Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC3946

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-02-2008
Datum publicatie
08-02-2008
Zaaknummer
15/740162-07
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2009:BX5702, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van moord; poging tot afpersing door twee of meer verenigde personen. Artikelen 289, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Verdachte is door mensen uit het criminele circuit benaderd om het slachtoffer aan te pakken omdat deze een partij wiet had gestolen. Het slachtoffer is te verstaan gegeven dat er maatregelen genomen zouden worden als hij de tegenwaarde in geld niet zou voldoen. Hierbij werd een vuurwapen getoond. Enkele tijd later hebben verdachte en medeverdachte het slachtoffer, terwijl deze in een cafe aanwezig was, vanaf korte afstand doodgeschoten.

De rechtbank stelt vast dat het hier gaat om een kille afrekening. Verdachte heeft zijn daad enkel en alleen in opdracht en uit winstbejag gepleegd. Slachtoffer is in koelen bloede geliquideerd, midden in een café met niets vermoedende gasten. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: [nummer]

Uitspraakdatum: 7 februari 2008

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 14 januari en 24 januari 2008 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord, Zuyder Bos te Heerhugowaard.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 december 2006 te Beverwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, meermalen met een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer] geschoten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

2.

PRIMAIR:

hij op en of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 12 oktober 2006 tot en met 16 oktober 2006 te Velsen-Noord, gemeente Velsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag en/of goederen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat opzet die [slachtoffer] een vuurwapen, zittend in de broeksband van verdachtes broek, heeft/hebben getoond en/of daarbij die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Er moet voor de gestolen wiet een regeling getroffen worden of ik wil mijn geld" en/of "Er moet iets geregeld worden, ik wil daar wel 30 jaar voor zitten", althans woorden ven gelijke dreigende aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 12 oktober 2006 tot en met 16 oktober 2006 te Velsen-Noord, gemeente Velsen,, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend een vuurwapen zittend in de broeksband van zijn, verdachtes broek getoond en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "Er moet voor de gestolen wiet een regeling getroffen worden of ik wil mijn geld" en/of "Er moet iets geregeld worden, ik wil daar wel 30 jaar voor zitten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

hij op 14 december 2006 te Beverwijk tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en zijn mededader met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen met een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer] geschoten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

2.

PRIMAIR:

hij of een van zijn mededaders op 12 oktober 2006 te Velsen-Noord, gemeente Velsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag of goederen toebehorende aan [slachtoffer], met dat opzet die [slachtoffer] een vuurwapen, zittend in de broeksband van de broek, heeft getoond en daarbij die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Er moet voor de gestolen wiet een regeling getroffen worden of ik wil mijn geld" en "Er moet iets geregeld worden, ik wil daar wel 30 jaar voor zitten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

(...)

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

- ten aanzien van feit 1: medeplegen van moord;

- ten aanzien van feit 2 primair: poging tot afpersing door twee of meer verenigde personen.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sanctie(s) en van overige beslissingen

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van feit 1 (moord) en feit 2 primair;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zestien (16) jaren met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] met betrekking tot feit 1 alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte is door mensen uit het criminele circuit benaderd om het slachtoffer, [slachtoffer], aan te pakken omdat deze een partij wiet had gestolen. In oktober 2006 is verdachte samen met anderen naar het huis van [slachtoffer] gegaan en zij hebben hem gezegd dat hij de wiet of de tegenwaarde in geld terug moest geven. Daarbij is [slachtoffer] te verstaan gegeven dat er maatregelen genomen zouden worden als hij hieraan niet zou voldoen, welke bedreiging kracht werd bijgezet door het tonen van een vuurwapen. Uit de aangifte van [slachtoffer] en uit verklaringen van anderen blijkt dat [slachtoffer] bang was dat de daders hun dreigementen inderdaad zouden uitvoeren en hem zouden doodschieten.

In november 2006 heeft verdachte aan medeverdachte [medeverdachte] gevraagd om hem een seintje te geven als hij [slachtoffer] ergens zou zien. Op de avond van 13 december 2006 was [slachtoffer] in café Scheiwijck in Beverwijk, waar ook [medeverdachte] aanwezig was. Terwijl [slachtoffer] aan een tafel zat te kaarten, heeft [medeverdachte] verdachte gebeld om te melden dat de persoon die hij zocht in het café zat. Verdachte is samen met medeverdachte [medeverdachte] vanuit Alkmaar naar Beverwijk gereden en zij zijn vervolgens beiden met schietklare wapens het café binnen gegaan. Nadat [slachtoffer] te verstaan was gegeven dat hij zijn handen omhoog moest doen, hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte] vrijwel meteen vanaf korte afstand op [slachtoffer] geschoten. Terwijl het slachtoffer, nadat hij al getroffen was, nog probeerde weg te strompelen, hebben verdachte en zijn medeverdachte nog enkele malen op hem geschoten. [slachtoffer] is door meerdere kogels getroffen en is ten gevolge daarvan ter plekke overleden.

De rechtbank stelt vast dat het hier gaat om een kille afrekening. Verdachte stond in geen enkele relatie tot het slachtoffer en hij heeft zijn daad enkel en alleen in opdracht en uit winstbejag gepleegd. [slachtoffer] is in koelen bloede geliquideerd, midden in een café met niets vermoedende gasten. Verdachte en zijn medeverdachte hebben niet alleen het slachtoffer van het leven beroofd, maar zij hebben daarbij geen enkele rekening gehouden met de veiligheid van de toevallig aanwezige cafégasten.

De rechtbank is van oordeel dat de rechtsorde door het voorgaande zeer ernstig is geschokt. Voor verdachte, die overigens al eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten, is een langdurige vrijheidsstraf de enig passende sanctie. Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

6.3 Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 7.880,55 ingediend wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit de kosten van de begrafenis en het gedenkteken.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1 bewezen verklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

6.4 Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezen verklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 7.880,55.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

36f, 47, 57, 289, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.1 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien (16) jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij] geleden schade tot een bedrag van € 7.880,55 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde partij ], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 7.880,55, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 157 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de

verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Burg, voorzitter,

mrs. Monster en Steenmetser-Bakker, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mrs. Boes en Blijleven,

en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 februari 2008.