Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC3438

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-01-2008
Datum publicatie
05-02-2008
Zaaknummer
365391 AO VERZ 07-1061
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst. KLM besluit opleidingstraject van verweerder tot vlieger stop te zetten wegens twijfels aan geschiktheid van verweerder. Omdat hervatting van de opleiding niet in de rede ligt, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Geen verwijtbaarheid van KLM nu de beoordeling van de prestaties van verweerder op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

Door het in dienst nemen van een vlieger in opleiding voor onbepaalde tijd, neemt KLM het risico dat die vlieger de opleiding niet met succes kan afronden terwijl het dienstverband voortduurt. De gevolgen van de ontbinding voor verweerder komen daarom ook enigszins voor risico van KLM. Toekenning van een vergoeding van € 8.500,00 bruto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0096
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.365391 AO VERZ 07-1061

datum uitspraak 28 januari 2008

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

KONINKLIJKE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ N.V.

te Amstelveen

verzoekster

hierna: KLM

gemachtigde: mr. M. van Riel

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. C.A. Winnubst

De procedure

Op 21 november 2007 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van KLM, strekkende tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 21 januari 2008. Op deze zitting hebben partijen hun standpunt nader toegelicht. De gemachtigden van beide partijen hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is verhandeld.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

[verweerder] (21 jaar) is op 12 april 2007 als vlieger in dienst van KLM getreden met de bedoeling [verweerder] te werk te stellen bij KLM Cityhopper. Zijn bruto maandsalaris bedraagt € 2.639,22 exclusief emolumenten.

[verweerder] is op 16 april 2007 van start gegaan met de opleiding ter verkrijging van de typekwalificatie voor de functie van First Officer op de Fokker 70.

De genoemde opleiding bestaat uit drie onderdelen:

1. theoretisch deel, afgesloten met een theorie-examen;

2. simulator-trainingen, afgesloten met de typerating-bevoegdheid (‘brevet’)

3. routetraining van 6 weken, afgesloten met een ‘Line Check’.

Het trainingsverslag van 18 juli 2007, opgemaakt door K.C. Hofland, bevat de volgende (slot)opmerkingen:

General: Following aircraft training detail, in consult with division management and training manager decided to stop training and request for an “beoordelingscommissie”

De conclusie en het advies van de beoordelingscommissie aan KLM van 10 september 2007 luidt, voor zover van belang:

Conclusie

De commissie concludeert dat:

- betrokkene niet in staat wordt geacht zijn opleiding tot First Officer F70/F100 succesvol af te ronden gezien het gebrek aan consistentie in zijn prestaties

- gezien de diversiteit van de gebieden waarin zich tijdens de training problemen hebben voorgedaan, zij geen mogelijkheden ziet betrokkene binnen redelijke termijn op te leiden tot de gewenste standaard.

Advies

De commissie adviseert unaniem:

Betrokkene niet verder in opleiding te nemen voor de functie First Officer F70/F100.

Het verzoek

KLM verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege een verandering in de omstandigheden. Ter toelichting stelt KLM het volgende.

Op basis van het advies van de beoordelingscommissie heeft KLM besloten dat [verweerder] niet verder in opleiding zou worden genomen. Deze wijziging van omstandigheden dient ertoe te leiden dat de arbeidsovereenkomst met [verweerder] ook op korte termijn dient te eindigen. KLM stelt zich op het standpunt dat zij zich als een goed werkgever ten opzichte van [verweerder] heeft gedragen, zodat haar geen verwijt treft van de thans ontstane situatie.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van € 51.306,40.

[verweerder] stelt ter toelichting dat de ontstane situatie volledig aan KLM valt te verwijten. KLM had onderzoek moeten doen naar de inconsistentie in de prestaties van [verweerder].

[verweerder] heeft al bewezen dat hij over de capaciteiten beschikt om in een Airbus of Boeing te vliegen. KLM had moeten onderzoeken of [verweerder] in een ander type vliegtuig wel goed zou presteren. [verweerder] is bovendien geslaagd voor het theorie-examen en heeft de typerating voor de Fokker 70 gehaald.

De beoordeling van het verzoek

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

In de eerste plaats staat ter beoordeling of er gewichtige redenen zijn die tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst moeten leiden. In dit verband stelt KLM zich op het standpunt dat zij, mede gezien de verantwoordelijkheid die zij draagt voor de vliegveiligheid, bij gegronde twijfel over het prestatieniveau van [verweerder] niet anders kan oordelen dan dat hij niet langer een vliegfunctie kan vervullen. Deze beoordeling leent zich niet, dan wel in zeer beperkte mate voor toetsing door de rechter.

