Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BC0354

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-12-2007
Datum publicatie
17-12-2007
Zaaknummer
351670 CV EXPL 07-3568
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenrecht. Reis naar Japan. Hoewel de door het reisbureau in rekening gebrachte kamerprijzen voor de hotels (veel) hoger waren dan het door de hotels zelf gehanteerde (duurste) tarief had klant kunnen en moeten begrijpen dat het reisbureau ook aan de reis moest verdienen, zodat er een prijsopslag volgde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2008, 69
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 351670 CV EXPL 07-3568

datum uitspraak: 13 december 2007

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

Jalpak International (Europe) B.V.

te Amsterdam,

gemachtigde: deurwaarder A.H.Groenewegen

verder te noemen: Jalpak

tegen

[gedaagde],

te [woonplaats],

gemachtigde: geen (procedeert in persoon)

verder te noemen: [gedaagde].

Verloop van de Procedure.

Jalpak heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen [gedaagde].

Hierop heeft [gedaagde] geconcludeerd voor antwoord.

Vervolgens zijn partijen ter terechtzitting verschenen voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. Daarvan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig in de vorm van een proces-verbaal worden uitgewerkt. Een schikking is niet bereikt.

Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.

De inhoud van alle processtukken, waaronder begrepen de door partijen overgelegde producties, wordt als hier overgenomen beschouwd.

De vordering

Jalpak vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoer¬baar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen aan Jalpak te betalen de somma van € 899,17 met (verdere) rente en kos¬ten.

Het verweer.

Het verweer strekt tot gehele afwijzing van de vordering.

Oordeel van de kantonrechter.

Het gaat in deze zaak, kort samengevat, om het volgende.

[gedaagde] heeft in augustus 2006 een reis gemaakt naar Japan, die hij heeft laten organiseren door Jalpak. Het betrof een ‘maatwerk’ reis, waarbij Jalpak via haar contacten in Japan de hotels voor [gedaagde] besprak. Hoewel terzake geen opdrachtbevestiging is opgemaakt, heeft [gedaagde] voorafgaande aan zijn vertrek wel het reisschema ontvangen, alsmede een lijst van de besproken hotels, met prijzen. [gedaagde] heeft daartegen geen bezwaar gemaakt en heeft de voor hem georganiseerde reis gemaakt.

In Japan heeft [gedaagde] echter moeten constateren dat de prijs van de voor hem besproken hotels, op één uitzondering na, telkens goedkoper was dan de prijs die hem door Jalpak in rekening werd gebracht. Uitgaande van het hoogste tarief, dat door de hotels aan hun klanten in rekening wordt gebracht (dus zonder korting), heeft [gedaagde] berekend dat hij € 680,-- teveel heeft betaald (op een totale reissom van € 7.495,50). Dat volgens hem teveel betaalde bedrag weigert hij aan Jalpak te voldoen, ook nadat Jalpak hem uit coulance nog een bedrag groot € 300,-- had gecrediteerd. Jalpak vordert het onbetaalde gebleven bedrag van € 680,-- thans in rechte op, vermeerderd met € 150,-- wegens gevorderde buitengerechtelijke kosten, € 69,17 aan reeds verschenen vertragingsrente, verdere rente en proceskosten.

Daarover wordt als volgt geoordeeld.

[gedaagde] voert aan dat hij nooit akkoord is gegaan met de door Jalpak berekende hotelprijzen, zodat hij daaraan niet gebonden is. Dat verweer treft echter geen doel, omdat [gedaagde], die niet heeft geprotesteerd tegen de hem vóór vertrek bekendgemaakte hotelprijzen, moet worden geacht daarmee stilzwijgend akkoord te zijn gegaan, toen hij van die voor hem geboekte hotels gebruik maakte.

