Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BC0180

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-12-2007
Datum publicatie
14-12-2007
Zaaknummer
132847/2007-680
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

5.10 De rechtbank zal de zaak met betrekking tot de verdeling en verrekening aanhouden. Nu de man ter zitting heeft toegezegd de vrouw en haar advocaat en/of accountant inzage te zullen geven in alle stukken die op de BV en zijn financiële situatie betrekking hebben, ziet de rechtbank geen grond voor een afzonderlijke veroordeling daartoe op straffe van een dwangsom. Voor zover de man de rechtbank heeft verzocht duidelijkheid te geven over de vraag of de aandelen in de BV in de verdeling dienen te worden betrokken, is de rechtbank - voorlopig en zonder afbreuk te doen aan de beslissing ten gronde - van oordeel dat dit het geval is, nu deze aandelen uit de tijdens het huwelijk van partijen overgespaarde inkomsten zijn gefinancierd en verkregen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Familie- en Jeugdrecht

echtscheiding/tegenspraak

zaak-/rekestnr.: 132847/07-680

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 11 december 2007

in de zaak van:

[naam vrouw]

wonende te [woonplaats],

hierna mede te noemen: de vrouw,

procureur mr. A.K. Oostlander-Vos,

tegen

[naam man]

wonende te [woonplaats],

hierna mede te noemen: de man.

procureur mr. M. Middeldorp,

advocaat mr. B.A. Wille, kantoor houdende te Alphen aan de Rijn.

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vrouw van 23 februari 2007, ingekomen op 23 februari 2007;

- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen van de man van 10 juli 2007, ingekomen op 11 juli 2007;

- het verweerschrift naar aanleiding van het zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de vrouw van 6 augustus 2007, ingekomen op 7 augustus 2007;

- de brief, met bijlagen, van de procureur van de vrouw van 28 augustus 2007, ingekomen op 29 augustus 2007;

- de brief, met bijlagen, van de procureur van de vrouw van 22 oktober 2007, ingekomen op 22 oktober 2007;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de man van 24 oktober 2007, ingekomen op 24 oktober 2007.

1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 november 2007 in aanwezigheid van partijen, de vrouw bijgestaan door mr. Oostlander-Vos en de man door mr. Wille.

1.3 De minderjarige [naam kind 1], is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2 Feiten en omstandigheden

2.1 Partijen zijn op [datum] 1990 te Heemstede met elkaar gehuwd. Uit dit huwelijk zijn geboren de minderjarigen [naam man]:

- [naam kind 1], op [datum] 1993 te [plaats], en

- [naam kind 2], op [datum] 1996, te [plaats],

over wie partijen gezamenlijk het gezag uitoefenen.

2.2 Door de vrouw is een voorlopige voorzieningen-procedure aanhangig gemaakt. Bij beschikking van 10 april 2007 heeft deze rechtbank, voorzover hier van belang, beslist dat:

- de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning aan [adres] te Haarlem;

- de onder 2.1. genoemde minderjarigen aan de vrouw worden toevertrouwd;

- de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen (kinderbijdrage) van € 500 per kind per maand dient te voldoen; en dat

- de man aan de vrouw een bijdrage in het levensonderhoud (partnerbijdrage) van € 2.000 per maand dient te voldoen.

3 Verzoek

De vrouw heeft verzocht om tussen partijen de echtscheiding uit te spreken en te bepalen dat de man aan de vrouw € 4.000 per maand aan partnerbijdrage dient te voldoen. Voorts heeft de vrouw verzocht om de verdeling van de tussen partijen bestaande eenvoudige gemeenschap te gelasten als voorgesteld, dan wel zelf een verdeling vast te stellen, en te bepalen dat de man opgave dient te doen van het te verrekenen vermogen, op straffe van een dwangsom voor iedere dag dat de man in gebreke blijft daar aan te voldoen.

4 Verweer en zelfstandig verzoek

4.1 De man heeft zich terzake van de gevraagde echtscheiding gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Tegen het verzoek om partnerbijdrage heeft hij als verweer gevoerd dat hij niet bereid en bij gebreke van draagkracht ook niet in staat is de door de vrouw verlangde onderhoudsbijdrage te voldoen. Daarnaast heeft hij er op gewezen, dat de vrouw op dit moment en in de toekomst zelf in staat is in haar onderhoud te voorzien.

