Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB9791

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
17-10-2007
Datum publicatie
11-12-2007
Zaaknummer
135461 - HA ZA 07-655
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding koopovereenkomst auto wegens non-conformiteit. Ongedaanmakingsverbintenissen. Waardevermindering auto komt in dit geval voor rekening van koper, mede gelet op eerder aanbod van verkoper.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 135461 / HA ZA 07-655

Vonnis van 17 oktober 2007

in de zaak van

[X],

wonende te [p], gemeente Haarlemmermeer,

eiseres,

procureur mr. M. Middeldorp,

advocaat J.W. Damstra te Apeldoorn,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RENAULT NIEUWENDIJK HOOFDDORP B.V.,

gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

procureur mr. B.D. Roelink.

Partijen zullen hierna [X] en “Renault” genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met twintig producties;

- de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdheid met één productie;

- de conclusie van antwoord in incident;

- het vonnis van de rechtbank Amsterdam;

- het oproepingsexploot van 10 mei 2007;

- het tussenvonnis van 6 juni 2007;

- het proces-verbaal van comparitie van 28 augustus 2007 en de daaraan gehechte brief d.d. 17 september 2007.

2. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast:

2.1 Renault heeft bij overeenkomst d.d. 30 augustus 2005 (hierna: de koopovereenkomst) aan [X] een nieuwe Renault Megane 3 deurs 1.6 16V 115 Tech Road – Serie Limitee (hierna: de auto) verkocht. De koopprijs voor de auto was € 22.900,-.

2.2 De auto is op 3 november 2005 door Renault aan [X] geleverd. Na de levering hebben zich een aantal problemen voorgedaan met de auto waarop in dit vonnis nader wordt ingegaan. [X] heeeft deze klachten in diverse emails gemeld aan Renault.

2.3 [X] heeft nadat de auto was afgeleverd door Renault een carkit (hierna: de carkit) en een gastank (hierna: de gastank) laten inbouwen voor respectievelijk een bedrag van € 268,91 (ex. BTW) en € 1.964,70 (ex. BTW).

2.4 Een emailbericht van 24 juli 2006 afkomstig van [X] en gericht aan [Y], directeur van Renault, houdt onder meer in:

“De lak laat los en wel bij de achterklap. Nee, we hebben niet gepoetst met een agressief middel of andere gekke dingen gedaan. Het laat gewoon stukje bij beetje los en wordt mooi wit, primer wit.”

2.5 In of omstreeks augustus 2006 heeft Renault [X] een aanbod gedaan. Het aanbod hield in dat de auto tegen verrekening van € 0,10 per gereden kilometer kon worden ingeruild voor een showroommodel van het merk Renault. [X] heeft dit aanbod afgeslagen. Bij brief d.d. 14 september 2006 heeft [X] Renault schriftelijk medegedeeld dat zij de koopovereenkomst buitengerechtelijk wilde ontbinden. Op 14 december 2006 heeft Renault [X] nogmaals een aanbod gedaan. Dit aanbod hield in dat de auto tegen verrekening van € 0,10 per gereden kilometer kon worden ingeruild voor een nieuwe identieke Renault. [X] is hier niet op ingegaan.

2.6 [X] heeft de auto nadat zij Renault had medegedeeld dat zij de koopovereenkomst buitengerechtelijk wilde ontbinden onder zich gehouden en daarvan gebruik gemaakt.

2.7 [X] heeft op 28 augustus 2007 ongeveer 36.500 kilometer met de auto gereden.

3. Het geschil

3.1 [X] vordert – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- de koopovereenkomst te ontbinden en daarbij Renault te veroordelen om binnen 10 dagen na het te wijzen vonnis een bedrag van € 25.133,61 te betalen; althans

- de koopovereenkomst te ontbinden en daarbij Renault te veroordelen om binnen 10 dagen na het te wijzen vonnis een bedrag van € 25.133,61, te verminderen met een bedrag van

€ 0,10 per gereden kilometer met de auto, te betalen; althans

- Renault te veroordelen om aan [X] een vervangende nieuwe auto, voorzien van alle opties waarover de oorspronkelijk aangekochte auto beschikte en voorzien van een inbouwgastank en een carkit, te leveren zonder enige bijbetaling zijdens [X]; en

- Renault te veroordelen in de proceskosten.

3.2 [X] legt aan haar vordering ten grondslag dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst en dat Renault om die reden toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst.

3.3 Renault voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 In geschil is allereerst de vraag of de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst, zoals [X] heeft gesteld en Renault heeft betwist.

