Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5386

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-02-2008
Datum publicatie
04-03-2008
Zaaknummer
06/6738
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2012:BV3002, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. De rechtbank ontleent aan het feit dat eiser een aanzienlijk hoger bedrag aan uitgaven heeft gedaan dan hij aan inkomsten heeft genoten het vermoeden dat sprake is van verzwegen inkomsten. Eiser heeft dit vermoeden niet ontzenuwd, zodat dit bedrag terecht is belast in box 1.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2008/29.2.1
FutD 2008-0518
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 06/6738

Uitspraakdatum: 19 februari 2008

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X te Z, eiser

en

de inspecteur van de Belastingdienst P, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft met dagtekening 22 december 2004 aan eiser voor het jaar 2004 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van

€ 182.310.

1.2. Eiser heeft daartegen bij brief van 26 januari 2005, op dezelfde datum ontvangen door verweerder, een bezwaarschrift ingediend.

1.3. Bij brief van 7 juni 2006, door de rechtbank ontvangen per fax op dezelfde datum en per post op 12 juni 2006, heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet nemen van een beslissing op het bezwaar.

1.4. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 30 oktober 2006 de voorlopige aanslag gehandhaafd.

1.5. Bij brief van 12 december 2006, door de rechtbank ontvangen op 14 december 2006, heeft eiser zijn beroepschrift gemotiveerd.

1.6. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.7. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2008 te Haarlem.

Als gemachtigde van eiser is verschenen mr. A. Namens verweerder zijn verschenen mr. B en C.

Beide partijen hebben een pleitnota voorgedragen en overgelegd aan de rechtbank en aan elkaar. De rechtbank rekent de pleitnota tot de stukken van het geding.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiser is op 21 oktober 2004 door de politie Amsterdam-Amstelland aangehouden in het kader van een algemene verkeerscontrole. Eiser reed toen in een gepantserde personenauto VW Passat met kenteken 00-AA-BB. Hij is vervolgens aangehouden op basis van overtreding van de Wet wapens en munitie. Bij zijn aanhouding was hij in het bezit van onder andere een doorgeladen vuurwapen van het merk Glock, type 26 Austria met negen volmantelpatronen, een gouden schakelarmband met diamantjes, een gouden ketting met gouden hanger in de vorm van een adelaar, een geldbedrag van € 975, een polshorloge merk Chopard voorzien van een diamanten rand, meerdere mobiele telefoons en semafoons, 6,71 gram MDMA en 953 gram coffeïne (versnijdingsmiddel).

Naar aanleiding hiervan is eiser door de politierechter te Amsterdam bij vonnis van 20 december 2004 veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf wegens handelen in strijd met de Wet wapens en munitie en wegens opzettelijk handelen in strijd met een in de Opiumwet gegeven verbod.

2.2. Uit gegevens van het Douane Meldpunt BPM Amsterdam is gebleken dat eiser op 25 maart 2004 een VW Passat met kenteken 00-AA-BB heeft ingevoerd en ter zake daarvan een bedrag van € 6.914 BPM heeft betaald. Deze BPM is berekend naar een consumentenprijs van € 51.895 (€ 41.685 voor de auto en € 10.210 voor de accessoires).

Inmiddels heeft de Belastingdienst de auto verkocht voor € 23.000.

2.3. Blijkens de kentekenregistratie was eiser tot 28 maart 2004 eigenaar van een BMW 328i sedan, met kenteken 00-CC-DD. Op genoemde datum is het kenteken van deze auto overgeschreven op naam van D.

2.4. Op de postbankrekening van E, de ex-partner van eiser, zijn in het jaar 2004 diverse contante stortingen verricht tot een totaalbedrag van € 32.720.

Op de postbankrekening van eiser is in het jaar 2004 voor een totaalbedrag van € 8.330 contant gestort.

