Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5182

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
02-01-2008
Datum publicatie
26-02-2008
Zaaknummer
132766
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijwaring. Hennepplantage aangetroffen in een garagebox. Huurder van de garagebox roept - de naar zijn stelling - feitelijk gebruiker van de box in vrijwaring op. Bewijsopdracht huurder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 2 januari 2008

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 132766 / HA ZA 07-255 van

de naamloze vennootschap

N.V. CONTINUON NETBEHEER,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

procureur mr. B.C. Romijn,

advocaat mr. C. van Oosten te Leiden,

tegen

[X],

wonende te [p],

gedaagde,

procureur mr. F.W. Huizinga,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 136692 / HA ZA 07-862 van

[X],

wonende te [p],

eiser,

procureur mr. F.W. Huizinga,

tegen

[Y],

wonende te [q],

gedaagde,

procureur mr. R.A.M. Schram.

Partijen zullen hierna Continuon, [X] en [Y] genoemd worden.

1. De procedure in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

1.1. Het verloop van de procedures blijkt uit:

- de tussenvonnissen van 18 juli 2007 en de daarin genoemde stukken;

- het proces-verbaal van comparitie van 25 oktober 2007 en de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [X] is vanaf 1 juni 2003 de huurder van de garagebox aan de a-straat 2 naast te [r] (hierna te noemen: “de garagebox”).

2.2. Continuon heeft een overeenkomst gesloten met [X] op basis waarvan Continuon zorg draagt voor transport van elektriciteit naar de garagebox.

2.3. De registratie van de geleverde elektriciteit vindt plaats met behulp van een elektriciteitsmeter die zich in de garagebox bevindt.

2.4. Op 10 september 2004 heeft de politie in samenwerking met Continuon een inval gedaan in de garage-box. Daarbij is een hennepkwekerij aangetroffen. Ook is geconstateerd dat de zegels van de meterkast waren verbroken en de elektriciteit voor deze hennepkwekerij illegaal werd afgetapt.

2.5. Direct nadat de fraude was ontdekt, heeft Continuon het transport van elektriciteit naar de garagebox stopgezet en de elektriciteitsmeter verwijderd.

3. De vordering in de hoofdzaak

3.1. Continuon vordert – samengevat – veroordeling van [X] tot betaling van een bedrag van € 12.036,05 (inclusief BTW), vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 2 oktober 2004, alsmede tot betaling van een bedrag van € 65,-- aan administratiekosten, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 18 augustus 2005 en van een bedrag van € 904,- (exclusief BTW) aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [X] in de proceskosten, te betalen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, vermeerderd met – in-dien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt – de wettelijke rente hierover vanaf 14 dagen na dagteke-ning van het vonnis, en in de nakosten, alles uitvoerbaar bij voorraad.

3.2. Continuon legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Continuon heeft met [X] een overeen-komst gesloten op basis waarvan Continuon zorg draagt voor transport van elektriciteit naar de garagebox. In de garagebox is een hennepplantage aangetroffen. Daarbij is geconstateerd dat de elektriciteit voor deze hennep-kwekerij illegaal werd afgetapt. Deze afgetapte, niet door de elektriciteitsmeter geregistreerde, elektriciteit vormt schade voor Continuon. De omvang van deze schade is door Continuon op basis van artikel 13, tweede lid, van de algemene voorwaarden, geschat op € 8.572,93 (exclusief BTW). De schade omvat daarnaast een bedrag van € 1.541,40 (exclusief BTW) aan kosten als gevolg van de fraude, een bedrag van € 65,-- aan admini-stratiekosten en een bedrag van € 904,-- (exclusief BTW) aan buitengerechtelijke incassokosten. [X] is als con-tractspartner voor deze schade aansprakelijk, aldus Continuon.

4. De vordering in de vrijwaringszaak

4.1. [X] vordert – samengevat – veroordeling van [Y] tot betaling van al datgene waartoe [X] in de hoofd-zaak jegens Continuon mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de proceskostenveroordeling, en met ver-oordeling van [Y] in de proceskosten van de vrijwaringsprocedure.