[gedaagde] voert verder aan dat Jalpak hem teveel in rekening heeft gebracht, omdat hij er in redelijkheid geen rekening mee hoefde te houden dat de hem door Jalpak in rekening gebrachte hotelprijzen veel hoger zouden zijn dan de door de betreffende hotels zelf aangeboden, duurste tarieven. In dat verband gaat [gedaagde] ervan uit dat hotels in de regel ook nog eens forse kortingen verstrekken aan reisbureau’s, zodat de kennelijk door Jalpak in rekening gebrachte ‘opslag’ als excessief moet aangemerkt. Ook dat verweer treft geen doel.

Om te beginnen blijkt uit niets dat Jalpak heeft geprofiteerd van enige door [gedaagde] bedoelde korting. De stelling van Jalpak, dat door haar zelf geen korting is genoten vanwege de korte termijn waarop de reis moest worden georganiseerd, de omstandigheid dat zij voor het boeken van de hotels moest terugvallen op contacten in Japan, die daar ook aan moesten verdienen en het feit dat die reis midden in het hoogseizoen viel, komt de kantonrechter niet ongeloofwaardig voor. Wie op korte termijn, midden in het hoogseizoen, druk bezette hotels moet boeken, heeft natuurlijk een slechte onderhandelingspositie, waar het gaat om het bedingen van overigens niet ongebruikelijke kortingen.

Aan [gedaagde] moet wel worden toegegeven dat de hem door Jalpak in rekening gebrachte tarieven hoger waren dan die welke hij zelf bij de bezochte hotels had kunnen bedingen. Zoals door Jalpak ter terechtzitting toegegeven, is dat verschil terug te voeren op de vergoeding die zij voor haar diensten in rekening brengt. Er is dus inderdaad sprake van een min of meer verborgen ‘opslag’. De kantonrechter is het met [gedaagde] eens dat het zuiverder was geweest als Jalpak deze ‘opslag’ apart in rekening had gebracht. Dat Jalpak dit, zoals ter terechtzitting eveneens erkend, om zakelijke redenen nalaat is weliswaar begrijpelijk, maar draagt niet bij aan de inzichtelijkheid voor de klant, die zo maar moet raden wat het reisbureau precies aan hem verdient. Wat daar verder ook van zij, [gedaagde] had kunnen en moeten begrijpen dat de door Jalpak geleverde diensten niet ‘gratis’ waren en dat de prijs daarvan, op een of andere manier, ‘verwerkt’ was in de hem in rekening gebrachte totale reissom. Van een excessieve ‘opslag’ is niet gebleken.

Natuurlijk, als [gedaagde] de reis zelf had georganiseerd, dan was die ongetwijfeld goedkoper uitgevallen, in elk geval waar het de hotelprijzen betreft, maar dan had [gedaagde] ook alle daaraan verbonden werkzaamheden zelf moeten verrichten, waarbij het tenslotte nog maar de vraag is of [gedaagde] wel in staat was geweest op zo’n korte termijn zonder hulp van derden de nodige hotels te reserveren.

In het midden moet tenslotte blijven of [gedaagde] de reis wellicht elders goedkoper had kunnen laten organiseren, nu [gedaagde] zelf voor Jalpak heeft gekozen en geen goedkoopste prijsgarantie is gegeven.

Samengevat is geen sprake van omstandigheden die zouden kunnen afdoen aan de betalingsverplichting van [gedaagde].

Gelet op het voorgaande moet de vordering worden toegewezen, met inbegrip van rente en bijkomende kosten, waartegen geen zelfstandig verweer is gevoerd.

Proceskosten

Omtrent de proceskosten moet worden beslist zoals hierna bij de beslissing te bepalen.

Beslissing

[gedaagde] wordt veroordeeld om aan Jalpak te betalen de somma van € 899,17 met de wettelij¬ke rente over € 680,-- vanaf de dag dat gedagvaard is tot de dag dat alles betaald is.

[gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van Jalpak tot op heden begroot op € 425,35, waarvan € 200,-- wegens salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 december 2007, in tegen¬woor¬digheid van de griffier.