4.2 Uitgangspunt bij de beoordeling van dit geschil is artikel 7:17 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), dat in de kern bepaalt dat een verkochte zaak moet beantwoorden aan de overeenkomst. De zaak dient de eigenschappen te bezitten die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten en zij moet ze ontberen voor zover de koper ze afwezig mocht achten.

4.3 Bij de beoordeling of de auto beantwoordt aan de koopovereenkomst komt het aan op de toestand van de auto ten tijde van de levering. Bij gebreken die eerst later aan het licht komen, dient daarom te worden vastgesteld of deze zijn terug te leiden op de toestand van de auto ten tijde van de levering. Daarbij geldt dat van gebreken die binnen zes maanden tijd na levering aan het licht komen, wordt vermoed dat deze het gevolg zijn van de toestand van de auto ten tijde van de levering, tenzij er feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken die er op wijzen dat deze gebreken het gevolg zijn van gebeurtenissen na levering.

4.4 In het kort heeft [X] betoogd dat de auto vanaf de dag van aankoop zeer veel, elkaar opvolgende, ernstige gebreken is gaan vertonen en dat Renault de gebreken niet of niet afdoende heeft gerepareerd. Renault heeft betoogd dat de door [X] genoemde gebreken, voor zover zij aanwezig waren, zijn opgelost. Hierna zal nader worden ingegaan op de stellingen van partijen met betrekking tot de gebreken van de auto en de reparaties die eraan zijn verricht. Mede aan de hand daarvan zal de rechtbank oordelen over de vraag of er sprake is van non conformiteit.

4.5 Als niet, althans onvoldoende betwist staat vast dat kort nadat de auto is afgeleverd er condensvorming is opgetreden in de mistlampen van de auto omdat deze niet goed waren afgemonteerd en dat onder lichte druk de lampen in de bajonetsluiting vielen zodat het condensprobleem is opgelost.

Dit leidt tot de conclusie dat de mistlampen bij aflevering gebrekkig waren.

4.6 Voorts staat het volgende als onbetwist vast. In de maand december 2005 stond in de opbergvakken onder de voorstoelen van de auto water. [X] heeft dat toen aan Renault gemeld. In de periode van december 2005 tot en met februari 2006 is de auto vijf keer gerepareerd, echter de klachten zijn voortdurend teruggekomen. Het vochtprobleem is uiteindelijk ongeveer vijf maanden na aflevering van de auto opgelost. Renault heeft erkend dat het vochtprobleem te wijten was aan het feit dat bij het vervaardigen van de auto in de fabriek een stukje lasnaad niet was aangebracht. Op 29 mei 2006 heeft [X] Renault bericht over een foutmelding in het dashboard; er brandden twee lampjes waardoor [X] zich direct tot Renault moest wenden om de storingen in de auto te laten verhelpen. Volgens [X] is gebleken dat door de voortdurende vochtproblemen de bedrading onder de vloerbekleding corrodeert en storingen veroorzaakt.

Hieruit volgt dat het vochtprobleem en daaruit volgend ook de storing in het dashboard is terug te voeren op eigenschappen van de auto ten tijde van de levering.

4.7 [X] heeft gesteld dat in de maand december 2005 en/of januari 2006 in de auto een irritant tikken in de versnellingsbak te horen was en dat zij Renault hierop heeft gewezen. Volgens [X] had Renault toegezegd dit op te lossen op het moment dat de carkit zou worden ingebouwd. Volgens [X] is het tikken bij het inbouwen van de carkit niet verholpen. In de periode van december 2005 tot en met februari 2006 is de auto vijf keer gerepareerd, echter de klachten zijn voortdurend teruggekomen, aldus [X]. Zij heeft voorts gesteld dat op 1 april 2006 het tikken bij 2200 toeren in de derde versnelling van de auto nog steeds niet was opgelost en dat zij Renault daarvan op de hoogte heeft gesteld. De auto is op 22 april 2006 weer ter beschikking aan Renault gesteld om binnen twee weken het gebrek op te lossen. Op 21 juni 2006 heeft zij Renault bericht dat het tikken is teruggekeerd en dat het tikken nu niet alleen in de derde, maar ook in de vierde versnelling te horen is. In juli is er een afspraak gemaakt om een nieuwe versnellingsbak in de auto te plaatsen, maar dat is nog steeds niet gebeurd, aldus [X].

Renault heeft ten verwere aangevoerd dat er geen gebreken aan de versnellingsbak zijn vastgesteld.

