Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BC3894

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
03-10-2007
Datum publicatie
08-02-2008
Zaaknummer
133985 - HA ZA 07-430
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wegnemen van geld door caissière van supermarkt. Caissière liet kassabonnen vervallen en nam geld weg uit de kassa. Caissière heeft geen geloofwaardige verklaring voor grote aantal vervallen kassabonnen op haar naam. Supermarkt heeft omvang van schade voldoende bewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2008, 39
AR-Updates.nl 2008-0095
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 133985 / HA ZA 07-430

Vonnis van 3 oktober 2007

in de zaak van

de naamloze vennootschap

[X N.V.],

gevestigd te Velsen-Noord, gemeente Velsen,

eiseres,

procureur mr. A.J.P. Schram,

tegen

[Y],

wonende te [p],

gedaagde,

procureur mr. J.I. Vervest.

Partijen zullen hierna [X N.V.] en [Y] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 mei 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 12 september 2007 en de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [Y] was als cassière in dienst van [X N.V.]. In de periode van 10 juli 2005 tot en met 6 april 2006 was [Y] werkzaam op het filiaal [a-laan] te [p].

2.2. Naar aanleiding van een klacht van een klant heeft [X N.V.] onderzoek gedaan naar de werkzaamheden van [Y]. Nadat uit dit onderzoek was gebleken dat op grote schaal op naam van [Y] kassabonnen waren vervallen, heeft [X N.V.] aangifte gedaan bij de Regiopolitie Kennemerland.

2.3. Op 6 april 2006 en 11 april 2006 heeft [Z] (verder: [Z]), bedrijfsleider van het filiaal van [X N.V.] aan de [a-laan], aangifte gedaan van verduistering. In het proces-verbaal van aangifte van 11 april 2006 is onder meer het volgende opgenomen, waarbij [Y] wordt aangeduid als [Y]:

“[Y] kon deze verduistering plegen omdat zij in het bezit was van de code waarmee je een kassabon kan laten vervallen. Als een klant een bedrag had afgerekend dan liet [Y] de bon vervallen en haalde het bedrag wat op die bon stond uit de kassalade. Dit is ontdekt toen er een klant bij de service desk kwam met een bon waar een stukje van was afgescheurd door de kassiere. ik heb toen in de centrale computer van ons kassa systeem gekeken en daar ontdekte ik dat onderaan de bon had behoren te staan: ”Bon vervallen”. Dit gedeelte was op de originele bon door de kassiere afgescheurd. De kassiere bleek te zijn [Y].”

2.4. Een caissière van [X N.V.] heeft een eigen inlogcode die zij invoert op de kassa waarop zij werkzaam is. Een caissière kan een kassabon laten vervallen. Door het laten vervallen van een bon komen de aangeslagen bedragen te vervallen. Voor het laten vervallen van een kassabon dient de caissière te beschikken over een correctiecode. Volgens de geldende procedure wordt deze correctiecode verstrekt door de hoofdcaissière.

2.5. [Y] heeft erkend dat zij geld heeft weggenomen uit de kassa bij [X N.V.] tot een bedrag van ongeveer EUR 750,00 tot EUR 800,00.

2.6. [X N.V.] heeft [Y] op of omstreeks 6 april 2006 op staande voet ontslagen.

2.7. [Y] is door de politierechter veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur. [Y] heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

3. Het geschil

3.1. [X N.V.] vordert [Y] te veroordelen tot betaling van EUR 15.629,54 vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van EUR 12.079,54 vanaf 6 maart 2007 tot de dag van algehele voldoening.

3.2. [X N.V.] legt aan haar vordering ten grondslag dat [Y] stelselmatig geld heeft weggenomen uit de kassa van [X N.V.]. [Y] heeft daarvoor kassabonnen laten vervallen. [Y] heeft daarbij telkens ongeoorloofd gebruik gemaakt van de persoonlijke code van een hoofdcaissière. Volgens [X N.V.] heeft [Y] in de periode van 10 juli 2005 tot en met 6 april 2006 voor een bedrag van EUR 12.079,54 aan kassabonnen laten vervallen. Verder maakt [X N.V.] aanspraak op vergoeding van EUR 1.650,00 voor buitengerechtelijke kosten die zij heeft gemaakt, en op EUR 1.900,00 voor wettelijke rente tot 5 maart 2007.

