Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC1907

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-01-2008
Datum publicatie
16-01-2008
Zaaknummer
06/199 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WSNP.

Beëindiging van de schuldsaneringsregeling aangezien niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar geheel of gedeeltijk aan zijn verplichtingen kan voldoen. Een nieuwe schuld aan Nuon staat in beginsel aan deze wijze van afdoening in de weg. Gelet op de systametiek van de wet kan desondanks beëindiging met een schone lei toch aan de orde komen. Waar de nieuwe schuld is ontstaan doordat de schuldenaar buiten zijn toedoen maandenlang onder het bestaansminimum heeft geleefd, kan het ontstaan van de nieuwe schuld de schuldenaar niet worden toegerekend. Daarbij wordt onder meer in aanmerking genomen dat de wijze van factureren door Nuon het risico van het ontstaan van een nieuwe schuld in zich heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

unit insolventies

insolventienummer: 06/199 R

nummer verklaring: HAA0220502773

uitspraakdatum: 8 januari 2008

beëindiging schuldsanering

schone lei

Bij vonnis van deze rechtbank van 21 februari 2006 is de schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:

[schuldenaar]

geboren [geboortedatum en -plaats],

wonende te [woonplaats].

Ter zitting van 18 december 2007 zijn de schuldenaar en de bewindvoerder gehoord.

Door de bewindvoerder is schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het verslag houdt onder meer in dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is.

De rechter-commissaris heeft zich bij dit oordeel aangesloten. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. Zodanige redenen zijn ook overigens niet gebleken.

Derhalve moet worden geoordeeld dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is.

Gebleken is dat tijdens de schuldsaneringsregeling een nieuwe schuld aan Nuon is ontstaan van € 537,88, welke omstandigheid in beginsel aan beëindiging van de schuldsaneringsregeling in de weg staat. Gelet op de systematiek van de wet is de rechtbank van oordeel dat – gezien het verslag van de bewindvoerder – desondanks de beëindiging van de schuldsaneringsregeling aan de orde dient komen, waarbij dient te worden bepaald of de schuldenaar de zogenoemde schone lei kan worden verleend.

Gebleken is dat de schuldenaar vanwege het niet tijdig uitbetalen van toeslagen door de belastingdienst maandenlang ver onder het bestaansminimum heeft geleefd, waardoor het vrijwel vanzelfsprekend is dat nieuwe schulden ontstaan. Niet is gebleken dat het niet tijdig uitbetalen van de toeslagen de schuldenaar valt te verwijten, zodat de schuldenaar het ontstaan van de nieuwe schuld niet valt toe te rekenen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de wijze van factureren door Nuon – achteraf, na een maandelijks voorschot – het risico van het ontstaan van een schuld in zich heeft en dat de vaste lasten van de schuldenaar, waaronder de maandbetalingen aan Nuon, door de Stadsbank (budgetbeheer) werden gedaan.

Nu de bewindvoerder in haar verslag van 3 augustus 2007 heeft opgenomen dat de schuldenaar aan zijn informatieplicht voldoet, acht de rechtbank de schending van de informatieplicht nadien onvoldoende om op grond daarvan de schone lei te onthouden. Dit geldt temeer nu deze schending ziet op verzoeken om opheldering over de nieuwe schuld aan Nuon en de ontvangen huurtoeslag, die voor het grootste gedeelte tot het vrij te laten bedrag behoorden.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de schuldenaar weliswaar in de nakoming van een uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichting is tekortgeschoten, maar dat deze tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend. Hem zal derhalve de schone lei worden verleend.

Waar reeds is vastgesteld dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling niet is gerechtvaardigd, dient deze te worden beëindigd. De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties komen, voor zover deze niet uit de boedel kunnen worden voldaan, ten laste van de Staat.

Beslissing

De rechtbank:

- stelt vast dat de schuldenaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;

- stelt vast dat de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend;

- bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan;

- verstaat dat door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;

- stelt het salaris van de bewindvoerder over de periode van februari 2006 tot en met januari 2008 vast op een bedrag van € 1.090,64, inclusief de omzetbelasting, en bepaalt dat dit bedrag, voor zover dit niet uit de boedel kan worden voldaan, ten laste van de schuldenaar komt;

- beveelt dat de kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties (ad € 195,00), voor zover deze niet uit de boedel kunnen worden voldaan, ten laste van de Staat komen.

Gewezen door mr. W.S.J. Thijs en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 januari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.