4.2. [X] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. De huurovereenkomst is op naam van [X] ge-steld, maar de garagebox is feitelijk door [Y] gehuurd en gebruikt. [Y] heeft in de garagebox zonder medeweten van [X] een hennepplantage gehad en [Y] heeft daartoe, eveneens zonder medeweten van [X], illegaal elektrici-teit afgetapt, aldus nog steeds [X].

5. Het verweer in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

5.1. Partijen hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal, zo nodig, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

6. De beoordeling

in de hoofdzaak

aansprakelijkheid

6.1. [X] voert allereerst tot zijn verweer aan dat de garagebox waar de hennepplantage is aangetroffen, fei-telijk in gebruik is geweest bij [Y]. [Y] heeft in de garagebox zonder medeweten van [X] een hennepplantage gehad en [Y] heeft daartoe, eveneens zonder medeweten van [X], illegaal elektriciteit afgetapt. [Y] is derhalve aansprakelijk voor de ontstane schade, aldus nog steeds [X].

6.2. Dit verweer van [X] gaat niet op. De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat Continuon en [X] een overeenkomst hebben gesloten op basis waarvan Continuon zorg draagt voor transport van elektriciteit naar de garagebox. Deze overeenkomst omvat voor [X] mede de verplichting om mee te werken aan een correcte meting van de geleverde/gebruikte elektriciteit. Ingevolge deze overeenkomst is [X] derhalve degene aan wie de elektriciteit wordt geleverd. Vast staat, zoals hierna wordt overwogen, dat door het illegaal aftappen van elektriciteit geen correcte meting heeft kunnen plaatsvinden, waarmee de tekortkoming van [X] in de nakoming van voormelde verplichting is gegeven. Voor zover [X] met zijn stelling dat niet hij maar [Y] de elektriciteit heeft afgetapt een beroep heeft willen doen op overmacht, geldt het volgende. De tekortkoming is ingevolge artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek (BW) aan [X] slechts dan niet toe te rekenen, indien zij niet is toe te rekenen aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvatting voor zijn rekening komt. Dat niet hijzelf maar [Y] de schade heeft veroorzaakt, moet echter binnen zijn contractuele relatie met Continuon krachtens in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komen, zodat een be-roep op overmacht niet kan slagen.

6.3. Nu, zoals uit het voorgaande volgt, [X] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van (een van) zijn verbintenissen uit de overeenkomst met Continuon, is hij ingevolge artikel 6:74, eerste lid, BW verplicht de schade die Continuon daardoor lijdt te vergoeden. Dat [X], zoals hij stelt, in de strafrechtelijke procedure is vrijgesproken, doet aan het voorgaande niet af. In onderhavige procedure draait het immers om de civielrechte-lijke en niet om de strafrechtelijke aansprakelijkheid, hetgeen een andere beoordeling met zich brengt.

schade

6.4. Op basis van de in de garagebox aangetroffen koolstoffilters, kweekresten, algengroei en kalkaanslag in de afvoerbakken/kweekbakken is Continuon tot de conclusie gekomen dat er minimaal vier eerdere kweken voorafgaand aan de huidige kweek hebben plaatsgevonden. De koolstoffilters waren namelijk ernstig vervuild. De koolstoffilters waren schoon in de kwekerij opgehangen. Dit blijkt uit het feit dat waar de koolstoffilters geen vuil hebben kunnen aanzuigen er een spierwitte rand zichtbaar is. Het verbruik per kweek bedraagt 17.480 kWh. Het verbruik van de vier eerdere kweken bedraagt derhalve 4 x 17.480 kWh = 69.919 kWh. Het verbruik van de huidige kweek bedraagt 15.583 kWh. In totaal is er 69.919 kWh + 15.583 kWh = 85.502 kWh elektrici-teit verbruikt welke niet door de meter is geregistreerd. Hiermee is een bedrag van € 8.572,93 (exclusief BTW) gemoeid, aldus nog steeds Continuon.

6.5. [X] heeft tot zijn verweer aangevoerd dat niet is gebleken hoe lang in de garagebox een hennepplantage is geëxploiteerd. [X] betwist dat er voor een bedrag van € 8.572,93 (exclusief BTW) aan elektriciteit is verbruikt en dat er minimaal vier eerdere kweken zouden zijn geweest.