4.2 De man van zijn kant heeft de rechtbank verzocht om met betrekking tot de afwikkeling van het verrekenbeding en de verdeling van gemeenschappelijke eigendommen primair te beslissen dat de waarde van de door de man gehouden aandelen in [naam B.V.] in het kader van de verrekening buiten beschouwing dient te blijven, en vervolgens een afrekening en verdeling vast te stellen.

5 Beoordeling

5.1 Partijen hebben overeenstemming bereikt over de volgende nevenvoorzieningen:

- het hoofdverblijf van de minderjarige kinderen bij de vrouw;

- kinderbijdrage van € 390 per maand per kind;

- een omgangsregeling, waarbij de man omgang met de minderjarige kinderen zal hebben één keer per veertien dagen van vrijdagavond tot en met zondagavond, alsmede elke woensdagavond van 17.30 uur tot 21.00 uur en dat de man de kinderen gedurende de helft van de vakanties en feestdagen bij zich zal hebben; en

- het voortgezet gebruik van de echtelijke woning door de vrouw gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.

De rechtbank zal aldus beslissen. Zij acht daarbij de nevenvoorzieningen met betrekking tot de minderjarigen in hun belang.

Behoefte

5.2 Bij het bepalen van de behoefte dient allereerst het besteedbaar inkomen van partijen te worden bepaald, zoals zij genoten voorafgaand aan het definitief verbreken van de samenleving in augustus 2006. Beide partijen werkten in het bedrijf van de man, de onderneming die (indirect) werd gedreven voor rekening van de vennootschap [naam B.V.]. (de BV), waarvan de man directeur grootaandeelhouder is. De man verrichtte het grootste deel van de werkzaamheden. De vrouw verrichtte hand- en spandiensten. Tussen partijen is niet in geschil dat zij tezamen maandelijks ongeveer € 3.200 te besteden hadden en dat de man daarnaast extra opnam, welke opnames werden verrekend via de rekening-courant met de BV. De extra’s betroffen diners buitenhuis, grotere uitgaven en vakanties, zo leidt de rechtbank uit de stellingen van partijen af. Partijen verschillen van mening over de omvang van de extra uitgaven: de man stelt dat dit enkele tientjes per maand betrof, de vrouw gaat uit van ongeveer € 1.400 per maand. Gelet op het verloop van de post rekening-courant aandeelhouder van de BV in 2005 van € 3.724 naar € 21.032, neemt de rechtbank de extra uitgaven in aanmerking tot een bedrag van € 1.400 per maand. Hieruit vloeit voort dat het besteedbaar gezinsinkomen kan worden vastgesteld op ongeveer € 4.600 per maand.

5.3 De behoefte van de vrouw is gerelateerd aan het hiervoor becijferde gezinsinkomen tijdens het huwelijk, verminderd met de kosten van de minderjarige kinderen in overeenstemming met de tabel eigen aandeel kosten van kinderen van het NIBUD van € 1.066 per maand. In dit geval resteert dan € 3.534 per maand ter besteding voor de man en de vrouw. Aangezien de splitsing van één huishouden in twee huishoudens extra kosten met zich brengt, acht de rechtbank het redelijk de behoefte van de vrouw op 60% van het resterende bedrag te bepalen, dat wil zeggen op € 2.120 netto per maand. Op dit bedrag komt het eigen inkomen (inclusief vakantietoeslag) dat de vrouw met ingang van september 2007 in staat blijkt te verdienen, ongeveer € 1.015 netto per maand, in mindering. Aldus berekend bedraagt de behoefte van de vrouw aan partnerbijdrage € 1.105 netto en omgerekend € 1.475 bruto per maand.

5.4 De stelling van de man dat de behoefte van de vrouw minder zou zijn, gelet op haar verdiencapaciteit, is niet aannemelijk geworden. Tijdens het huwelijk werkte de vrouw in deeltijd, waarmee zij ongeveer € 600 netto per maand verdiende. Nu de vrouw op dit moment € 1.015 netto verdient bij [werkgever], 21 uur per week werkt en vooralsnog de zorg heeft voor de twee minderjarige kinderen, kan zij worden geacht onder de gegeven omstandigheden haar verdiencapaciteit ten volle te hebben benut.