3.3. Alles uitvoerbaar bij voorraad en met veroordeling van [Y] in de kosten van de procedure.

3.4. [Y] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het beroep van [Y] op niet-ontvankelijkheid van [X N.V.] word verworpen nu [X N.V.] voorafgaand aan de comparitie haar vordering verder heeft onderbouwd en [Y] hierop heeft kunnen reageren.

4.2. [Y] heeft erkend dat zij geld heeft weggenomen uit de kassa van [X N.V.]. Zij heeft echter aangevoerd dat zij dat pas heeft gedaan vanaf december 2005 (conclusie van antwoord) dan wel vanaf oktober 2005 (verklaring ter comparitie). [X N.V.] heeft overzichten overgelegd van kassabonnen die in de periode van 10 juli 2005 tot en met 6 april 2006 zijn vervallen terwijl [Y] was ingelogd op de betreffende kassa. Als verweer tegen het standpunt van [X N.V.] dat [Y] deze kassabonnen ongeoorloofd heeft laten vervallen, heeft [Y] aangevoerd dat het voorkwam dat tijdens haar afwezigheid wegens een pauze de kassa waaraan zij werkzaam was, bleef ingelogd op haar naam. Verder heeft zij aangevoerd dat het gebeurde dat invalkrachten of nieuwe caissières bij het werken achter de kassa gebruik maakten van inlogcodes van ervaren collega’s. [Y] heeft ook naar voren gebracht dat de correctiecode niet alleen bij de hoofdcaissière bekend was, maar ook bij anderen. Ter comparitie heeft [Y] nog naar voren gebracht dat zij veel fouten maakte, dat zij om die reden veel kassabonnen heeft laten vervallen en dat zij dit dan deed volgens de geldende procedure.

4.3. Het verweer van [Y] wordt verworpen.

[Y] heeft op zichzelf niet betwist dat de in de overzichten opgenomen kassabonnen zijn vervallen terwijl de kassa was ingelogd op haar naam en dat de totale waarde van de vervallen kassabonnen in de periode van 10 juli 2005 tot en met 6 april 2006 een bedrag van EUR 12.079,54 betreft. Dat ook anderen dan de hoofdcaissière beschikten over de correctiecode kan er niet aan afdoen dat deze kassabonnen zijn vervallen terwijl [Y] was ingelogd op de kassa.

Dat [Y] veel fouten maakte en dat zij daarom vaak een kassabon liet vervallen, is geen geloofwaardige verklaring voor het grote aantal vervallen kassabonnen op haar naam. In de eerste plaats heeft [Y] niet aangegeven welke fouten zij maakte waarbij niet met het vervallen van een enkele regel kon worden volstaan, maar waarvoor het vervallen van een hele kassabon noodzakelijk was. Evenmin heeft [Y] kunnen verklaren hoe het veelvuldig laten vervallen van kassabonnen van een groot aantal artikelen onopgemerkt is gebleven. [Z] heeft ter comparitie namelijk aangegeven dat het vervallen van een hele kassabon bij het maken van een fout opvalt, omdat dan alle artikelen opnieuw moeten worden gescand en dit tot oponthoud bij de kassa leidt. [Y] heeft dit niet weersproken. [X N.V.] heeft ook gesteld dat het laten vervallen van honderden kassabonnen, zoals [Y] heeft gedaan, ongebruikelijk is, en een caissière gemiddeld ongeveer twee bonnen per maand laat vervallen. Ook dit heeft [Y] niet weersproken. Bovendien blijkt uit de overgelegde vervallen kassabonnen van kassa 6, de drukste kassa van de winkel, dat er in de betreffende periode bij deze kassa beduidend minder kassabonnen vervielen dat bij de kassa waarop [Y] werkzaam was. Daarnaast ging het bij deze kassa 6 veelal om het laten vervallen van één of enkele regels van artikelen met een aanzienlijk geringere waarde dan de vervallen kassabonnen die op naam van [Y] staan. [Y] heeft geen verklaring gegeven voor het grote verschil in vervallen kassabonnen aan deze kassa 6 en de kassa waarop zij was ingelogd.

