Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5587

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-02-2008
Datum publicatie
03-03-2008
Zaaknummer
363422/ CV EXPL 07-10084
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zaakwaarneming. Eigenaresse van een woning treft 's nachts op haar terrein koeien aan die uit een nabij gelegen weiland zijn uitgebroken. Een van de koeien heeft een ladder om de nek. De door de eigenaresse van de woning ingeschakelde veearts verdooft deze koe. De veearts vordert betaling van de rekening door gedaagde als eigenaar van de koeien. De kantonrechter is van oordeel dat het beroep op zaakwaarneming slaagt waar het de inschakeling van de veearts betreft maar faalt, waar het de beslissing van de veearts om de koe te verdoven betreft, nu niet is komen vast te staan dat de veearts de noodzaak van het onverwijld ingrijpen door middel van een verdoving mocht en kon aannemen. De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 174
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 363422/ CV EXPL 07-10084

datum uitspraak: 27 februari 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap DIERENKLINIEK STAD EN LAND B.V.

te Amsterdam

eisende partij

hierna te noemen Stad en Land

gemachtigde Medicas B.V.

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

procederende in persoon

De procedure

Stad en Land heeft [gedaagde] gedagvaard op 29 oktober 2007. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord ter aanvulling op een door hem overgelegde schriftelijke reactie met producties.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 19 december 2007 een comparitie van partijen gelast, welke heeft plaatsgevonden op 29 januari 2008 en waarbij de griffier aantekeningen heeft gemaakt van hetgeen partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

1. In de nacht van 19 november 2006 zijn drie aan [gedaagde] in eigendom toebehorende koeien uitgebroken en terecht gekomen op het terrein van de woning aan het Liewegje 14 te Halfweg.

2. Op 19 november 2006 om 3.54 uur heeft de bewoonster van de woning aan het Liewegje 14 aan de regiopolitie Kennemerland gemeld dat zich op het terrein bij haar woning een koe bevond met een ladder om haar nek. Omstreeks 4.00 uur zijn de dienstdoende surveillanten op het adres Liewegje 14 aangekomen.

3. In het door de politie opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 5 januari 2007 is met betrekking tot de door de surveillanten aangetroffen situatie ter plaatse onder meer het volgende vermeld:

“Wij, verbalisanten zagen dat de koeien rustig in het weiland stonden. […] Nadat wij, verbalisanten, de koeien naderden begonnen deze hard van ons weg te rennen. Hierop hebben wij, verbalisanten, nogmaals getracht om de koeien te naderen. Hierop gingen de koeien wild doen en renden wederom weg. […] Wij, verbalisanten, hebben hierna de beslissing genomen om geen verdere acties te ondernemen. Wij, verbalisanten, zagen namelijk dat de koe, zolang je deze niet benaderde rustig bleef staan. […]

Wij, verbalisanten, gingen ervanuit dat de boer in de vroege uren tot de ontdekking zou komen dat zijn koeien waren uitgebroken en hier op zoek naar zou gaan. Wij, gingen ervanuit de koeien zich wel zouden laten benaderen door de boer.

Hierop hebben wij, gezien de tijdstip met de meldster afgesproken dat indien de boer niet zou komen opdagen dat zij de politie wederom kon bellen […]

4. Op 19 november 2006 omstreeks 5.30 uur heeft de bewoonster van de woning aan het Liewegje 14 wederom de politie gebeld.

5. Toen de politie omstreeks 5.48 uur bij het adres Liewegje 14 arriveerden, constateerde zij dat daar vijf leden van de brandweer aanwezig waren. Het proces-verbaal van bevindingen van 5 januari 2007 luidt met betrekking tot deze tweede melding onder meer als volgt:

“De meldster wilde niet wachten totdat de boer zelf zou komen opdagen en had inmiddels de brandweer en een veearts ter plaatse gevraagd.

