoemde liet weten daarvoor geen ‘budget’ te hebben.

De beoordeling van het geschil

Partijen blijken eerst en vooral verdeeld over de vraag of Technoparts BV verplicht is de kosten te vergoeden die zijn veroorzaakt doordat het aangenomen werk niet, zoals overeengekomen, ‘ongestoord’ doorgang heeft kunnen laten vinden.

Daarover wordt als volgt geoordeeld.

De tussen partijen gesloten overeenkomst is aan te merken als ‘aanneming van werk.’Toepasselijk is daarom het bepaalde in artikel 7.753 van het Burgerlijk Wetboek, dat inderdaad voorziet in de mogelijkheid om de overeengekomen aanneemsom aan te passen aan kostenverhogende omstandigheden, die pas na het sluiten van de aannemingsovereenkomst zijn ontstaan, of aan het licht gekomen.

Het lijdt geen twijfel dat dergelijke kostenverhogende omstandigheden in dit geval inderdaad zijn ontstaan. IP BV hoefde er in redelijkheid geen rekening mee te houden dat zij op 8 maart 2007 niet gewoon met het werk kon beginnen en dat zij dat niet ongestoord kon voltooien. Daarom zou Technoparts BV in beginsel hebben te betalen voor de daarmee gemoeide, extra kosten.

In dit geval lijdt dat beginsel echter uitzondering, omdat het derde lid van het hiervoor genoemde wetsartikel als voorwaarde stelt, dat IP BV haar opdrachtgever zo spoedig mogelijk van de noodzaak van een prijsverhoging op de hoogte had moeten brengen. Welnu, dat heeft IP BV nagelaten. Technoparts BV hoorde voor het eerst pas van de ondervonden problemen toen het werk al was opgeleverd en nadat de laatste termijn was betaald.

Het argument, dat IP BV in de praktijk feitelijk communiceerde met Nestlé doet daar niet aan af, al was het maar omdat evenmin is gebleken dat Nestlé direct is gewezen op de noodzaak van een prijsverhoging, zoals in deze zaak aan de orde.

Tenslotte kan niet worden volgehouden dat de redelijkheid gebiedt dat Technoparts BV daarvoor, in afwijking van de wettelijke regeling, tóch moet betalen. Doordat IP BV heeft nagelaten Technoparts BV tijdig op de hoogte te brengen van de noodzaak van een prijsverhoging, heeft laatstgenoemde niet de kans gekregen om tijdig háár opdrachtgever (Nestlé) daarvan op de hoogte te brengen. Daardoor werd Technoparts BV de mogelijkheid ontnomen om deze prijsverhoging -op haar beurt- weer aan Nestlé door te berekenen. Anders gezegd: als IP BV deze prijsverhoging toch aan Technoparts BV zou mogen doorberekenen, dan blijft laatstgenoemde door toedoen van IP BV met de schade zitten, hetgeen nu juist niet redelijk is.

Samenvattend blijkt de vordering ongegrond.

Omtrent de proceskosten moet worden beslist zoals hierna bepaald.

Beslissing

De vordering wordt afgewezen.

IP BV wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van Technoparts BV tot op heden begroot op € 50,--.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 maart 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.