6.6. De rechtbank stelt voorop dat de hoogte van de schade voor zover deze betrekking heeft op buiten de meter om verbruikte elektriciteit niet nauwkeurig is vast te stellen, zodat zij moet worden geschat. Continuon stelt op basis van artikel 13, tweede lid, van de algemene voorwaarden in een geval als het onderhavige bevoegd te zijn de omvang van de getransporteerde hoeveelheid in het desbetreffende tijdvak te schatten. [X] heeft daar-tegen aangevoerd dat geen sprake is van een onjuiste meting van het verbruik, maar van het aftappen van elek-triciteit. De rechtbank is van oordeel dat wel degelijk sprake is van een onjuiste meting. Immers, door het ille-gaal aftappen van elektriciteit is meer geleverd dan door de elektriciteitsmeter is geregistreerd. Continuon is dan ook op grond van artikel 13, tweede lid, van de algemene voorwaarden bevoegd dit meerdere te schatten. De door Continuon gemaakte schatting van het vermoedelijke energieverbruik is, zoals blijkt uit hetgeen hiervoor onder 6.4. is weergegeven, voldoende specifiek onderbouwd. Daar tegenover kon [X] niet volstaan met een betwisting in algemene termen. De rechtbank gaat daar derhalve aan voorbij en neemt de berekening van Conti-nuon van de schadehoogte over.

6.7. Gelet op het vorenoverwogene zal de vordering van Continuon tot betaling van de hoofdsom van € 8.572,93 (exclusief BTW), zijnde € 10.201,79 (inclusief BTW), vermeerderd met de – onbetwiste – wettelijke rente hierover vanaf 2 oktober 2004, worden toegewezen.

6.8. Continuon vordert daarnaast van [X] de betaling van een bedrag van

€ 1.541,40 (exclusief BTW), zijnde € 1.834,26 (inclusief BTW), aan kosten als gevolg van de fraude. Deze – onbetwiste – vordering zal eveneens worden toegewezen, vermeerderd met de – onbetwiste – wettelijke rente hierover vanaf 2 oktober 2004.

6.9. De vordering van Continuon tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewe-zen. De rechtbank hanteert het uitgangspunt dat dergelijke kosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanma-ning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Continuon heeft weliswaar gesteld dat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten, maar uit het als productie 5 bij dagvaarding overgelegde activiteitenoverzicht dient het tegendeel te worden afgeleid.

6.10. Ten slotte vordert Continuon vergoeding van administratiekosten en nakosten. De vordering ter zake van de administratiekosten is niet toewijsbaar omdat de vergoeding voor deze kosten begrepen is in het bedrag dat wegens buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen. De gevorderde veroordeling in nakosten moet op grond van artikel 237, vierde lid, Rv worden afgewezen.

6.11. [X] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

6.12. De kosten aan de zijde van Continuon worden begroot op:

- dagvaarding EUR 70,85

- vast recht 303,00

- salaris procureur 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.277,85

6.13. Voor het geval dat de vordering van [X] jegens [Y] in de vrijwaringszaak wordt toegewezen, worden de kosten aan de zijde van [X] in de hoofdzaak thans reeds begroot. Deze kosten zijn:

- betaald vast recht 75,75

- in debet gesteld vast recht 227,25

- salaris procureur 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.207,00

in de vrijwaringszaak

6.14. [X] heeft ter onderbouwing van zijn vordering aangevoerd dat, ondanks dat de huurovereenkomst op zijn naam is gesteld, de garagebox feitelijk door [Y] is gehuurd en gebruikt. [Y] heeft in de garagebox zonder medeweten van [X] een hennepplantage gehad en [Y] heeft daartoe, eveneens zonder medeweten van [X], ille-gaal elektriciteit afgetapt, aldus nog steeds [X]. Ter comparitie heeft [X] onder meer verklaard dat hij nooit een sleutel van de garagebox heeft gehad en dat hij maar één keer in de garagebox is geweest om het huurcontract te ondertekenen.

