Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BC1291

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-12-2007
Datum publicatie
07-01-2008
Zaaknummer
353580 CV EXPL 07-6701
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overtreding geheimhoudingsbeding door werknemer? Kantonrechter komt tot de conclusie dat dit niet het geval is op grond van het binnen het bedrijf van de werkgever bestaande beleid om handboeken mee naar huis te nemen. Ook het feit dat de werknemer informatie over het bedrijf aan een inmiddels niet meer in dienst zijnde werknemer had medegedeeld levert geen overtreding op, nu die ex-werknemer in het licht van de omstandigheden niet gezien kan worden als "derde" in de zin van het geheimhoudingsbeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0030
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 353580/CV EXPL 07-6701

datum uitspraak: 19 december 2007 (bij vervroeging)

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VTOC “Fokker” BV

te Oude Meer

eisende partij

hierna te noemen VTOC

gemachtigde mr. R. Olde

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. M.G. Evers

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk¬ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 23 juli 2007, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- de akte vermeerdering eis, met producties,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe¬zen en op 12 september 2007 uitgesproken tussenvonnis,

- de door beide gemachtigden van partijen voorafgaande aan de comparitie van partijen toegezonden nadere producties,

- de aantekeningen ten behoeve van de comparitie van de gemachtigde van VTOC,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge het vonnis van 12 september 2007 op 23 november 2007 gehouden comparitie van partijen.

Ter comparitie is de vermeerdering van eis besproken. [gedaagde] heeft tegen die vermeerdering bezwaar gemaakt. De kantonrechter verwerpt dat bezwaar en staat de vermeerdering van eis toe. [gedaagde] heeft immers vanaf 12 september 2007 de gelegenheid gehad om die vermeerdering van eis te bestuderen. Weliswaar is [gedaagde] niet ter rolle in de gelegenheid gesteld op die vermeerdering van eis te reageren, maar hij heeft ter comparitie die gelegenheid wel gekregen. Gelet op het bepaalde bij artikel 130 Rv kan niet gezegd worden dat de vermeerdering van eis in strijd is met de eisen van een goede procesorde.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. VTOC is een opleidingsinstituut voor luchtvaarttechnisch onderwijs in Nederland en biedt hoog specialistische opleidingen.

b. VTOC is het eerste onderwijsinstituut in Nederland dat door de Inspectie van Verkeer en waterstaat op grond van de regelgeving van de European Aviation Safety Agency is gecertificeerd als zogenaamde Part 147-organisatie.

c. [gedaagde] is van 1 april 2005 tot 1 april 2007 bij VTOC in dienstbetrekking werkzaam geweest.

d. De arbeidsovereenkomst tussen partijen bevat de volgende bedingen:

“De werknemer erkent dat hem door de werkgever geheimhouding is opgelegd (…).

Het is werknemer derhalve verboden, hetzij gedurende het dienstverband, hetzij na het einde hiervan, op enigerlei wijze aan derden, direct of indirect, enige mededeling te doen aangaande enige bijzonderheden van het bedrijf van de werkgever (…).

Onverminderd het voorgaande is het de werknemer niet toegestaan om, zonder voorafgaande toestemming van de werkgever, informatie(dragers) betrekking hebbende op de werkgever en/of de activiteiten van de werkgever, waaronder met name door de werkgever ontwikkelde lesstof en lesmateriaal, aan derden te verstrekken of buiten het bedrijf van werkgever te (doen) brengen.”

“Op overtreding van het gestelde in dit artikel verbeurt de werknemer jegens de werkgever, zonder dat hiertoe enige voorafgaande kennisgeving of ingebrekestelling vereist is, een onmiddellijk opeisbare boete ten bedrage van €25.000,-- per overtreding. In afwijking van artikel 7:650 BW, voor zover van toepassing, zal de boete geheel ten goede komen vaan de werkgever. (…)”

e. [gedaagde] heeft het kwaliteitshandboek van VTOC, genaamd: “Maintenance Training Organisation Exposition”, ook wel “MTOE” genoemd, mee naar huis genomen.

f. Op 27 april 2007 heeft [gedaagde] een brief geschreven aan [XXX] (hierna: [XXX]) die in de maanden januari 2007 en februari 2007 bij VTOC in dienstbetrekking werkzaam is geweest. Met die brief had VTOC aan [XXX] een notitie gezonden die hij in december 2006 aan de directie van VTOC had overhandigd.

De vordering

Na vermeerdering van haar eis vordert VTOC dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] zal veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan VTOC te betalen €50.000,00 ter zake van de door [gedaagde] aan VTOC verbeurde boetes, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 26 maart 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

II. [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van €7.500,00 inclusief omzetbelasting;

III. [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van de procedure.

VTOC heeft het volgende aan haar vordering ten grond¬slag gelegd:

[gedaagde] heeft het geheimhoudingsbeding overtreden door het kwaliteitshandboek in zijn bezit te houden.

