Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC3888

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-01-2008
Datum publicatie
08-02-2008
Zaaknummer
140069 / KG ZA 07-579
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

ALGEMEEN BELANG BIJ VORDERING IN KORT GEDING, VERSCHONINGSRECHT POLITIE, "GEHEIM" DEEL VAN DE ZITTING

Vordering van moeder tot het weer toelaten van haar kind op de school van gedaagde, nadat deze leerling in verband met een aan zijn aanwezigheid - naar de school heeft vernomen - verbonden veiligheidsrisico (gelegen in de ex-man van de moeder) van de school is verwijderd. Hoewel de school dat veiligheidsrisico niet op objectieve wijze kan onderbouwen, wordt de vordering van de moeder in het algemeen belang niet aanstonds toegewezen. Weigering op basis van ambtsgeheim door de politie om omtrent dat veiligheidsrisico schriftelijk te verklaren en te getuigen. Informeel en buiten aanwezigheid van partijen horen door de voorzieningenrechter van de politie.Twee mondeling gewezen uitspraken in kort geding: zie ook LJN: BC3886.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 140069 / KG ZA 07-579

Proces-verbaal van (voortzetting van) de zitting, gehouden op 29 januari 2008, houdende getuigenverhoor en tevens mondeling vonnis,

in de zaak van

[de moeder],

wonende te [p], gemeente [q],

eiseres,

procureur mr. A. Oass,

advocaat mr. T. Catak te Amersfoort,

tegen

de stichting

[STICHTING],

gevestigd te [p], gemeente [q],

gedaagde,

procureur mr. J.V.C. Constandse,

advocaat mr. J.V. Dubelaar te 's Gravenhage.

Partijen zullen hierna [de moeder] en de Stichting genoemd worden.

De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.

Tegenwoordig zijn mr. A.J. van der Meer, voorzieningenrechter, en mr. J.J. Blaisse, griffier.

Na uitroeping van de zaak verschijnen

- [de moeder], bijgestaan door mr. Catak voornoemd;

- de Stichting, vertegenwoordigd door haar algemeen directeur [X], bijgestaan door mr. Dubelaar voornoemd;

- [Y], gezinsvoogdes van [de leerling];

- [A], directrice van de [school];

- [B], intern begeleider op de [school];

- [Z], lerares op de [school].

Mr. Dubelaar verklaart dat drie getuigen zijn opgeroepen, die allen zijn verschenen.

De voorzieningenrechter gaat over tot het getuigenverhoor.

De getuige [C], van beroep brigadier wachtcommandant (tevens belast met jeugdzorg) bij [de politie], wonende te [s], deelt mee dat hij tot partijen niet in familie- of dienstbetrekking staat, legt de belofte af en verklaart als volgt:

De politie heeft de [school] geen opdracht gegeven om [de leerling] van die school te verwijderen. Daartoe hebben wij ook niet de bevoegdheid. Met betrekking tot uw vraag of de terugkeer van [de leerling] op voornoemde school volgens de politie een reëel gevaar oplevert voor de veiligheid van [de leerling], de overige leerlingen en de docenten van de school, beroep ik mij op grond van mijn ambtsgeheim op mijn verschoningsrecht. Ook mijn collega’s die na mij als getuigen moeten worden gehoord, zullen zich voor wat betreft deze vraag op hun verschoningsrecht beroepen. Dit is intern zo bij bij [de politie] besproken en afgesproken.