2.5. In een proces-verbaal van verhoor van eiser met nummer 0275-004/04, opgenomen op 21 oktober 2004 door de politie Amsterdam-Amstelland, verklaarde eiser onder meer:

“(…) Ik ben nu een jaar werkeloos. Ik heb geen uitkering. (…)

Ik huur een woning voor ongeveer 260 euro per maand. (…)

Ik betaal ook alimentatie voor mijn kinderen. (…)

Ik heb de auto voor 27.000 euro gekocht van een kennis. (…) De auto was 2 jaar oud toen ik hem kreeg. De offerte is van A Point maar niet van deze auto. Deze auto komt uit Duitsland. (…)”

2.6. In een proces-verbaal van verhoor van eiser met nummer 2004259111, opgenomen op 16 november 2004, verklaarde eiser onder meer:

“Ja ik heb drie kinderen. Ze zijn 3, 5 en 11 jaar oud. Ik heb de kinderen bij een vrouw E. Zij woont in Q. Ik heb geen relatie met haar. (…)”

Op de vraag van de verbalisanten of hij banktegoeden heeft, antwoordt eiser:

“Weet ik niet, niet veel in ieder geval. (…)

Ik woon in een huurwoning. Ik betaal ongeveer 248 Euro per maand. (…)

De keren dat ik geld heb overgemaakt naar Thailand was altijd voor de vriendin van E. Hij gaf me het geld en ik heb het voor hem overgemaakt. (…)

Dat is niet mijn poeder, de poeder is niet van mij. Iemand heeft de poeder in mijn auto achter gelaten.”

2.7. Op basis van de processen-verbaal van de politie Amsterdam–Amstelland is aan eiser een voorlopige aanslag IB/PVV 2004 opgelegd berekend naar een geschat belastbaar inkomen uit werk en woning van € 182.310, zijnde resultaat uit overige werkzaamheden in de zin van artikel 3.90 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Wet). Dit belastbaar inkomen is berekend aan de hand van de volgende toentertijd bekende door eiser verrichte (geschatte) uitgaven, waartegenover geen fiscaal bekende bron van inkomen stond:

- aanschaf VW Passat v.v. security-pakket € 118.720

- contante stortingen bankrekeningen t.n.v. E € 32.760

- contante stortingen bankrekeningen t.n.v. eiser € 8.330

- huurwoningen eiser en E (geschat) € 9.000

- ziektekostenverzekering (geschat) € 3.500

- kosten levensonderhoud eiser en E (geschat) € 25.000

- saldo € 187.310

- geschatte opbrengst BMW € 5.000 -/-

Saldo uitgaven € 182.310

De rechtbank merkt hierbij op dat verweerder een telfout van € 10.000 in het voordeel van eiser heeft gemaakt.

2.8. In de uitspraak op bezwaar van 30 oktober 2006 heeft verweerder het belastbaar inkomen berekend aan de hand van de volgende door eiser verrichte (geschatte) uitgaven, waartegenover geen fiscaal bekende bron van inkomen stond:

- aanschaf VW Passat v.v. security-pakket € 110.000

- contante stortingen bankrekeningen t.n.v. E € 32.760

- contante stortingen bankrekeningen t.n.v. eiser € 8.330

- contant geld in bezit bij eiser € 975

- huurwoningen eiser en E (geschat) € 6.000

- ziektekostenverzekering (geschat) € 3.500

- kosten levensonderhoud eiser en E (geschat) € 25.000

- garage € 784

- buitenlandse reizen (geschat) € 5.000

- rijlessen € 1.232

- saldo € 193.581

- geschatte opbrengst BMW € 5.000 -/-

Saldo uitgaven € 188.581

2.9. Eiser heeft voor het jaar 2004 aangifte gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 4.300.

3. Geschil en standpunten van partijen

3.1. In geschil is de hoogte van het belastbaar inkomen in het jaar 2004.

3.2. Eiser betwist dat hij geld heeft verdiend met handel in drugs dan wel met andere criminele activiteiten.

Hij kon naar zijn zeggen in zijn levensonderhoud voorzien door het doen van schoonmaakwerkzaamheden en verder is hij geholpen door twee vriendinnen die voor hem zorgden.

Voorts betwist eiser het door verweerder gestelde bedrag aan uitgaven. Hij ontkent aanzienlijke stortingen op de rekening van Brank te hebben gedaan alsmede haar huur te hebben betaald.