Draagkracht

5.5 De stellingen van de man dat hij op dit moment geen salaris of inkomsten heeft, dat de BV haar activiteiten heeft gestaakt en dat de zaken buitengewoon slecht gaan, rechtvaardigen niet de conclusie dat de man geen draagkracht heeft. In de eerste plaats heeft de man in 2006 opnames in rekening courant van de BV en haar dochtermaatschappijen gedaan tot ongeveer € 50.000, welk bedrag, zo blijkt uit het gestelde ter zitting, is aangewend ter voldoening van de kosten van levensonderhoud van de man, zijn vrouw en de kinderen. In 2007 zijn voornoemde vorderingen in rekening courant op de man én de vrouw verder opgelopen met € 30.000. Uit de omstandigheid dat de man offertes uitbrengt en nieuwe activiteiten probeert te ontwikkelen ten behoeve van de BV en diens dochtermaatschappij(en), leidt de rechtbank af dat de man nog steeds werkzaam is ten behoeve van de vennootschappen. De beslissing van de man om zichzelf al dan niet een salaris of dividend toe te kennen, ligt geheel en al in zijn macht als directeur enig aandeelhouder van de BV. Het feit dat de man vervolgens van het toekennen van een salaris, naar hij stelt, om fiscale redenen af ziet, dient dan ook - mede gelet op de relatief omvangrijke winstreserves in de BV - niet van invloed te zijn op zijn vermogen om een partnerbijdrage te betalen. Ten slotte laat de rechtbank de door de man aangevoerde omstandigheden met betrekking tot de marktsituatie geen rol spelen, omdat de man tegenover de betwisting door de vrouw niet nader heeft onderbouwd dat daadwerkelijk sprake is van staking van de activiteiten dan wel malaise in de markt, zodat de stellingen terzake niet aannemelijk zijn geworden.

5.6 Bij de beoordeling van de draagkracht van de man zoekt de rechtbank aansluiting bij de aangifte inkomstenbelasting van de man en de jaarstukken van de BV over 2005, omdat de man zichzelf in dat jaar voor het laatst een salaris heeft toegekend. Het jaarsalaris van de man bedroeg toen € 42.745 bruto. Gelet op de opnames in rekening-courant in 2005, houdt de rechtbank voorts rekening met een fictief bruto dividend van € 21.000 per jaar (12 x € 1.400 te vermeerderen met inkomstenbelasting tegen een tarief van 25%).

5.7 Ter berekening van de draagkracht van de man wordt voorts rekening gehouden met de volgende gegevens:

- de alleenstaandennorm is op de man van toepassing;

- fictieve woonlasten van € 750 per maand;

- een inkomensafhankelijke werkgeversbijdrage ziektekosten van € 1.991 per jaar;

- de premie zorgverzekeringswet van € 102;

- kosten omgangsregeling van € 50 per maand;

- de kinderbijdrage van € 390 per maand per kind.

Nu de vrouw de hypotheeklasten betaalt, bestaat geen aanleiding om, zoals de man doet, er van uit te gaan dat de man de helft van de hypotheeklasten voor zijn rekening neemt. Gelet op de onweersproken stelling van de man dat zijn huurcontract in december afloopt, waarna hij geconfronteerd wordt met een hogere huurlast, is rekening gehouden met een - gelet op het aan de man toegerekende inkomen - redelijk te achten woonlast van € 750 per maand.

5.8 Op grond van voormelde financiële gegevens en rekening houdend met de fiscale effecten, wordt de man in staat geacht tot betaling van een partnerbijdrage van € 961 per maand. De rechtbank zal in die zin beslissen.

Ingangsdatum

5.9 Uit de wet volgt dat de rechtbank de partnerbijdrage niet kan laten ingaan op een datum gelegen voor de dag van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand. De rechtbank zal de ingangsdatum dan ook bepalen op laatstgenoemde datum. Het staat partijen overigens wel vrij een eerdere ingangsdatum overeen te komen.

