Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB8691

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-09-2007
Datum publicatie
26-11-2007
Zaaknummer
06/6917
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een carnavalsvereniging is geen algemeen nut beogende instelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2007, 2186
FutD 2007-2257

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 06/6917

Uitspraakdatum: 5 september 2007

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X, wonende te Y, eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/P, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft met dagtekening 6 september 2005 aan eiser voor het jaar 2002 ambtshalve een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 21.380.

Na daartegen door eiser gemaakt bezwaar is verweerder deels aan het bezwaar van eiser tegemoet gekomen en heeft het bedrag van de aanslag verminderd.

Eiser heeft daartegen bij brief van 26 juni 2006, ontvangen bij de rechtbank op 27 juni 2007, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 mei 2007 te Haarlem. Eiser is daar in persoon verschenen. Namens verweerder is verschenen B.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1. Eiser was in de periode 2000-2003 internationaal president van de C [vereniging] (hierna: C). In de hoedanigheid van die functie heeft eiser reiskosten gemaakt welke hij niet heeft gedeclareerd bij de vereniging.

2.2. In zijn bezwaarschrift tegen de ambtshalve aanslag IB/PVV over 2002 verzoekt eiser het afzien van declareren van de reiskosten in aanmerking te nemen als aftrekbare gift aan een algemeen nut beogende instelling. Eiser heeft ter onderbouwing van de hoogte van de gift ad € 3.271 een kilometerspecificatie bijgevoegd.

2.3. Bij brief van 15 november 2005 heeft verweerder om informatie verzocht met betrekking tot de aftrekpost giften C.

2.4. Bij brief van 19 januari 2006 heeft eiser informatie verstrekt met betrekking tot de vereniging. Eiser heeft over de vereniging het volgende vermeld:

- de vereniging is in 1966 opgericht op het drielandenpunt te Vaals door Belgische, Duitse en Nederlandse carnavalisten. De notariële akte Nederlandse statuten van de C is als zodanig geregistreerd bij de Kamer van Koophandel.

- de vereniging telt als leden aangesloten verenigingen en individuele leden uit België, Duitsland, Frankrijk, Nederland, Spanje en Suriname.

- De internationale Raad van Bestuur bestaat uit het dagelijks bestuur, de landsbesturen België, Duitsland en Nederland en de regerende Europaprins.

2.5. Bij brief van 20 februari 2006 heeft eiser voorts de volgende stukken overgelegd:

- de statuten van de C. Uit deze statuten blijkt dat de vereniging als doel heeft het in stand houden en bevorderen van de oude gewoonten en tradities van de carnavalsviering en daardoor een bijdrage te leveren aan het proces van verbondenheid tussen de bevolkingen van de landen van Europa.

- Het huishoudelijke reglement van de C. Uit artikel 19 van het reglement blijkt dat de leden van de Raad van Bestuur hun functie volledig belangeloos aanvaarden en dat zij geen aanspraak kunnen maken op enige financiële vergoeding.

- Het Europaprinsreglement.

- De adressenlijst van de C.

- Het bezoekschema 2002 van eiser. Op grond van dit schema concludeert eiser tot een giftenaftrek van € 2.928 in plaats van € 3.504.

2.6. Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder de giftenaftrek ad € 2.928 geweigerd. Het belastbaar inkomen uit werk en woning is vastgesteld op een bedrag van € 21.691. Het bedrag van de aanslag is daarbij per saldo verminderd nu in de uitspraak alsnog rekening is gehouden is met een bedrag elders belast en een hogere gecombineerde heffingskorting dan bij het opleggen van de definitieve aanslag in aanmerking was genomen.

3. Geschil

In geschil is de vraag of eiser recht heeft op een giftenaftrek ad € 2.928. Meer in het bijzonder is in geschil of de C aan te merken is als een algemeen nut beogende instelling in de zin van artikel 6.33, onderdeel b, Wet IB 2001.

Voor de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de stukken van het geding.

Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van de uitspraak op bezwaar.

Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Ingevolge artikel 6.32, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 6.35 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Wet IB 2001) zijn giften aan in Nederland gevestigde instellingen aftrekbaar. Onder instellingen worden ingevolge artikel 6.33, onder b, Wet IB 2001 verstaan kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instellingen.

4.2. Het geschil spitst zich aldus toe op de vraag of de C een algemeen nut beogende instelling is. Voor de beantwoording van deze vraag dient zowel te worden gekeken naar de (statutaire) doelstelling als naar de feitelijke werkzaamheden van de C. De werkzaamheden van de instelling dienen rechtstreeks erop gericht te zijn het algemeen belang te dienen. Dat van de werkzaamheden tevens zijdelings een algemeen nuttig effect uitgaat, is niet van belang. Als de werkzaamheden van eiseres ongeveer in gelijke mate het algemene en particuliere belang dienen, moet de instelling worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling, de bewijslast daarvan rust op eiser. (vgl. HR 7 november 2003, nr. 38.049, BNB 2004/30 en HR 12 mei 2006, 40.684, BNB 2006/267).

4.3. In artikel 3 van de statuten van de C is als doel omschreven het in stand houden en bevorderen van de oude gewoonten en tradities van de carnaval-viering en daardoor een bijdrage te leveren aan het proces van verbondenheid tussen de bevolkingen van de landen van Europa. De vereniging tracht dit doel te bereiken door het organiseren van vergaderingen, bijeenkomsten, zittingen en feesten. Zoals eiser ter zitting heeft aangegeven zijn ook carnavalsverenigingen lid van C en hebben de activiteiten allemaal te maken met het vieren van carnaval.

4.4. De door de C georganiseerde activiteiten kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet gezien worden als werkzaamheden die rechtstreeks erop gericht zijn het algemeen belang te dienen. De activiteiten houden rechtstreeks verband met het vieren van carnaval. Weliswaar raken de activiteiten indirect het algemeen belang omdat de C – zoals door eiser ter zitting nader heeft toegelicht - conform haar doelstelling de traditie van carnaval in stand tracht te houden en daardoor een bijdrage te leveren aan het proces van verbondenheid tussen de bevolkingen van de landen van Europa. Dit zijn evenwel slechts neveneffecten van genoemde activiteiten waarvan moet worden aangenomen dat daarmee primair particuliere belangen, zoals vermaak, ontspanning en gezellig verkeer, zijn gemoeid en beoogd. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank derhalve terecht de giftenaftrek geweigerd.

4.5. Gelet op het vorenoverwogene dient de onder 3 weergegeven vraag ontkennend beantwoord te worden.

5. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten.

6. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 5 september 2007 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A.A. Fase, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.J.E.M. Anderluh Vanherck, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.