Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5827

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-02-2008
Datum publicatie
05-03-2008
Zaaknummer
142927 - KG ZA 08-45
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Huurovereenkomst voor een dekhengst. De vordering in conventie tot nakoming van de overeenkomst door de hengst terug te brengen op het dekstation van eisers wordt afgewezen. Voorshands staat vast dat gedaagde de hengst inmiddels krachtens overeenkomst aan een derde ter beschikking heeft gesteld. De rechter pleegt geen vonnis te wijzen dat onmogelijk kan worden nagekomen.

De vordering in reconventie tot nakoming van de overeenkomst door betaling van een geldsom ter afrekening voor het dekseizoen 2007 wordt afgewezen, nu eiser in reconventie de omvang van zijn vordering onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat eiser in reconventie niets heeft gesteld waaruit enig spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening kan worden afgeleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 142927 / KG ZA 08-45

Vonnis in kort geding van 29 februari 2008

in de zaak van

1. [Eiser],

wonende te Nijega,

2. [Eiseres],

wonende te […],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

procureur mr. H. Oomen,

advocaat mr. A. Kroondijk te Wolvega,

tegen

[Gedaagde],

wonende te […],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur mr. M. Middeldorp

advocaat mr. A. de Feijter te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eisers]

- de pleitnota van [gedaagde]

- de eis in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eisers] exploiteren een hengstenhouderij met Friese dekhengsten. In het kader van de bedrijfsuitoefening worden Friese veulens gefokt, paarden keuringsklaar gemaakt en merries gedekt door eigen hengsten en door hengsten die jaarlijks worden gehuurd.

2.2. Voor het dekseizoen 2007 hebben [eisers] de hengst [A] (hierna: de hengst) van [gedaagde] gehuurd. Op 15 december 2006 is tussen partijen ter zake een huurovereenkomst (hierna: de Overeenkomst) opgemaakt. De Overeenkomst bepaalt, voor zover in het kader van dit kort geding van belang:

“[…]

• dekgeld bedraagt € 1100,-- waarvan € 450,00 voor [eisers] en € 650,00 voor verhuurder [gedaagde], te betalen aan het einde van het dekseizoen te verdelen over enkele maanden, geen kortingen inbegrepen. Bij eventuele reductiemerries van [A] geldt de verdeling wordt de reductieregeling toegepast.

• onderhoud tijdens seizoen geheel voor [eisers], zo ook training en uitbrengen in de sport, [A] wordt uitgebracht door een goede ruiter/amazone en alles zal in goed overleg plaatsvinden.

• verhuur voor het volgend dekseizoen zal afhangen van de samenwerking en het onderhoud, de training, sport, betaling enz, of dat goed zal verlopen.

• de hengst [A] moet in super conditie zijn en het mag hem aan niets ontbreken.

• als aan één van de genoemde voorwaarden niet wordt voldaan heeft verhuurder het recht om [A] terstond weg te halen.

[…]”

2.3. De hengst is medio december 2006 bij [eisers] op stal gekomen. [eisers] hebben hem keuringsklaar gemaakt en voorgebracht op de Hengstenkeuring 2007. Door [eisers] is op de keuring uitgebreid reclame gemaakt voor de hengst, zowel in de stand in het programmaboek. De hengst kreeg op de keuring een 1b premie.

2.4. Het dekseizoen 2007 is op 1 februari 2007 aangevangen, toen de eerste merries op het dekstation van [eisers] zijn aangeboden en is afgelopen op 1 september 2007. In augustus 2007 heeft [eiseres] contact opgenomen met [gedaagde] om afspraken voor het volgende dekseizoen te maken. Er zijn geen afspraken gemaakt. De hengst is vooralsnog bij [eisers] op stal gebleven.

2.5. In september en in oktober 2007 hebben [eisers] aan [gedaagde] voorschotten betaald op het hem toekomende gedeelte van het dekgeld tot een bedrag van EUR 50.000,00. Partijen hebben afgesproken dat de definitieve afrekening volgt als de volledige opbrengst bekend is.

2.6. Op 3 januari 2008 is er telefonisch contact tussen [eiseres] en [gedaagde] geweest. Laatstgenoemde heeft zijn ongenoegen uitgesproken over de wijze waarop de hengst in het programmaboek voor de Hengstenkeuring 2008, te houden op 11 en 12 januari 2008, staat afgebeeld. Het gesprek is in een conflictueuze sfeer verlopen.

2.7. Op 7 januari 2008 heeft [gedaagde] [eisers] thuis in […] uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens het gesprek is de definitieve afrekening voor het dekseizoen 2007 aan de orde gekomen. [eisers] hebben voorgesteld de afrekening vast te stellen op EUR 65.000,00, aan [gedaagde] te betalen. Op 9 januari 2008 is EUR 15.000,00 op de bankrekening van [gedaagde] bijgeschreven. Tijdens de Hengstenkeuring 2008 wordt de hengst door [eisers] voorgebracht en behaalt een premie 1d.

2.8. Op 16 januari 2008 heeft [gedaagde] telefonisch laten weten dat hij ontevreden is over de gang van zaken en heeft hij medegedeeld de hengst te komen ophalen, hetgeen op 19 januari 2008 is gebeurd. [eisers] hebben daarbij hun medewerking verleend.

Op 21 januari 2008 hebben [eisers] per aangetekende post aan [gedaagde] bericht. [eisers] stellen zich in dit schrijven (onder andere) op het standpunt dat tijdens het gesprek van 7 januari 2008 is afgesproken dat de eindafrekening voor het dekseizoen 2007 wordt opgemaakt op EUR 65.000,00 aan [gedaagde] te betalen, dat de hengst ook voor het dekseizoen 2008 aan [eisers] verhuurd zou worden en dat uitsluitend ten aanzien van het verlenen van korting voor het dekken van meerdere merries door [gedaagde] een voorbehoud is gemaakt.