[…]

Wij, verbalisanten, zagen dat er op een gegeven moment een veearts ter plaatse kwam. De veearts beoordeelde de situatie en vertelde dat hij zijn verdovingsgeweer moest halen om zodoende de ladder van het hoofd van de koe te halen. Hierop heeft de veearts zich richting zijn praktijk begeven.”

6. Bij factuur van 4 december 2006 heeft Stad en Land [gedaagde] een bedrag van € 500,26 in rekening gebracht in verband met de door haar (veearts) op 19 november 2006 verleende hulp aan de aan [gedaagde] toebehorende koe.

7. Bij brief van 29 maart 2007 heeft [gedaagde] aan Stad en Land doen weten de rekening niet te zullen betalen, waarbij hij onder meer het volgende heeft opgemerkt:

“Ik heb u niet gebeld op 19 november 2006, niets gevraagd en ook geen toestemming gegeven om het dier te behandelen.”

8. Bij brief van 21 juni 2007 heeft [gedaagde] aan de gemachtigde van Stad en Land onder meer het volgende medegedeeld:

“Ik wens niet aansprakelijk gesteld te worden voor fouten die door de brandweer en de veearts zijn gemaakt. Doordat zij het dier in het nauw dreven kwam het op de openbare weg. De andere twee runderen die met rust gelaten werden, bleven zodoende binnen de omheining.”

De vordering

Stad en Land vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 575,30. Stad en Land stelt daartoe het volgende.

Stad en Land heeft op verzoek van [gedaagde] diergeneeskundige hulp verleend aan een aan [gedaagde] toebehorende koe. De daarmee gemoeide kosten, inclusief de gebruikte middelen, zoals in rekening gebracht bij factuur van 4 december 2006, dient [gedaagde] aan Stad en Land te voldoen.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft [gedaagde] Stad en Land genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. Stad en Land heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 75,04. Deze kosten komen ingevolge de toepasselijke algemene voorwaarden voor rekening van [gedaagde].

Voorts is [gedaagde], eveneens krachten de algemene voorwaarden, de vertragingsrente van 1,5% per maand verschuldigd vanaf de vervaldatum van de factuur, 3 januari 2007.

Het verweer

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert daartoe, voor zover van belang, het volgende aan.

[gedaagde] heeft de veearts geen opdracht gegeven tot het verrichten van de in de factuur van 4 december 2006 in rekening gebrachte werkzaamheden. Er was geen noodzaak voor het inschakelen van een veearts. Blijkens het proces-verbaal van bevindingen stonden de koeien immers rustig in het weiland toen de politie wegging. De bewoonster van het Liewegje 14 had gewoon moeten wachten op de komst van [gedaagde], zoals haar door de politie was aangeraden. Zij heeft echter op eigen initiatief de brandweer en de veearts laten komen, terwijl dat niet nodig was. Zij had overigens kunnen weten dat de koeien van [gedaagde] waren. [gedaagde] is de enige die aan het Liewegje koeien heeft staan. [gedaagde] heeft in verband daarmee enige tijd geleden zijn telefoonnummer aan de echtgenoot van de bewoonster van Liewegje 14 gegeven. De brandweer en/of de veearts hadden [gedaagde] kunnen waarschuwen. Door toedoen van de brandweer en de veearts is de koe in paniek geraakt. Indien de koe met rust was gelaten, was er niets gebeurd. [gedaagde] had de volgende dag de koe zelf van de ladder kunnen bevrijden. Er was geen enkele noodzaak om de koe te verdoven, althans niet met een dergelijk zwaar en duur middel.

De beoordeling van het geschil

Niet in geschil is dat [gedaagde] niet zelf opdracht heeft gegeven tot het verdoven van de koe.

Stad en Land heeft als reactie op het verweer van [gedaagde] betoogd, dat ingrijpen door de veearts noodzakelijk was, omdat de koe met de ladder al schade had aangericht en er bovendien gevaar bestond dat de koe zichzelf zou verstikken.

