Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BD9897

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-12-2007
Datum publicatie
12-08-2008
Zaaknummer
15/700573-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, wegens het plegen van voorbereidingshandelingen voor het vervalsen van bankpassen en wegens diefstal van geldbedragen middels valse pinpassen en creditcards.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde mensenhandel en overweegt hiertoe als volgt:

In het begrip "bewegen tot", zoals bedoeld in artikel 273f Wetboek van Strafrecht, ligt besloten dat het moet gaan om een situatie waarin door verdachte en/of zijn mededaders misbruik wordt gemaakt van de situatie van het slachtoffer, waardoor deze wordt bewogen tot het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen. Op grond van de in het onderhavige dossier voorkomende bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat daaruit, behalve de verklaring van aangeefster [slachtoffer] zelf, niet volgt dat verdachte en zijn medeverdachten het oogmerk hebben gehad om [slachtoffer] ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen. Zo blijkt uit het dossier niet van gedragingen van de zijde van verdachte en/of zijn medeverdachten waardoor die [slachtoffer] is bewogen, althans door welke gedragingen bij haar het wilsbesluit is gewekt om als prostituee te zullen gaan werken.

De rechtbank spreekt verdachte tevens vrij van zogenaamde 'skimming' en overweegt daartoe:

De tenlastegelegde valsheid of vervalsing van blanco kaarten of creditcards door middel van “skimming” kan op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet aan verdachte worden toegeschreven nu informatie daarover ontbreekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700573-07

Uitspraakdatum: 10 december 2007

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 16 oktober en 26 november 2007 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] (Roemenië),

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 26 juni 2007 tot en met 14 juli 2007 te Landsmeer, althans in Nederland en/of te Roemenie tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkheden en/of bedreiging en/of een of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer] heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting (te weten tewerkstelling in de prostitutie),

althans

[slachtoffer] heeft aangeworven, medegenomen en/of ontvoert met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, immers heeft hij verdachte, al dan niet samen met zijn mededader(s) in voornoemde periode:

- die [slachtoffer] per auto van Roemenie naar Nederland gebracht en/of

- die [slachtoffer] voorgehouden dat zij in Nederland in de horeca zou kunnen werken en/of

- papieren voor die [slachtoffer] geregeld en/of

- die [slachtoffer] in een woning gehuisvest en/of

- de deur van de woning en/of de slaapkamer van die [slachtoffer] afgesloten (zodat die [slachtoffer] het huis niet kon verlaten);

2.

hij op of omstreeks 16 juli 2007 te Landsmeer, te zamen en in vereniging met een ander of anderen stoffen en/of voorwerpen en/of gegevens, te weten een skimapparaat (merk Tysso, type MSE -750 met netsnoer en datakabel) en/of 102 blanco kaarten met magneetstrip heeft vervaardigd en/of ontvangen en/of zich verschaft en/of verkocht en/of overgedragen en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat zij bestemd was/waren tot het plegen van enig in artikel 226 eerste lid, onder sub 2-5 en/of 231 eerste lid en/of 232, eerste lid van het wetboek van strafrecht omschreven misdrijf;

3.

PRIMAIR

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 juli 2006 tot en met 16 juli 2007 te Amsterdam en/of elders in Nederland (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste betaalpas en/of waardekaart, (telkens) bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, als ware deze betaalpas en/of waardekaart echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat verdachte met (een) blanco creditcard(s) voorzien van (een) sticker(s) met (een) code(s) geld heeft gepind bij diverse geldautomaten in Amsterdam en/of elders in Nederland en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat voornoemde blanco creditcard(s) gekopieerd zijn middels "skimming", in elk geval (telkens) opzettelijk zodanige betaalpas of waardekaart voorhanden heeft gehad, heeft afgeleverd, ontvangen, vervoerd, verkocht, overgedragen of zich heeft verschaft, zulks terwijl hij, verdachte (telkens) wist, althans (telkens) redelijkerwijs moest vermoeden dat die betaalpas of waardekaart (telkens) bestemd was voor zodanig gebruik;