Dat de kassabonnen op haar naam zouden zijn vervallen tijdens haar afwezigheid wegens pauze of na haar werktijd, vormt zonder nadere uitleg, die ontbreekt, geen geloofwaardige verklaring voor het grote aantal vervallen kassabonnen op naam van [Y]. Allereerst niet omdat dit niet kan verklaren waarom het patroon van vervallen kassabonnen op de kassa waarop [Y] was ingelogd, zo enorm afweek van het patroon van vervallen kassabonnen op kassa 6. Verder had ook dan het vervallen van gehele kassabonnen met een groot aantal artikelen moeten opvallen, omdat dit tot oponthoud bij de kassa zou leiden. Dat dit gebeurd zou zijn, is gesteld noch gebleken. Indien [Y] er van uitgaat dat de andere caissières die van haar inlogcode gebruik zouden hebben gemaakt, ook ongeoorloofd kassabonnen hebben laten vervallen, en dan nog op veel grotere schaal dan [Y] stelt te hebben gedaan, en deze caissières gelden hebben verduisterd van vervallen kassabonnen, had [Y] man en paard moeten noemen. [Y] heeft echter volstaan met een algemene stellingname en heeft niet aangegeven wat er op welke concrete dagen en tijdstippen gebeurd zou kunnen zijn. Zelfs heeft [Y] met betrekking tot geen enkele vervallen kassabon aannemelijk kunnen maken dat deze is vervallen op een moment dat zij niet werkzaam kan zijn geweest. Dat [Y] hiervoor niet meer over voldoende gegevens zou beschikken, is voor haar risico. Gelet op de onvoldoende gemotiveerde en niet nader onderbouwde betwisting komt de rechtbank evenmin toe aan bewijslevering op deze punten.

Dat [Y] pas vanaf oktober 2005 of december 2005 geld zou hebben verduisterd door kassabonnen te laten vervallen, vindt geen steun in het overzicht van vervallen kassabonnen. Ook vóór de door [Y] genoemde maanden, bijvoorbeeld in augustus en september 2005, zijn op haar naam een groot aantal kassabonnen voor een bedrag meer dan EUR 4.000,00 komen te vervallen.

4.4. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [X N.V.] met het overleggen van de op naam van [Y] gestelde vervallen kassabonnen over de periode van 10 juli 2005 tot en met 6 april 2006, de omvang van haar schade, namelijk EUR 12.079,54, voldoende heeft bewezen. De vordering van [X N.V.] om [Y] te veroordelen aan haar deze schade te vergoeden zal dan ook worden toegewezen.

4.5. [Y] heeft nog aangevoerd dat zij al EUR 850,00 aan [X N.V.] heeft betaald, omdat [X N.V.] dit bedrag heeft ingehouden op haar salaris. [X N.V.] heeft dit erkend, maar heeft aangegeven dat deze inhouding in mindering is gebracht op de vordering die [X N.V.] op [Y] heeft wegens schadevergoeding in verband met het ontslag op staande voet. [Y] heeft onvoldoende weersproken dat [X N.V.] een dergelijke vordering op haar heeft en dat de inhouding van EUR 850,00 hierop in mindering is gebracht. Bij de bepaling van het bedrag dat [Y] aan [X N.V.] zal dienen te betalen wordt de inhouding van EUR 850,00 derhalve buiten beschouwing gelaten.

4.6. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. [X N.V.] heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.7. [Y] heeft niet weersproken dat zij wettelijke rente verschuldigd is over het bedrag van de hoofdsom, noch heeft zij betwist dat het bedrag van de verschuldigde wettelijke rente over de periode tot en met 5 maart 2007 EUR 1.900,00 bedraagt. De vordering tot betaling van wettelijke rente zal dan ook worden toegewezen.

4.8. [Y] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [X N.V.] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 70,85

- vast recht 345,00

- salaris procureur 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.319,85

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [Y] om aan [X N.V.] te betalen een bedrag van EUR 13.979,54 (dertienduizendnegenhonderdnegenenzeventig euro en vierenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het bedrag van EUR 12.079,54 vanaf 6 maart 2007 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt [Y] in de proceskosten, aan de zijde van [X N.V.] tot op heden begroot op EUR 1.319,85,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.A.M. van Brussel en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2007.?