4.8 De rechtbank overweegt hierover als volgt. Renault heeft de onder 4.7 genoemde feiten niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken zodat deze vast staan. Tegenover deze vaststaande feiten kon Renault niet volstaan met de enkele stelling dat er geen gebreken aan de versnellingsbak zijn vastgesteld. Het had bijvoorbeeld op haar weg gelegen om toe te lichten waarom zij ondanks deze stellingname had afgesproken om de versnellingsbak te vervangen of om te motiveren waarom het tikken niet beschouwd kan worden als een gebrek aan de versnellingsbak. Nu zij dit heeft nagelaten staat derhalve tevens als onvoldoende gemotiveerd betwist vast dat de versnellingsbak sinds december 2005 gebrekkig is in die zin dat het een terugkomend tikken veroorzaakt. Voorts overweegt de rechtbank dat het gebrek aan de versnellingsbak zich binnen zes maanden na levering heeft geopenbaard en gesteld noch gebleken is dat het gebrek zich heeft voorgedaan als gevolg van een omstandigheid die zich na de levering heeft voorgedaan, zodat zij er vanuit gaat dat het gebrek aan de versnellingsbak is terug te voeren op eigenschappen van de auto ten tijde van de levering.

4.9 Ter terechtzitting heeft [X] gesteld dat in het afgelopen jaar de lak van de auto los is gaan laten en dat zij Renault van deze klacht op de hoogte heeft gesteld. Renault heeft zich, bij monde van de heer [Y], op het standpunt gesteld dat zij niet bekend is met het lakprobleem. [X] heeft haar stelling dat zij heeft geklaagd bij Renault onderbouwd met het emailbericht welke deels is opgenomen onder 2.4. Derhalve staat vast dat [X] tijdig heeft geklaagd over de lak van de auto zodat zij zich ter onderbouwing van haar stelling dat de auto niet aan de overeenkomst voldoet op dit gebrek kan beroepen.

Gelet op het soort klacht en de relatieve nieuwheid van de auto acht de rechtbank het aannemelijk dat het probleem terug te voeren is op eigenschappen van de auto ten tijde van de levering, hetgeen Renault ook niet heeft betwist.

4.10 Hetgeen [X] heeft gesteld omtrent de te laat ingebouwde gastank laat de rechtbank bij de beoordeling van de non conformiteit buiten beschouwing nu niet geoordeeld kan worden dat deze klacht alleen of als onderdeel van een groter geheel van klachten een ontbinding van de koopovereenkomst betreffende de auto kan rechtvaardigen. Immers, het te laat leveren en inbouwen van de gastank levert hoogstens een tekortkoming in de overeenkomst tot koop en inbouw van de gastank op.

Ook hetgeen [X] heeft gesteld omtrent de kras in de voorruit laat de rechtbank buiten beschouwing. Het feit dat Renault bij het installeren van de gastank een kras heeft veroorzaakt is niet een gebrek in de koopovereenkomst betreffende de auto zodat dit gebrek geen ontbinding van die koopovereenkomst kan rechtvaardigen.

4.11 [X] heeft onbetwist gesteld dat zij op 7 juli 2006 heeft geconstateerd dat de auto ook intern is beschadigd. Door het voortdurend demonteren van het interieur zit de console van het stuur los, zitten er scheurtjes in de rechterportier bij de speaker, is kunststof op meerdere plaatsen beschadigd en piept en kraakt het interieur.

Nu vast staat dat genoemde gebreken aan het interieur zijn ontstaan door het voortdurend demonteren van het interieur, naar de rechtbank begrijpt, teneinde hiervoor genoemde gebreken te repareren, staat daarmee tevens vast dat de gebreken aan het interieur niet zijn terug te voeren op de toestand van de auto ten tijde van de levering zodat de rechtbank voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van non conformiteit aan deze klachten voorbij gaat.

4.12 Gelet op het voorgaande en voorts gelet op het aantal en de soort klachten, de frequentie waarmee de klachten zijn teruggekeerd en elkaar hebben opgevolgd en hoe vaak de auto naar de garage terug is geweest voor reparaties, deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de auto niet de eigenschappen bezit die [X] redelijkerwijs mocht verwachten. Hetgeen Renault ten verwere heeft aangevoerd doet aan dit oordeel niet af. Hieruit volgt dat de klachten die [X] overigens nog heeft genoemd, te weten dat stoelen niet in hun vergrendeling gaan, dat de gasindicator en de climatcontrol niet functioneren en dat indicatielampjes zomaar aan en uitspringen in het midden kunnen blijven.

4.15 Nu vast staat dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst kan deze in beginsel (volledig) worden ontbonden. Dit is alleen anders indien, zoals Renault heeft gesteld en [X] heeft betwist, de tekortkoming zo weinig ernstig van aard of betekenis is dat zij de ontbinding niet rechtvaardigt.

