Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC3886

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-01-2008
Datum publicatie
08-02-2008
Zaaknummer
140069 / KG ZA 07-579
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

ALGEMEEN BELANG BIJ VORDERING IN KORT GEDING, VERSCHONINGSRECHT POLITIE, "GEHEIM" DEEL VAN DE ZITTING

Vordering van moeder tot het weer toelaten van haar kind op de school van gedaagde, nadat deze leerling in verband met een aan zijn aanwezigheid - naar de school heeft vernomen - verbonden veiligheidsrisico (gelegen in de ex-man van de moeder) van de school is verwijderd. Hoewel de school dat veiligheidsrisico niet op objectieve wijze kan onderbouwen, wordt de vordering van de moeder in het algemeen belang niet aanstonds toegewezen. Weigering op basis van ambtsgeheim door de politie om omtrent dat veiligheidsrisico schriftelijk te verklaren en te getuigen. Informeel en buiten aanwezigheid van partijen horen door de voorzieningenrechter van de politie.Twee mondeling gewezen uitspraken in kort geding: zie ook LJN: BC3888.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 140069 / KG ZA 07-579

Proces-verbaal van (voortzetting van) de zitting, gehouden op 7 januari 2008, houdende mondeling vonnis

in de zaak van

[de moeder],

wonende te [p], gemeente [q],

eiseres,

procureur mr. A. Oass,

advocaat mr. A. Kotan te Den Haag,

tegen

de stichting

[STICHTING],

gevestigd te [p], gemeente [q],

gedaagde,

procureur mr. J.V.C. Constandse,

advocaat mr. J.V. Dubelaar te Den Haag.

Partijen zullen hierna [de moeder]en de Stichting genoemd worden.

De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.

Tegenwoordig zijn mr. A.J. van der Meer, voorzieningenrechter, en mr. J.J. Blaisse, griffier.

Na uitroeping van de zaak verschijnen

- [de moeder], bijgestaan door mr. Kotan voornoemd;

- de Stichting, vertegenwoordigd door haar algemeen directeur [X], bijgestaan door mr. Dubelaar voornoemd;

- [Y], gezinsvoogdes van [de leerling];

- [Z], lerares op de [school].

Partijen blijven bij de eerder door hen ingenomen standpunten. De rechter wijst het volgende vonnis.

1. De beoordeling

1.1. Ter zitting heeft [de moeder] herhaald dat er volgens haar geen reëel gevaar bestaat voor [de leerling] en de leerlingen en docenten van de [school] als [de leerling] weer naar school komt. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst zij naar de (aan het proces-verbaal gehechte) beëdigde verklaringen van [de vader] (de vader van [de leerling]), gericht aan de officiële instanties van Nederland, waarin hij heeft verklaard dat hij naar Turkije is vertrokken en nimmer Nederlands grondgebied zal betreden. [de vader] heeft in deze verklaringen tevens verzocht te bewerkstelligen dat [de leerling] op de [school] blijft.

1.2. [de moeder] heeft ter zitting gesteld dat de huidige situatie, waarbij [de leerling] niet naar school gaat, te betreuren is, maar dat deze situatie nog altijd minder schadelijk voor [de leerling] is dan wanneer hij naar een andere school zou gaan, aangezien hij dan weer aan een nieuwe situatie zou moeten wennen en hij door de ruzies tussen en de scheiding van zijn ouders in de afgelopen periode al veel heeft moeten verduren.

1.3. [de moeder] ontkent dat zij gezegd zou hebben dat [de vader] heeft geroepen dat hij “iedereen die hem wilde beletten om zijn kind mee te nemen overhoop zou schieten”, hetgeen zo is opgenomen in de pleitnotities van mr. Dubelaar. [Z] heeft ter zitting gesteld dat zij niet meer zeker weet of [de moeder] dit met zoveel woorden heeft gezegd, maar dat zij, na met [de moeder] gesproken te hebben, in ieder geval de indruk had dat deze zeer angstig was. Toen [Z] vervolgens navraag deed bij de politie kreeg zij van hen te horen dat verblijf van [de leerling] op de [school], hetgeen bij [de vader] bekend is, gevaar oplevert voor [de leerling], de leerlingen en de docenten. Desverzocht heeft de politie dit echter niet schriftelijk willen verklaren.

1.4. De Stichting zal aannemelijk moeten maken dat het door haar gestelde gevaar voor [de leerling], de leerlingen en docenten van de [school] bestaat als [de leerling] naar school terug zou keren. Tot op heden heeft de Stichting dit met de door haar overgelegde verklaringen onvoldoende aannemelijk gemaakt. Indien het inderdaad zo is dat terugkeer van [de leerling] naar de [school] het gestelde gevaar oplevert is er ook een algemeen belang dat [de leerling] niet naar de school terugkeert. Om die reden zal de voorzieningenrechter de behandeling van het kort geding aanhouden en de Stichting in de gelegenheid stellen om door middel van het doen horen van de betrokken politieagenten als getuigen aannemelijk te maken dat genoemd reëel gevaar bestaat. Slaagt de Stichting hierin niet, dan zal de vordering van [de moeder] worden toegewezen. Als de Stichting wel aannemelijk kan maken dat genoemd reëel gevaar bestaat, zal de gevraagde voorziening worden geweigerd.

2. De beslissing

De voorzieningenrechter

2.1. laat de Stichting toe te bewijzen dat er een reëel gevaar bestaat voor [de leerling] en de leerlingen en docenten van de [school] als [de leerling] weer naar de school terug zou keren,

2.2. bepaalt dat de Stichting het bewijs door middel van getuigen kan leveren en het getuigenverhoor zal plaatsvin¬den op de terechtzitting van mr. A.J. van der Meer in het gerechtsgebouw te Haarlem aan Florapark 1 op dinsdag 29 januari 2008 om 9.30 uur,

2.3. verzoekt mr. Dubelaar de rechtbank en de wederpartij tijdig te melden wie als getuigen zullen verschijnen,

2.3 houdt iedere verdere beslissing aan.

Waarvan proces-verbaal,