Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC2991

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
23-01-2008
Datum publicatie
29-01-2008
Zaaknummer
357522/CV EXPL 07-8096
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenkoop met betrekking tot een kast. Bij aflevering bleek de kast niet naar de 2e verdieping te kunnen worden gebracht.

De kantonrechter is van oordeel dat eiseres haar mededelingsplicht heeft geschonden. Kantonrechter begrijpt verweer van gedaagden als beroep op dwaling en vernietigt in reconventie de overeenkomst. Eiseres wordt veroordeeld tot terugbetaling van de aanbetaling en tot schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 357522/CV EXPL 07-8096

datum uitspraak: 23 januari 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap Rofra Meubelen Amsterdam B.V.

te Amsterdam

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

hierna te noemen Rofra

gemachtigde A.H. Groenewegen

tegen

[eiser 1]

en

[eiser 2]

beiden te [woonplaats]

gedaagde partijen in conventie

eisende partijen in reconventie

hierna gezamenlijk te noemen [eisers]

verschenen in persoon

In conventie en in reconventie

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk¬ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 24 augustus 2007, met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe¬zen en op 31 oktober 2007 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 11 december 2007 gehouden comparitie van partijen en de voorafgaande aan die comparitie door Rofra toegezonden conclusie van antwoord in reconventie met één productie.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. Op 6 juni 2006 hebben [eisers] bij Rofra een 3-deurs Kimberlykast gekocht voor de prijs van €1.150,00, op welk bedrag zij €150,00 hebben aanbetaald.

b. De van die verkoop door Rofra opgemaakte verkooporder vermeldt onder meer de volgende vermelding: “klant is op de hoogte van bezorging tot waar mogelijk”.

c. De onder a. genoemde kast is nog niet afgeleverd aan [eisers], die op hun beurt het restant van de koopsom ad €1.000,00 nog niet hebben voldaan.

In conventie

De vordering

Rofra vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eisers] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om aan Rofra tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen €1.201,23, te vermeerderen met de rente ad 10% per jaar over €1.000,00 vanaf 13 augustus 2007 tot de dag der algehele voldoening.

Rofra heeft het volgende aan haar vordering ten grond¬slag gelegd:

In of omstreeks juni 2006 heeft Rofra aan [eisers] een kast verkocht en geleverd voor de totaalsom van €1.150,00. [eisers] hebben een aanbetaling gedaan van €150,00.

Op de verkooporder staat bij “belangrijk!” standaard vermeld dat de goederen worden afgele-verd tot waar mogelijk. De verkoopster heeft [eisers] daar nog eens uitdrukkelijk op gewezen. De verkoopster heeft op de verkooporder vermeld: “klant is op de hoogte van bezorging tot waar mogelijk”. [eisers] hebben zich hiermee akkoord verklaard.

Op of omstreeks 13 december 2006 heeft Rofra getracht de kast uit te leveren. Ter plaatse bleek echter dat de kast niet op de normale wijze in de woning kon worden gebracht.

Rofra is nog steeds bereid de kast te leveren tot waar mogelijk.

Rofra heeft aan hoofdsom nog €1.000,00 te vorderen van [eisers].

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, hebben [eisers] Rofra genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. Rofra heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van €150,00. [eisers] dienen deze kosten ingevolge de algemene betalingsvoorwaarden dan wel ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub c BW aan Rofra te voldoen.

Voorts zijn [eisers] de wettelijke rente verschuldigd geworden. Deze bedraagt, berekend tot 13 augustus 2007, €51,23.

Het verweer

[eisers] hebben de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

In reconventie

De vordering

[eisers] vorderen dat de kantonrechter Rofra zal veroordelen tot terugbetaling van de aanbetaling en tot betaling van €400,00 aan [eisers] wegens de gemaakte kosten voor telefoontjes, e-mails en correspondentie met Rofra.

Het verweer

Rofra heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

In conventie en in reconventie

De over en weer ingestelde vorderingen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

Het verweer van [eisers] komt hierop neer dat zij van mening zijn dat Rofra te kort is geschoten in haar verplichtingen door [eisers] bij de aankoop van de kast niet juist voor te lichten over de te verwachten problemen bij de aflevering van de kast.

Bij haar conclusie van antwoord in reconventie heeft Rofra een schriftelijke verklaring overgelegd van de verkoopster die [eisers] destijds in de winkel te woord heeft gestaan. In die verklaring schrijft die verkoopster onder meer het volgende:

“Tijdens het verkoop gesprek is door mij duidelijk aangegeven dat wij leveren tot waar mogelijk, omdat de kast 260 cm breed is en een totaal gewicht heeft van ± 230/240 kg.