2.9. [gedaagde] heeft inmiddels een overeenkomst voor het dekseizoen 2008 afgesloten uit hoofde waarvan de hengst is gestald bij [stal].

3. Het geschil in conventie

3.1. [eisers] vorderen samengevat - [gedaagde] te veroordelen tot nakoming van de Overeenkomst voor het dekseizoen 2008 door het terugbrengen van de hengst op het dekstation van [eisers] vóór 1 februari 2008, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 1.000,00 per dag, met een maximum van EUR 30.000,00 en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding in conventie en in reconventie.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. [gedaagde] vordert samengevat – [eisers] te veroordelen tot betaling binnen een week na het in deze te wijzen vonnis van primair EUR 7.800,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2008 tot aan de dag van algehele voldoening; subsidiair EUR 5.000,00 als voorschot op volledige betaling, althans een zodanig bedrag als de voorzieningenrechter in goede justitie mag vermenen te behoren, een en ander met veroordeling van [eisers] in de kosten van het geding in conventie en in reconventie.

4.2. [eisers] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. [eisers] hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat de Overeenkomst overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:230 BW stilzwijgend is verlengd, zodat tussen partijen ook voor het dekseizoen 2008 een overeenkomst voor de verhuur van de hengst bestaat. [gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de Overeenkomst al als huurovereenkomst kan worden aangemerkt, deze niet stilzwijgend is verlengd, en, voor zover deze toch zou zijn verlengd, inmiddels door [gedaagde] is opgezegd. Voorts heeft [gedaagde] er op gewezen dat de hengst inmiddels aan een derde is verhuurd, wat volgens [gedaagde] aan toewijzing van het door [eisers] gevorderde in de weg staat.

5.2. In het kader van de beoordeling van de vordering in conventie kunnen de vraag naar het rechtskarakter van de Overeenkomst en de vraag of er voor het dekseizoen 2008 ten aanzien van de verhuur van de hengst een overeenkomst tussen partijen bestaat in het midden blijven. De rechter pleegt geen vonnis te wijzen dat onmogelijk kan worden nagekomen. Onder onmogelijkheid tot nakoming dient mede begrepen te worden het geval dat nakoming alleen mogelijk is door inbreuk te maken op rechten van derden. Voorshands staat vast dat de hengst inmiddels krachtens overeenkomst aan een derde ter beschikking is gesteld. [gedaagde] kan zijn verplichtingen uit deze overeenkomst niet naast zich neerleggen. De vordering in conventie zal daarom worden afgewezen.

6. De beoordeling in reconventie

6.1. [gedaagde] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [eisers] op grond van de Overeenkomst EUR 72.800,00 aan hem verschuldigd zijn. Naar aanleiding van het gesprek van 7 januari 2008 heeft [gedaagde] aan [eisers] te kennen gegeven dat hij eerst na de Hengstenkeuring 2008 wilde praten over de definitieve afrekening. [eisers] hebben eenzijdig kortingen doorgevoerd die in de Overeenkomst uitdrukkelijk zijn uitgesloten. Op grond van de Overeenkomst geldt weliswaar mogelijk een reductieregeling als gevolg waarvan voornoemd bedrag lager kan uitvallen, doch over de omvang van de reductie hebben partijen geen overeenstemming bereikt, laat staan over een eindafrekening van EUR 65.000,00. Daarnaast worden door [eisers] diverse verrekenposten opgevoerd die hetzij niet zijn overeengekomen, hetzij niet worden onderbouwd, aldus [gedaagde]. [eisers] stellen dat zij op grond van de Overeenkomst EUR 70.800,00 aan [gedaagde] verschuldigd zijn. Hierop dient een bedrag van EUR 12.003,00 in mindering te worden gebracht in verband met het onderhoud van de hengst buiten het dekseizoen 2007. [gedaagde] is hiermee niet akkoord gegaan. Partijen hebben uiteindelijk overeenstemming bereikt over een eindafrekening van EUR 65.000,00. Pas na het aanhangig worden van dit kort geding stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat over de eindafrekening geen overeenstemming is bereikt, aldus [eisers]

6.2. De gevorderde voorziening in reconventie strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling – bij afweging van de belangen van partijen – aan toewijzing niet in de weg staat. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [gedaagde] tegenover de gemotiveerde betwisting door [eisers] de omvang van zijn vordering onvoldoende aannemelijk gemaakt om [eisers] bij wijze van voorlopige voorziening tot betaling van enig bedrag te veroordelen. De voorzieningenrechter wijst er in dit verband op dat [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de definitieve afrekening voor het dekseizoen 2007 en dat [gedaagde] niet betwist dat op het door hem berekende bedrag van EUR 72.800,00 wellicht nog een reductie dient te worden toegepast. Voorts acht de voorzieningenrechter het voorshands niet uitgesloten dat de bodemrechter in voorkomend geval tot het oordeel zou komen dat [eisers] een vergoeding toekomt in verband met het onderhoud van de hengst buiten het dekseizoen 2007. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat [gedaagde] niets heeft gesteld waaruit enig spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening kan worden afgeleid. Het primair en subsidiair in reconventie gevorderde zal daarom worden afgewezen.

7. In conventie en in reconventie

7.1. Nu partijen over een weer in het ongelijk zijn gesteld zijn er termen voor compensatie van de proceskosten in conventie en in reconventie.

8. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

8.1. weigert de gevraagde voorziening,

in reconventie

8.2. weigert de gevraagde voorziening,

in conventie en in reconventie

8.3. compenseert de proceskosten in conventie en in reconventie, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 29 februari 2008.?