Ten aanzien van de VW Passat stelt eiser dat hij deze in 2004 voor € 27.000 in Duitsland heeft gekocht, inclusief security-pakket. De auto was toen al een jaar oud.

Eiser weerspreekt het door verweerder gehanteerde bedrag aan ziektekosten en stelt € 35 ziektekosten per maand te hebben betaald.

Met betrekking tot de verkoop van de BMW stelt eiser dat deze € 18.000 heeft opgebracht.

3.3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bedrag dat eiser in 2004 aan uitgaven heeft gedaan afkomstig is van inkomsten uit handel in verdovende middelen dan wel andere criminele activiteiten, aangezien tegenover de uitgaven geen fiscale inkomstenbron bekend is.

Dat eisers uitgaven ook metterdaad bekostigd zijn door handel in drugs leidt verweerder af uit het feit dat het een feit van algemene bekendheid is dat met de productie/handel in verdovende middelen grote contante bedragen zijn gemoeid en dito verdiensten worden behaald, terwijl bij eiser € 975 is aangetroffen en de girorekeningen van hem en Brank worden gevoed met contante bedragen.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Verweerder heeft ter zitting nieuwe stukken overgelegd. Tegen overlegging van een deel van deze stukken, waar eiser nog niet eerder kennis van heeft kunnen nemen, heeft de gemachtigde bezwaar gemaakt. De rechtbank heeft deze stukken als tardief aangemerkt en geoordeeld dat acceptatie van deze stukken zou leiden tot een onevenredige benadeling van eiser in zijn processuele positie.

4.2. De rechtbank stelt voorop dat in beginsel op verweerder de bewijslast rust om aannemelijk te maken dat eiser het door verweerder in aanmerking genomen bedrag aan uitgaven in 2004 heeft gedaan, alsmede dat dit bedrag in dat jaar is genoten uit één van de in de Wet genoemde bronnen.

Indien de rechtbank echter aannemelijk acht geworden dat eiser een bedrag aan uitgaven heeft gedaan dat hoger is dan hij aan inkomsten heeft opgegeven, en hij hiervoor geen acceptabele verklaring heeft, kan hieraan het vermoeden worden ontleend dat sprake is van verzwegen inkomsten.

Aangezien het bedrag dat verweerder als uitgaven in aanmerking heeft genomen door eiser wordt betwist, dient in de eerste plaats te worden beoordeeld of verweerder de uitgaven terecht op € 182.310 heeft gesteld.

VW Passat

In zijn verweerschrift stelt verweerder de kosten van aanschaf en aanpassingen aan de VW Passat op € 110.000, ervan uitgaande dat de inbouw van het security-pakket in Nederland heeft plaatsgevonden. Volgens eiser was de auto ten tijde van de invoer al voorzien van het securitypakket. De.rechtbank is van oordeel dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiser het pakket in Nederland heeft laten inbouwen, aangezien hij geen enkel stuk ter onderbouwing hiervan heeft overgelegd.

Gelet op het feit dat de Belastingdienst de VW Passat recent heeft verkocht voor € 23.000, stelt de rechtbank de aanschafwaarde van de auto in 2004 op € 32.000, vermeerderd met

€ 6.914 BPM, hetgeen een totaal bedrag van € 38.914 oplevert.

Contante stortingen

Uit de rekeningafschriften van E blijkt dat op deze rekening in het jaar 2004 in totaal een bedrag van € 32.720 is gestort. De rechtbank acht aannemelijk gemaakt dat dit bedrag afkomstig is van eiser, omdat bij de aanhouding op 21 oktober 2004 bij eiser een bankpasje voor deze rekening is aangetroffen, blijkens de rekeningafschriften contant geld van deze rekening is opgenomen tijdens een reis van eiser naar het land waar de opnames zijn gedaan en eiser heeft verklaard periodiek bedragen op de rekening van E te hebben gestort, zij het onregelmatig en van geringe omvang. De rechtbank neemt aan dat eiser het bankpasje heeft gebruikt om geld op de rekening te storten, mede gelet op zijn verplichtingen met betrekking tot de kinderen die hij met E heeft. Bovendien heeft E geen bij verweerder bekende inkomsten over de periode van 2003 tot 2006.