Ik hoor u zeggen dat u mijn verschoningsrecht hebt te respecteren, maar dat u het antwoord op deze vraag van de politie nodig heeft om een reële inschatting te kunnen maken omtrent de vraag of bedoeld door de school op basis van – naar de school heeft gesteld – de politie verkregen informatie gesteld gevaar inderdaad bestaat, om zondoende in deze zaak een gerechtvaardigd oordeel te kunnen geven, dat bij de onderhavige zaak niet alleen de civielrechtelijke belangen van de beide partijen spelen maar ook het algemeen belang van de veiligheid op een school in het geding is, en dat [de politie] toch bij uitstek de aangewezen instantie is om iets te kunnen zeggen over de mogelijk aan de vordering van [de moeder] voor de leerlingen en docenten van de [school] verbonden veiligheidsrisico’s. Hierop verklaar ik dat de politie u buiten aanwezigheid van partijen wel informeel een gemotiveerd antwoord wil geven op uw onderhavige vraag.

De voorzieningenrechter staakt hierop het verhoor van de getuige [C] en stelt partijen in de gelegenheid zich over de ontstane situatie uit te laten.

Mr. Dubelaar laat weten dat de Stichting kan instemmen met een informeel en buiten aanwezigheid door de voorzieningenrechter horen van de verschenen getuigen.

Mr. Catak stelt zich op het standpunt dat uit de eerder door [de moeder] overgelegde stukken blijkt dat een terugkeer van [de leerling] op voornoemde school geen reëel gevaar voor de veiligheid van [de leerling], de overige leerlingen en de docenten van de [school] oplevert. Hij maakt namens [de moeder] bezwaar tegen het buiten aanwezigheid van partijen horen door de rechter van de als getuigen opgeroepen politiemedewerkers, omdat hij dan niet in de gelegenheid is om dit verhoor te controleren en zo nodig aanvullende vragen aan de getuigen te kunnen stellen.

Hierop laat de rechter weten dat hij de onderhavige gang van zaken bepaald ook niet gelukkig vindt - het begint te lijken op een geheim proces - , maar dat hij nu eenmaal informatie van de politie nodig heeft om een gemotiveerd oordeel in deze zaak te kunnen geven. De voorzieningenrechter houdt [de moeder] vervolgens voor dat als zij bij haar genoemd bezwaar blijft, hij de getuigen niet zal kunnen horen, maar dat dat wel tot consequentie kan hebben dat de vordering van [de moeder] zal worden afgewezen, omdat zij de rechter niet in de gelegenheid stelt om de door hem benodige informatie te verkrijgen. De voorzieningenrechter schorst de zitting teneinde [de moeder] in de gelegenheid te stellen zich omtrent het door haar wat dit betreft in te nemen standpunt te beraden.

Na hervatting van de zitting geeft mr. Catak te kennen dat [de moeder] onder protest instemt met een informeel en buiten aanwezigheid van partijen door de voorzieningenrechter horen van de verschenen getuigen.

Hierop gaat de voorzieningenrechter over tot dit informeel horen, waarbij naast de voorzieningenrechter aanwezig zijn [C], voornoemd, [D], werkzaam bij [de politie], afdeling jeugdzorg, en [E], van beroep wijkagent, eveneens werkzaam bij [de politie].

De voorzieningenrechter wijst vervolgens het volgende vonnis.

1. De beoordeling

1.1. Op grond van al hetgeen de voorzieningenrechter tijdens dit geding met betrekking daartoe heeft vernomen, komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat er een reëel gevaar bestaat voor de veiligheid van [de leerling], de leerlingen en de docenten van de [school] als [de leerling] weer naar die school terugkeert. De door [de moeder] gevraagde voorziening - samengevat inhoudende dat de Stichting op straffe van verbeurte van een dwangsom zal worden veroordeeld [de leerling] weer toegang tot de [school] te verlenen - zal daarom worden geweigerd.

1.2. Nu de Stichting, daarnaar door de voorzieningenrechter gevraagd, heeft afgezien van haar eerder impliciet gedaan verzoek om [de moeder] in de proceskosten te veroordelen, zal de voorzieningenrechter de proceskosten compenseren, in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten heeft te dragen.

2. De beslissing

2.1. weigert de gevraagde voorziening,

2.2. compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten heeft te dragen.

Waarvan proces-verbaal,