De kantonrechter is het met KLM eens dat zij niet kan treden in de beoordeling van de capaciteiten van [verweerder] als vlieger op de Fokker 70. Het is immers, mede gelet op de wettelijke eisen van vliegveiligheid en daarmee samenhangende vakbekwaamheid, aan KLM voorbehouden om uit te maken of [verweerder] het werk in de cockpit aankan. Nu vaststaat dat KLM -na een intensieve opleidingsperiode, met extra trainingen en na een inhoudelijk gemotiveerd advies van de beoordelingscommissie- ernstig twijfelt aan de geschiktheid van [verweerder] voor zijn functie en daarom heeft besloten de opleiding te stoppen, ligt een hernieuwd trainingstraject –zoals door [verweerder] in het kader van de door hem verlangde voorzetting van het dienstverband voorgesteld- niet in de rede.

Uit het voorgaande volgt dat er sprake is van een zodanige verandering van omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst op korte termijn dient te eindigen. De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden tegen 15 februari 2008.

Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of aan [verweerder] in verband met deze ontbinding naar billijkheid een vergoeding toekomt. Voor de toekenning van een vergoeding kan aanleiding bestaan als de ontbinding door toedoen van KLM noodzakelijk is geworden, of als KLM (in enige mate) het risico van deze situatie draagt.

[verweerder] voert aan dat KLM zich in het opleidingstraject niet als goed werkgever heeft gedragen en dat daarom een vergoeding aan [verweerder] op zijn plaats is.

Uit het verslag van de beoordelingscommissie, alsook uit de dagelijkse evaluatieformulieren van de simulatortrainingen concludeert de kantonrechter dat de beoordeling door KLM van de prestaties van [verweerder] grondig en op een voldoende zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen. Aan de begeleiding van het theoretische gedeelte van de opleiding kunnen minder hoge eisen worden gesteld dan aan het trainen van vaardigheden in de simulator en het volgen van de routetraining. Op basis van de evaluatieformulieren is aannemelijk geworden dat KLM zich juist in het praktijkgedeelte van de opleiding actief en coöperatief heeft opgesteld, gericht op het bereiken van het vereiste functieniveau bij [verweerder]. Zoals KLM zelf ook stelt, heeft zij daar ook belang bij. In zoverre heeft KLM zich dan als werkgever dan ook niet onzorgvuldig gedragen. Dat [verweerder] er niet in is geslaagd om consistente prestaties te leveren, is een omstandigheid die voor zijn eigen rekening komt.

De hierboven als zorgvuldig beoordeelde houding en gedragingen van KLM in de opleiding van [verweerder], betekenen dat in zoverre geen grond bestaat om aan [verweerder] een vergoeding toe te kennen.

Zoals hiervoor is overwogen, kan er daarnaast sprake van zijn dat KLM mede de verantwoordelijkheid draagt voor de huidige situatie waarin [verweerder] verkeert. De keuze van KLM om een vlieger in opleiding voor onbepaalde tijd in dienst te nemen draagt het risico dat een vlieger de opleiding niet met succes kan afronden terwijl het dienstverband voortduurt. In zoverre is de ontbinding het gevolg van de wijze waarop KLM het dienstverband met haar vliegers in opleiding inkleedt, en komen de gevolgen van de thans voor [verweerder] ontstane situatie ook enigszins voor risico van KLM.

Op grond van deze omstandigheid is er reden om aan [verweerder] een vergoeding naar billijkheid toe te kennen. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding houdt de kantonrechter er naast het genoemde risico-element rekening mee dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor [verweerder] betekent dat hij mogelijk in een lastigere positie heeft bij het vinden van een andere vliegmaatschappij die hem in opleiding zal willen nemen. Toepassing van de kantonrechtersformule biedt in de gegeven omstandigheden (het dienstverband heeft nog geen jaar geduurd) geen redelijke oplossing; een vergoeding van

€ 8.500,- bruto doet naar het oordeel van de kantonrechter wel recht aan de bestaande situatie, zodat dit bedrag aan [verweerder] zal worden toegekend.

KLM heeft geen vergoeding aangeboden, zodat de kantonrechter haar in de gelegenheid zal stellen het verzoek in te trekken.

Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

- stelt partijen ervan in kennis voornemens te zijn de arbeidsovereenkomst tegen 15 februari 2008 te ontbinden onder toekenning van een vergoeding als hierna is vermeld;

- bepaalt dat KLM tot 8 februari 2008 te 15.00 uur de gelegenheid heeft het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op die datum en dat tijdstip ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij;

voor het geval KLM het verzoek niet intrekt wordt reeds thans als volgt beslist:

- ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 15 februari 2008;

- kent aan [verweerder] ten laste van KLM een vergoeding toe van € 8.500,-- bruto, ineens te voldoen, als aanvulling op ingevolge sociale verzekeringswetten te ontvangen uitkeringen dan wel elders te verwerven lager inkomen uit arbeid, echter uitsluitend voor het geval de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog bestaat;

- veroordeelt voor zover nodig KLM tot betaling van die vergoeding;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

voor het geval KLM het verzoek wel intrekt:

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Dubois en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.