Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC4926

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
22-01-2008
Datum publicatie
22-02-2008
Zaaknummer
141072
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WSNP. Schuld aan Microsoft die is ontstaan door inbreukmakende verkoop van echtheidscertificaten staat aan toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in de weg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2008, 95
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

Afdeling insolventies

zaaknummer: 141072

nummer verklaring: HLM0220700729

vonnis van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 22 januari 2008

[verzoeker]

wonende te [adres + woonplaats]

verzoeker

heeft op 22 november 2007 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Ter terechtzitting van 13 december 2007 is verzoeker gehoord. Het proces verbaal van dit verhoor dient als hier ingevoegd te worden beschouwd.

Gelet op artikel 288 lid 1 onder b van de Faillissementswet (Fw) wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het volgende gebleken.

Verzoeker heeft een eenmanszaak gehad genaamd [xxx]. Blijkens een uittreksel uit het handelsregister is de onderneming opgeheven met ingang van 6 november 2007. De onderneming hield zich onder meer bezig met Im- en export, alsmede inkoop en verkoop van software.

Blijkens de verklaring ex artikel 285 Fw heeft verzoeker een totale schuldenlast van € 159.448,-. Hiervan maakt onderdeel uit een schuld aan Microsoft Corporation (Microsoft) ad € 100.000,-. Verzoeker heeft – desgevraagd - met betrekking tot deze vordering een vonnis van de Rechtbank Haarlem d.d. 5 april 2006 overgelegd. Uit dit vonnis blijkt dat verzoeker zich heeft beziggehouden met de verkoop van zogenaamde echtheidscertificaten van software programma’s los van het (exemplaar van het) computerprogramma waarvan zij de echtheid beogen te garanderen. In dit kader is verzoeker onder meer veroordeeld om op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per overtreding of dag, met een maximum van

€ 100.000,--:

“…binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis aan de raadsman van Microsoft schriftelijk en gedetailleerd opgave te doen van namen en adressen van de personen en/of bedrijven van wie zij deze inbreukmakende Echtheidscertificaten heeft betrokken alsmede aan wie deze inbreukmakende Echtheidscertificaten zijn doorverkocht, een en ander onder overlegging van kopieën van alle documenten die betrekking hebben op aan- en verkoop of distributie van Microsoft Echtheidscertificaten alsmede kopieën van alle documenten die betrekking hebben op de aan- en verkoop of distributie van alle andere Microsoft software.”

Verzoeker heeft ter zitting verklaard niet aan voornoemde veroordeling te hebben voldaan omdat hij in het buitenland verbleef ten tijde van de uitspraak, mede als gevolg van een “burn-out”. Voorts heeft hij verklaard dat hij weliswaar het vonnis per e-mail van zijn raadsman heeft ontvangen, maar dat hij er niet toe gekomen is om dit te lezen. Ten gevolge hiervan is een dwangsom van € 100.000,- verbeurd. Verzoeker heeft geen rechtsmiddel ingesteld tegen het vonnis.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de schuld aan Microsoft, die tweederde van de totale schuldenlast uitmaakt, niet te goeder trouw is ontstaan. Door niet te voldoen aan het vonnis, ten gevolge waarvan een dwangsom van € 100.000,- is verbeurd, heeft verzoeker blijk gegeven van onverantwoord ondernemerschap en zijn crediteuren ernstig benadeeld. De omstandigheid dat verzoeker in het buitenland verbleef ten tijde van de uitspraak, mede als gevolg van een “burn-out”, maakt een en ander niet verschoonbaar omdat verzoeker, indien hij zelf niet in staat was actie te ondernemen, voor een zaakwaarnemer had behoren te zorgen. Dat hij dit niet (adequaat) heeft gedaan dient voor zijn rekening en risico te komen.

Ook overige omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot toepassing van artikel 288 lid 3 Fw zijn niet aangevoerd of gebleken.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Gewezen door mr. M.A.C. Hofman, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.