Voorts blijkt uit de afschriften van de rekening van eiser dat hierop een bedrag van totaal

€ 8.330 in contanten is gestort.

De rechtbank rekent beide bedragen tot de uitgaven.

Huur

In zijn verweerschrift heeft verweerder een bedrag van € 6.000 aan uitgaven voor de huur van de woning van eiser alsmede de woning van E in aanmerking genomen. De rechtbank leidt uit de tot de gedingstukken behorende kopieën van rekeningafschriften af dat de huur van E niet is betaald via de bankrekening waarop de hierboven genoemde contante stortingen zijn verricht. Dat zulks voor de huur van eiser anders zou zijn, is niet aannemelijk geworden. De rechtbank rekent ter zake van deze betalingen € 6.000 tot de uitgaven.

Ziektekosten

Verweerder schat de kosten voor een ziektekostenverzekering op € 3.500 doch heeft dit op geen enkele wijze onderbouwd. Verweerder heeft dit bedrag naar het oordeel van de rechtbank dan ook ten onrechte als uitgaven in aanmerking genomen, mede gelet op de overmakingen die blijkens de voornoemde rekeningafschriften van eiser periodiek aan een ziektekostenverzekeraar zijn gedaan.

Kosten levensonderhoud

Verweerder heeft de kosten voor levensonderhoud voor zowel eiser als E op € 25.000 gesteld. De rechtbank overweegt dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiser ook in het levensonderhoud van E heeft voorzien, anders dan middels de door hem reeds in aanmerking genomen gestorte bedragen. De rechtbank beperkt het bedrag aan uitgaven voor levensonderhoud van eiser tot € 10.000.

Opbrengst BMW

Niet in geschil is dat eiser zijn oude auto (een BMW) in 2004 heeft verkocht. Verweerder schat de verkoopprijs op € 5.000. Volgens eiser is deze auto verkocht voor € 18.000, doch hij kan niets ter staving van dit bedrag overleggen. De rechtbank acht een bedrag van € 5.000 redelijk.

4.3. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank aannemelijk acht dat eiser in 2004 een bedrag van € 95.964 aan uitgaven heeft gedaan. Verminderd met de opbrengst van de BMW van

€ 5.000 betekent dit dat € 90.964 aan uitgaven in aanmerking moet worden genomen. Nu eiser slechts een bedrag van € 4.300 aan inkomsten heeft opgegeven, ontleent de rechtbank hieraan het vermoeden dat eiser verzwegen inkomsten heeft genoten. Eiser heeft geen opheldering kunnen geven omtrent de herkomst van de middelen om de door hem gedane uitgaven te dekken. Hij heeft volstaan met de enkele verklaring dat hij in zijn levensonderhoud voorzag door het doen van schoonmaakwerkzaamheden, doch hij heeft deze stelling niet onderbouwd. De rechtbank acht dit dan ook geen afdoende verklaring voor de door hem gedane en aannemelijk geachte uitgaven. Nu eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de uitgaven ten bedrage van € 90.964 zijn bestreden met andere gelden dan in 2004 belastbare inkomsten, dient dit bedrag te worden belast als inkomsten uit werk en woning.

4.4. Aangezien verweerder een bedrag van € 182.310 heeft belast als inkomsten uit werk en woning, zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren.

5. Proceskosten

De rechtbank vindt aan¬lei¬ding verweerder te veroordelen in de kos¬ten die eiser in verband met de behande¬ling van het bezwaar en het beroep redelij¬kerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 805 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, met een waarde per punt van € 161, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor 1).

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de belastingaanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van

€ 90.964 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 805, en wijst de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) aan dit bedrag aan eiser te voldoen;

- gelast dat de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) het door eiser betaalde griffierecht van € 38 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 19 februari 2008 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. R.G. Kemmers, voorzitter, mr. H.A.M. Röell-Mulder en mr. A. van Dongen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.J.E.M. Anderluh-Vanherck, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.