SUBSIDIAIR

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 juli 2006 tot en met 16 juli 2007 te Amsterdam en/of elders in Nederland (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) (een) (groot) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan onbekend gebleven personen met Italiaanse bankrekeningnummers en/of de Gezamenlijke Nederlandse Banken, in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte de/het weg te nemen goed(eren) (telkens) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten (telkens) middels het met (een) (door "skimming") gekopieerde betaalpas(sen) pinnen van (een) geldbedrag(en) bij geldautomaten.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Oordeel van de rechtbank over het bewijs

3.1. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 en 3 primair ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder feit 1 impliciet primair tenlastegelegde is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige dossier de bewijsmiddelen daarvoor ontbreken.

Ten aanzien van het onder feit 1 impliciete subsidiair tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat in het begrip "bewegen tot" naar haar oordeel besloten ligt dat het moet gaan om een situatie waarin door verdachte en/of zijn mededaders misbruik wordt gemaakt van de situatie van het slachtoffer, waardoor deze wordt bewogen tot het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen. Op grond van de in het onderhavige dossier voorkomende bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat daaruit, behalve de verklaring van aangeefster [slachtoffer] zelf, niet volgt dat verdachte en zijn medeverdachten het oogmerk hebben gehad om [slachtoffer] ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen. Zo blijkt uit het dossier niet van gedragingen van de zijde van verdachte en/of zijn medeverdachten waardoor die [slachtoffer] is bewogen, althans door welke gedragingen bij haar het wilsbesluit is gewekt om als prostituee te zullen gaan werken.

Ten aanzien van het onder 3 primair tenlastegelegde feit is de rechtbank van oordeel dat de daarin tenlastegelegde valsheid of vervalsing van blanco kaarten of creditcards door middel van “skimming” op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet aan verdachte kan worden toegeschreven nu informatie daarover ontbreekt.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 2 en 3 subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 2

hij op 16 juli 2007 te Landsmeer, een voorwerp, te weten een skimapparaat (merk Tysso, type MSE -750 met netsnoer en datakabel) en 102 blanco kaarten met magneetstrip voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat zij bestemd was tot het plegen van enig in artikel 232 eerste lid van het wetboek van strafrecht omschreven misdrijf.

Feit 3 subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 28 juni 2007 tot en met 8 juli 2007 te Amsterdam en/of elders in Nederland (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) geldbedragen, toebehorende aan onbekend gebleven personen met Italiaanse bankrekeningnummers en/of de Gezamenlijke Nederlandse Banken, waarbij verdachte de weg te nemen goederen (telkens) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten (telkens) middels het met door "skimming" gekopieerde betaalpassen pinnen van geldbedragen bij geldautomaten.

Hetgeen aan verdachte onder 2 en 3 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.3 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 2 en 3 subsidiair tenlastegelegde feiten op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

ten aanzien van feit 2:

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de verklaring van verdachte (dossier pagina 31), waaruit de rechtbank opmaakt dat verdachte een tas in bewaring heeft gekregen van [betrokkene] waarin onder andere een skimapparaat zat en dat verdachte wist dat het strafbaar is om zo’n skimapparaat te bezitten.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (dossier pagina 256), waarin de verbalisant [verbalisant 1] aangeeft dat bij een doorzoeking van het perceel [adres] op 16 juli 2007 onder andere een plastic tas met daarin zogenaamde skimapparatuur is aangetroffen, te weten:

- laptop, merk Dell;

- 71 airmileskaarten met magneetstrip;

- 102 blanco kaarten met magneetstrip (zgn. white plastics);

- Skimapparaat (zgn. cardreader), merk Tysso, type MSE;

- Fotocd.

ten aanzien van feit 3 subsidiair:

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [aangever] (dossier pagina 285), waarin hij namens de Gezamenlijke Nederlandse banken aangifte doet van (onder meer) diefstal door middel van een valse sleutel. Hij is opsporingscoördinator van de afdeling Fraud Control van Equens Nederland. Ten behoeve van het onderzoek van de politie Zaanstreek-Waterland werd op 19 juli 2007 bij Equens Nederland te Utrecht de magneetstrip van 71 airmilespassen en 100 zogenaamde white plastics uitgelezen. In de magneetstrip van de uitgelezen passen stonden de in de bijlage 1 genoemde bankrekeningnummers opgeslagen. Op basis van de gegevens kon door Equens worden vastgesteld dat het om Italiaanse bankrekeningnummers gaat. Uit navraag bij de betrokken banken is gebleken dat de gegevens in Italië middels skimming door derden werden verkregen en dat er frauduleuze geldopnames werden verricht bij diverse geldautomaten van diverse banken in Amsterdam en Heerenveen.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de verklaring van verdachte (dossier pagina 31), waaruit de rechtbank opmaakt dat verdachte van [betrokkene] twintig passen heeft gekregen waarop hij stickers en codes heeft geplakt en waarmee hij geld heeft opgehaald. Hij gaf mij die passen en ik mocht 10% van de opbrengst hebben.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (dossier pagina 305), waarin de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] aangeven dat verdachte heeft verklaard dat hij gebruik heeft gemaakt van valse pinpassen en creditcards en daarmee geld heeft opgenomen. Verdachte verklaarde dat hij de geldopnamen voornamelijk deed in het centrum van Amsterdam. Uit de tot nu toe gegenereerde resultaten van het onderzoek van Equens blijkt dat met bovengenoemde valse pinpassen en creditcards van 28 juni 2007 tot en met 8 juli 2007 bij alle door verdachte [verdachte] aangewezen automaten geld is opgenomen met uitzondering van de door hem aangewezen geldautomaat op het Leidseplein en de Haarlemmerstraat.

4. Strafbaarheid van de feiten:

Het bewezenverklaarde levert op:

- feit 2

Het voorhanden hebben van voorwerpen, waarvan hij weet dat ze bestemd zijn tot het plegen van enig in artikel 231, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf.

- feit 3 subsidiair

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft –zakelijk weergegeven – tot het volgende gerekwireerd:

- bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 subsidiair tenlastegelegde feiten;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een skimapparaat voorhanden gehad waarvan hij wist dat dit geschikt was om valse passen te kunnen vervaardigen. Daarnaast heeft hij met behulp van valse pinpassen en creditcards geldbedragen opgenomen bij betaalautomaten, waarbij hij 10% van de opbrengst mocht behouden.

De rechtbank acht dergelijke feiten zeer ernstig van aard, onder meer vanwege het grote ongemak dat aan de slachtoffers van dergelijke fraude wordt toegebracht. Door zijn handelwijze heeft verdachte bovendien een ernstige inbreuk gemaakt op het vertrouwen van de consument en de acceptant in zowel het betaalnetwerk als de pinpas. Daarnaast heeft de handelwijze geleid tot financiële schade voor de Nederlandse banken.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank tevens in aanmerking genomen dat verdachte puur uit winstbejag heeft gehandeld.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Deze straf is lager dan geëist door de officier van justitie, nu de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie.

6.3 De onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen papier met stickers, voorzien van pincodes en losse stickers, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat met betrekking tot deze voorwerpen een strafbaar feit is begaan. Het ongecontroleerde bezit van voormelde inbeslaggenomen voorwerpen is in strijd met het algemeen belang.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 57, 234, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen dat verdachte de onder 1 en 3 primair tenlaste gelegde feiten heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 2 en 3 subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 2 en 3 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van ZES (6) MAANDEN.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot DRIE (3) MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de onttrekking aan het verkeer van papier met stickers, voorzien van pincodes en losse stickers.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.C.J. Robert, voorzitter,

mr. M. Hoendervoogt en mr. G.K. Schoep, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr.drs. F.A. Rive,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 december 2007.

Mr. Schoep is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.