6.15. [Y] heeft betwist dat hij de garagebox feitelijk heeft gehuurd en gebruikt, dat hij een hennepplantage heeft gehad en dat hij illegaal elektriciteit heeft afgetapt. Ter comparitie heeft [Y] onder meer verklaard dat hij gedurende twee jaar een growshop heeft gehad, dat [X] daar veelvuldig kwam en dat die op enig moment het plan heeft opgevat een kwekerij te beginnen. [Y] is vervolgens als adviseur met [X] meegegaan naar de garage-box om te kijken of deze geschikt was voor een kwekerij en welke spullen [X] nodig zou hebben. Vervolgens heeft [Y] de benodigde spullen en een installatietekening aan [X] geleverd en heeft [X] de spullen geïnstalleerd, aldus [Y].

6.16. Gelet op deze gemotiveerde betwisting van [Y] dient [X] ingevolge artikel 150 Rv te bewijzen dat [Y] de garagebox in de periode van juni 2003 tot september 2004 als enige feitelijk heeft gebruikt. [X] beroept zich immers op de rechtsgevolgen van dit exclusieve feitelijk gebruik van de garagebox door [Y] terwijl [Y] dit ge-motiveerd heeft betwist.

6.17. Uit het voorgaande volgt dat [X] zal worden opgedragen te bewijzen dat [Y] de garagebox van juni 2003 tot september 2004 als enige feitelijk heeft gebruikt.

6.18. Als [X] slaagt in het hem opgedragen bewijs, zal de vordering worden toegewezen op grond van de ongerechtvaardigde verrijking van [Y] ten koste van [X]. Alsdan staat immers in rechte vast dat [Y] in de perio-de van juni 2003 tot september 2004 als enige de feitelijk gebruiker was van de garagebox en daarmee staat - naar het oordeel van de rechtbank - eveneens in rechte vast dat hij degene is geweest die aldaar een hennepplan-tage heeft gehad en illegaal elektriciteit heeft afgetapt. Alsdan is sprake van verrijking van [Y] ten koste van [X] aangezien [X] (in de hoofdzaak) is veroordeeld tot betaling aan Continuon van de waarde van de illegaal afge-tapte elektriciteit en alle kosten die daarmee zijn gemoeid, terwijl [Y] deze elektriciteit illegaal heeft afgetapt en gebruikt. Voorts is gesteld noch gebleken dat een redelijke grond aanwezig is op basis waarvan de kosten die met het illegaal aftappen van de elektriciteit zijn gemoeid ten laste van [X] dienen te blijven, zodat de verrijking van [Y] ten koste van [X] voor wat betreft deze kosten ook ongerechtvaardigd is.

6.19. Als [X] niet slaagt in het hem opgedragen bewijs, zal zijn vordering worden afgewezen.

6.20. In afwachting van de bewijslevering zal de rechtbank iedere verdere beslissing aanhouden.

6.21. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.

6.22. Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een ge-tuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.

7. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

7.1. veroordeelt [X] om aan Continuon te betalen een bedrag van EUR 12.036,05 (twaalfduizendzesendertig euro en vijf eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 2 oktober 2004 tot de dag van volledige betaling,

7.2. veroordeelt [X] in de proceskosten, aan de zijde van Continuon tot op heden begroot op EUR 1.277,85, te voldoen binnen veertien dagen na heden en – indien voldoening binnen deze termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 14 dagen na heden tot de dag van volledige betaling,

7.3. verklaart dit vonnis in deze zaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in de zaak in vrijwaring

7.5. draagt [X] op te bewijzen dat [Y] de garagebox van juni 2003 tot september 2004 als enige feitelijk heeft gebruikt,

7.6. bepaalt dat [X], indien hij getuigen wil laten horen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank ter attentie van de zittingsadministratie van de sector civiel - de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden januari tot en met maart 2008 moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

7.7. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van een nog aan te wijzen rechter van deze rechtbank in het gerechtsgebouw te Haarlem aan het Florapark 1,

7.8. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare be-wijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

7.9. bepaalt dat [X], indien hij het bewijs niet door getuigen wil leveren maar uitsluitend door overlegging van bewijsstukken en / of door een ander bewijsmiddel, hij dit binnen twee weken na de datum van deze uit-spraak schriftelijk aan de rechtbank ter attentie van de zittingsadministratie van de sector civiel - en aan de wederpartij moet opgeven,

7.10. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. van der Heijden en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2008.?