Normaal wijzen wij de klant daarop en daar ik al enigszins een vermoeden had dat het niet goed zou gaan, heb ik dit zelfs op de order geschreven en de klant heeft hier ook voor getekend.”

Door [eisers] wordt ontkend dat tijdens het verkoopgesprek het gewicht van de kast zou zijn medegedeeld. Dat die mededeling is gedaan kan dus niet als vaststaand worden aangenomen.

Dat neemt niet weg dat de kantonrechter van oordeel is dat op Rofra als verkoopster een verdergaande mededelingsplicht rustte. Uit de verklaring van de verkoopster blijkt immers dat zij al het vermoeden had dat het niet goed zou gaan. Gesteld noch gebleken is echter dat dit voor de verkoopster aanleiding is geweest deze kwestie verder met [eisers] te bespreken en voldoende duidelijkheid te scheppen over de (on)mogelijkheden van aflevering in de woning van [eisers] op de tweede verdieping. De verkoopster had het voor [eisers] duidelijk moeten maken dat deze kast niet door haar werknemers naar boven kon worden gesjouwd. Dat zij dit niet heeft gedaan is gelet op haar wens de kast te verkopen wel begrijpelijk, maar ontslaat haar niet van de genoemde mededelingsplicht. Als zij aan die mededelingsplicht had voldaan, hadden [eisers] immers van de koop kunnen afzien of maatregelen kunnen treffen om de kast door derden naar boven te laten takelen als dat al mogelijk zou zijn geweest.

Naar het oordeel kon de verkoopster en dus Rofra niet volstaan met de vermelding van de bovengenoemde zinsnede op de verkooporder.

Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat Rofra tekort is geschoten in haar mededelingsplicht bij het sluiten van de overeenkomst.

[eisers] hebben aangevoerd dat zij de overeenkomst niet zouden hebben gesloten als zij zouden hebben geweten dat de kast niet in hun woning op de tweede verdieping kon worden afgeleverd.

Ter comparitie hebben [eisers] voorts verklaard dat het door hen als aanbetaling betaalde bedrag van €150,00 aan hen moet worden terugbetaald.

Het verweer en de stellingen van [eisers] begrijpt de kantonrechter daarom aldus dat zij vorderen dat de kantonrechter de overeenkomst wegens dwaling zal vernietigen, omdat anders de aanbetaling niet kan worden terugbetaald, één en ander naast de door [eisers] gevorderde schadevergoeding van €400,00.

Het spreekt voor zich dat [eisers], als zij zouden hebben geweten dat de kast in verband met de omvang en het gewicht niet in hun woning op de tweede verdieping zou kunnen worden afgeleverd, de overeenkomst niet zouden hebben gesloten.

Op grond van het bepaalde bij artikel 6:228 lid 1 aanhef en onder b. BW zal daarom de overeenkomst worden vernietigd.

In conventie leidt het vorenstaande tot afwijzing van de vordering.

In reconventie zal de overeenkomst worden vernietigd en zal Rofra worden veroordeeld de aanbetaling van €150,00 aan [eisers] terug te betalen.

Met betrekking tot de door [eisers] gevorderde schadevergoeding overweegt de kantonrechter het volgende.

Door Rofra wordt de omvang van de gestelde schade gemotiveerd weersproken. Daar staat evenwel tegenover dat [eisers] voldoende stukken hebben overgelegd waaruit blijkt welke contacten en correspondentie er tussen partijen zijn geweest om tot een oplossing te geraken. Het spreekt voor zich dat daar kosten mee gemoeid zijn geweest. De kantonrechter zal deze kosten, gelet op de betwisting door Rofra en het ontbreken van een verdere onderbouwing door [eisers], op grond van het bepaalde bij artikel 6:97 BW schatten op €150,00.

Rofra geldt als de in conventie en in reconventie in het ongelijk gestelde partij. Zij zal daarom de kosten van de procedure moeten dragen.

[eisers] hebben in persoon geprocedeerd. Daarom komen op grond van artikel 238 Rv voor toewijzing als proceskosten slechts de gemaakte reis- en verblijfkosten in aanmerking. Vergoeding van verletkosten moet achterwege blijven omdat deze door [eisers] niet zijn gesteld en/of gebleken.

Gelet op de samenhang tussen de beide vorderingen zullen de proceskosten in reconventie aan de zijde van [eisers] op nihil worden begroot.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie

Wijst de vordering af.

Veroordeelt Rofra in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eisers] begroot op €50,00 aan reis- en verblijfkosten met betrekking tot de zittingen van 19 september 2007 en 11 december 2007.

In reconventie

Vernietigt de tussen partijen gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de bovengenoemde kast.

Veroordeelt Rofra om tegen behoorlijk bewijs van kwijting €300,00 aan [eisers] te betalen.

Veroordeelt Rofra in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eisers] begroot op nihil.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.