Naar de rechtbank begrijpt heeft Renault gesteld dat de ontbinding niet gerechtvaardigd is omdat, gelet op haar aanbod zoals weergegeven onder 2.5, een minder vergaand alternatief voorhanden is. Ter terechtzitting heeft Renault, bij monde van de heer [Y], verklaard dat het aanbod thans niet meer geldt. Derhalve heeft Renault zijn stelling onvoldoende gehandhaafd zodat de rechtbank eraan voorbij gaat. De rechtbank is van oordeel dat Renault zich ook overigens onvoldoende gemotiveerd op de uitzondering heeft beroepen.

4.16 Dat gesteld noch gebleken is dat [X] Renault uitdrukkelijk in gebreke heeft gesteld is niet van belang. Renault kan het veelvuldig voorkomen van de gebreken in de eerste twee jaar na de levering van de auto niet meer helen zodat nakoming van de koopovereenkomst blijvend onmogelijk is. Derhalve zal de rechtbank de vordering tot ontbinding van de koopovereenkomst toewijzen.

4.17 Partijen dienen na de ontbinding van de koopovereenkomst de door hen ontvangen prestatie ongedaan te maken. [X] heeft gevorderd Renault te veroordelen tot nakoming van haar ongedaanmakingsverbintenis, inhoudende terugbetaling van de koopsom ad € 23.900,-. Naar de rechtbank begrijpt heeft Renault ten verwere aangevoerd dat zij aanspraak kan maken op schadevergoeding omdat [X] niet kan voldoen aan haar ongedaanmakingsverbintenis en dat de koopsom verminderd dient te worden met het bedrag aan schadevergoeding. Renault heeft daartoe gesteld dat [X] bijna twee jaar met de auto heeft gereden en een fors aantal kilometers heeft afgelegd. [X] heeft zich op het standpunt gesteld dat de schade die Renault daardoor lijdt voor rekening van Renault dient te komen. De auto heeft meer bij Renault gestaan dan dat zij er gebruik van heeft kunnen maken en als Renault snel en adequaat op de geconstateerde gebreken had gereageerd, had Renault al in een vroeg stadium kunnen besluiten om de auto terug te nemen, aldus [X].

4.18 In confesso is dat [X] in een periode van bijna twee jaar ongeveer 36.500 kilometer met de auto heeft gereden. Daardoor is de auto in waarde verminderd. Derhalve zal [X] tekort schieten in haar ongedaanmakingsverbintenis en is nakoming blijvend onmogelijk. Vervolgens is de vraag aan de orde of de waardevermindering aan [X] kan worden toegerekend en, daaruit volgend, of zij verplicht is de schade die Renault daardoor lijdt te vergoeden. Op 14 september 2006 heeft [X] aan Renault te kennen gegeven de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Door daarna met de auto te blijven rijden heeft zij haar zorgplicht ex artikel 6:273 BW geschonden en is de waardevermindering vanaf 14 september 2006 aan haar toe te rekenen. Daarbij overweegt de rechtbank dat zij de schade had kunnen beperken door in te gaan op het aanbod van Renault van december 2006. Derhalve is zij gehouden de schade die Renault door die waardevermindering lijdt te vergoeden. [X] zou ongerechtvaardigd worden verrijkt ten koste van Renault indien zij met een geslaagd beroep op ontbinding de volledige koopprijs terug zou krijgen zonder een vergoeding te betalen voor het gebruik van de auto. Bij het voorgaande past wel de kanttekening dat er bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding op adequate wijze rekening gehouden wordt met het geleden ongemak, de beperkingen die golden voor het gebruik van de auto en de verloren tijd als gevolg van de onder 4.5 tot en met 4.9 besproken klachten.

4.19 Rekening houdend met deze omstandigheden en met de waarde van de auto volgens de Anwb/Bovag koerslijst oordeelt de rechtbank dat Renault aan [X] een bedrag van

€ 17.000,- dient te betalen. [X] is gehouden de auto aan Renault te retourneren.

4.21 [X] heeft voorts gevorderd dat Renault dient te worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 268,91 in verband met de carkit en een bedrag van € 1.964,70 in verband met de gasinstallatie. [X] heeft echter onvoldoende aangegeven waarop zij deze vordering baseert en heeft voorts geen, althans onvoldoende feiten aan de vordering ten grondslag gelegd. De vordering zal worden afgewezen.

4.22 Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld oordeelt de rechtbank dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1 ontbindt de koopovereenkomst tussen partijen,

5.2 veroordeelt Renault om aan [X] te betalen een bedrag van EUR 17.000,-- (zeventienduizend euro),

5.3 compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5 wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door M.P.J. Ruijpers en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2007.?