Verdeling

5.10 De rechtbank zal de zaak met betrekking tot de verdeling en verrekening aanhouden. Nu de man ter zitting heeft toegezegd de vrouw en haar advocaat en/of accountant inzage te zullen geven in alle stukken die op de BV en zijn financiële situatie betrekking hebben, ziet de rechtbank geen grond voor een afzonderlijke veroordeling daartoe op straffe van een dwangsom. Voor zover de man de rechtbank heeft verzocht duidelijkheid te geven over de vraag of de aandelen in de BV in de verdeling dienen te worden betrokken, is de rechtbank - voorlopig en zonder afbreuk te doen aan de beslissing ten gronde - van oordeel dat dit het geval is, nu deze aandelen uit de tijdens het huwelijk van partijen overgespaarde inkomsten zijn gefinancierd en verkregen.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1 Spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 1990 te [plaats] met elkaar gehuwd.

6.2 Bepaalt dat de minderjarigen [naam man]:

- [naam kind 1], geboren te [plaats] op [datum] 1993, en

- [naam kind 2], geboren te [plaats] op [datum] 1996,

hun hoofdverblijfplaats hebben bij de vrouw, wonende te [plaats].

6.3 Bepaalt dat de man gerechtigd zal zijn omgang te hebben met voornoemde minderjarige kinderen:

- één keer per veertien dagen van vrijdagavond tot en met zondagavond,

- elke woensdagavond van 17.30 uur tot 21.00 uur, en

- gedurende de helft van de vakanties en feestdagen, als nader vast te stellen in onderling overleg.

6.4 Bepaalt dat de man vanaf de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand een kinderbijdrage aan de vrouw dient te voldoen van € 390 per kind per maand.

6.5 Bepaalt dat de man vanaf de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand een partnerbijdrage aan de vrouw dient te voldoen van € 961 per maand.

6.6 Bepaalt dat de vrouw, indien deze op de dag van inschrij¬ving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de woning aan [adres] te Haarlem nog bewoont, jegens de man bevoegd is de bewoning en het gebruik van de bij de woning en tot de inboe¬del daarvan behorende zaken gedurende zes maanden na die inschrijving voort te zetten.

6.7 Houdt de behandeling van de zaak met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgemeenschap pro forma aan tot 13 maart 2008.

Verzoekt partijen om de rechtbank uiterlijk op 6 maart 2008 mede te delen of zij volledige overeenstemming hebben bereikt over de verdeling.

Verzoekt elk der partijen, indien zij geen volledige overeenstemming hebben bereikt over de verdeling en zij bovendien een beslissing van de rechtbank daaromtrent verlangen, de rechtbank uiterlijk op

6 maart 2008, de volgende bescheiden over te leggen:

- een - naar inzicht van de betreffende partij compleet - overzicht van de samenstelling van de boedel op de voor de omvang van de boedel te hanteren peildatum en de waarde van de verschillende boedelbestanddelen op de voor de waardering van de boedel te hanteren peildatum;

- bewijsstukken ter staving van de waarde van die boedelbestanddelen per te hanteren peildatum;

- indien verschil bestaat van mening over de waarde, de wijze waarop de waarde moet worden vastgesteld vergezeld van een voorstel met betrekking tot eventueel te benoemen taxateur(s);

- een voorstel tot verdeling.

Partijen kunnen uiterlijk op 6 maart 2008 eenmalig om uitstel voor indiening van de gevraagde bescheiden verzoeken. Dit verzoek wordt, indien de wederpartij bezwaar maakt, slechts toegewezen als degene die uitstel vraagt schriftelijk klemmende redenen aanvoert. Indien de wederpartij instemt wordt het verzoek toegewezen, tenzij de procedure daardoor onredelijk wordt vertraagd als bedoeld in artikel 818 lid 2 Rv.

Indien op genoemde datum geen bericht is ontvangen of door beide partijen de gevraagde stukken niet (volledig) zijn overgelegd zonder dat uitstel is gevraagd, wordt er van uitgegaan dat partijen geen prijs stellen op verdere behandeling en zal de zaak op de stukken worden afgedaan.

Indien op genoemde datum een van beide partijen de gevraagde stukken niet (volledig) heeft overgelegd zonder dat uitstel is gevraagd wordt er van uitgegaan dat deze partij geen prijs stelt op verdere behandeling en zal de zaak in beginsel op de stukken worden afgedaan.

6.8 Verklaart deze beschikking, met uitzondering van de echtscheiding, tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

6.9 Wijst af het meer of anders verzochte.

6.10 Bepaalt dat elke partij de eigen kosten van deze procedure draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Roelvink-Verhoeff, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. S. Kuijs, griffier, op 11 december 2007.