Volgens de redenering van Stad en Land komen de kosten van de veearts voor rekening van [gedaagde], omdat de beslissing van de bewoonster van Liewegje 14 om de veearts in te schakelen en die van de veearts om de koe te verdoven de juiste beslissingen waren. Hiermee doet Stad en Land, in juridische termen vertaald, een beroep op artikel 6:201 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel gaat over zaakwaarneming en bepaalt dat degene die de belangen van een ander naar behoren behartigt, bevoegd is om in diens naam te handelen. De kosten die daaruit voortvloeien zijn dan voor rekening van degene wiens belangen behartigd zijn.

De kantonrechter is van oordeel dat het beroep op zaakwaarneming in het onderhavige geval gedeeltelijk kan slagen. Het is immers niet onbegrijpelijk dat de bewoonster van Liewegje 14 zich na het vertrek van de politie zorgen is gaan maken over de situatie in het algemeen en de gevolgen daarvan voor de koe in het bijzonder, te meer nu zij – naar ter zitting is gebleken – die nacht alleen thuis was.

Met het inschakelen van de veearts heeft de bewoonster van Liewegje 14 zich, gelet op de omstandigheden van het geval, op redelijke grond ingelaten met de belangen van [gedaagde]. De kosten die voortvloeien uit de komst van de veearts ter plaatse, dienen dan ook voor rekening van [gedaagde] te komen. De kantonrechter stelt deze kosten vast op € 150,00.

Dit is echter anders waar het de kosten van het verdoven van de koe betreft, omdat naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende is gebleken dat de situatie zo nijpend was, dat deze geen uitstel meer kon velen. Van Stad en Land had mogen worden verwacht dat zij haar stelling zou hebben onderbouwd met feiten en omstandigheden op grond waarvan de veearts de noodzaak van het onverwijld ingrijpen door middel van een verdoving mocht en kon aannemen. De enkele stelling, dat de koe zowel gevaar dreigde te lopen als te veroorzaken, is niet voldoende om aan te nemen dat de veearts een redelijke grond had voor het zonder voorafgaande toestemming van [gedaagde] verdoven van de koe.

Daarbij is nog het volgende van belang. Ter zitting is gebleken dat de veearts, nadat deze de situatie in ogenschouw had genomen, eerst naar huis of praktijk terug is gereden om daar het verdovingsmiddel op te halen. Volgens de op de terechtzitting aanwezige directeur van Stad en Land, [XXX] heeft de veearts ongeveer 20 minuten nodig gehad om het medicament op te halen en is hij onderweg in de buurt van de woning van [gedaagde] geweest. Nu Stad en Land niet gemotiveerd heeft betwist dat [gedaagde] de enige was die aan het Liewegje koeien had staan en bovendien is gebleken dat [gedaagde] in die tijd een van de cliënten van Stad en Land was, had het voor de hand gelegen dat de veearts eerst bij [gedaagde] was langs gegaan om hem van het gebeurde op de hoogte te stellen.

Het beroep op zaakwaarneming faalt derhalve in zoverre, dat Stad en Land geen aanspraak kan maken op vergoeding door [gedaagde] van de kosten verbonden aan de medische handelingen die de veearts ten behoeve van de koe van [gedaagde] heeft verricht.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering zal worden toegewezen tot een bedrag € 150,00, vermeerderd met de contractuele rente ad 1,5% per maand. De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen in overeenstemming met hetgeen ingevolge de kantonrechterstaffel van het rapport Voorwerk II over de hoofdsom met rente mag worden berekend, derhalve tot een bedrag van € 37,00.

De proceskosten zullen worden gecompenseerd, nu beide partijen over en weer in het (on)gelijk worden gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Stad en Land van € 187,00 te vermeerderen met de rente ad 1,5% per maand over € 150,00 vanaf 3 januari 2007 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Smits en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.