Voorts heeft [gedaagde] het geheimhoudingsbeding overtreden door bij brief van 27 april 2007 aan een ex-werknemer van VTOC zijn visie te geven op de organisatie van VTOC en bij die brief een notitie te voegen die hij aan de directie van VTOC had overhandigd.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft [gedaagde] VTOC genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. VTOC heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van €7.500,00 inclusief omzetbelasting. [gedaagde] dient deze kosten ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub c BW aan VTOC te voldoen.

Voorts is [gedaagde] de wettelijke rente verschuldigd geworden.

Het verweer

[gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

Overtreding met betrekking tot MTOE

Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] het MTOE mee naar huis heeft genomen. Eveneens staat als niet weersproken vast dat dit MTOE uitputtend en in detail beschrijft hoe de organisatie van VTOC reilt en zeilt, dat VTOC daardoor in staat is geweest de Part-147 certificatie te verkrijgen en dat VTOC zich met die certificering een unieke positie heeft weten te verwerven op de markt van het luchtvaarttechnisch onderwijs.

Gelet op de formulering van het geheimhoudingsbeding heeft [gedaagde] door het MTOE mee naar huis te nemen in strijd gehandeld met dat beding, tenzij hij toestemming had van VTOC om het MTOE buiten haar bedrijf te brengen.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat de directie bij VTOC ermee bekend was dat hij het MTOE mee naar huis had genomen. Het feit dat VTOC hiervan op de hoogte was en dit kennelijk geen probleem vond, wijst er volgens [gedaagde] op dat VTOC al langer wist van de omstandigheid dat [gedaagde] het MTOE thuis had.

[gedaagde] beroept zich voor zijn standpunt op de volgende verklaringen:

Schriftelijke verklaring van [YYY]:

“Ik ben in de periode van 1 januari 2006 tot 1 mei 2007 werkzaam geweest als docent bij VTOC Fokker opleidingen te Oude Meer.

(…)

Na aanname bij VTOC tijdens de inwerkperiode, maar ook daarna, verwachtte men van nieuw en aanwezig personeel dat de benodigde kennis en voorbereiding maar thuis opgedaan moest worden (…).

Gevolg was, dat vele collega’s (…) door slechte of niet aanwezige planning hun werk en lesmateriaal ter voorbereiding mee naar huis moesten nemen.

Dit gold ook voor het MTOE.

(…)

Vele collega’s konden hun normale voorbereiding op de lessen op het werk al niet naar behoren uitvoeren, laat staan het doornemen van het MTOE.

Het meenemen van het MTOE kon worden gedaan zonder overleg of opgave van reden.

(…)”

Schriftelijke verklaring van [XXX]:

“(…)

De verantwoordelijke voor het MTOE is dhr. [ZZZ] QA manager en examen-coördinator. (…) Dhr. [ZZZ] heeft mij bij mijn aantreden bij de onderneming een MTOE ter hand gesteld. Omdat het mij aan tijd ontbrak om het op mijn werkplek door te nemen, heb ik het diverse malen thuis doorgenomen en weer mee terug naar de werkplek gebracht.

(…)

Het ontbrak de docenten eenvoudig aan tijd op de werkplek om zich deze materie eigen te maken. Daarom hebben diverse docenten dit document thuis doorgenomen.

(…)”

Voorts heeft [gedaagde] zich erop beroepen dat de lessen ook thuis moest worden voorbereid.

VTOC heeft de inhoud van de genoemde verklaringen onvoldoende gemotiveerd weersproken. Bovendien heeft zij niet gemotiveerd betwist dat docenten, gelet op de werkdruk bij VTOC, hun lessen thuis moesten voorbereiden.

Nu voorts gesteld noch gebleken is dat VTOC in het verleden docenten erop heeft gewezen dat het absoluut verboden is het MTOE mee naar huis te nemen, is de kantonrechter van oordeel dat ervan moet worden uitgegaan dat binnen VTOC een beleid bestond dat het was toegestaan het MTOE mee naar huis te nemen. Dat brengt met zich dat VTOC deze praktijk stilzwijgend heeft goedgekeurd. Die stilzwijgende goedkeuring moet worden gelijkgesteld met de vereiste toestemming.

Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat geen sprake is van overtreding van het geheimhoudingsbeding met betrekking tot het MTOE.

Overtreding met betrekking tot verstrekken van informatie aan [XXX]:

De kantonrechter is van oordeel dat het feit dat [gedaagde] informatie heeft verstrekt aan [XXX] niet beschouwd kan worden als het verstrekken van informatie aan derden zoals bedoeld in het geheimhoudingsbeding. Vast staat immers dat [gedaagde] en [XXX] beiden bij VTOC in dienst zijn geweest en voldoende aannemelijk is geworden dat zij beiden ontevreden waren over de gang van zaken binnen VTOC en dat zij daarover met elkaar hebben gesproken. Het enkele feit dat [gedaagde] de informatie aan [XXX] heeft verstrekt nadat deze al uit dienst was getreden betekent nog niet dat [XXX] als “derde” in de zin van het geheimhoudingsbeding moet worden beschouwd.

Op grond van het vorenstaande moet de vordering van VTOC worden afgewezen.

VTOC zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt VTOC in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op €1.200,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.