Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5582

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-03-2008
Datum publicatie
17-03-2008
Zaaknummer
zaak/rolnr.: 361557 / CV EXPL 07-6062
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Contractenrecht. Consumentenrecht. Nutsvoorzieningen. Verschuldigdheid van vast recht (watergeld). Leidt het enkel kunnen beschikken over een wateraansluiting tot het totstandkomen van een overeenkomst tot waterlevering met het waterleidingbedrijf? Ktr: indien niet daadwerkelijk water is verbruikt moet deze vraag ontkennend worden beantwoord. Dat de leveringsvoorwaarden van het waterleidingbedrijf anders bepalen kan daaraan niet afdoen, omdat deze geen zelfstandige bron van overeenkomsten vormen. Indien echter wèl water wordt verbruikt zal dat veelal uitgelegd mogen worden als een stilzwijgende instemming met waterlevering, zodat in dat geval wel een overeenkomst tot stand zal komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 361557 / CV EXPL 07-6062

datum uitspraak: 13 maart 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

Stichting Waternet

te Amsterdam

eisende partij

hierna te noemen Waternet

gemachtigde Van Arkel gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

te [adres]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde (thans) [gemachtigde]

De procedure

In deze zaak is op 24 januari 2008 een tussenvonnis uitgesproken. Daarbij wordt geheel volhard voor zover hierna niet uitdrukkelijk anders wordt overwogen.

Bij dit tussenvonnis is beslist dat partijen voor de kantonrechter moesten verschijnen voor het geven van inlichtingen en/of het beproeven van een schikking.

Partijen zijn inderdaad verschenen. Van hetgeen bij die gelegenheid is verklaard zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig worden uitgewerkt in een proces-verbaal.

Hierna is de uitspraak van dit vonnis op vandaag bepaald.

De beoordeling van het geschil

Zoals in het tussenvonnis reeds aangegeven gaat het in deze zaak om door Waternet aan [gedaagde] in rekening gebracht watergeld. Dit watergeld heeft betrekking op een drietal in Amsterdam gelegen percelen, waarvan [gedaagde] eigenaresse is. Deze percelen zijn niet ‘bemeterd’, hetgeen betekent dat door Waternet, op grond van haar leveringsvoorwaarden, een op basis van standaardtarieven vastgesteld ‘vast recht’ wordt geheven.

Nu in deze procedure is komen vast te staan dat gedurende de relevante periode in de betrokken percelen geen water is verbruikt doet zich de vraag voor of desalniettemin watergeld in rekening gebracht mag worden.

Waternet meent van wel, nu de door haar gehanteerde voorwaarden reeds voorzien in het schuldig worden van watergeld omdat in de betreffende percelen een wateraansluiting beschikbaar was. [gedaagde], die overigens betwist dat in die percelen een bruikbare wateraansluiting beschikbaar was, is een tegengestelde mening toegedaan. Volgens haar kan zij wegens het ontbreken van een overeenkomst tot waterlevering niet tot betaling van watergeld gehouden zijn.

Daarover wordt als volgt geoordeeld.

[gedaagde] kan alleen dan verplicht zijn tot het betalen van watergeld indien tussen haar en Waternet een overeenkomst tot waterlevering is gesloten die daarin voorziet. Niet gebleken is echter dat een dergelijke overeenkomst tot stand is gekomen. Het enkele feit dat [gedaagde] gedurende de relevante periode in de betreffende percelen mogelijk de beschikking had over een wateraansluiting kan niet leiden tot de conclusie dat [gedaagde] daarmee heeft ingestemd met het aangaan van een dergelijke overeenkomst, laat staan dat zij daardoor geacht mag worden ingestemd te hebben met de door Waternet gehanteerde voorwaarden. Dat deze voorwaarden anders bepalen kan daaraan niet afdoen, nu deze natuurlijk geen zelfstandige bron van overeenkomst kunnen vormen.

Dat zou wellicht anders zijn geweest indien [gedaagde] wèl water had verbruikt, omdat in dat geval het daadwerkelijk waterverbruik aangemerkt zou kunnen worden als een stilzwijgende instemming met de daaraan door Waternet gestelde contractuele voorwaarden.

Samenvattend moet de vordering van Waternet dus als ongegrond worden afgewezen, met veroordeling van Waternet in de proceskosten.

Beslissing

De vordering wordt afgewezen.

Waternet wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 50,--.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van datum vonnis , in tegenwoordigheid van de griffier.